
De opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) verandert de contractuele verhoudingen tussen economische actoren ingrijpend – met name hun relatie tot tijd. Landen die vasthouden aan bestaande vormen van sociale bescherming dreigen daarbij achterop te raken, waarschuwt ondernemer Sami Mahroum in een opiniestuk in Le Monde.
Twee eeuwen lang was tijd het organiserende principe van het kapitalisme. Met de opkomst van fabrieken werd taakgericht werk vervangen door de discipline van de klok, van bellen, roosters en morele vermaningen tegen ‘tijdverspilling’. Arbeiders verkochten hun uren aan werkgevers. Arbeidswetten waren gebaseerd op de achturige werkdag en pensioenen werden berekend aan de hand van het aantal dienstjaren.
Dit systeem staat nu op de tocht omdat kunstmatige intelligentie de onderliggende logica ondermijnt. Neem een managementconsultant die twee uur lang drie AI-agents aanstuurt. Deze agents werken vervolgens twintig uur lang autonoom door en produceren een rapport met een waarde van vijftigduizend euro. Wordt de consultant voor twee uur, voor twintig uur of voor een vast percentage van de gecreëerde waarde betaald? Het oude, op tijd gebaseerde model heeft geen coherent antwoord op deze vraag.
Adam Smith (1723-1790), David Ricardo (1772-1823) en Karl Marx (1818-1883) stelden achtereenvolgens vast dat de waarde van een bepaald goed een weerspiegeling is van de hoeveelheid arbeid die nodig is om het te produceren. Maar alle drie begrepen ze, zij het op verschillende manieren, dat zo’n maatstaf enkel mogelijk was doordat menselijke tijd schaars was. Vanwege deze schaarste hebben degenen met zeggenschap over arbeid zeggenschap over de primaire waardebron.
De ‘natuurlijke’ schaarste aan menselijke tijd legt geen beperkingen meer op
Door de enorme productiviteit van AI is deze hypothese inmiddels achterhaald. De ‘natuurlijke’ schaarste aan menselijke tijd, die twee eeuwen lang de basis vormde van de economische theorie, legt geen beperkingen meer op. Met AI kan een consultant bijvoorbeeld in enkele uren analyses genereren die voorheen meerdere dagen in beslag namen.
Als arbeidstijd geen schaars goed meer is, verschuift de waarde naar de eigenaars van deze systemen of naar degenen die zeggenschap hebben over de toegang ertoe. De waarde van de technicus wordt minder bepaald door zijn gewerkte uren dan door zijn beheersing van de benodigde infrastructuur; de waarde van de consultant is gelegen in zijn geprivilegieerde toegang tot AI-systemen. Zoals Marx al voorspelde, leidt hogere productiviteit tot kapitaalaccumulatie en een toenemende concentratie van de productiemiddelen.
Drie vormen van tijd
Naarmate AI de link tussen tijd en productie verder verbreekt, brokkelen moderne arbeidsovereenkomsten verder af. In plaats van één coherent systeem ontstaan drie verschillende en onverenigbare manieren om het economische leven te organiseren: kloktijd, machinetijd en persoonlijke tijd.
Kloktijd is de meest klassieke organisatiemethode: ze is van toepassing op omgevingen die een continue en gecoördineerde aanwezigheid vereisen. Verpleegkundigen draaien bijvoorbeeld diensten van twaalf uur en worden betaald op basis van die uren, ongeacht het resultaat. In hun contract staan hun werktijden en verantwoordelijkheden gespecificeerd. Een uur op de spoedeisende hulp telt even zwaar als een uur reguliere zorg. De contractuele afspraak is duidelijk: de werknemer moet aanwezig zijn en de toegewezen taken uitvoeren tegen een overeengekomen salaris. Waardecreatie wordt niet gemeten.
Machinetijd is continu en ononderbroken. Neem bijvoorbeeld een specialist op het gebied van cloudinfrastructuur bij een technologisch bedrijf. Officieel werkt hij veertig uur per week, maar in de praktijk vereist het systeem 24/7 beschikbaarheid. Als om drie uur ’s nachts een storing optreedt, moet de technicus misschien achttien uur achter elkaar doorwerken. Omdat zijn werktijd zo nauw verweven is met die van de autonome machine, is zijn bijdrage niet meer afzonderlijk vast te stellen en wordt hij betaald op basis van gewerkte uren of meetbare resultaten. Hij is eigenlijk een bewaker van de waarde die elders wordt gecreëerd. Bedrijven kiezen in zulke gevallen vaak voor vaste salarissen, die de werkelijke waarde verhullen zodat ze een groot deel van de productiviteitswinst zelf op kunnen strijken. Op die manier speelt deze contractuele onduidelijkheid het kapitaal in de kaart.
Persoonlijke tijd, daarentegen, is asynchroon en flexibel. Een consultant die ChatGPT gebruikt om zijn analytische werk in vier uur af te ronden en een rapport af te leveren ter waarde van vijftigduizend euro, behoudt zijn beslissingsbevoegdheid: hij evalueert de gegenereerde opties, selecteert de meest geschikte daarvan, interpreteert de context en lost pijnpunten op. Het contract is simpel: levering op datum X tegen prijs Y. Deze prijs weerspiegelt de expertise, de reputatie en de toegang tot AI-systemen van de consultant.
Bij kloktijd hebben werknemers geen zeggenschap over de infrastructuur of de prijs van hun arbeid
Elk van deze drie systemen berust op een eigen contractuele logica en verdeelt de zeggenschap over waardecreatie op een andere manier. Bij kloktijd hebben werknemers geen zeggenschap over de infrastructuur of de prijs van hun arbeid: de vergoeding blijft strikt gekoppeld aan het aantal gewerkte uren, ongeacht de gecreëerde waarde. Bij machinetijd onderhouden werknemers, die tevens toezichthouders zijn, een systeem dat niet van hen is; ze dragen een continue verantwoordelijkheid, terwijl hun vergoeding ondoorzichtig blijft.
Persoonlijke tijd keert deze verhouding om: de werknemer controleert de output, maar blijft afhankelijk van infrastructuur die door anderen worden beheerd.
De balans tussen deze drie systemen zal per land verschillen, afhankelijk van culturele en institutionele normen. Landen waar hiërarchische machtsverhoudingen cultureel acceptabel zijn (zoals de Verenigde Staten en Singapore) zullen waarschijnlijk sneller verschuiven naar systemen van machinetijd en persoonlijke tijd, waarin eigendom van systemen centraal staat en flexibele contracten de norm worden. In Duitsland en Frankrijk, waar arbeidsrecht en medezeggenschap de macht van het management beperken, is er meer ruimte voor menselijke handelingsvrijheid en wordt de inzet van AI in overleg met sociale partners bepaald.
In elk land staan beleidsmakers voor een ongekende uitdaging: het ontwerpen van coherente arbeidswetgeving om deze drie onverenigbare tijdsystemen te integreren. Hoe meer de vergoeding op basis van kloktijd wordt losgelaten, des te moeilijker wordt het om uniforme arbeidswetgeving te handhaven. Contracten met een vast tarief zullen waarschijnlijk vooral voorkomen bij werknemers met inspraak, terwijl de meeste anderen het risico lopen op een volatiele vergoeding op basis van ondoorzichtige criteria. Hoogopgeleide werknemers met sterke klantrelaties en technici bij grote technologiebedrijven zullen van deze transitie profiteren, maar voor anderen geldt dat niet.
Hoogopgeleide werknemers met sterke klantrelaties zullen van deze transitie profiteren, maar voor anderen geldt dat niet
Het gevolg is waarschijnlijk grotere sociale ongelijkheid in plaats van gedeelde welvaart.
Tijdsfragmentatie is bovendien niet alleen een nationaal fenomeen, maar speelt ook een rol in de wereldwijde concurrentie. Landen die snel overschakelen naar systemen op basis van machinetijd en persoonlijke tijd, zoals de Verenigde Staten en Singapore, zullen AI-intensieve goederen en diensten produceren tegen lagere kosten. Tegelijkertijd zullen landen die hun werknemers blijven beschermen op basis van kloktijd, zoals Duitsland, Frankrijk en Spanje, zich geconfronteerd zien met zware concurrentiedruk omdat hun export duurder zal worden.
Uiteindelijk zullen werknemers niet per se profiteren van een langzame overgang. De marktdruk zal beleidsmakers tot een moeilijke keuze dwingen: de transitie naar machinetijd en persoonlijke tijd versnellen om concurrerend te blijven, of de industrie zien verdwijnen doordat AI-intensieve productie zich elders vestigt.