
Zuid-Korea kampt met een groeiende epidemie van sociale isolatie, met Seoul als epicentrum.
Je kunt een Maeum-buurtwinkel (maeum is Koreaans voor ‘hart’) binnenlopen om een gratis kom ramen te eten en met iemand over het gemis te praten dat je al maandenlang voelt. Dit is geen etalagepolitiek. Het maakt deel uit van een grootschalig vijfjarenplan van de gemeente Seoul om met een budget van 451,3 miljard won (266 miljoen euro) een crisis aan te pakken die maar weinig steden openlijk durven te benoemen: eenzaamheid. Zuid-Korea kampt met een groeiende epidemie van sociale isolatie, met Seoul als epicentrum. De hoofdstad telt inmiddels meer dan 35 procent eenpersoonshuishoudens. Recent onderzoek toont aan dat 62 procent van de alleenwonenden zich eenzaam zegt te voelen, terwijl 13,6 procent in een sociaal isolement verkeert. Volgens een ander onderzoek uit 2023 leven naar schatting 130.000 jongeren tussen de 19 en 39 jaar in bijna volledige sociale afzondering, een fenomeen dat ook wel wordt aangeduid met de aan het Japans ontleende term hikikomori.
Geen privéprobleem
‘Eenzaamheid is in Seoul niet langer een privéprobleem,’ zegt Lee Soo-jin, directeur van het Seoul Isolation Prevention Center, het eerste overheidsorgaan in het land dat belast is met het identificeren en bijstaan van inwoners die in maatschappelijke afzondering leven. ‘In alle leeftijdscategorieën zien we achteruitgang van de geestelijke gezondheid. Maar voor velen, met name jongeren en oudere mannen, is het simpelweg niet duidelijk waar ze hulp moeten zoeken.’
Lee heeft het afgelopen jaar gewerkt aan het opzetten van systemen om risicogroepen te identificeren die vaak buiten het zicht van het officiële sociale vangnet vallen. Haar team wisselt gegevens uit met sociale diensten, nutsbedrijven en bezorgdiensten om signalen van isolatie te herkennen, zoals niet-opgehaalde post of herhaaldelijk bestelde eenpersoonsmaaltijden. Zodra er gevallen zijn gesignaleerd worden deze benaderd via de telefoon, huisbezoeken of digitale kanalen en krijgen ze ondersteuning op maat aangeboden, zoals counseling, begeleiding door lotgenoten of verwijzing naar buurtgroepen.
Meer algemene initiatieven van de stad omvatten een 24-uurs hulplijn die is geïntegreerd in het bestaande 120 Dasan Call Center, een chatbot voor mensen die niet graag telefoneren, en een online platform genaamd Toktok24 dat gebruikers doorverwijst naar counseling en buurtprogramma’s. Toch betwijfelen zowel wetenschappers als gewone burgers of overheidsbeleid wel de aangewezen manier is om zo’n persoonlijke en complexe situatie als eenzaamheid aan te pakken. ‘Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn,’ zegt Byun Geum-seon, hoogleraar maatschappelijk werk aan de Ewha Womans University en coauteur van een belangrijk onderzoek uit 2024 naar isolatie onder jongeren. ‘Voor sommigen betekent alleen zijn vrijheid. Voor anderen betekent het afzien. Overheden kunnen gedrag signaleren. Maar het gevoel van eenzaamheid moet onderkend worden door degene die het ervaart.’
‘Ik had mijn eigen stem al dagenlang niet gehoord’
Byuns onderzoek, waarvoor meer dan vijfduizend respondenten werden benaderd, onderscheidt zeven verschillende profielen van sociale isolatie en eenzaamheid. Deze variëren van economisch geïsoleerde jongeren tot emotioneel geïsoleerde individuen met een netwerk van familie of collega’s. Haar onderzoek toont een sterke correlatie aan tussen eenzaamheid en psychische problemen als depressie en suïcidale gedachten, zelfs bij degenen die niet in de traditionele zin sociaal geïsoleerd zijn.
‘In sommige gevallen hebben mensen weliswaar sociale contacten, maar toch het gevoel dat ze niet openlijk kunnen spreken en niet zichzelf kunnen zijn,’ zegt Byun. ‘Dit komt vooral voor bij alleenwonende jonge vrouwen en bij mannen die het gevoel hebben dat ze niet aan de sociale verwachtingen voldoen.’
Shin Hye-jin, een achtentwintigjarige masterstudent die vijf jaar geleden van Daegu naar Seoul is verhuisd, herinnert zich hoe haar eerste jaar in de hoofdstad veel eenzamer aanvoelde dan ze zich had kunnen voorstellen. ‘Ik woonde in een goshiwon (een piepkleine studentenkamer) vlak bij de campus. Ik heb mijn buren nooit ontmoet. Zelfs tijdens de colleges zei niemand wat, tenzij dat echt nodig was voor groeps- projecten,’ zegt ze. ‘Af en toe realiseerde ik me ’s nachts dat ik mijn eigen stem al dagenlang niet had gehoord.’ Later sloot Shin zich via Danggeun Market, een app voor de handel in tweedehandsspullen die nu ook plaats biedt aan allerlei sociale initiatieven, aan bij een buurtgroep voor ‘stille wandelingen’. ‘Het klinkt misschien gek, maar zwijgend naast onbekenden lopen hielp me,’ zegt ze. ‘Het voelde veilig. Niemand verwachtte iets van me.’
Maeum-buurtwinkel
Volgens Danggeun is de deelname aan de buurtgroepen sinds 2023 vertwintigvoudigd. Deze groepen zijn vaak laagdrempelig en gericht op gedeelde interesses, variërend van ADHD-ondersteuning tot broodproeverijen. Voor velen leiden ze tot duurzamere sociale banden dan officiële gemeenteprogramma’s. Directeur Lee Soo-jin erkent de beperkingen van haar Seoul Isolation Prevention Center. ‘De stad Seoul weet dat ze geen waardevolle connecties tot stand kan brengen,’ zegt ze. ‘Wat we wel kunnen doen, is een kader creëren. We kunnen mensen opties bieden voor wat ze kunnen doen als ze beseffen dat ze het moeilijk hebben.’
Onderdeel van dat kader is de eerdergenoemde Maeum-buurtwinkel, een kruising tussen een centrum voor geestelijke gezondheidszorg en een café, waar mensen anoniem kunnen binnenlopen voor een gratis maaltijd, informatie of gewoon een moment van rust. De stad breidt ook haar ondersteuningsprogramma’s voor en door lotgenoten uit, zoals het project Ieders Vriend, waar voorheen geïsoleerde inwoners leren om mensen in vergelijkbare situaties te helpen en emotionele steun te bieden.
Professor Byun waarschuwt voor modellen die iedereen dezelfde oplossing bieden. ‘Eenzaamheid neemt niet alleen af door verbinding met anderen, maar ook door continuïteit. Je moet het gevoel hebben dat je belangrijk bent voor anderen en dat mensen het merken als je van de radar verdwijnt.’ Daarom is de rol van de overheid minder gericht op het kweken van relaties en meer op het faciliteren ervan. ‘Als iemand bij een van deze stadsprogramma’s binnenloopt en weggaat met een telefoonnummer of een reden om volgende week weer de deur uit te gaan, is dat een kleine overwinning die de moeite waard is,’ zegt Lee.