Kritieke tijden

Estimated read time 13 min read

Westerse democratieën zijn van hun keizerlijke zetel afgedaald en moeten als gladiatoren de arena in, schrijft een voormalig Portugees staatssecretaris.

Tijdens een besloten diner, een paar maanden geleden, zette een hoge Europese minister uiteen wat er zal gebeuren als Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november wint en alle steun aan Oekraïne intrekt. Tenzij de grote Europese landen in het gat springen dat de Amerikanen achterlaten – wat onwaarschijnlijk is – zou zijn land, een NAVO-lid, geen andere keus hebben dan zij aan zij met Oekraïne te vechten – in Oekraïne zelf welteverstaan. Waarom zou zijn land, betoogde hij, wachten op een Oekraïense nederlaag en vervolgens op de gedwongen mobilisatie van een veroverde natie, ter aanvulling van de gelederen van een Russisch leger dat uit is op nieuwe avonturen?

Sommige dinergasten stelden zich gerust met de gedachte dat niet iedereen in Europa zich al voorbereidt op het noodgedwongen slachtofferen van Oekraïne. Anderen vreesden juist dat een dergelijke solidariteit zou leiden tot een oorlog in het hele werelddeel. Maar dat was nu net het punt dat de minister wilde maken: kunnen we zeggen dat deze oorlog ons niets aangaat? Misschien zijn alle Europeanen, of ze het beseffen of niet, al verwikkeld in een conflict dat veel groter is dan het twee jaar geleden leek.

Tegenwoordig overvleugelen de krachten die conflicten voeden de krachten die orde nastreven

Het afgelopen jaar hebben Rusland en Oekraïne zware versterkingen gebouwd langs de contactlinie in de Donbas-regio, ter voorbereiding op een lange oorlog. Hun buren hebben ook voorbereidingen in die richting getroffen. In januari keurden Litouwen, Letland en Estland een plan goed om een gemeenschappelijke Baltische verdedigingslinie te bouwen langs hun grenzen met Rusland en Wit-Rusland, geïnspireerd op de uiterst doeltreffende verdedigingssystemen die in Oekraïne worden ingezet.

Tegenwoordig overvleugelen de krachten die conflicten voeden de krachten die orde nastreven. Misschien dat daarom zo veel gewapende conflicten onopgelost blijven. Ze kunnen uit zicht raken, zoals de oorlogen in Syrië en Jemen, maar dat is alleen omdat er geen progressie in zit, door de min of meer constante herhaling van dagelijkse verschrikkingen. Er is nog hoop dat Oekraïne en het grotere Midden-Oosten zich aan dit lot zullen onttrekken; maar er bestaat ook een grote angst dat deze conflicten zich zullen ontwikkelen tot een uitslaande brand.

Na de beperkte aanval van Israël op Iran op 19 april heerste er opluchting alom. Het gevaar van een totale oorlog tussen de twee staten leek te zijn afgewend. Of was de oorlog al begonnen? De spectaculaire raket- en drone-aanval van Iran op Israël op 13 april zou twee weken ervoor nog ondenkbaar zijn geweest. Juist de terughoudendheid die zowel Israël als Iran nu aan de dag legde, betekende misschien niets anders dan een zorgvuldige voorbereiding op een langdurig conflict en nog veel meer conflicten. In deze nieuwe tijd vol gevaar hebben conflicten misschien geen duidelijk begin of einde meer. 

Verwoesting

Ondertussen breidt de verwoesting zich uit van de periferie naar het machtscentrum binnen het mondiale systeem, en brokkelt het onderscheid tussen centrum en periferie af. Neem Oekraïne. De historische betekenis van het conflict is deels dat het westerse democratieën heeft gedegradeerd van ‘politieagent’ in de wereld – bemiddelaars die proberen de orde te herstellen in allerhande brandhaarden – naar die van actief deelnemer. Zelfs de westerse militaire bemoeienissen met Irak en Afghanistan werden veeleer voorgesteld als een soort politieoptreden tegen terrorisme dan als gewone oorlogen. De Russische invasie van Oekraïne leek vanaf het begin iets opvallend nieuws en gevaarlijks, niet omdat het hier het eerste grote conflict in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog betrof – dat was het niet – maar omdat meerdere wereldmachten erbij betrokken waren, waardoor er niemand overbleef voor conflictbeheersing.

Zijn de Verenigde Staten dan rechtstreeks betrokken bij de oorlog in Oekraïne? Ik ben bang van wel. Washington raakte direct betrokken op het moment dat Poetin besloot zijn nucleaire arsenaal te gebruiken als chantagemiddel om westerse militaire steun aan Kyiv aan banden te leggen. Misschien was een andere politiek mogelijk geweest, maar de regering-Biden kwam al snel tot de conclusie dat een ineenstorting van Russische linies kon betekenen dat het Kremlin een kernwapen in Oekraïne zou inzetten, wat zelfs de veiligheid van Amerikaanse burgers zou kunnen bedreigen. Biden en zijn topfunctionarissen zijn ervan overtuigd dat het risico op nucleaire escalatie reëel is. Op dat risico zijn alle politieke berekeningen gebaseerd, dus ook de keuze van het soort geavanceerde militaire technologische steun aan Oekraïne. Kernwapens zijn veeleer offensief dan defensief geworden, en maken derhalve veroveringsoorlogen mogelijk: ze beschermen een binnenvallend leger tegen het risico van een nederlaag. Uitsluitend door kernwapens is een ooit voor mogelijk gehouden Oekraïense overwinning steeds onwaarschijnlijker geworden.

Van het ‘mondiale Zuiden’ tot ‘the West vs the rest’

Hoe breng je een transformerende wereldorde onder woorden? Hoe verwoord je de wereldwijde ontwikkelingen, onder het oorverdovende lawaai van de oorlog in Oekraïne en Gaza? De wereld verandert, en de woorden om die wereld mee te beschrijven ook.

In de internationale pers kom je vaak de term ‘mondiale Zuiden’ tegen, die zou duiden op alles wat niet tot het Westen behoort. Er bestaat geen exacte definitie voor, schrijft Foreign Affairs, al wordt de term over het algemeen gebruikt om grote delen van Afrika, Azië en Zuid-Amerika mee aan te duiden. De meeste van die landen hebben gestreden tegen kolonialisme en waren tijdens de Koude Oorlog lid van de Beweging van Niet-Gebonden Landen. Maar zorgt die gedeelde ervaring ook voor eenheid, vraagt het tijdschrift zich af; dat ziet in deze lappendeken vooral een ‘verwantschap tussen landen die gefrustreerd zijn door een internationale orde die maar al te vaak tegen hun belangen ingaat’. Die frustratie maakt het dan ook niet tot een politiek coherent geheel, schrijft Nikkei Asia. Het weekblad benadrukt dat ‘het mondiale Zuiden allesbehalve een hechte eenheid is; en dat maakt de wereldorde er alleen maar kwetsbaarder en onvoorspelbaarder op’.
Behalve het ‘mondiale Zuiden’ hoor je ook vaak ‘the West versus the rest’, het Westen tegen de rest. Volgens The Washington Post laat die uitdrukking ‘de geopolitieke kloof’ zien die tussen het Westen en de rest van de wereld is ontstaan, waarbij die ‘rest’ steeds minder zin lijkt te hebben om zich te schikken naar de westerse kijk op de wereld. De oorlog die Israël in Gaza voert lijkt die kloof alleen maar te vergroten, waarschuwt Time. ‘We hebben in het Zuiden definitief de slag verloren (…) Vergeet die bestaande wereldorde maar. Ze zullen nooit meer naar ons luisteren’, klinkt het verontrust in het Amerikaanse weekblad.

Er was nog een ontwikkeling die de grenzen van de westerse macht aan het licht bracht: de door sancties getroffen Russische economie stortte niet in, zoals Biden daags na de invasie voorspelde. Integendeel, ze noteerde sinds 2022 betere groeicijfers dan Duitsland en Groot-Brittannië. Al zo’n tien jaar hebben veel commentatoren het over een herverdeling van de economische macht ten gunste van Aziatische reuzen als China en India. Poetin heeft eenvoudigweg op deze ontwikkeling ingespeeld om de Russische economie van het Westen af te wenden. De olie is blijven stromen en voedt de Russische oorlogsmachine. Je leest wel dat Europa niet langer afhankelijk is van Russische olie omdat het die niet meer koopt, maar in werkelijkheid is de afzet van Russische voorraden nog steeds belangrijk om de mondiale energieprijzen laag te houden – ook al is Europa zelf niet meer de koper. Twintig jaar geleden, toen Rusland werd geteisterd door een vernietigende schulden­crisis en massale opnamen van spaartegoeden bij banken, zou Poetin Oekraïne niet hebben durven binnenvallen.

Het is verbijsterend om te zien hoe westerse democratieën van hun keizerlijke zetel zijn afgedaald en zich nu als gladiatoren in de arena staande proberen te houden. Universele rechtsregels en waarden doen er niet meer toe, voortaan geldt alleen een fervente strijd tussen ‘wij’ en ‘zij’. De oorlog in Gaza spreekt wat dat betreft boekdelen. Ooit wierpen de VS zich op als bemiddelaar tussen Israëliërs en Palestijnen; een hardnekkig bevooroordeelde bemiddelaar weliswaar, maar wat er sinds 7 oktober is gebeurd, is wezenlijk anders.

Dagelijks etaleren Amerikaanse functionarissen hun onvermogen om een ander standpunt dan het hunne te begrijpen

In maart vertelde prins Turki al-Faisal, voormalig hoofd van de Saoedische inlichtingendienst, mij in een interview in Riyad dat het gevoel voor balans weg is. Washington heeft het idee dat het een oorlog voert aan de zijde van Israël, maar zoals altijd in oorlogen is de waarheid het eerste slachtoffer. De informatievoorziening wordt zorgvuldig gestuurd; de officiële woordvoerders in Washington doen mij vaak denken aan ‘Comical Ali’, de minister van Informatie onder Saddam Hoessein tijdens de oorlog tegen Irak in 2003. Op 2 april beweerde de veiligheidswoordvoerder van het Witte Huis, John Kirby, op vreemd zangerige toon dat de Israëlische strijdkrachten sinds oktober het internationaal recht niet één keer hadden geschonden. 

De VS blijven een buitengewoon machtig land, maar hebben niet langer de economische middelen en de morele overtuigingskracht om een idee van universele orde uit te dragen. Dagelijks etaleren Amerikaanse functionarissen hun totale onvermogen om een ander standpunt dan het hunne te begrijpen. Maar zoals uit de stemmingen bij de Verenigde Naties over een onmiddellijk staakt-het-vuren in Gaza is gebleken, wordt de zienswijze van Washington steeds vaker betwist door een overweldigende meerderheid van landen.

Simplistische voorstelling 

Wanneer een orde uiteenvalt, gebeurt dat snel en volledig. In sommige westerse landen wordt zelfs het bestuderen van tegengestelde standpunten al beschouwd als een milde vorm van verraad. Kwesties zijn niet meer complex, een simplistische voorstelling van zaken overheerst, met de vijand als kwaadaardige wereldmacht. Hebben Palestijnen rechten? Bestaan ze eigenlijk wel als volk? Nee, het zijn pionnen in de handen van Iran, Poetin en Xi Jinping. De intellectuele inspanning die het vergt om Palestijnen te zien als mensen met rechten is te hoog. Die zou veel westerse staten er immers toe dwingen hun benadering stevig op de schop te nemen. De Palestijnen kunnen dus beter van het toneel verdwijnen. Vandaar dat protesten en pro-Palestijnse stemmen op conferenties in Duitsland steeds vaker worden verboden. Wil de oorlog in Gaza de aandacht in de VS vasthouden, dan moet deze eerst transformeren tot de zoveelste editie van de Amerikaanse cultuuroorlog op campussen. Terwijl ik dit schrijf, worden massagraven blootgelegd door Palestijnse hulpdiensten in het Al-Shifa- en het Nasser-ziekenhuis in Gaza. Het bewijs op filmbeelden lijkt onbetwistbaar, maar de westerse media zijn niet geïnteresseerd.

Niet alleen het Westen dringt zijn visie op aan de rest van de wereld. Het gezag in Beijing deed niets anders na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, toen het Amerikaanse uitlokking suggereerde, een idee dat Kyiv vanaf het begin verwierp. India houdt zich afzijdig, hoewel het er wel blijk van geeft graag op het sterkste paard te wedden, oftewel op Rusland en Israël. Ondertussen heeft Iran in Syrië de afgelopen tien jaar nieuwe sjiitische nederzettingen gesticht om zijn invloed te vergroten. De voormalige soennitische bewoners, die vluchtten voor het oorlogsgeweld, mogen niet naar hun huizen terugkeren.

Na Israëlische luchtaanvallen proberen de Gazanen, onder wie veel kinderen, in vluchtelingenkamp Bureij het leven weer op te pakken. – © Getty Images

Een heersende gedachte is dat oorlogen worden uitgevochten om de orde te handhaven of te herstellen, waarbij twee partijen met elk een andere kijk op die orde tegenover elkaar staan. Het aanhoudende, meedogenloze conflict tussen de Soedanese strijdkrachten en de Rapid Support Forces (RSF) helpt ons uit de droom. De RSF werd in 2013 in Darfur opgericht, maar groeide uit tot een soort particuliere beveiligingsfirma die een oorlog in Jemen voerde, gefinancierd door oliedollars uit Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Een privéleger is aan geen enkele staat verantwoording verschuldigd en de doelstellingen ervan zijn vaak opzettelijk onduidelijk. Net als een bedrijf doet een particuliere militie er alles aan om de opbrengsten te maximaliseren. In dit geval worden die opbrengsten toevallig afgemeten aan dode lichamen en verbrande dorpen. Het is heel moeilijk om soldaten te ontslaan als een oorlog luwt, zoals dat het geval was in Jemen. Dus moeten er nieuwe slagvelden worden gevonden.

Dit model zal zich ongetwijfeld verspreiden – al was het maar omdat geen beginsel zo direct tot de verbeelding spreekt als het ‘maximaliseren van rendement’. Zoals de Soedanese academicus Magdi el-Gizouli betoogde, zijn milities het effectiefste machtsmiddel geworden in een reeks landen die zich uitstrekt van Jemen tot Syrië, Irak en Afghanistan. Het is een efficiënte manier gebleken om samenlevingen te laten functioneren in een marktsysteem met de gemilitariseerde arbeid van tieners als het eenvoudigst in te kopen product. El-Gizouli denkt dat deze tendens doorzet. Zou die algemeen ingang kunnen vinden?

Al in 2016 realiseerde de RSF zich dat een particuliere militie het monopolie zou kunnen verwerven over waardevolle grondstoffen zoals goud, waardoor handelsroutes en toegang tot buitenlandse markten veilig konden worden gesteld. De Russische Wagnergroep leerde het vak in 2017 van zijn tegenhanger in Soedan, om het vervolgens in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali in praktijk te brengen. In Noord-Afrika zijn de RSF-troepen ingezet om langs de grens met Libië te patrouilleren en de stroom migranten naar Europa in te dammen. Ook die branche is gegroeid.

Veiligheidslandschap

In een toespraak op 11 april voor het Amerikaanse Congres sprak de Japanse premier Fumio Kishida over één mondiaal veiligheidslandschap: ‘Het Oekraïne van nu kan het Oost-Azië van morgen zijn.’ Er is iets onontkoombaars aan de mondialisering van conflicten: elke actor zoekt naar partners en bondgenoten, waar hij die maar kan vinden, zeker als oorlog reëel in het verschiet ligt. Zo bezien doet het huidige veiligheidslandschap denken aan de manier waarop het in de vorige eeuw tot twee wereldoorlogen kwam. Misschien is een wereldoorlog gewoon een oorlog waarin niemand buiten de strijd valt, en zitten we dus al in een wereldoorlog.

Reizen naar Oost-Azië kan tegenwoordig aanvoelen als een terugkeer naar een verloren tijdperk, een wereld waarin militaire conflicten onwaarschijnlijk lijken omdat de sociale energie zo specifiek gericht is op technologische en economische ontwikkeling. Dat is voortaan een illusie. Ik beëindigde een bezoek aan Taiwan in 2023 tijdens de Nationale Dag, in de overtuiging dat, hoewel een oorlog misschien niet ophanden is, de basis voor een toekomstig conflict al is gelegd. De fragiele overeenkomst die Mao Zedong en Richard Nixon een halve eeuw geleden sloten over Taiwan, is ten einde. De status quo, waaraan de meeste Taiwanezen hechten, wordt door China niet langer geaccepteerd, en de VS zien zelfs een vreedzame hereniging met het vasteland als mogelijk onwenselijk, nu China een serieuze concurrent is geworden. Voor de New Statesman schreef ik in december 2023 dat je de situatie waarin Taiwan zich nu bevindt kunt vergelijken met die van Oekraïne in 2004, het jaar van de Oranjerevolutie, tien jaar voor de eerste Russische invasie en bijna twintig jaar voor de huidige, veel grotere oorlog. Kishida heeft een punt.

De mondialisering van conflicten betekent uiteindelijk dat het enige universele principe het conflict zelf is, en dat geen enkele afzonderlijke brand kan worden geblust door een beroep te doen op opvattingen over orde. Denktanks en adviesbureaus die graag over risico’s en bedreigingen praten, suggereren dat de wereld aan de rand van de afgrond staat. Dit is een tijd vol gevaar. Dat is misschien nog te optimistisch. Gevaar verwijst naar de toekomst. De puinhopen zijn al aangericht. 

Bruno Maçães 

Bruno Maçães is een buitenlands correspondent van de New Statesman. Van 2013 tot 2015 was hij de Portugese staatssecretaris voor Europese Zaken. Hij schreef het boek Geopolitics for the End Time: From the Pandemic to the Climate Crisis.

You May Also Like

More From Author

+ There are no comments

Add yours