
Het maakt de Chinese overheid niet veel uit hoe het Iraanse regime eruit ziet, zolang ze maar olie leveren.
De Amerikaanse en Israëlische bombardementen op Iran worden door China met argusogen gevolgd. Beijing is immers Teherans belangrijkste partner. Deze twee landen vonden elkaar in hun overeenkomstige geschiedenis en beleidsdoelen: beide landen kunnen bogen op een niet-westerse beschaving die teruggaat tot de oudheid, en beide landen verzetten zich tegen een door het Westen gedomineerde wereldorde. Ook energiezekerheid speelt een rol in China’s relatie met Iran. In 2025 was meer dan 55 procent van de totale olie-import van China afkomstig uit het Midden-Oosten (zo’n 13 procent uit Iran), en het grootste deel daarvan moest door de Straat van Hormuz komen, de zee-engte voor de Iraanse kust. Door de bombardementen ligt de Iraanse olieleverantie nu stil en loopt de productie in alle Golfstaten gevaar, zodat China het gevaar loopt geen olie meer uit de regio te kunnen halen. Sommige analisten speculeren daarom dat het Teheran toch te hulp zal schieten. Zo niet met directe militaire interventie, dan tenminste met materiële ondersteuning in de vorm van apparatuur en onderdelen die zowel militair als civiel inzetbaar zijn, zoals Beijing die ook al aan Rusland levert voor de oorlog in Oekraïne.
Maar al maakt China zich zorgen, het is niet waarschijnlijk dat het zich in de strijd zal mengen. De twaalfdaagse oorlog van Israël tegen Iran in juni 2025 ontlokte China niet meer dan de geijkte diplomatieke steunbetuigingen aan de Islamitische Republiek. En op de officiële persconferentie van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken deze week waren de felste bewoordingen gereserveerd voor een veroordeling van de liquidatie van Irans opperste leider ayatollah Ali Khamenei, niet voor de hele militaire campagne tegen Iran. Met de oproep aan ‘alle betrokken partijen om de militaire operaties te beëindigen’ – dus niet alleen aan de VS en Israël maar ook aan Iran – en om de ’soevereiniteit, veiligheid en territoriale integriteit’ van de Golfstaten te eerbiedigen wekt China de indruk dat het net zo hard zijn best doet om de betrekkingen met de Golfstaten goed te houden als die met Iran.
Deze terughoudendheid is niet van vandaag of gisteren. Sinds de Hamas-aanval op Israël van 7 oktober 2023 is China in toenemende mate ontgoocheld geraakt over de capaciteiten en de geloofwaardigheid van Iran als regionale machtsfactor. De Chinese strategen hebben hun vertrouwen in het land ook verloren omdat het volgens hen geneigd is om voor westerse druk te zwichten in plaats van terug te vechten, zoals blijkt uit de aanhoudende Iraanse wens om met Washington te blijven onderhandelen. Uiteindelijk beschouwt China een regimewisseling in Iran niet als het slechtst mogelijke scenario. Het is bereid om samen te werken met welke regering er straks ook komt bovendrijven, zolang de olieleveranties en de gezamenlijke economische belangen maar gewaarborgd zijn. Pas als die belangen gevaar lopen, of als een lange uitputtingsslag het vervoer van olie door de Straat van Hormuz verstoort, zal Beijing zijn afzijdigheid moeten heroverwegen en zich er nadrukkelijker in gaan mengen.
Pas als de oliebelangen gevaar lopen, zal Beijing zijn afzijdigheid moeten heroverwegen
De Iran-strategie van China berustte lange tijd op de gedachte dat het land een bruggenhoofd kon vormen voor de verdediging van de Chinese belangen in het Midden-Oosten. Om hun toenemende samenwerking te bekrachtigen en hun banden op het gebied van economie en veiligheid verder aan te halen sloten de twee landen in 2021 een vijfentwintigjarig strategisch partnerschap. Maar vanwege Iraanse huiver voor meer Chinese invloed en daaruit voortvloeiende aantasting van de eigen soevereiniteit en onafhankelijkheid kwam er van de in het akkoord voorgenomen investeringen van 400 miljard dollar weinig terecht, en Beijing raakte gefrustreerd over de wispelturige en onbetrouwbare houding van Teheran. China heeft bovendien geconcludeerd dat de macht en de revolutionaire geloofwaardigheid van het land zwaar worden overschat. Met een bevolking die tienmaal zo groot is als die van Israël en driemaal zo groot als die van Saoedi-Arabië heeft Iran niettemin een bbp dat nog geen 90 procent van dat van Israël en niet meer dan 25 procent van dat van Saoedi-Arabië bedraagt. Volgens de Chinese analyse schrikt het zijn tegenstanders vooral af met proxy-oorlogen en asymmetrische oorlogsvoering, zodat het machtiger lijkt dan het is en zijn interne zwaktes verbloemt.
Irans strategische doel van een islamitische revolutie staat in de ogen van China ook op gespannen voet met de stappen die nodig zijn om dat doel te bereiken. In de analyse van Niu Xinchun, hoofd van het onderzoeksinstituut voor Chinees-Arabische betrekkingen aan de Ningxia-universiteit, biedt de islamitische ideologie geen ruimte voor concessies aan de Verenigde Staten over politieke en nucleaire kwesties. Maar vanwege de verlammende sancties is een betere relatie met de Verenigde Staten een eerste vereiste om de economie erbovenop te helpen, het land sterker te maken en de binnenlandse roep om hervormingen te laten verstommen. Zo zit Iran dus klem tussen zijn verzet tegen de VS en de noodzaak om met Washington tot een vergelijk te komen, tussen zijn conservatieve theologische wortels en de noodzaak van hervorming.
Bovendien vinden veel Chinese analisten dat Iran vaak slap optreedt tegen tegenstanders. Nadat in 2020 de hoogste Iraanse generaal Qassem Soleimani door de VS was geliquideerd, en toen Israël in 2024 de Iraanse ambassade in Syrië had bestookt, vond men de vergeldingsacties van Teheran tegen Amerikaanse militaire bases in Irak en Israël bepaald niet indrukwekkend. Ook de Iraanse vergeldingsaanvallen voor de twaalfdaagse oorlog, waarbij Qatar en de Verenigde Staten steeds vooraf door Iran werden gewaarschuwd, werden algemeen als zwak en ineffectief beschouwd. Chinese internetters deden het spottend af als ‘vergelding voor de bühne’. In Chinese commentaren over het Midden-Oosten klinkt inmiddels veel pessimisme door: Chinese opiniemakers zoals de bekende deskundige Hu Xijin zien Iran en zijn bevolking nu wegzinken in een moeras en nemen het Teheran kwalijk dat het land daarin is beland.
Sinds 2023 is de ene na de andere militie op de korrel genomen en weggevaagd
Het Chinese vertrouwen is ook ondermijnd door hoe Iran omgaat met de proxy-groeperingen die het in andere landen onderhoudt. Sinds 2023 is de ene na de andere militie op de korrel genomen en weggevaagd. Zo konden Hamas en Hezbollah door Israël worden gedecimeerd zonder dat Iran met enige steun of vergelding van belang kwam. China hoorde in december 2024 verbluft aan hoe de Iraanse banden met proxy-groeperingen in de regio (de zogenaamde ‘as van het verzet’) door vicepresident Mohammad Zarif werden ontkend: volgens hem had Iran daar geen macht over. En in april 2025 trok Iran zijn militair personeel terug uit Jemen terwijl dat land door de Amerikanen werd gebombardeerd. Ze lieten hun Houthi-bondgenoten dus in de steek om de spanningen met de VS niet verder op te voeren, in de hoop onderhandelingen met dat land te kunnen hervatten.
Beijing is ook teleurgesteld over het falen van het Iraanse regime op binnenlands vlak. In de Chinese staatsmedia wordt het regime niet openlijk bekritiseerd, maar in kringen van Chinese beleidsmakers maakt men zich geen illusies over de verkeerde beleidskeuzes, de wijdverbreide corruptie en de povere bestuurlijke prestaties van Teheran. Israël kon in de twaalfdaagse oorlog heel gericht Iraanse topmilitairen en kerngeleerden uitschakelen doordat het veiligheidsapparaat geïnfiltreerd was. Dat wekt de indruk dat veel Iraanse functionarissen geen vertrouwen hebben in hun eigen systeem en bereid zijn hun land te verraden. Chinese leiders twijfelen aan de levensvatbaarheid van een Iraanse staat waar de eigen functionarissen geen vertrouwen in hebben.
Vanwege die teleurstelling over het Iraanse leiderschap is Beijing niet zonder meer gekant tegen een regimewisseling. Omdat het er vooral belang aan hecht dat Iran een levensvatbare economische partner blijft, staat het neutraal tegenover de aard van het regime. Als de Amerikaanse en Israëlische aanvallen de wilde militaire ambities van Iran een halt toeroepen en het land zijn positie als economische mogendheid weet te herwinnen, kan China daar vrede mee hebben.
Dat China zal proberen het huidige regime overeind te houden is ook onwaarschijnlijk in het licht van zijn eigen betrekkingen met de Verenigde Staten. Voor eind maart staat er een ontmoeting gepland tussen Donald Trump en Xi Jinping. Dat zou kunnen leiden tot een groot akkoord dat een echte détente inluidt na acht traumatische jaren van harde rivaliteit tussen de twee grootmachten. Beijing wil zijn poging om met Trump samen te werken niet laten doorkruisen door een oorlog in het Midden-Oosten.
Nieuwe afwegingen
De Chinese belangen in Iran draaien vooral om energiezekerheid. China heeft zijn energievoorziening gediversifieerd en zwaar geïnvesteerd in steenkool, zonne-, wind- en kernenergie. Olie is in 2025 door hernieuwbare energiebronnen voorbijgestreefd als de tweede grootste energiebron na steenkool, maar blijft een onmisbare rol spelen in de Chinese economie. Het land is nog steeds van geïmporteerde olie afhankelijk voor zijn vlieg- en scheepsverkeer en voor petrochemische producten. Het heeft een oliereserve van naar schatting 1,3 tot 1,4 miljard vaten, circa 30 procent van zijn invoer in 2025: genoeg voor een korte, maar niet voor een langdurige verstoring van de aanvoer uit het Midden-Oosten.
Iets wat China wel zorgen baart, wat deze afwegingen kan doorkruisen en het land toch kan dwingen om in actie te komen, is de afsluiting van de Straat van Hormuz. Daarmee zou meer dan de helft van de Chinese olie-import worden afgesneden. De mogelijkheid van een regionaal conflict met een langdurige sluiting van de scheepvaartroutes is door Midden-Oosten-deskundigen en topmensen uit de Chinese oliesector altijd weggewuifd. Een oorlog in de regio die het vervoer van olie door de Straat van Hormuz verstoort, zo was de gedachte, zou leiden tot een wereldwijde energiecrisis waarvoor snel een collectieve oplossing zou worden gevonden. Tijdens de twaalfdaagse oorlog beweerden Chinese deskundigen al dat Iran de Straat van Hormuz niet zou afsluiten, omdat het daarmee de hele Golfregio tegen zich in het harnas zou jagen en zijn eigen inkomsten in gevaar zou brengen. Dit was het argument dat Beijing inzette tegen de binnenlandse roep om (en westerse speculatie over) de opbouw van een Chinese militaire aanwezigheid in de regio.
Die aanname dat de energieproducenten en -consumenten van de wereld niet zullen toestaan dat de regio uit elkaar valt, wordt nu op de proef gesteld. Beijing oefent druk uit op Teheran om de Straat van Hormuz open te houden en geen maatregelen te nemen die het vervoer van olie verstoren. Als de aanvoer van olie uit de regio in het geding komt, kan China bij andere leveranciers terecht, met name Rusland, dat momenteel al goed is voor meer dan 17 procent van de Chinese olie-import. Maar het is beducht voor al te grote afhankelijkheid van één leverancier, uit angst dat ook die kraan ineens kan worden dichtgedraaid.
Als de aanvoer van olie uit de regio in het geding komt, kan China bij andere leveranciers terecht, met name Rusland
Een nog groter probleem voor China is een langdurige oorlog. Als het Iraanse regime de bombardementen van Amerika en Israël doorstaat en met zijn tegenaanvallen echt schade weet aan te richten, wordt Beijing voor een dilemma gesteld. Als Teheran ophoudt met meebuigen, terug gaat vechten en overleeft, wordt het voor China moeilijk om aan de zijlijn te blijven staan en het regime geen steun te geven. Het blijft zijn belangrijkste partner in de regio. Als Iran nu wel daadkracht en weerbaarheid aan de dag legt en China hulp blijft weigeren, laat het zich kennen als een ontrouwe bondgenoot. Mengt het zich wel in de strijd, dan zal China het land wellicht net zo steunen als Rusland in de oorlog tegen Oekraïne: met apparatuur zoals drones, afname van Iraanse olie, en technologische ondersteuning voor de opbouw van de Iraanse defensie-industrie.
Hoe langer het regime het uitzingt, hoe meer China zal moeten doen om het te ondersteunen, en hoe meer dit de oorlog weer verder zal rekken. Maar als het regime snel ten val komt, zoals dat van Bashar al-Assad in Syrië, of als er juist snel een stabiele nieuwe situatie ontstaat zoals in Venezuela na de ontvoering van Nicolás Maduro, dan zal China daar niet lang om rouwen. Vertrouwen in de leiding van de Islamitische Republiek had China al niet meer. Waar het nu om gaat, is hoe het met de nieuwe machthebbers kan samenwerken om te zorgen dat de olie uit het Midden-Oosten blijft stromen.