
Filippo Grandi, Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, ziet met eigen ogen hoe de humanitaire hulp in een wereldwijde crisis verkeert. Een van de oorzaken is dat oorlogen, zoals die in Soedan, verweven zijn met politiek.
Er zijn niet veel hoofdsteden die geen functionerende luchthaven hebben. Khartoem in Soedan is er een van, en dat is al bijna drie jaar zo. De laatste keer dat de landingsbaan zou heropenen, in oktober 2025, werd deze de dag ervoor getroffen door een droneaanval.
Dus gaat de reis over de weg. Langs goudmijnen en watermeloenvelden; langs minaretten en piramides en hopen bouwmateriaal; langs reclameborden voor flessen water en langs militairen. De tweebaansweg is vaak smaller dan het tapijt van plastic afval aan weerszijden. Zwerfvuil vormt het landschap van een failed state. We passeren controleposten – sommige bemand door tieners met geweren, nauwelijks herkenbaar als militairen; andere door mensen die zich vrijwilligers noemen. De weg van Port Sudan aan de Rode Zee naar Khartoem is ruim 800 kilometer. Als je geluk hebt – of als de naderende duisternis je meer zorgen baart dan het risico van een ongeluk door te hard rijden – haal je de stad misschien nog voor zonsondergang.
Eenmaal aangekomen in Khartoem zien we geen files, horen we geen kakofonie van claxons. De verkeersopstoppingen zijn verdwenen, net als vier vijfde van de bevolking. Zelfs als ons konvooi niet uit witte SUV’s van de Verenigde Naties had bestaan, zouden we met onwerkelijk gemak langs de oevers van de Nijl kunnen scheuren. Tot afgelopen maart was Khartoem de frontlinie in een nietsontziende burgeroorlog. De gebouwen zijn doorzeefd met kogelgaten, als een rottend karkas onder de vliegen. De weinige wolkenkrabbers zijn verwoest, waaronder het Corinthia Hotel, gebouwd met Libisch geld en bijgenaamd Gaddafi’s Ei. Het grootste deel van de zeven decennia sinds de onafhankelijkheid verkeert Soedan in oorlog, maar nooit eerder bereikte het conflict de hoofdstad.

In december reisde ik met Filippo Grandi, de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, naar Soedan voor zijn laatste bezoek in die functie. Als jonge veldwerker was Grandi erbij toen het Commissariaat een hoofdkwartier in Khartoem opende. Nu, ruim dertig jaar later, staat hij stil bij wat ervan is overgebleven. De prefab kantoorgebouwen zijn tot de grond toe afgebrand, de metalen daken liggen verwrongen en verkoold. ‘Ik heb veel van onze kantoren over de hele wereld beschadigd gezien, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt,’ zegt Grandi. ‘Niet in Kabul, niet in Syrië.’ Over het menselijke stuk been dat een paar meter verderop ligt, zegt hij niets.
De humanitaire sector verkeert wereldwijd in crisis. De beweging die na de Holocaust ontstond en tijdens de Koude Oorlog aan kracht won, gevoed door internationale verontwaardiging over de genocides in Bosnië en Rwanda in de jaren negentig, is ontregeld en staat onder zware druk. Rijke overheden – en hun bevolking – hebben steeds minder zin om te betalen voor ontwikkelingshulp en noodhulpverlening, en al helemaal niet om vluchtelingen op te nemen uit oorlogsgebieden en zogenoemde failed states. Tijdens zijn eerste regeerperiode ontkende de Amerikaanse president Donald Trump nog dat hij ongewenste migranten mensen uit ‘klotelanden’ had genoemd. Tijdens zijn tweede termijn schepte hij er juist openlijk over op. Onlangs gaf hij de VS opdracht zich terug te trekken uit 31 VN-organen, waaronder het Democratiefonds en het Bureau van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor Kinderen en Gewapende Conflicten.
Bezuinigingen
De UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, ontkwam aan de saneringsronde. Maar de financiering daalde vorig jaar met een kwart als gevolg van Trumps bezuinigingen op het ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2025 haalde de UNHCR voor het eerst in haar vijfenzeventigjarig bestaan minder dan de helft op van het bedrag dat zij nodig achtte voor haar missie. Bijna vijfduizend medewerkers werden ontslagen. Humanitaire VN-organisaties moeten zich ‘aanpassen, krimpen of ten onder gaan’, aldus het ministerie van Buitenlandse Zaken onlangs.
Ondertussen groeit de nood. Staten vallen uiteen, oorlogen laaien weer op. Volgens het Uppsala Conflict Data Program bereikte het aantal doden in gewapende conflicten in 2022 het hoogste niveau in achttien jaar. Het aantal ontheemden is de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld tot 118 miljoen. Drie landen hebben met name bijgedragen aan deze stijging: Oekraïne, Venezuela en Soedan.
In Soedan woedt de ergste humanitaire crisis ter wereld. De VS hebben de etnisch gemotiveerde massamoorden die daar zijn gepleegd bestempeld als genocide. Vijftien miljoen mensen – bijna een derde van de bevolking – heeft huis en haard verlaten. Meer dan twee miljoen zijn gevlucht naar Tsjaad en Egypte. Enkele duizenden hebben met kleine bootjes de oversteek over het Kanaal naar het Verenigd Koninkrijk gemaakt, waar 99 procent van hen asiel heeft gekregen. Maar de overgrote meerderheid blijft in Soedan. Opmerkelijk genoeg komen er ook vluchtelingen naar Soedan, op de vlucht voor het geweld in de buurlanden Zuid-Soedan, Eritrea en Ethiopië.
Toch heeft de UNHCR door gebrek aan middelen besloten om meer dan de helft van haar personeel in Soedan te ontslaan. ‘Ken je die spelletjes waarin er telkens een extra moeilijkheidsgraad bijkomt en je een oplossing moet bedenken? Zo voelt dit precies,’ legt Grandi uit.
The Return – Salih Basheer
In The Return, dat in februari 2026 in een eerste oplage van 600 exemplaren verscheen, documenteert de Soedanese fotograaf Salih Basheer de verwoestende gevolgen van de oorlog in zijn land. Het fotoboek brengt niet alleen de fysieke schade in beeld – kapotte infrastructuur, verlaten straten – maar vooral de menselijke impact: verlies, ontworteling en het leven in ballingschap. Basheer, zelf afkomstig uit Soedan, verweeft zijn persoonlijke ervaring met die van andere vluchtelingen, zowel binnen het land als in buurlanden waar velen hun toevlucht hebben gezocht.
Naast 49 zwart-wit- en kleurenbeelden bevat The Return dagboekfragmenten en getuigenissen van Basheer zelf, aangevuld met bijdragen van andere ontheemden. In een indringend voorwoord beschrijft hij hoe hij contact met zijn familie in Khartoem soms uit de weg gaat, uit angst voor slecht nieuws. Herinneringen aan de oorlog keren terug in dromen, waarin alledaagse situaties plotseling kunnen omslaan in geweld en dreiging. De publicatie bevat ook tekeningen van ontheemde Soedanezen en een essay van journalist Joshua Craze. Het boek werd mede mogelijk gemaakt door een Magnum-fellowship en is internationaal verkrijgbaar via gespecialiseerde fotoboekwinkels.
Nu, een paar dagen voor zijn pensioen, is Grandi naar Soedan gekomen om een kamp voor ontheemden te bezoeken en met de regering te onderhandelen. Kaarsrecht en keurig verzorgd staat hij op de verwoeste binnenplaats van het kantoor waar VN-medewerkers vroeger in het café aten, terwijl hij video’s opneemt om enkele belangrijke donateurs te bedanken. ‘Hartelijk dank, meneer Yanai,’ zegt hij in een boodschap aan de oprichter van de Japanse kledingketen Uniqlo. Hij neemt ook een interview op voor Amerikaanse media en vergeet daarbij niet Trump te bedanken, de man die zijn budget drastisch heeft gekort. Zelfs in de late ochtendzon houdt hij zijn jas aan: ‘Het houdt je bijeen.’
Waarom is het gebouw van de UNHCR in brand gestoken? Een theorie luidt dat het personeel dollars op kantoor bewaarde omdat het de lokale banken niet vertrouwde. De paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) zouden het gebouw vervolgens hebben geplunderd en in brand gestoken om hun sporen uit te wissen. Maar de vondst van het stuk been en een menselijke schedel doen een grimmiger mogelijkheid vermoeden. Misschien hield de RSF tijdens de strijd om Khartoem hier gevangenen vast en vermoordden ze hen.
De toekomst is nog ongewisser. Wat kunnen de VN bereiken in een bloedige burgeroorlog die door het grootste deel van de wereld volledig wordt genegeerd? Moet het kantoor opnieuw worden opgebouwd, of zullen de paramilitairen snel terugkomen? En wat kan er nog worden gered van het humanitaire systeem in de wereld? Misschien zijn de ambities altijd al te groot geweest.
Zelfzuchtigheid
Een gouden tijdperk heeft het humanitarisme nooit gekend, maar op de huidige onverschilligheid was Grandi niet voorbereid. Eerder maakte hij aardedonkere momenten mee in Rwanda en Zaïre, de huidige Democratische Republiek Congo. ‘Toen ik in 1994 in Goma was, vonden mensen dat belangrijk. We kregen zo veel hulp dat we niet wisten wat we ermee aan moesten.’ Hij trekt een lijn van het hamsteren van covid-19-vaccins door rijke landen naar de daaropvolgende bezuinigingen op de ontwikkelingshulp. ‘Volgens mij heeft covid de zelfzuchtigheid van het mondiale noorden aangetoond.’
In de vijf dagen dat ik met Grandi op pad ben, hoor ik niemand hem bij zijn naam noemen. Zelfs voor zijn naaste collega’s is hij simpelweg de hoge commissaris, de HC. Deze afstand is niet zonder reden. Grandi’s taak is om politici ervan te overtuigen dat zij hun wettelijke verplichtingen dienen na te komen. Moreel gezag is zijn belangrijkste wapen. ‘Je kunt er meer mee bereiken dan je zou denken. ’
Hij beschrijft zijn rol als die van een diplomaat, een onderhandelaar en een leider. Maar hij doet me vooral denken aan een priester. Hij heeft een zachte, geduldige, bijna vrome uitstraling. Hij groeide op in een katholiek middenklassegezin in Milaan; zijn vader was architect. Toen hij in 1981 een jaar in militaire dienst moest, koos hij ervoor om als gewetensbezwaarde achttien maanden bij Amnesty International te werken. In 1984 vertrok hij naar Thailand om met Cambodjaanse vluchtelingen te werken. Een arts die zijn onbevangenheid aanvoelde, nam hem mee om een kind te zien sterven aan malaria. ‘Het was een schok, maar het was ook een bevestiging van het feit dat dit idealisme niet verkeerd is – het is nog steeds nodig.’
Hij doet me vooral denken aan een priester. Hij heeft een zachte, geduldige, bijna vrome uitstraling
Grandi leerde al snel dat humanitair werk altijd politiek is. In de jaren vijftig hadden de VS geen hekel aan vluchtelingen; mensen werden zelfs aangemoedigd om het Sovjetblok te verlaten, teneinde het communisme in diskrediet te brengen. Grandi ontdekte dat er volop financiering was voor Cambodjaanse vluchtelingen omdat de VS, sinds Nixon, nauwere banden had gesmeed met China – en daarmee met diens bondgenoten, de Rode Khmer.
In 2015 werd hij benoemd tot Hoge Commissaris en liet hij rivalen als de voormalige Deense premier Helle Thorning-Schmidt achter zich. Net als bijna al zijn voorgangers is hij Europeaan, maar wel de eerste in deze functie die zijn hele loopbaan bij de VN heeft doorgebracht – een humanitair activist in hart en nieren. Hij heeft in Zaïre gediend, waar hij burgers probeerde te beschermen tegen door Rwanda gesteunde troepen. In Afghanistan heeft hij meegewerkt aan de organisatie van de eerste verkiezingen na de door de VS geleide invasie. Ook stond hij aan het hoofd van UNRWA, de organisatie die Palestijnse vluchtelingen bijstaat. Zijn medewerkers waardeerden dat hij de frustraties van dwarsliggende regeringen kende. Over zijn invloed kan men twijfelen; over zijn empathie niet.
Ook in de oorlog in Soedan is hulp verweven met politiek. In 2019 werd dictator Omar al-Bashir afgezet toen het leger weigerde zijn bevel op te volgen om op demonstrerende studenten te schieten. De prille revolutie liep al snel op niets uit. ‘We waren idioten om te denken dat je dertig jaar in één klap ongedaan kon maken,’ verzuchtte een van de revolutionairen.
Verwoesting en ontheemding
Soedan kampt met de grootste interne ontheemdingscrisis ter wereld. Toch keren mensen terug naar huis.
Volgens de UNHCR zijn ongeveer 15 miljoen mensen op drift – een rechtstreeks gevolg van de oorlog die in april 2023 uitbrak tussen het Soedanese leger en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). De verwoesting is alomtegenwoordig: verbrande voertuigen, uitgestorven wijken en een infrastructuur die stelselmatig wordt geplunderd.
Toch, schrijft Al Jazeera, tekent zich een voorzichtige kentering af. Voor het eerst in een decennium daalde het wereldwijde aantal ontheemden halverwege 2025 met 5,9 miljoen.
Wat drijft mensen terug naar plaatsen die door de oorlog zijn verwoest?
In Khartoem is de realiteit die hen opwacht bikkelhard. De stad is geplunderd, evenals de elektrische infrastructuur. Ongeveer 15.000 transformatoren werden gestolen en koperbekabeling werd systematisch vernield. Autoriteiten leiden de schaarse stroom nu door naar ziekenhuizen en waterstations en bewoners worden aangespoord om zonne-energie te gebruiken.
Het verhaal van tandarts en journalist Rimah Hamed is exemplarisch. Ze vluchtte naar Gezira en later Egypte toen ziekenhuizen sloten en de situatie onveilig werd, maar keerde uiteindelijk terug uit nostalgie. Ze trof haar huis leeg aan, zonder water of stroom, maar zag hoe ook buren geleidelijk terugkeerden en de buurt langzaam herleefde. ‘De Soedanees is sentimenteel,’ vertelt ze aan Al Jazeera. ‘Mensen kwamen terug omdat ze hun thuis misten.’
Twee generaals grepen vervolgens de macht: Abdel Fattah al-Burhan van het Soedanese leger en Mohamed Hamdan Dagalo, beter bekend als Hemeti, van de paramilitaire RSF. In 2023 kregen ze ruzie. In de daaropvolgende gevechten behield het leger de controle over Port Sudan en heroverde het uiteindelijk Khartoem. De RSF kreeg de overhand in het westen en zuiden van het land.
Eind oktober 2025 namen de paramilitairen de stad El Fasher in, die ooit anderhalf miljoen inwoners had. Daardoor controleren ze bijna de hele Darfur-regio in West-Soedan. Overlevenden meldden dat RSF-schutters van deur tot deur gingen, mannen executeerden en vrouwen verkrachtten. In een paar dagen tijd werden duizenden mensen vermoord. Het totale dodental van de oorlog loopt waarschijnlijk in de honderdduizenden.
De VN zorgden jaarlijks voor honderden miljoenen dollars aan hulp voor Soedan. Maar die hulp werd niet bepaald in dank aanvaard. De RSF liet tot meer dan een maand na de inname van El Fasher geen hulp toe in de stad. Volgens een mogelijke verklaring die Grandi kreeg, was het er zo bloedig aan toe gegaan dat het meer dan zes weken duurde om de sporen uit te wissen. De mobiele telefoonnetwerken in Darfur waren afgesneden, maar satellietbeelden toonden wat leek op stapels lichamen die werden verbrand. Ook de Soedanese regering verzette zich soms tegen de levering van hulp aan gebieden die onder controle stonden van de paramilitairen, in de hoop zo de vijand te verzwakken. ‘Dit is zo typerend voor burgeroorlogen. We hebben ongeveer hetzelfde meegemaakt met Assad en Idlib,’ zegt Grandi.

Soedanese functionarissen hielden ook mensen tegen die vluchtten voor de wreedheden van de RSF. Ging het hier alleen om de paranoia van een autoritaire staat, of speelde er meer? In 2009 vaardigde het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel uit tegen Bashir wegens vermeende oorlogsmisdaden in Darfur. De voormalige president is nooit uitgeleverd en volgens de laatste berichten verblijft hij in een militair ziekenhuis ten noorden van Khartoem. Maar zijn opvolgers zullen zich er terdege bewust van zijn dat soortgelijke aanklachten ook hen kunnen treffen. Het gaat niet alleen om wat hulpverleners meebrengen, maar ook om wat ze zouden kunnen zien.
Voor hulpverleners als Grandi betekent samenwerken met regeringen vaak dat ze zelf betrokken raken bij tragedies. In Gaza konden Palestijnen zich niet in veiligheid brengen door het gebied te ontvluchten, deels omdat Egypte had geweigerd zijn grenzen te openen. Grandi had kunnen proberen de Egyptenaren tot een koerswijziging te bewegen. Dat deed hij niet, omdat hij het met hen eens was dat het openen van de grenzen op den duur de etnische zuivering van het gebied in de hand zou werken: ‘Dit zou erger zijn geweest dan Bosnië. Dit was de zuivering van de hele Palestijnse bevolking … Ik heb nooit gevraagd om de grenzen te openen.’
Grandi lijkt vrede te hebben met dit soort beslissingen. Hij weet ook dat de UNHCR in Soedan sterk afhankelijk is van de goede wil van de strijdkrachten – die zelf worden beschuldigd van het gebruik van chemische wapens en het bombarderen van burgers.
Afpersers
Als de hoge commissaris een vluchtelingenkamp bezoekt, gaat zijn mediateam hem vooruit om ontheemden te selecteren met wie hij een gesprek kan voeren. Het Al Afadh-kamp, ten noorden van Khartoem, herbergt de allerarmsten – zo’n tienduizend mensen die zijn gevlucht voor wreedheden in El Fasher. De reis van honderden kilometers heeft hen dagen of zelfs weken gekost. Afpersers hebben hen alles wat ze hadden afhandig gemaakt.
Wij daarentegen rijden naar het kamp in onze SUV’s met airconditioning. Een vluchtelingenkamp is een ongemakkelijk vertrouwde plek. Ik herken het zand, de tenten en de mensenmassa’s uit tv-reportages en oproepen van hulporganisaties. Ik zie een jongen met een T-shirt waarop staat: ‘Believe in yourself. Nothing is impossible’.
Wat ontbreekt, dringt pas later tot me door. Gezinnen zitten op matten in de zon. Er is geen schaduw. Er zijn geen tenten meer beschikbaar. Elke dag krijgen mensen te horen dat er meer tenten komen. Elke volgende dag worden ze opnieuw teleurgesteld. We hebben gehoord dat er weinig mannen in het kamp zijn. Ik zit bij een groep weduwen, hun echtgenoten en zonen werden tegengehouden toen ze El Fasher wilden verlaten. Sommigen werden doodgeschoten. Tienduizenden burgers worden vermist; sommigen zouden vastzitten in detentiecentra van de RSF. De meesten zijn waarschijnlijk dood.
Oud-commissaris Filippo Grandi nam afscheid in 2025
Na tien jaar als Hoge Commissaris voor de vluchtelingen blikte hij terug in een verklaring op de site van UNHCR.
Grandi prees hierin de diplomatieke waarde van het officiële toezichtsorgaan van de VN-vluchtelingen-organisatie juist omdat er geen consensus was. Niet iedereen was het eens, en dat gold ook voor delegaties onderling, maar volgens Grandi is dat precies de zachte kracht van humanitaire diplomatie. Hij verwees daarbij naar de lopende onderhandelingen over Gaza, waarbij hij de hoop uitsprak dat diplomatie opnieuw zou zegevieren boven brute kracht.
Zijn alarmerendste boodschap betreft de financiering van de steun. Het UNHCR-budget voor 2025 bedroeg 10,6 miljard dollar, maar de organisatie verwacht slechts 3,9 miljard beschikbaar te hebben – een daling van zo’n 25 procent. De laatste keer dat UNHCR minder dan 4 miljard dollar had, was in 2015 – toen het aantal ontheemden de helft was van nu. Dit getal noemde hij een scherp kritisch ankerpunt: er zijn meer mensen op de vlucht, maar minder middelen.
Grandi richtte zich expliciet tot donoren in de Golfregio en Azië die aan de zijlijn stonden: ‘Nu is het moment.’ Zonder dringende, flexibele steun zullen meer levensreddende operaties worden teruggeschroefd. Als voorbeeld van wat werkt, noemde hij Syrië: dankzij de jarenlange opvang in Libanon, Turkije en Jordanië konden meer dan 1 miljoen Syrische vluchtelingen uiteindelijk naar huis terugkeren. Hij verwierp openlijk de managementrhetorica van ‘meer doen met minder’.
Een veelgehoorde beschuldiging is dat de RSF de families van mannen opbelt om losgeld te eisen. Een vrouw vertelt dat ze geld eisten in ruil voor de vrijlating van haar oom. Nadat ze had betaald, stuurden ze een video waarop te zien was hoe hij werd vermoord. Een andere vrouw, Amal, komt naar voren om mij haar gebroken pols te laten zien. Ooit verkocht ze groenten en parfums op de markt in El Fasher; haar echtgenoot was dagloner. Toen hun gezin de stad ontvluchtte, probeerde de RSF haar twee dochters te verkrachten. ‘Mijn dochters zeiden: “Vlucht alsjeblieft voor je leven, laat ze naar ons komen.” Het echtpaar verzette zich daartegen. Hij werd doodgeschoten, zij werd mishandeld en hun huis werd verwoest. Twee van hun zoons zijn omgekomen. Ze vertelt hoeveel moeite het haar kost om elke dag nog uit bed te komen. ‘Ik was een sterke vrouw, maar mijn gezondheid is niet meer wat het was.’
Uiteindelijk voert een medewerker van de UNHCR me weg. ‘Het gaat je een week kosten om al hun verhalen te horen.’ Grandi wil graag met mensen praten, maar de autoriteiten willen de regie in handen houden. Twee functionarissen staan erop hem naar de tenten te vergezellen. Er ontstaat een steeds fellere woordenwisseling. Waarom wil hij naar deze tent, vragen de functionarissen. Ik ben de hoge commissaris, antwoordt hij. Het gezag van zijn functie begint te bezwijken in de hitte.
De patstelling wordt opgelost met een krakkemikkig compromis. Grandi belandt in een tent, vergezeld door functionarissen, waar hij een vrouw ontmoet die El Fasher verliet toen ze acht maanden zwanger was en nu een baby van tien dagen heeft. De SUV’s van de VN blijven buiten stationair draaien. Vlakbij probeert een opgewekte drieëntwintigarige vrouw op een matje naar een online college op haar telefoon te luisteren. Ontheemding weerhoudt haar er niet van te studeren voor voedingsdeskundige.

De reis raakt Grandi zichtbaar – en dat verwelkomt hij. Voor zijn werk is ‘woede een noodzakelijk instrument’. Tot een paar jaar geleden had hij het gevoel dat hij niet alleen stond in zijn verontwaardiging. ‘Niemand peinsde erover deze misstanden te rechtvaardigen. Nu gaat de veroordeling van de Russen die scholen vernielen, of van de RSF die doet wat we gehoord hebben, gepaard met een “ja, misschien, maar…” Er is veel “maar”.’
Humanitaire hulpverleners zien kampen als een tijdelijke oplossing. Dit kamp is misschien een veilige haven, maar het draagt al de kiem van zijn eigen mislukking in zich. Het ligt 20 kilometer van de dichtstbijzijnde stad. Dat maakt het moeilijk voor de ontheemden om te werken of een arts te bezoeken. UNHCR-medewerkers geven toe dat er weinig toiletten zijn. Ze hadden graag internationale experts ingeschakeld om de indeling van het kamp op te zetten, maar daarvoor is geen geld. Grandi stelt een gezin gerust: hij heeft gehoord dat er de volgende dag nieuwe tenten zullen aankomen . Wanneer ik een paar dagen later ga kijken, zijn de tenten er nog steeds niet. De reden is onduidelijk.
Ons konvooi trekt verder, terwijl we mensen op ezels inhalen. Grandi spreekt met Soedanese politici. Hij zegt hen dat de oorlog moet stoppen en dat zijn teams toegang moeten krijgen tot noodgebieden. Hij wordt ontvangen met de nodige plichtplegingen en soms met geschenken, al is het onduidelijk of zijn boodschap ook echt wordt gehoord. Functionarissen proberen hem te beletten vluchtelingen te ontmoeten die vanuit Egypte naar Soedan zijn teruggekeerd, onder verwijzing naar twijfelachtige veiligheidsredenen. Zulke tegenwerking komt ‘heel zelden’ voor, zegt hij. ‘Zeg ze dat ik niet bang ben.’ De ontmoeting vindt plaats. Grandi vertelt de teruggekeerden dat ze thuis zijn. ‘Wees niet lui. Jullie moeten je eigen weg zien te vinden.’ Hij vreest dat hulpverlening, en in het bijzonder vluchtelingenkampen, afhankelijkheid creëren. Later, in de SUV, bedenkt hij dat deze mensen nog maar kort vluchtelingen zijn: ‘Ze zijn nog onbedorven.’
‘Wees niet lui. Jullie moeten je eigen weg zien te vinden’
Grandi heeft koorts, maar zijn rooster kent geen genade. In een donker pak staat hij onder een palmboom bij een temperatuur van 30 graden te luisteren naar verhalen van Zuid-Soedanese vluchtelingen, terwijl hij af en toe een geeuw onderdrukt. Na een tijdje staat hij op en vertelt de vluchtelingen dat er weinig geld is. Hij zegt dat ze niet mee moeten vechten in de oorlog: ‘Helaas gebeuren die dingen in elke oorlog. Zeg alsjeblieft tegen jullie mensen dat ze die dingen niet moeten doen.’ De boodschap is zorgvuldig geformuleerd om toekijkende regeringsfunctionarissen te overtuigen.
Dit zijn de dilemma’s die Grandi tijdens zijn bezoeken en telefoongesprekken probeert op te lossen. In theorie zouden de Golfstaten een deel van de westerse bezuinigingen op ontwikkelingshulp kunnen compenseren, maar volgens Grandi is hun financiering onvoorspelbaar en vaak sterk politiek bepaald, gemotiveerd door specifieke doelen. De Golfstaten willen zelf bepalen waaraan hun geld wordt besteed. De UNHCR wil juist de flexibiliteit behouden om te reageren op noodsituaties en vergeten crises. Dat beschouwt de organisatie als essentieel voor haar onpartijdigheid.
De Verenigde Arabische Emiraten stellen dat ze de ‘op een na grootste donor’ van de VN in Soedan zijn (al lijkt dat volgens VN-data niet te kloppen), maar het is ook algemeen bekend dat het land de paramilitaire RSF-groepen heeft bewapend. Tijdens een VN-donorvergadering in december raakten vertegenwoordigers van de VAE en Soedan verbaal slaags: de Soedanezen waren woedend over de brutaliteit van de Emiraten om zich als humanitaire helpers te presenteren, terwijl de Emiraten alle beschuldigingen ontkenden en beweerden dat Soedan zelf hulpverlening onmogelijk had gemaakt. Het compromis: de VAE doneren 15 miljoen dollar aan de UNHCR, voornamelijk bestemd voor Soedanese vluchtelingen buiten Soedan. De VAE zeggen tevens toe 550 miljoen dollar te storten in een mondiaal humanitair fonds. De besteding van dit geld blijft een zaak van de VN. De Soedanese regering kon niet anders dan hiermee akkoord gaan.
Voor hulpverleners blijft het eeuwige dilemma wanneer zij misstanden moeten veroordelen en wanneer zij moeten zwijgen om toegang tot mensen in nood niet te verliezen. Het Rode Kruis kiest geen partij; de VN is genuanceerder. De getuigenissen van overlevenden van de wreedheden in El Fasher maakten Grandi’s werk op een wrange manier eenvoudiger: hij kon de RSF nu zonder terughoudendheid veroordelen. Maar daarmee ontstond ook een nieuw risico: naarmate de RSF oprukte, zouden burgers in andere steden mogelijk sneller op de vlucht slaan – en zou het gebrek aan tenten en capaciteit van de UNHCR des te zichtbaarder worden.
Wereldwijde solidariteit
Drie weken eerder was ik in Westminster Abbey geweest, waar Grandi een toespraak hield over wereldwijde solidariteit. Dezelfde dag kondigde het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken een reeks restrictieve immigratiemaatregelen aan. De opvallendste was een plan – later weer ingetrokken – om sieraden van asielzoekers in beslag te nemen om zo de kosten van hun opvang te helpen betalen. Voor een publiek dat bestond uit sympathisanten, weigerde Grandi de confrontatie aan te gaan. Hij benadrukte dat de principes van het Vluchtelingenverdrag vandaag de dag net zo geldig zijn als in 1951. ‘Willen we terug naar 1939?’ vroeg hij zich af. ‘Asiel is een van de mooiste gebaren die de mensheid te bieden heeft.’
Het Vluchtelingenverdrag van 1951 – de internationale overeenkomst die deelnemende landen verplicht om mensen die op de vlucht zijn voor vervolging te beschermen – is het meest gekoesterde document van de UNHCR. Maar het is een ander document dat sommigen wellicht veronderstellen. Oorspronkelijk behelsde het geen wereldwijd recht op asiel: het gold alleen voor mensen die vóór 1951 in Europa ontheemd waren geraakt. Pas later, in 1967, breidde een protocol de bescherming uit tot de hele wereld. En zelfs toen bood het verdrag weliswaar bescherming tegen gerichte, nazi-achtige ‘vervolging’, maar in veel arme landen waren het eerder oorlog en failed states die aanleiding gaven tot vluchten. De beginselen berustten in de praktijk vaak op dubbele standaarden en worden inmiddels openlijk in twijfel getrokken.
De toepasbaarheid van het verdrag is geleidelijk uitgebreid door regionale overeenkomsten en door juristen. Het schrijft niet voor dat vluchtelingen asiel moeten aanvragen in het eerste veilige land dat zij bereiken. Dat heeft een probleem gecreëerd. Honderden miljoenen mensen leven in kwetsbare staten. Moderne vervoermiddelen, mobiele telefoons en smokkelbendes hebben hun mogelijkheden om te reizen vergroot. Is het Westen verplicht hen allemaal op te nemen? Is het niet redelijk om grenzen te stellen?
Handel als overlevingsstrategie aan de grens
Aan de grens tussen Soedan en Tsjaad wordt dagelijks geïmproviseerd om te overleven. Dat beschrijft de Spaanse krant El País in een reportage over de stad Adré, waar bijna een miljoen Soedanese vluchtelingen zijn aangekomen sinds het uitbreken van de oorlog in april 2023.
In de vroege ochtend steken ezels, beladen met graan, brandstof en tapijten, vrijwel ongehinderd de grens over. Formele controle ontbreekt grotendeels. In plaats daarvan is een informele economie ontstaan die draait op wederverkoop, ruilhandel en kleine prijsverschillen tussen beide landen. Waar voorheen goederen vooral vanuit Soedan naar Tsjaad stroomden, is die richting inmiddels omgekeerd.
Op de markten rond de vluchtelingenkampen vermengen talen, valuta en handelsvormen zich. Betalingen vinden plaats in CFA-franken, Soedanese ponden en dollars; ruilhandel is even gebruikelijk. Jongeren kopen goederen in Tsjaad om ze met minimale winst in Soedan te verkopen. Voor velen is deze handel een noodzakelijke aanvulling op onregelmatige of ontoereikende humanitaire hulp.
Vrouwen spelen een centrale rol. Ze kopen en verkopen voedsel, kleding of brandstof, vaak met marges die nauwelijks voldoende zijn om eten of medische zorg te bekostigen. Tegelijk circuleren geldstromen via informele netwerken, waarbij mobiele telefoons en tussenpersonen bankfuncties vervangen.
Brandstoftransporten vinden openlijk plaats, terwijl een deel van de humanitaire hulp op de zwarte markt belandt. De veiligheid blijft fragiel; gewelddadige incidenten en aanvallen komen voor. Volgens de UNHCR is Adré een cruciaal toegangspunt voor hulp aan Soedan, maar de situatie toont duidelijk de grenzen van dat systeem.
Alexander Betts en Paul Collier, beiden verbonden aan de Universiteit van Oxford, betogen dat het systeem tekortschiet. Mededogen moet verstandig worden georganiseerd, stellen zij. Het recht op asiel is geen recht om te gaan en staan waar je wilt. Vluchtelingen kunnen vaak het best geholpen worden in de regio van herkomst, waar het doorgaans makkelijker is werk te vinden en uiteindelijk terug te keren. Een minderheid van asielzoekers bereikt momenteel de grenzen van het Westen, dat miljarden betaalt voor de verwerking van hun asielaanvragen en huisvesting. Een mogelijke oplossing zou een breed akkoord kunnen zijn, waarbij rijke landen meer hulp en handelsmogelijkheden bieden aan probleemregio’s, in ruil voor het zelf opnemen van minder vluchtelingen en de mogelijkheid om niet-erkende vluchtelingen op humane wijze terug te sturen.
Grandi heeft een hard hoofd in grootschalige hervormingen. Hij blijft ervan overtuigd dat Europa het aankan. In 2025 staken zo’n 41.500 mensen het Kanaal over in kleine bootjes. ‘Op één dag vluchten er soms 40.000 mensen uit Soedan naar Tsjaad. Ik vind dat we doorslaan met deze polemiek, die wordt aangewakkerd door de populisten.’ Het Westen heeft miljoenen vluchtelingen uit Oekraïne opgenomen, ‘zonder dat er een blad trilde, zoals we in Italië zeggen’. Die redenering is niet helemaal overtuigend. Het Oekraïense voorbeeld laat ook zien dat solidariteit het beste werkt wanneer die regionaal is: de Europese bevolking voelt eerder een morele verplichting jegens Oekraïners dan jegens Syriërs of Soedanezen.
Vreest Grandi niet dat het verdrag in zijn huidige vorm de populisten in de kaart speelt? ‘Zelfs als dat risico er is, wil ik dat niet bestrijden door het verdrag af te schaffen. Migratie is de prijs die je betaalt voor rijkdom.’
Oplossing
Half november plaatste Trump een bericht dat hij, op verzoek van Saoedi-Arabië, zou proberen stabiliteit te brengen in Soedan, ‘de meest gewelddadige plek op aarde, maar een grote beschaving en cultuur’. Daar kon Grandi zich aan vastklampen. ‘Natuurlijk spelen ook zijn eigen ijdelheid en de mineralen een rol, en wat dan ook nog meer – maar vrede is nooit een zuiver proces; er speelt altijd meer mee.’ Zijn hoop was waarschijnlijk vergeefs. Denise Brown, de VN-coördinator in Soedan, meldde onlangs dat er geen oplossing in zicht is.
Tijdens Grandi’s verblijf in Soedan maakte het Witte Huis een Nationale Veiligheidsstrategie bekend waarin de VN niet eens werden genoemd. De president had een vredesakkoord aangekondigd in de Democratische Republiek Congo, waar de VN wederom vrijwel onzichtbaar waren. Hij presenteerde een Raad van Vrede, die volgens hem de VN mogelijk zou kunnen vervangen.
Barham Salih, voormalig president van Irak en zelf tweemaal vluchteling, is genoemd als opvolger van Grandi. Salih betoogt dat de hoge commissaris afkomstig moet zijn uit de regio met de grootste vluchtelingencrisis. Zijn benoeming duidt er wellicht op dat de Europese aanspraken op een humanitaire leiderspositie aan het verzwakken zijn – er is misschien een politicus nodig om de UNHCR uit de brand te helpen.
Sommige hulpdeskundigen zagen Grandi’s ambtsperiode als een gemiste kans om lessen te trekken uit de Syrische vluchtelingencrisis en de UNHCR aan te passen aan een nieuw tijdperk van terugtrekkende westerse betrokkenheid. De afhankelijkheid van Amerikaanse financiering is onhoudbaar. ‘We keren niet terug op onze schreden,’ zegt Sara Pantuliano, directeur van de denktank Overseas Development Institute. ‘Grandi is een uitzonderlijk integer mens. Maar ik kan niet zeggen dat hij genoeg heeft gedaan om de hedendaagse uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.’
Mogelijke betrokkenheid van Ethiopië
Volgens een onderzoek van Reuters bevindt zich in Ethiopië een geheim trainingskamp voor strijders van de Rapid Support Forces (RSF), de paramilitaire groep die vecht tegen het Soedanese leger, schrijft Courrier International. Satellietbeelden tonen een kamp in de regio Benishangul-Gumuz, vlak bij de grens met Soedan.
Bronnen stellen dat de Verenigde Arabische Emiraten de bouw financieren en steun leveren. De onthulling wijst op een mogelijke verdere regionalisering van de oorlog, die sinds 2023 al honderdduizenden doden en miljoenen ontheemden heeft veroorzaakt.
Ethiopië heeft niet gereageerd en ontkent indirecte betrokkenheid. Analisten spreken van een ‘aanzienlijke escalatie’ van het conflict in de Hoorn van Afrika.
Eén optie is een fusie met de Internationale Organisatie voor Migratie, een VN-orgaan dat historisch gezien meer onder invloed staat van de VS. Een andere optie: meer taken delegeren aan lokale groepen die efficiënter hulp kunnen verlenen.
Grandi, die vrijgezel is en geen kinderen heeft, is geheel opgegaan in zijn werk, dat tientallen jaren omspande, op diverse plekken in het buitenland. ‘Je moet offers brengen. Al hou ik niet eens van dat woord. Je moet keuzes maken.’ Ik vraag me af of hij nu twijfelt aan zijn eigen keuzes. Afghanistan is weer in handen van de Taliban; Gaza ligt in puin. Hij kiest ervoor zich de goede dingen te herinneren. Toen de taliban vielen, konden Afghaanse vrouwen die aan de VN verbonden waren weer aan het werk. ‘Ik denk aan de vrouw die later mijn secretaresse werd. Ze kwam het kantoor binnen, pakte een boerka, verscheurde deze en wierp hem zo ver mogelijk van zich af. Ik krijg er nog steeds kippenvel van. Dat was de mentaliteit. En die werd hun niet opgelegd: zij wilden het zelf. (…)
Ik geloof dat het Bush junior was die zei dat de VS nooit meer aan state building zouden doen. Wat een strategische fout! Het gebrek aan functionerende staatsinstellingen is de wortel van alle problemen die we hier zien.’ Zijn eigen les uit Afghanistan is niet geweest dat het Westen het niet moet proberen, maar dat het geen kans moet laten liggen. ‘Volgens mij laat de internationale gemeenschap nu een kans in Syrië liggen: te traag, te aarzelend, te veel twijfel: Moeten we ze wel of niet helpen? Soms moet je risico’s nemen.’
In de laatste dagen van Grandi’s ambtsperiode kondigde de VS 2 miljard dollar aan humanitaire financiering voor de VN aan: een fractie van wat Washington vroeger schonk, maar nog steeds beter dan niets. ‘Ze willen niet als niet-humanitair worden gezien.’ Hij heeft al lang geleden geleerd dat je als je hart voor de zaak hebt, compromissen moet sluiten. Vaak betekent dat: vasthouden aan wat er overblijft.