De Chinese greentech-industrie ziet steeds meer kansen in Zuidoost-Azië

Estimated read time 6 min read

‘Schone energie’ is voor steeds meer Zuidoost-Aziatische landen, van Indonesië tot Vietnam, reden om de banden met Beijing aan te halen. Spanningen in de Zuid-Chinese Zee veranderen daar niets aan.

Op het Indonesische eiland Bintan, aan een smalle zeestraat tegenover Singapore, verrijst op maar een steenworp afstand van een toeristische badplaats een nieuw industrieel complex.

Het begon met een aluminiumraffinaderij, die wordt gerund door Bintan Alumina Indonesia en deels eigendom is van het Chinese Shandong Nanshan Aluminium. Het volgende project is een aluminiumsmelterij, waarvan de opening staat gepland voor eind 2023, en een aluminiumfabriek die naar verluidt eind 2028 aluminiumblokken zal gaan leveren voor elektrische voertuigen.

De uitbreiding van het complex wordt door omwonenden met gemengde gevoelens gadegeslagen. Jongeren op Bintan zijn voor werk niet langer alleen aangewezen op toerisme of visserij. Maar er is ook milieuschade. Er stroomt afvalwater in zee en de kolencentrale die het complex van energie voorziet spuit roet de lucht in.

De milieutol van de productie van aardmetalen voor ‘greentech’ zijn voor veel Indonesiërs een bekend verhaal. Maar deel uitmaken van de groene productieketen van China wordt als groot goed beschouwd door de Indonesische regering, die alles op alles zet om buitenlandse investeerders aan te trekken in de aardmetaalwinning en daarmee werkgelegenheid te creëren en een moderne productie-economie te worden. 

Steeds meer kansen

De Chinese greentech-industrie ziet steeds meer kansen in Zuidoost-Azië. De komst van Chinese investeerders is zeer welkom in de regio, die vooral door het Westen onder druk wordt gezet om zijn CO2-emissies te reduceren zonder dat daar financiële middelen tegenover staan. De Chinese investeringen stellen de Zuidoost-Aziatische landen ook in staat aan te haken bij een van de opwindendste opkomende bedrijfstakken ter wereld en hun eigen waardeketens te ontwikkelen op het gebied van ‘schone’ technologie.

Chinese bedrijven zien de regio op hun beurt als een politiek vriendelijke locatie voor buitenlandse productiefaciliteiten, niet in de laatste plaats om milieutechnische redenen, zoals in het geval van de aluminiumraffinaderij op Bintan. 

Geopolitiek wordt van steeds groter belang naarmate de VS China meer uit hun hightech-sector proberen te weren en hun eigen productieketens voor groene technologie proberen te creëren die de invloedssfeer van China omzeilen. Daarmee is Zuidoost-Azië verstrikt geraakt in de steeds fellere strijd van de supermachten om technologische suprematie, waarbij landen zich soms gedwongen zien te kiezen tussen Washington en Beijing. Maar veel regeringen in de regio proberen beide kanten tot investeringen te verleiden.

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) meldde afgelopen januari in een rapport dat China het leeuwendeel voor zijn rekening zal nemen van de wereldwijde toename in productiecapaciteit voor een aantal greentech-producten die naar verwachting de komende zes jaar zal plaatsvinden, waaronder 85 procent van alle zonnemodules en windturbinebladen en meer dan 90 procent van al het anode- en kathodemateriaal voor accu’s.

Het IEA voegde daaraan toe dat de Chinese investeringen in de productieketen voor schone energie ‘een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het wereldwijd verlagen van de kosten van cruciale technologie, waarvan de transitie naar schone energie op tal van manieren heeft geprofiteerd’. Zo zijn volgens een afgelopen mei gepubliceerd rapport van Wood Mackenzie Chinese zonnemodules 57 procent goedkoper dan die welke in de VS en de Europese Unie worden geproduceerd.

Strafheffingen

Intussen worden er stappen gezet om de Chinese dominantie te pareren, zoals de Inflation Reduction Act (IRA) die in augustus 2022 werd aangenomen door het Amerikaanse Congres en die bedrijven op het gebied van schone energie die zich in de VS vestigen flinke belastingvoordelen biedt, met uitzondering van Chinese bedrijven. 

In de EU is intussen kortgeleden een onderzoek gestart naar de mogelijkheid om strafheffingen op Chinese EV’s in te voeren en daarmee de eigen fabrikanten van elektrische voertuigen te beschermen. BYD, dat gevestigd is in Shenzen en inmiddels meer elektrische auto’s verkoopt dan Tesla, heeft overal in Zuidoost-Azië investeringen gedaan, net als veel andere Chinese autofabrikanten. Ook producenten van zonnepanelen en accu’s hebben de nieuwe markt bestormd.

Ontwikkelde landen onder leiding van de VS en de EU hebben vorig jaar in het kader van het zogeheten Just Energy Transition Partnership gezamenlijk 35,5 miljard dollar toegezegd om Indonesië en Vietnam te helpen bij het uitfaseren van kolencentrales en het versneld overstappen op duurzame energie, maar tot dusver is er geen cent uitgekeerd. Dit in schril contrast met de miljarden dollars die China al in greentech-gerelateerde projecten in Zuidoost-Azië heeft gestoken. Over de Amerikaanse betrokkenheid bij de regio rezen kortgeleden opnieuw twijfels nadat president Biden afgelopen september verstek had laten gaan bij de ASEAN-top in Jakarta. Ondertussen was de Chinese premier Li Qiang niet alleen wel bij de top aanwezig, maar smeedde hij ook sterkere economische banden met Zuidoost-Aziatische leiders door het ondertekenen van een uitgebreidere versie van het vrijhandelsverdrag tussen ASEAN en China, inclusief bepalingen ten aanzien van groene economie en productieketens.

Door hun pogingen hun eigen greentech-industrie te beschermen lopen de VS en de EU ook het gevaar sommige Zuidoost-Aziatische landen van zich te vervreemden. Een duidelijk voorbeeld is Indonesië, de grootste economie in de regio. De Indonesische ambities op het gebied van accu’s en EV’s zijn in gevaar gebracht door de Inflation Reduction Act omdat Indonesië geen vrijhandelsverdrag heeft met de VS en de meeste accu-gerelateerde projecten van het land worden gesteund door Chinese investeringen. Onderhandelingen over een beperkt vrijhandelsverdrag met Washington slepen zich al maanden voort.

Andere Zuidoost-Aziatische landen waar Chinese fabrikanten van zonnepanelen actief zijn, voelen de druk eveneens. Het Amerikaanse ministerie van Handel verklaarde afgelopen augustus dat het forse invoerrechten zal instellen voor bepaalde zonne-energieproducten uit Cambodja, Maleisië, Thailand en Vietnam nadat ze ontdekten dat deze in wezen worden geproduceerd door Chinese bedrijven ‘die hun zonne-energieproducten via deze landen verschepen om antidumpingheffingen en antisubsidierechten te ontlopen’.

Dit voorbeeld illustreert de hachelijke positie van Zuidoost-Aziatische landen die de ambitie hebben een hub te worden voor de door de Chinees-Amerikaanse spanningen verstoorde productieketens. Cui Tiankai, een gepensioneerde Chinese diplomaat en de langstzittende ambassadeur die China ooit in Washington heeft gehad, bekritiseerde de Inflation Reduction Act tijdens een recent bezoek aan Jakarta: ‘Nu hebben ze een nieuwe term, “deriskeren”. Maar wat is deriskeren? Volgens mij is het Amerikaanse beleid het risico, niet China. De Amerikaanse regering probeert de productieketen te veranderen of zelfs af te snijden. Dat druist heel erg in tegen de logica van de markt. Die strategie zal schadelijk zijn voor onze gezamenlijke pogingen om met behulp van nieuwe energiebronnen de klimaatverandering tegen te gaan en het milieu te redden.’

Met medewerking van Francesca Regalado in Bangkok, Ramon Royandoyan in Manila, Lien Hoang in Ho Chi Minh City, Ismi Dayamanti in Jakarta en Norman Goh in Kuala Lumpur.

You May Also Like

More From Author

+ There are no comments

Add yours