Israël en Libanon hebben een lange geschiedenis van conflicten. Hoe is die ontstaan?

Estimated read time 11 min read

Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar het conflict tussen Israël en Libanon, dat weer is opgelaaid sinds de Gazaoorlog en de laatste dagen lijkt te escaleren. Hoe komt het dat deze twee buurlanden al decennialang met elkaar in de clinch liggen?

Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

Hoe is het conflict tussen Israël en Libanon ooit begonnen?

‘Libanon is een klein land. Slechts 10.000 vierkante kilometer – iets minder dan de provincie Valencia – waar minder dan 6 miljoen mensen wonen. Klein en kwetsbaar’, schrijft El País. Al sinds de oprichting van Israël staat Libanon op slechte voet met zijn zuiderbuur.

In november 1943 werd Libanon onafhankelijk. Deze onafhankelijkheid werd echter pas volledig werkelijkheid in 1946, toen de laatste Franse soldaten het land verlieten. Slechts twee jaar later werd de nieuwe staat geconfronteerd met de oprichting van Israël langs zijn zuidelijke grens, wat leidde tot de vlucht of verdrijving van ongeveer 750.000 Palestijnen. Deze periode wordt door de Palestijnen aangeduid als de Nakba (catastrofe).

Meer dan 100.000 Palestijnse vluchtelingen werden samengepropt in kampen in Libanon. Libanon, Egypte, Syrië, Irak en Jordanië verklaarden Israël de oorlog. Libanon had slechts zo’n 3500 professionele militairen, waarvan er maar duizend deelnamen aan het conflict. De overwinning van Israël in die eerste oorlog met zijn Arabische buren in 1949 zorgde ervoor dat 78 procent van historisch Palestina verloren ging voor de inheemse bevolking. Deze markeerde ook het begin van de roerige geschiedenis van onafhankelijk Libanon.

Israëlische troepen rijden in 1982 Zibqin binnen, zo’n 100 kilometer ten zuiden van Beiroet. Uiteindelijk zouden de Israëliërs oprukken tot aan de hoofdstad. © P. Mielen / Wikimedia Commons

Libanon heeft vanaf de oprichting besloten om de macht langs religieuze lijnen te verdelen, waarbij de grondwet bepaalt dat de president een maronitische christen, de premier een soenniet en de parlementsvoorzitter een sjiiet moet zijn. Dit systeem werd ontworpen in een tijd waarin christenen in de meerderheid waren en soennieten de prominentste groep onder de moslims, een verhouding die nu is omgekeerd door het hoge geboortecijfer van sjiitische moslims.

Vanaf 1947, toen meer dan 100.000 Palestijnse vluchtelingen, voornamelijk moslims, zich in Libanon vestigden, vreesden veel christenen hun demografische overwicht te verliezen. Deze ongerustheid groeide toen de PLO-leiders zich tussen 1970 en 1971 in Beiroet vestigden, nadat ze uit Jordanië waren verdreven. Sindsdien kwamen Palestijnse militieleden in botsing met maronitische christelijke strijdkrachten, vooral met de Libanese Phalange, een groep geïnspireerd op de Spaanse Falange, een extreemrechtse politieke beweging. De Libanese Burgeroorlog tussen deze Phalange, geïntegreerd met andere christenen in het Libanese Front, en de Libanese Nationale Beweging (moslims, Palestijnen en pan-Arabisten, naast andere facties) brak uit in 1975. In dit conflict, dat duurde tot 1990, leverde Israël wapens en ondersteuning aan de christenen, aldus Al Jazeera in een artikel over de geschiedenis van het conflict. 

De Israëlische invasie resulteerde in minstens zeventienduizend doden en dwong de PLO om uit te wijken naar Tunesië

Israël heeft al eerder ingegrepen in Libanon. Met incidentele militaire operaties als reactie op terroristische aanslagen door verschillende Palestijnse facties op Israëlisch grondgebied of tegen zijn burgers, met bomaanslagen tegen PLO-bases of de bomaanslag die in 1974 het vluchtelingenkamp Nabatieh verwoestte. In 1978 kaapten Palestijnse guerrillastrijders een bus ten noorden van Tel Aviv en doodden achtendertig Israëliërs, waaronder dertien kinderen. Die aanval was de aanleiding voor Operatie Litani, waarbij Israëlische troepen Libanon binnenvielen om een veiligheidszone tussen Israël en Libanon te creëren in het zuiden van het land. Deze Israëlische militaire bezetting verergerde de burgeroorlog in Libanon. Nog hetzelfde jaar trok Israël zich terug nadat de VN-Veiligheidsraad dit had geëist.

In juni 1982 viel Israël Libanon opnieuw binnen om de PLO te verdrijven. De Israëlische troepen bezetten het halve land en belegerden de westelijke buitenwijken van Beiroet met hun rechtse christelijke bondgenoten. De Israëlische invasie resulteerde in minstens zeventienduizend doden en dwong de PLO om uit te wijken naar Tunesië. Een ander gevolg was de geboorte, met Iraanse steun, van Hezbollah, een sjiitische beweging die de strijd tegen de Israëlische bezetting tot een van haar doelstellingen benoemde.

Welke rol speelt Hezbollah? 

‘De sjiitische moslimbeweging is sinds de oprichting in 1982 uitgegroeid tot een politieke en maatschappelijke grootmacht in Libanon, met medische klinieken, scholen, een regionaal televisienetwerk en zelfs een museum op een heuveltop dat populair is bij Europese toeristen‘, vertelt The Guardian. Hezbollah speelt dan ook al jaren een officiële politieke rol, met ministers in de regering en wetgevers in het parlement. Daarnaast is het een guerrillabeweging die geheime operaties uitvoert in het buitenland tegen Israël en zijn belangen.

‘Al meer dan veertig jaar woedt er een bloedige en gewelddadige schaduwoorlog tussen de Israëlische inlichtingendiensten en de in Libanon gevestigde militante sjiitische islamistische organisatie Hezbollah’, schrijft The Guardian in een artikel over de geheime operaties over en weer tussen Hezbollah en de Israëlische Mossad. ‘Hoewel er in de loop der decennia aan beide kanten winst en verlies is geboekt, lijkt de balans de laatste maanden doorslaggevend in het voordeel van Israël uit te slaan. Israëlische functionarissen hebben pogingen beschreven van Iraanse agenten – of Hezbollah – om moorden te plegen in Israël. Geen enkele poging was succesvol.’ 

Daarentegen worden de pieper- en walkietalkie-aanvallen van 17 en 18 september door analisten gezien als een klinkende overwinning voor Israël. Hierbij vielen tweeënveertig doden en ongeveer drieduizend gewonden. De aanvallen zijn vermoedelijk uitgevoerd door de Mossad en andere Israëlische diensten, hoewel de Israëlische autoriteiten dit nog niet officieel hebben bevestigd. 

‘Tegelijkertijd is de leiding van Hezbollah gedecimeerd door een reeks Israëlische moorden op hoge militaire functionarissen’

‘Tegelijkertijd is de leiding van Hezbollah gedecimeerd door een reeks Israëlische moorden op hoge militaire functionarissen die wijzen op een stroom van tijdige, nauwkeurige inside intelligence, waarschijnlijk afkomstig van een mix van onderschepte communicatie, surveillance en agenten binnen de gelederen van Hezbollah’, vervolgt de Britse krant.

Maar ook openlijk heeft Hezbollah sinds zijn oprichting een grote rol gespeeld in het conflict. De burgeroorlog in Libanon eindigde in 1990, maar de Israëlische bezetting duurde tot 2000, toen de Israëlische troepen zich terugtrokken uit Zuid-Libanon. Deze aftocht, die door veel Libanezen werd toegeschreven aan de bomaanslagen en guerrilla-acties van Hezbollah, vergrootte de politieke geloofwaardigheid van Hezbollah. 

In een televisietoespraak op 19 september verklaarde Hezbollah-leider Hassan Nasrallah dat Israël een ‘verschrikkelijke straf’ zal krijgen na de pieper- en walkietalkie-aanval van 17 en 18 september. © Hassan Ammar / AP Photo

In 2006 keerden de Israëlische troepen terug naar Libanees grondgebied nadat militanten van Hezbollah drie soldaten hadden gedood en twee anderen gevangen hadden genomen op Israëlisch grondgebied. Als reactie daarop werden dorpen en wijken van Beiroet gebombardeerd, begon Israël een grondinvasie in Zuid-Libanon evenals een lucht- en zeeblokkade. Ongeveer 1300 Libanezen en 165 Israëliërs werden gedood, maar Hezbollah werd niet uitgeroeid. De Israëlische troepen trokken zich weer terug uit Libanon, wat door de achterban van Hezbollah werd geïnterpreteerd als een nieuwe overwinning. 

Hezbollah heeft zich sindsdien niet gehouden aan VN-resolutie 1701, die een einde maakte aan het conflict en de organisatie verplichtte haar manschappen en raketwerpers terug te trekken ten zuiden van de rivier de Litani in Zuid-Libanon. De VN-vredesmissie voor Libanon, UNIFIL, is momenteel in dit gebied gestationeerd.

‘Gewapend met een groot arsenaal aan raketten is Hezbollah de machtigste Iraanse proxy in het Midden-Oosten’

Hezbollah, dat de hoofdrolspeler is geworden in de confrontatie met Israël in Libanon, is sinds 2006 betrokken bij incidentele maar terugkerende botsingen met Israël, voornamelijk door raketten af te vuren naar het noorden van het Libanese grondgebied. Israël heeft hierop gereageerd door militieleiders te vermoorden en door herhaalde luchtaanvallen op Libanon uit te voeren. Op 7 oktober 2023 leidde het begin van de Gazaoorlog die volgde op aanvallen van Hamas – net als Hezbollah lid van de door Iran geleide ‘As van Verzet’ – tegen Israël, tot de opening van een nieuw front aan de noordgrens van Israël. Hezbollah lanceerde vervolgens een oorlog uit solidariteit met Gaza door voortdurend granaten af te vuren.

‘Gewapend met een groot arsenaal aan geavanceerde raketten is Hezbollah de machtigste Iraanse proxy in het Midden-Oosten’, aldus Financial Times. Teheran ziet Hezbollah als een verlengstuk van zijn invloed in het Midden-Oosten, vooral als tegenwicht tegen Israël en Saudi-Arabië. 

Waarom is de oorlog met Libanon juist nu geëscaleerd?

Wat zeker is, is dat het na gisteren niet langer een kwestie is van ‘escalatie, of van een conflict met lage intensiteit, het is oorlog’, schrijft het Libanese dagblad L’Orient-Le Jour. ‘Een multidimensionale oorlog die nog geen totale oorlogl is – noch qua reikwijdte, noch qua omvang van de ingezette middelen, te beginnen met het zenden van grondtroepen – maar die dat wel snel zou kunnen worden’, beweert de Franstalige krant. ‘Vandaag staat Libanon, een land zonder president en met een demissionair kabinet en nauwelijks functionerende instellingen, aan de vooravond van een nieuw verwoestend conflict’, schetst Midden-Oostenexpert Kim Ghattas in Financial Times.

‘Honderden Libanezen zijn omgekomen, velen zijn gewond en duizenden mensen zijn ontheemd’

Sinds het begin van deze week heeft Israël een reeks luchtaanvallen uitgevoerd op Libanon. ‘Honderden Libanezen zijn omgekomen, velen zijn gewond en duizenden mensen zijn ontheemd terwijl ze proberen veilige gebieden te vinden om hun families naartoe te brengen,’ schrijft Al Jazeera.

Israël zegt dat het Hezbollah aanvalt zodat het zijn ontheemde burgers kan terugsturen naar het noorden, de grensregio met Libanon. Op woensdag 18 september kondigde de Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant de herschikking aan van ‘strijdkrachten, middelen en energie’ in de richting van het noorden en Hezbollah omdat de oorlog een ‘nieuwe fase’ inging, waarmee hij leek te suggereren dat de oorlog in Gaza teruggeschroefd werd. Volgens Gallant was dit onderdeel van een poging om de 65.000 Israëliërs naar huis te laten terugkeren die hij in de eerste dagen van het conflict had laten evacueren vanwege de bombardementen van Hezbollah in Noord-Israël. Hezbollah heeft beloofd zijn aanvallen voort te zetten totdat Israël een staakt-het-vuren overeenkomt met zijn bondgenoot Hamas in Gaza. 

Gevluchte burgers uit Zuid-Libanon rijden Beiroet binnen. Sinds de Israëlische bombardementen in het zuiden van Libanon toenemen zijn tienduizenden burgers gevlucht. © Hassan Ammar / AP Photo

De escalatie van Israëls confrontatie met Hezbollah heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu politiek geen windeieren gelegd, aldus Financial Times in een analyse van de Israëlische peilingen. Hoewel zijn populariteit in de nasleep van 7 oktober een dieptepunt had bereikt, is die nu weer groeiende. ‘Uit recente peilingen blijkt dat een meerderheid van de Israëliërs voorstander is van militaire actie tegen Hezbollah, hoewel ze niet allemaal evenveel voelen voor stappen die een regionale oorlog zouden kunnen ontketenen’, schrijft de zakenkrant.
‘Binnen Israël is het opvallend dat veel mensen geloven dat een grote oorlog met Hezbollah niet alleen onvermijdelijk maar ook noodzakelijk is’, schrijft Eliot A. Cohen in The Atlantic. ‘Veel Israëliërs beschouwen de status quo – tienduizenden Israëlische burgers die uit de grenszone zijn verdreven en een constante, dodelijke regen van raketten uit het noorden – als onaanvaardbaar. Dat is die ook. De oorlog langs Israëls noordgrens, of in ieder geval de fase die Hezbollah na 7 oktober inzette, had niets te maken met directe Israëlisch acties, maar alles met het verlangen om deel te nemen aan de campagne die op die dag vanuit Gaza werd gelanceerd. De oorlog maakt deel uit van een strategie, bedacht in Teheran maar uitgevoerd vanuit Beiroet, om het Israëlische moreel en de wil om te vechten te breken, met het oog op de uitroeiing van de Joodse staat.’

Cohen vervolgt: ‘Voor een land dat een afmattende oorlog van een jaar achter de rug heeft, die werd gekenmerkt door de dood van soldaten en, nog schrijnender, de moord op gijzelaars kort voordat ze konden worden bevrijd, zal dit een enorme morele oppepper zijn. Ook dat is een niet te onderschatten voordeel van deze operatie.’

You May Also Like

More From Author