Blijven geloven in Amerika

Estimated read time 17 min read
AME Trump

De gelauwerde Amerikaanse schrijver George Packer wil vasthouden aan het idee dat Amerika en democratie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Van je land houden in het Amerika van Trump voelt alsof je in een rechtszaal zit waar een dierbare voor een afschuwelijke misdaad wordt berecht. Naarmate de berg met gruwelijk bewijsmateriaal zich dagelijks ophoopt, neemt schaamte de overhand en begin je je af te vragen hoe je in godsnaam nog iets om deze persoon kunt geven. Wordt het geen tijd om te accepteren dat je naaste reddeloos verloren is? Toch blijf je komen, blijf je naar je dierbare lachen en zwaaien, blijf je hopen dat er ontlastend materiaal aan het licht komt, probeer je te geloven dat je land in wezen wel fatsoenlijk is. Vaderlandsliefde is al net zo’n veelgelaagd en ingewikkeld fenomeen als familieliefde. Het is een gevoel dat volstrekt onwrikbaar en onvoorwaardelijk kan zijn, of juist kan meebewegen – of zelfs volledig wegsterven – met de golfbeweging van het morele karakter van je land. Het kan verbonden zijn aan een huis, een graf, een landschap, een bloedband, een gedeeld verleden, een etnische of religieuze identiteit, een groep geestverwanten of een bepaald gedachtegoed. Toen Alexis de Tocqueville in de jaren 1830 door de Verenigde Staten reisde, meende hij een verschil te zien tussen het patriottisme in Amerika en de vaderlandsliefde in het aan tradities vastgebakken, hiërarchische Europa, waar de mens ‘aan zijn geboorteplaats gebonden’ was door een ‘instinctief, belangeloos en ondefinieerbaar gevoel’.

In de jonge republiek zag Tocqueville eerder een ‘bezonnen patriottisme’, meer verstandelijk strevende burgerzin dan passie: ‘Het gaat gelijk op met de verspreiding van kennis, wordt gevoed door de wet, groeit door de uit- oefening van burgerrechten en wordt uiteindelijk verward met het individuele belang van de burger.’ Dit democratisch patriottisme berustte volgens Tocqueville op een geloof in gelijkheid, onvervreemdbare rechten en de instemming van het volk – kortom, op het gedachtegoed en de uitwerking van de Onafhankelijkheidsverklaring. Maar dat universele credo kan niet bestaan bij de gratie van abstracte begrippen alleen. Wil het iets te betekenen hebben, en überhaupt kunnen voortbestaan, dan vereist het de actieve deelname van burgers.

Abraham Lincoln

Ook Abraham Lincoln wees er in zijn befaamde toespraak bij Gettysburg op dat zelfbestuur alleen behouden blijft als vaderlandslievende burgers ervoor willen vechten. Zijn politieke rivaal in de Senaatsverkiezingen van 1858, Stephen A. Douglas, was een voorstander van slavernij die alleen de afstammelingen van Britse kolonisten tot het Amerikaanse volk wilde rekenen. In de verkiezingscampagne zette Lincoln hem te kijk als iemand die de Onafhankelijkheidsverklaring te schande maakte door de helft van de bevolking uit te sluiten: al die immigranten die hun band met de VS niet dankten aan hun afstamming, maar aan de stichting van die republiek zelf. ‘Zij mogen zich er met evenveel recht mee verbonden voelen als waren zij van hetzelfde bloed en hetzelfde vlees als de schrijvers van de Onafhankelijkheidsverklaring, en dat doen zij ook,’ zei Lincoln. ‘Dat is de stroomkabel die de harten van alle vaderlandslievende en vrijheidslievende mensen verbindt, en die vaderlandslievende harten zal blijven verbinden zolang er nog liefde voor de vrijheid in de hoofden van mensen op aarde leeft.’

De tekst van de Onafhankelijkheidsverklaring vormde de grondslag voor Lincolns vaderlandsliefde en de recht- vaardiging voor zijn politiek. Hij noemde Thomas Jefferson ‘de man die in de heksenketel van het streven naar de nationale onafhankelijkheid van één volk de koelbloedigheid, de vooruitziende blik en de bekwaamheid bezat om aan een louter revolutionair document een abstracte waarheid toe te voegen die van toepassing was op alle mensen van alle tijden, en die waarheid daarin zo te verankeren dat ze nu en voor altijd als verwijt en hinderpaal op het pad staat van elke nieuwe voorbode van tirannie en onderdrukking’. Het was op grond van die waarheid dat Lincoln de slavernij afschafte en de Burgeroorlog won.

Al sinds de stichting van de republiek laait geregeld de vraag op of patriottisme een kwestie is van democratisch idealisme of van Amerikaanse afkomst. De scheidslijn in dat debat valt niet altijd simpelweg samen met die tussen links en rechts. Een groot deel van de Democratische partij kenmerkte zich tot halverwege de vorige eeuw door een combinatie van economisch populisme en wit superioriteitsdenken. De belangrijkste conservatieve politicus van de afgelopen eeuw, Ronald Reagan, zwoer bij de staatsrechtelijke visie van Amerika’s grondleggers. Bijna tweehonderdvijftig jaar na de Onafhankelijkheidsverklaring zitten we nu weer midden in een strijd om wat het betekent Amerikaan te zijn. Een strijd die ditmaal des te moedelozer maakt omdat geen van beide kampen een definitie van vaderlandsliefde heeft die uitgaat van actief burgerschap. Onderzoeksbureau Gallup vraagt Amerikanen geregeld hoe trots ze op hun land zijn. De afgelopen 25 jaar zegt bijna altijd zo’n 90 procent van de Republikeinen dat ze ‘extreem’ of ‘heel erg’ trots zijn. In diezelfde periode is dat percentage bij de Democraten gezakt van ergens in de 80 tot onder de 40, waarbij het doorgaans iets hoger is onder een Democratische president en weer daalt onder een Republikeinse, om met de terugkeer van Trump dit jaar een absoluut dieptepunt te hebben bereikt. In juni telde Gallup nog maar 36 procent trotse Democraten, tegen 92 procent trotse Republikeinen: het grootste verschil sinds het bureau deze vraag in 2001 begon te stellen.

Dood spoor

Republikeinen blijven dus heel patriottisch terwijl hun partij de democratische instituties van het land uitholt en hun leider flirt met een presidentieel koningschap, alsof de liefde voor hun land volledig losstaat van de grondbeginselen ervan. Anderzijds vinden Democraten het moeilijk om trots te zijn op hun land als er geen Democratische president zit die het soort beleid voert dat zij voorstaan, alsof hun vaderlandsliefde niet dieper gaat dan hun politieke voorkeur.

De twee vormen van vaderlandsliefde die Tocqueville beschreef, zijn allebei op een dood spoor beland. De instinctieve vorm blijkt in het Trump-tijdperk open te staan voor autocratische reflexen, terwijl de bezonnen variant resulteert in cynisme, vervreemding en lijdzaamheid. Geen van beide vormen van patriottisme levert het soort burgers op dat volgens Amerikaanse democraten als Lincoln, Walt Whitman, John Dewey en Martin Luther King onmisbaar is voor het behoud van een vrij land.

Amerikaans patriottisme is een vluchtig goedje dat nooit eens wil uitharden tot een rustige, bescheiden liefde voor het eigen land. Het wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen ‘Iedereen is hier welkom’ en ‘Pas op voor de hond’. Haal de universele grondbeginselen van gelijkheid, vrijheid en zelfbestuur eruit en wat je overhoudt is gesnauw. De Republikeinse partij heeft Reagans ideaal van de stralende ‘city on a hill’ ingeruild voor het Blut und Boden-nationalisme van de oude vorstendommen en nieuwe dictaturen in Europa: Poetins Rusland, Orbáns Hongarije. Vlak voor de verkiezingen van vorig jaar sprak Stephen Miller, de belangrijkste ideoloog van Trump, een sentiment uit dat een regelrechte vertaling leek van het Duitse ‘Ausländer raus!’ toen hij op een politieke bijeenkomst in Madison Square Garden de menigte toeriep: ‘Amerika is alleen voor Amerikanen!’

AME Trump
Donald Trump en Abraham Lincoln. – © Getty Images

De betekenis van dat ‘voor’ is onduidelijk, maar het belangrijkste woord in die zin is ‘alleen’. Het Amerika van Trump wordt gedefinieerd door wie erbij hoort en wie niet. Het draait om uitsluiting. Nu Trump weer aan de macht is, laat hij merken dat burgerschap alleen niet genoeg is om erbij te horen. De president en de zijnen bepalen wie de echte Amerikanen zijn. Als je afkomst of je opvattingen hen niet aanstaan, zullen ze proberen je grondwettelijke geboorterecht af te pakken en je te deporteren.

Voor vicepresident Vance wordt de Amerikaanse identiteit gedefinieerd door waar je voorouders in hun graf liggen te vergaan. Hij opperde die gedachte toen hij op de nationale conventie van de Republikeinse partij in 2024 een lofzang afstak op de begraafplaats in het oosten van Kentucky waar vijf generaties van de familie Vance liggen. Omdat de ouders van zijn vrouw uit India komen, laat hij noodgedwongen ook ruimte voor sommige immigranten, maar alleen als ze voldoen aan zijn dankbaarheidscriterium. Zohran Mamdani, destijds de Democratische kandidaat voor het burgemeesterschap van New York en inmiddels gekozen als burgemeester, doorstaat die toets volgens Vance niet omdat hij, na jarenlang blijkbaar geen aandacht aan Onafhankelijkheidsdag te hebben besteed, op 4 juli jongstleden met deze verklaring kwam: ‘Amerika is een prachtig, tegenstrijdig, onvoltooid land. Een land waar ik trots op ben en dat we voortdurend proberen te verbeteren.’ Een nietszeggende gemeenplaats, maar in de ogen van Vance was het pure ondankbaarheid. Een Oegandese immigrant die ‘het waagt om het land te beledigen’ waar zijn familie een veilig heenkomen vond, en dat nog wel op die ‘meest heilige dag? Wie denkt hij wel niet dat hij is?’

Voor Vance zijn niet alle burgers gelijk. Als je voorouders meevochten in Shiloh of Yorktown mag je de grondwet aan je laars lappen, het ministerie van Justitie inzetten als presidentiële politiedienst, gezellig buurten met racistische nationalisten en jezelf nog steeds een patriot noemen. Maar als je nog maar pas in het land bent, moet je dankbaar zijn en het niet wagen kritiek te leveren op de manieren waarop je land zijn idealen beschaamt. Vaderlandsliefde is het recht om op 4 juli met de vlag te zwaaien en je in de nationale kleuren te hijsen, terwijl je ondertussen het credo van je land met voeten treedt. Deze schrale, verpieterde vorm van patriottisme, die zo zijn eigen voorgeschiedenis heeft, laait vaak op als er grote aantallen nieuwe burgers in spe naar ons land komen, en gaat bijna altijd gepaard met een geur van racistische en religieuze onverdraagzaamheid. MAGA is een van de loten aan deze stam.

Omdat de nationalisten hun patriottisme niet op het Amerikaanse credo van gelijkheid willen stoelen, ligt daar een mogelijkheid voor de Democraten om vaderlandsliefde als essentieel kenmerk van hun identiteit te claimen. Maar al decennialang, minstens sinds de Vietnamoorlog, zijn veel liberale en linkse Amerikanen huiverig voor of zelfs sterk gekant tegen het gebruik van patriottische symbolen en emoties. En voor die afkeer is een hoge politieke prijs betaald.

De vlag

Ik ben in de jaren zestig en zeventig opgegroeid in een gezin waar de Amerikaanse vlag nooit uithing. Niet uit antiamerikanisme, maar omdat het een verkeerd signaal zou afgeven: het zou een steunverklaring zijn geweest aan de chauvinistische partij van Nixon en Reagan. De boodschap van de vlag zou toen zijn geweest: ‘hup Amerika, slikken of stikken’, en jammer dan van het racisme en al die oorlogen. Onze afkeer van de vlag had ontegenzeggelijk ook een snobistische kant. Met de vlag zwaaien was iets wat mensen uit lagere milieus deden, arbeiders die hun eigen auto repareerden. De universitair geschoolde types die in de Democratische partij in de jaren zeventig de boventoon begonnen te voeren, gingen prat op hun genuanceerde kijk op de Amerikaanse geschiedenis. Ze moesten niets hebben van het platte en dwingende patriottisme van de Republikeinse partij, die een soort nationale verafgoding van de natie eiste, blinde verheerlijking zonder oog voor de slavernij, de genocide op de oorspronkelijke bewoners, de segregatie, de internering van Japanners, de Vietnamoorlog. In het Republikeinse kamp werd vaderlandsliefde een negatieve kracht die bijna gelijk stond aan haat jegens landgenoten van de andere partij. Nationale symbolen zoals de vlag, het volkslied en de eed van trouw werden partijpolitieke wapens.

George Bush senior voerde in 1988 een campagne die weinig méér behelsde dan een vertoon van patriottisme, en misschien heeft dat Michael Dukakis wel de verkiezingswinst gekost. ‘De Republikeinen hebben zich de vlag en die symbolen toegeëigend,’ zegt Michael Kazin, die geschiedenis doceert aan Georgetown University en ettelijke boeken over links Amerika heeft geschreven. Tegelijkertijd raakte een invloedrijke gedachte uit de anti-oorlogsbeweging van de jaren zestig stevig verankerd in het linkse gedachtegoed: dat de VS een bijna uniek slecht land vormden, de bron van bijna alles wat er mis was in de wereld: racisme, het patriarchaat, homofobie, militarisme, kolonialisme en de verwoesting van het milieu. Het immens

populaire geschiedenisboek A People’s History of the United States van Howard Zinn uit 1980 heeft meerdere generaties linkse Amerikanen bijgebracht dat patriottisme een slechte zaak is. ‘Ik zal niet zeggen dat Nieuw Links de Democratische Partij heeft gekaapt,’ zegt Kazin, ‘maar een aantal van die ideeën zijn toch doorgesijpeld, en het Trumpkamp heeft gelijk dat de universiteiten naar links zijn opgeschoven.’

De American Studies Association – de vereniging voor amerikanistiek, de belangrijkste universitaire organisatie die zich bezighoudt met de Amerikaanse geschiedenis en identiteit – belandde in de greep van een groep die zo vijandig staat tegenover het eigen onderzoeksgebied dat de voorzitter in 1998 zelfs voorstelde het woord ‘American’ uit de naam van de vereniging te schrappen. In 2017 liet de nationale bestuursraad van de vereniging in een verklaring weten dat ‘amerikanistiek ons leert dat categorieën zoals “law and order”, patriottisme en “traditionele waarden” een reactionair discours in stand houden. We moeten belichten hoe de strijd voor zelfbeschikking, zelfbestuur en waardigheid door het gebruik van die woorden gecriminaliseerd en gestigmatiseerd wordt.’ En in 2019 stelde het dagelijks bestuur: ‘Wij streven naar modellen van solidariteit, duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid die alternatieven bieden voor het verdorven imperium dat slechts uit is op vernietiging.’

AME Democratie edited
Demonstranten protesteren tegen arrestaties door de Amerikaanse immigratiedienst (ICE). – © Getty Images

Voor de meeste Republikeinen staat de vlag nog wel voor een democratisch ideaal. Er zijn weinig Democraten die op Onafhankelijkheidsdag op sociale media een bericht zouden plaatsen zoals dat van toenmalig Congreslid Cori Bush in 2021: ‘Als ze zeggen dat 4 juli over Amerikaanse vrijheid gaat, bedenk dan wel: de vrijheid waar ze het over hebben is alleen voor witte mensen. Dit land is gestolen en zwarte mensen zijn er nog steeds niet vrij.’ Maar misschien lopen J.D. Vance en Cori Bush alleen maar op de troepen vooruit, zijn zij de spreekbuis van een jongere, meer sceptische generatie Amerikanen. Voor rechts, dat nu aan de macht is, is het loslaten van het Amerikaanse ideaal een vrijbrief voor het optuigen van een autoritair regime. En omdat links al decennia probeert te bewijzen dat dit ideaal een illusie is, kan het zich moeilijk tegen de ontmanteling ervan verzetten.

Wat vormt nu nog een goede grond voor patriottisme? De instellingen die door de grondleggers van onze natie werden opgericht, werken niet goed meer. Onze gekozen leiders zijn tot afschuwelijke diepten van eigenbelang, lafheid en corruptie gezonken. Bij de woorden van de Onafhankelijkheidsverklaring springen je de tranen in de ogen van ontroering, maar ook van ontgoocheling. ‘Het is niet makkelijk om nog voor de Amerikaanse idealen op te komen, omdat er veel cynisme heerst over hoe die idealen zijn misbruikt en gepolitiseerd,’ zegt Kazin. ‘Jongeren zijn lang niet meer zo verknocht aan de idealen zoals zij die zien, niet meer zo bereid om trots te zijn op hun land. Ze hebben een tik meegekregen van dat felle ideologische conflict.’ ‘Democratie, democratie, democratie!’ roepen liberaaldenkenden, de laatsten die nog in de instituties en in geleidelijke verandering geloven. Maar als het Hooggerechtshof de president boven de wet stelt, de president zijn ambt misbruikt voor afpersing, het Witte Huis iedereen voor de leeuwen gooit die met ongemakkelijke waarheden komt, Buitenlandse Zaken met dictators flirt en dissidenten en vluchtelingen de deur wijst, juristen van Justitie de rechter voorliegen, het Congres leugenaars tot rechter benoemt en geld besteedt aan een gemaskerde geheime politie, en de meeste Amerikanen dit niet lijken te zien of zich er niet druk om maken, wat heb je dan nog aan democratie? Dit is ons land en onze regering, dus zelfhaat is de eerlijkste reactie.

Maar ik wil blijven geloven dat mijn land in de kern een fatsoenlijk land is. Ik wil Amerika niet gelijkstellen aan één president en één partij, of aan beide partijen. Ik wil net als Walt Whitman het gevoel hebben dat Amerika en democratie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En net als John Dewey geloven dat een democratie zelfstandige burgers van ons maakt die altijd kunnen kiezen voor het streven naar een beter land met meer zelfrespect.

Rituelen

Tocqueville schreef: ‘In de Verenigde Staten is men ervan overtuigd, en terecht, dat vaderlandsliefde een vorm van verering is die gesterkt wordt door rituelen.’ In een democratie vereist dat ritueel deelname aan het openbare leven. En nog moeilijker: het vergt een wereldbeeld waarin iedereen aan dat openbare leven mag deelnemen. We mogen de andere partij, de andere staten, de andere religies, de laatste nieuwkomers en de oudste inheemse stammen niet zomaar wegdenken. In zijn toespraak over de Amerikaanse identiteit zei Vance ook één ding dat waar is: ‘Maatschappelijke banden worden aangegaan door mensen die iets gemeen hebben.’ Een land, en zeker dit land dat zo kort van memorie en zo onbevattelijk divers van opmaak is, kan niet alleen bestaan bij de gratie van een geografische grens en een stel wetten. Het heeft ook een gedeelde taal en cultuur nodig, een manier van leven.

De intersectionele multiculturalisten van links vinden dat er niet zoiets als een gemeenschappelijke Amerikaanse cultuur bestaat, dat dit hele begrip een vorm van onderdrukking is: er zijn alleen verschillende groepen mensen die dominant of ondergeschikt zijn. Voor Vance en de nationalisten van rechts ontspringt de cultuur aan de Amerikaanse bodem en het Amerikaanse verleden, ‘een kenmerkende plaats en een kenmerkend volk’, waarmee ze een volk en een geloof bedoelen dat hier lang geleden naartoe is gekomen en een manier van leven met zich meebracht waarin iedereen moet meegaan. Maar beide zienswijzen slaan de plank mis, onpatriottisch mis.

De Amerikaanse cultuur heeft net zo’n sterke eigen identiteit als die van elk ander land, alleen stoelt deze cultuur op een gedachte. Die gedachte is de gelijkheid van alle mensen. Hun recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk. Een vorm van zelfbestuur die hun rechten waarborgt, inclusief het recht om een regering naar huis te sturen als die tiranniek wordt.

Overal ter wereld is de autocratie in opkomst en begint de glans van de democratie te verflauwen

Deze gedachte heeft een massacultuur voortgebracht die befaamd is om zijn rumoerigheid, informele toon, onschuld en onwetendheid, gulheid en gewelddadigheid, openhartigheid en onnozelheid – een cultuur van individualisten die weigeren te accepteren dat ook maar iemand boven hen verheven is, dat je niet hogerop zou kunnen klimmen, niet kunt proberen wat dan ook te worden. Het is de makkelijkste cultuur van de wereld om tot toe te treden, en als het de eerste generatie niet lukt, dan toch zeker de tweede wel. Een cultuur die anderen opneemt en verandert, en door hen veranderd wordt, en uitgesproken en toegankelijk genoeg is om een omgangstaal te bieden die iedereen begrijpt en waarin iedereen zich verstaanbaar kan maken. Een cultuur zonder ingewikkelde regels of geheime oude codes. Die andere culturen platwalst tot muziek, kleding, gerechten en teksten van een vulgariteit die de rest van de wereld afstoot en verleidt. Die sterker is dan welke religieuze of maatschappelijke hiërarchie dan ook.

Wat Amerikanen gemeen hebben, is een manier van leven gebaseerd op dit credo. Als je vindt dat dit credo er nog steeds toe doet, als je binding met dit land besloten ligt in het ideaal van die cultuur en de instituties die eruit voortkomen, dan kamp je nu met een gure tegenwind. Overal ter wereld is de autocratie in opkomst en begint de glans van de democratie te verflauwen, nu het grootste baken van democratie zichzelf begint te doven. In Amerika vinden de meeste van je landgenoten in beide kampen dat de democratie niet meer in hun voordeel werkt.

Je moet ze duidelijk maken dat alle voorgestelde olifantenpaadjes naar een grootse toekomst in feite leiden naar de hel. Dat het enige pad naar een beter leven te vinden is in de gezamenlijke inspanning van vrije en gelijkwaardige burgers. En je moet daarin blijven geloven, al zijn de anderen nog zo van de pot gerukt. De enige manier om een patriot te zijn is om samen te werken met die domkoppen, je Amerikaanse landgenoten, om zo een eind te maken aan de toenemende tirannie en ons een kans te geven onszelf te redden.

You May Also Like

More From Author