
Hoewel kinderen niet meer worden gedwongen met hun rechterhand te schrijven, doen de meeste talen linkshandigen nog steeds tekort.
Historisch gezien is de mensheid niet bepaald vriendelijk geweest tegen mensen die als afwijkend worden gezien, zeker als die afwijkingen duidelijk zichtbaar zijn. Hoewel ze lang niet zoveel discriminatie ervaren als andere bevolkingsgroepen, zijn linkshandigen in veel culturen buitengesloten en werden ze soms gedwongen hun aard te veranderen.
Hoewel handvoorkeur tegenwoordig een van de minst gestigmatiseerde menselijke eigenschappen is, is het historische vooroordeel tegen links en de linkerhand in veel talen blijven voortbestaan, in de vorm van woorden en uitdrukkingen. Het is bewezen dat taal beïnvloedt hoe we de wereld zien, dus het is veelzeggend dat dit vooroordeel zo diep in onze talen verankerd zit.
Er zijn verschillende verklaringen voor waarom handvoorkeur er zo veel toe doet, maar de meeste herleiden het tot de dominantie van rechtshandigen. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer tien procent van de bevolking linkshandig is, al maken traditionele vooroordelen het lastig om dit met zekerheid vast te stellen. Zelfs als we uitgaan van hogere schattingen (tot 18 procent), blijft duidelijk dat rechtshandigen sterk in de meerderheid zijn – en de wereld dus grotendeels naar hun hand hebben gezet.
Het is bewezen dat taal beïnvloedt hoe we de wereld zien, dus het is veelzeggend dat dit vooroordeel zo diep in onze talen verankerd zit
Daaruit volgt dat de meeste mensen hun rechterhand gebruiken om te eten, te schrijven en elkaar te begroeten. De linkerhand, daarentegen, wordt vooral voor minder bekoorlijke taken gebruikt. Linkshandigen worden vaak als onhandig gezien, enkel omdat veel onderdelen van onze wereld (zoals deurknoppen, schriften, et cetera) niet voor hen zijn ontworpen.
Een ander element dat bijdraagt aan het vooroordeel tegen linkshandigen – met name in christelijke contexten – is de religieuze neiging om het kwade aan links en het goede aan rechts te verbinden. Eva wordt aan Adams linkerkant afgebeeld en krijgt de schuld van de erfzonde. Lucifer bevindt zich aan Gods linkerkant voordat hij valt, terwijl aan de rechterzijde Jezus of de aartsengelen worden geplaatst, afhankelijk van de compositie.
Zo staat er ook in het Evangelie volgens Mattheüs dat de geiten, die links zijn ingedeeld, naar de hel gaan, terwijl de schapen aan de rechterkant naar de hemel gaan.
Hoewel er ook culturen hebben bestaan met een tegenovergestelde opvatting, heeft een combinatie van biologische en culturele factoren rechtshandigheid zeker een beter imago gegeven. Aangezien deze mentaliteit zo lang heeft voortbestaan, is het logisch dat het ook onze taal heeft beïnvloed.
Het recht van rechts
In het Engels zien we dit terug in de vele betekenissen van de woorden voor ‘rechts’ en ‘links’. Naast de eenvoudige richting kan right als bijvoeglijk naamwoord ‘goed’, ‘correct’ en ‘verkieslijk’ betekenen. Als zelfstandig naamwoord wijst het op macht, privilege of rechtmatig eigendom. Het komt ook veel voor in juridische contexten, zoals inalienable rights [onvervreemdbare rechten] of in de zoektocht om wandaden goed te maken (to right the wrongs). [Hoewel in het Engels de woorden voor ‘rechts’ en bepaalde vertalingen van ‘recht’ samenvallen, verschillen deze woorden in het Nederlands slechts één letter. Ze zijn wel etymologisch aan elkaar verwant: volgens Van Dale komt het Nederlandse woord ‘rechts’ van het woord ‘recht’, niet andersom.]
Opvallend genoeg heeft het Engelse left meerdere betekenissen, maar zijn weinig daarvan het tegenovergestelde van right. Zo kan iets left behind [achtergelaten] zijn, of kan er maar een ding left [over] zijn.
Linguïstisch gezien heeft het woord right veel positieve connotaties, terwijl het woord left vooral wordt gedefinieerd als een gebrek aan substantie. Etymologisch gezien stamt right van het Oud-Engelse riht, dat ‘goed’ en ‘juist’ betekent. Het woord left, daarentegen, blijkt van oud-Nederlandse en Germaanse woorden af te stammen die ‘zwak’ betekenen. [Het Nederlandse woord ‘links’ komt van het Middelhoogduitse gelenke, dat ‘buigzaam’ betekent, als tegengestelde van ‘rechts’, dat van het Griekse orektos (‘gestrekt’) afstamt.]
Oude talen lijken niet zo’n groot vooroordeel te hebben gekoesterd als moderne, hoewel hun woorden in de loop van de tijd in positieve en negatieve richtingen zijn verbogen. Het extreemste geval hiervan is op te merken in het Latijn: daar betekent ‘rechts’ dexter (denk ‘dextreus’) en ‘links’ is sinister. Het is opmerkelijk dat hoewel er over de oorsprong van het woord ‘sinister’ wordt getwist, het waarschijnlijk niet werd geassocieerd met het kwaad toen het voor het eerst in omloop kwam.
Vergelijking
Als we de bekendste oude talen vergelijken, kunnen we zien dat links en rechts vaak berustten op andere richtingen of op het feit dat de meeste mensen vaardiger zijn met hun rechterhand dan met hun linker.

Grieks en Latijn leken beiden af en toe van mening te veranderen over links, wat de zoektocht naar een duidelijke betekenis moeilijker maakt. Maar in moderne talen lijkt de negatieve perceptie van de linkerkant zich veel dieper in de taal te wortelen.
De volgende tabel geeft de tien meest gesproken talen in de wereld weer (exclusief Engels), met de woorden voor links en rechts en hun geassocieerde betekenis.

Ondanks het feit dat deze talen uit drastisch verschillende culturen en alfabetten afkomstig zijn, bestaan er duidelijke karakteristieke patronen. De rechterkant wordt geassocieerd met het rechte, correcte en wetmatige en de linkerkant wordt gezien als fysiek incapabel of incorrect. In het Arabisch en het Hindi suggereren de connecties met ‘gemak’ dat een taak makkelijk moet zijn om het door de linkerhand te laten doen.
Left-footers en left-leggers
Naast individuele woorden dragen ook spreekwoorden bij aan het negatieve beeld van linkshandigheid. Zo heeft een onhandig persoon ‘twee linkervoeten’ en als je in het Engels in het nadeel verkeert, vecht je ‘met de linkerhand’. Een ongewenst onderwerp ‘laat je links liggen’. Dat perspectief komt ook terug in Engelse bijnamen voor linkshandigen zoals mollydooker, goofy hander, cack-handed, en wrongpaw. Deze impliceren bijna allemaal onhandigheid of zwakte.
Lokale idiomen en gewoontes benadrukken de morele implicaties. Zo gaat ‘met het verkeerde (of linker-)been uit bed stappen’ gepaard met een slechte dag. Als je pech wil vermijden gooi je zout over je linkerschouder, specifiek omdat de duivel zich daar zou bevinden. Wanneer in tekenfilms een engel en een duivel op iemands schouders verschijnen, zit de engel vaak rechts en de duivel links.
Ironisch genoeg kan dit vooroordeel op verschillende, zelfs tegenstrijdige manieren worden ingezet, zolang de boodschap maar negatief blijft. Hoewel de term ‘left-footer’ [linkervoet] in Noord-Ierland een scheldwoord is voor katholieken (met betwiste oorsprong), worden protestanten weer uitgemaakt voor ‘left-legger’ [linkerbeen] (vermoedelijk vanwege de manier waarop ze knielen tijdens een kerkdienst).
Deze gezegdes hebben ook te maken met onze relaties tot anderen. Terwijl een geëerde bondgenoot misschien een ‘rechterhand’ wordt genoemd, kan het een belediging zijn om iemand aan de linkerhand van een machtig persoon te plaatsen. Zo beschrijven sommige culturen nepproducten als ‘linkshandig’ en een persoon wordt ook zo genoemd als deze inherent onbetrouwbaar is.
Wanneer in tekenfilms een engel en een duivel op iemands schouders verschijnen, zit de engel vaak rechts en de duivel links
Historisch bestond er zelfs het begrip ‘huwelijk met de linkerhand’. Dit heet officieel een morganatisch huwelijk, en het betreft een lid van de adel of een koningshuis dat trouwt met iemand van drastisch lagere status. Hoewel het huwelijk wettig was, hadden partner en kinderen doorgaans geen recht op titels of erfenissen. Vandaag de dag wordt de term soms nog figuurlijk gebruikt.
Het enige moderne gebruik van ‘links’ en ‘rechts’ dat niet direct met handvoorkeur te maken heeft, is wellicht het politieke onderscheid tussen rechts (conservatief) en links (progressief). Die terminologie vindt zijn oorsprong in de placering van de Franse Nationale Vergadering van 1789, waar revolutionairen links en royalisten rechts zaten. Maar aangezien de revolutionairen doorgaans burgers waren en de royalisten aristocraten, is het goed mogelijk dat dit destijds ook een denigrerende ondertoon had.
Of je een horrorverhaal nu sinister noemt, je rechterhand ophemelt of nota bene ambidextrie bespreekt, verlaat je je onbewust op duizenden jaren oude geloven over de waarden van links- en rechtshandige dominantie. Alleen door dit linguïstische vooroordeel te identificeren en te erkennen, kunnen we het achter ons laten.