Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de VS en China. De twee grootmachten zijn verwikkeld in een strijd om wie de meeste invloed heeft op de wereldwijde digitale infrastructuur. Welk land loopt voorop op het gebied van chips en AI en hoe zal deze techoorlog zich na de Amerikaanse verkiezingen van 5 november voortzetten?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.
Hoe is de techoorlog tussen de VS en China begonnen?
‘De VS en China zijn momenteel verwikkeld in een regelrechte techoorlog’, schreef South China Morning Post al in 2021. Het waren de hoogtijdagen van de coronapandemie, fabrieken voor chips en halfgeleiders lagen stil in China en in grote delen van Azië, de toeleveringsketen voor de technologiesector liep vast. Eens temeer werd in de VS duidelijk hoe groot de afhankelijkheid was van China, met als gevolg dat president Joe Biden exportbeperkingen naar China invoerde om de Amerikaanse chipsector te beschermen.
Maar de technologische wedloop tussen de VS en China begon nog eerder. ‘Analisten wijzen over het algemeen naar Made in China 2025, het tienjarige plan van Beijing om het land om te vormen van een productiehuis naar een technologische wereldmacht, als de aanleiding voor de techoorlog’, aldus SCMP. China investeert honderden miljarden dollars om een volledig Chinese toeleveringsketen op te bouwen die niet langer afhankelijk is van buitenlandse technologieleveranciers, aldus Time Magazine in 2023. De VS zagen deze ambities als een directe bedreiging voor hun eigen technologische dominantie en economische belangen en begonnen in 2018 met een blokkade van geavanceerde apparatuur voor het maken van chips naar China.
De VS scherpten de exportbeperkingen verder aan in 2022. Ditmaal waren de maatregelen gericht op het ‘lamleggen van de Chinese vooruitgang op het gebied van AI’, aldus Time. ‘Twee data uit 2022 zijn voorbestemd om de geopolitieke geschiedenis in te gaan. De eerste, de Russische invasie van Oekraïne op 24 februari, behoeft nauwelijks verdere uitleg. De tweede is 7 oktober 2022, toen de Verenigde Staten een nieuwe reeks exportbeperkingen invoerde’, schrijft het maandblad met enig gevoel voor drama.
Computerchips vorment het belangrijkste strijdperk in de techoorlog tussen de VS en China. – © Brian Kostiuk / Unsplash
In reactie op de exportbeperkingen kondigde China aan dat Chinese bedrijven die de metalen gallium en germanium exporteren – beide nodig voor het maken van chips en batterijen – voortaan een vergunning nodig hadden. ‘China is de dominante wereldwijde leverancier van beide materialen en de Chinese overheid kan nu naar eigen goeddunken de export blokkeren’, aldus Time. Hiermee ‘dreigt China beperkingen op te leggen in de bredere toeleveringsketens van mineralen. China domineert met name de winning en raffinage van zeldzame aardmetalen en heeft respectievelijk meer dan 60 en 80 procent van de wereldwijde capaciteit in handen’.
Ook Nederland raakte betrokken bij de strijd tussen de twee grootmachten. De Nederlandse chipmachinefabrikant mag sinds 1 september 2023 geen hightechmachines meer naar China exporteren die gebruikt kunnen worden voor ‘geavanceerde militaire toepassingen’,berichtte Financial Times in 2023. ‘Als twee supermachten ruzie krijgen, kiezen de kleinere spelers een kant’, schreef de zakenkrant in een commentaar. ‘De machines van ASML domineren de chipfabricage in de wereld. (…) Het Nederlandse verbod zou echter nefaste gevolgen hebben voor Chinese chipbedrijven. Hun kansen om de meest geavanceerde chips te maken zonder machines van ASML zijn minimaal.’
Ook Japan volgde. ‘De VS, Japan en Nederland leveren samen ruwweg 90 procent van alle apparatuur die wereldwijd in computerchipfabrieken wordt gebruikt. Alle drie de landen voeren nu strenge exportcontroles uit op geavanceerde apparatuur voor de productie van halfgeleiders, zodat China niet alleen geen Amerikaanse chips kan kopen, maar evenmin de apparatuur die nodig is om Chinese alternatieven te maken’, schreef Time.
Welk land heeft op het moment de meeste invloed op de wereldwijde digitale infrastructuur?
‘In een groot deel van de wereld liggen Amerikaanse en Chinese [digitale] infrastructuren – datacenters, onderzeese kabels en draden die het internet ondersteunen – naast elkaar, terwijl de twee landen strijden om marktaandeel, winst en geopolitieke invloed’, schetst The Economist de situatie.
De VS hebben een grote troef in handen met een aanzienlijke controle over de wereldwijde toeleveringsketen voor halfgeleiders. Ondanks decennialange inspanningen van de Chinese overheid en tientallen miljarden dollars die zijn uitgegeven aan “inheemse innovatie”, blijft de Chinese chipindustrie afhankelijk van de VS’, schrijft The New York Times. ‘De industrie kan alleen functioneren met Amerikaanse input,’ zegt Chris Miller, auteur van het boek Chip War en universitair hoofddocent internationale geschiedenis aan Tufts University, tegen de Amerikaanse krant. ‘Elke fabriek die ook maar een beetje mee wil met de nieuwste ontwikkelingen, maakt gedurende het hele proces gebruik van Amerikaanse onderdelen, Amerikaanse ontwerpsoftware en Amerikaans intellectueel eigendom.’ Hierdoor hebben de VS de macht in handen om de Chinese vooruitgang te remmen.
Deze exportcontroles zijn effectief gebleken in het beperken van de Chinese chipindustrie, maar hebben ook geleid tot bezorgdheid over de kwetsbaarheid van Taiwan, de belangrijkste producent van geavanceerde chips. Taiwan produceert bijna twee derde van alle halfgeleiders ter wereld, en meer dan 90 procent van de meest geavanceerde, aldus NYT. Mocht China het land binnenvallen, dan ‘zouden de kosten voor de wereldeconomie catastrofaal zijn’.
Toenmalig Amerikaanse president Trump en de Chinese president Xi Jinping in 2018 tijdens de G20-top in Buenos Aires. Trump zal volgens experts eerder de confrontatie opzoeken met China dan Harris. – © Dan Scavino / Wikimedia Commons
China heeft echter aanzienlijke investeringen gedaan in digitale infrastructuur in Azië, als onderdeel van zijn Digital Silk Road-strategie. ‘Daar is de aanwezigheid van Chinese digitale-infrastructuurbedrijven al aanzienlijk. Ongeveer 18 procent van alle nieuwe onderzeese kabels wereldwijd in de afgelopen vier jaar is aangelegd door één Chinees bedrijf (…). Alibaba’s cloudbedrijf is actief in negen Aziatische landen en Huawei heeft veel mobiele netwerken gebouwd’, aldus The Economist. De door China beheerde digitale infrastructuur kan Aziatische landen blootstellen aan spionage en sabotage.
De Verenigde Staten hebben echter nog steeds een voorsprong op China als het gaat om de totale uitgaven aan onderzoek, niet alleen in dollars maar ook wat betreft het aandeel in de economie van beide landen. Onderzoek en ontwikkeling (R&D) vertegenwoordigden vorig jaar 3,4 procent van de Amerikaanse economie. Maar China zit op 2,6 procent en dat cijfer blijft stijgen, schrijft NYT in een artikel over de leidende positie van China in de productie van elektrische auto’s en batterijen.
‘De batterijproductie is slechts één voorbeeld van hoe China geavanceerde industriële democratieën bijbeent – of voorbijstreeft – op het gebied van technologische en productietechnische vooruitgang. Het land realiseert veel doorbraken in een lange lijst van sectoren, van farmaceutica tot de productie van drones en zeer efficiënte zonnepanelen’, schrijft de Amerikaanse krant.
Chinese bedrijven hebben daarnaast innovatieve oplossingen gevonden op de Amerikaanse sancties. De Chinese chipfabrikant SMIC produceert nu met oude machines de geavanceerde 7-nanometer chips, waarvoor normaal gesproken ultramoderne machines nodig zijn door het productieproces te verfijnen, vertelt Antonia Hmaidi, een senior analist bij de denktank Merics, aan Neue Zürcher Zeitung. Ook hebben Chinese AI-bedrijven efficiëntere algoritmen ontwikkeld die vergelijkbare resultaten halen met minder geavanceerde hardware, aldus The Economist.
De VS behouden een voorsprong in cruciale sectoren zoals halfgeleiders en geavanceerd onderzoek, maar China is in een snel tempo aan het inhalen. Komende jaren zullen bepalend zijn voor hoe de toekomstige technologische wereldorde vorm zal krijgen.
Hoe zal de verkiezingsuitslag in de VS de relatie met China beïnvloeden?
‘De techrivaliteit tussen Washington en Beijing zal naar verwachting doorgaan en zelfs intensiever worden, ongeacht wie de Amerikaanse presidentsverkiezingen wint. Volgens analisten is de toon voor een verdere gespannen relatie tussen de VS en China al gezet’, schrijft South China Morning Post.
The Economist beaamt dit: ‘De volgende president van Amerika zal de bilaterale relatie [tussen de VS en China] in goede banen moeten leiden in een tijd waarin wederzijdse vijandigheid en wantrouwen groot zijn. Hij of zij zal zorgvuldig moeten opereren om te voorkomen dat de wereldeconomie uiteenvalt.’
Zowel Kamala Harris als Donald Trump heeft tijdens de campagne de rivaliteit tussen de grootmachten benadrukt, ‘al geldt dat voor Harris in mindere mate’, schrijft Time Magazine in een analyse van de twee kandidaten. Maar hun voorgestelde beleidsmaatregelen lopen uiteen.
De Democratische presidentskandidaat Kamala Harris op campagne in Arizone. Harris zal naar verwachting het Chinabeleid van Biden voortzetten. – © Gage Skidmore / Wikimedia Commons (edited)
Analisten verwachten dat Harris zal vasthouden aan de ‘kleine tuin, hoge schutting’-benadering van president Joe Biden ten opzichte van China als ze wint in november, aldus SCMP. Volgens deze strategie worden strenge beperkingen opgelegd aan een paar technologieën die militair geralateerd zijn, terwijl op andere gebieden het economische verkeer gehandhaafd blijft. ‘Maar dezelfde halfgeleiders die onder exportcontroles vallen vanwege hun gebruik in geavanceerde AI-modellen, wapens en bewakingssystemen worden ook gebruikt in autonome voertuigen, 5G-telefoons en commerciële toepassingen van AI’, legt SCMP uit.
‘Harris zal naar verwachting de restricties verhogen voor computertechnologieën, biotechnologie en schone technologie – gebieden die door de regering Biden zijn aangewezen als “noodzakelijk voor de nationale veiligheid”.’
Trump heeft op zijn beurt opgeroepen tot importtarieven tot 60 procent op Chinese goederen, waardoor veel experts voorspellen dat Trump tijdens een tweede termijn als president eerder de confrontatie met China zal opzoeken dan Harris, aldus de krant uit Hongkong. Time Magazine wijst erop dat Trump al in 2018 een handelsoorlog startte met China door importtarieven in te voeren. Uiteindelijk leidde dat tot een deal in 2020, maar het kwaad was geschied. ‘Tegen de tijd dat Trump zijn ambt neerlegde, had zijn beleid gemengde resultaten: terwijl het bilaterale handelstekort met China daalde van 419 miljard dollar in 2018 tot 311 miljard dollar in 2020, steeg het totale Amerikaanse handelstekort tot 679 miljard dollar in 2020 – het hoogste tekort sinds 2008. De handelsoorlog heeft naar schatting bovendien 142.000 tot 245.000 Amerikaanse banen gekost.’
Ook The Economist wijst op een fundamenteel verschil tussen de kandidaten. Harris zal volgens de krant waarschijnlijk inderdaad vasthouden aan de strategie van Biden: ‘derisking [risico’s minimaliseren] en niet ontkoppeling’. Terwijl een voormalig veiligheidsadviseur van Trump heeft verklaard dat Trump ernaar streeft de Amerikaanse economie te ontkoppelen van de Chinese economie.