De jongeren van zwemclub Groot-Jeruzalem hielden zich nooit bezig met de verschillen en onderling bleef politiek onbesproken. De oorlog bracht daar verandering in. ‘In het zwembad is het onmogelijk om te zien wie een Jood is en wie een Arabier.’
Geen politiek in het zwembad. Aan deze ongeschreven regel hielden de Israëlische en Palestijnse tieners van zwemclub Groot-Jeruzalem zich altijd. Ze wonen in andere wijken van Jeruzalem, maar zes middagen per week komen ze samen in de sportschool om te trainen in een deel van het zwembad dat speciaal voor hun team gereserveerd is. Na twee uur baantjes trekken gaan ze samen in de jacuzzi, waar ze een paar minuten lol trappen voordat ze weer naar huis gaan.
Ze doen alles samen: zwemmen, naar het strand gaan, barbecueën. De beste van de Joodse zwemmers vertegenwoordigen Israël op internationale wedstrijden. De beste zwemmers uit Oost-Jeruzalem doen met een Palestijns team mee aan wedstrijden in de Arabische wereld. ‘We zien het team niet als een groep van Israëli’s en Palestijnen,’ zei Avishag Ozeri (16), een Israëlische zwemster die leerde zwemmen van een Palestijn uit Oost-Jeruzalem, onlangs tijdens een training. ‘Het is raar om daar überhaupt over te praten.’
Maar toen kwam 7 oktober. Eerst de aanval van Hamas, vervolgens de Israëlische bombardementen op Gaza plus een reeks interacties via sociale media, en werd de onuitgesproken regel van het team op de proef gesteld.
Mensen onder elkaar
De zwemmers trainen bij het sportcentrum van de YMCA, een christelijke non-profitorganisatie die openstaat voor mensen van alle religies, in het hart van Joods West-Jeruzalem. Emanuel May is al jaren vrijwillig de coach van het team.
May (70) is een ervaren en zachtaardige coach. Hij groeide op in een boerencollectief, ook wel bekend als een kibboets. Hoewel hij zwemkampioenen heeft getraind, zegt hij dat het nooit zijn passie is geweest om winnaars op te leiden. Eenheid creëren onder jonge mensen in Jeruzalem, daar is het hem om te doen. Want in Jeruzalem komen Israëli’s en Palestijnen dagelijks met elkaar in contact. Ze zien elkaar voortdurend in winkels en restaurants, op scholen en universiteiten, maar het slepende conflict heeft hen verdeeld. ‘Waar het hier om gaat, is samen zwemmen, gewoon als mensen onder elkaar,’ aldus May.
Vier jaar geleden trok het team, dat een klein budget tot zijn beschikking heeft, de aandacht van Shai Doron, de voorzitter van de Jeruzalemstichting. Die organisatie wordt gesteund door filantropen van over de hele wereld. Ze heeft als missie om de stad met bijna een miljoen inwoners tot een fijnere plek te maken. Een prioriteit daarbij is het overbruggen van religieuze en culturele verschillen.
Als de oorlog in Gaza voorbij is, ‘gaan de vierhonderdduizend Palestijnen in Oost-Jeruzalem niet weg,’ zegt Doron. ‘En de Joden gaan ook niet weg.’ Hij erkent dat er spanning is in Jeruzalem – in het bijzonder op de plek die joden de Tempelberg en moslims het Edele Heiligdom noemen. Voor beide groepen is het een heilige plek, omdat zich daar de Westelijke Muur en de Al-Aqsamoskee bevinden. Jeruzalem kan ‘een voorbeeld zijn op het gebied van gemeenschappelijkheid en coëxistentie’, meent Doron.
De Jeruzalemstichting ondersteunde de zwemmers van Groot-Jeruzalem met een kleine subsidie. Wat Doron aansprak, was dat ‘zwemmen mensen op de meest natuurlijke manier samenbrengt’. In het zwembad ‘is het onmogelijk om te zien wie een Jood is en wie een Arabier. Je kunt iemand niet identificeren aan de hand van symbolen zoals een keppel of een hijab. Iedereen is zo goed als naakt.’
Bij de YMCA krijgen de jongere Israëlische en Palestijnse kinderen apart zwemles, omdat ze niet dezelfde taal spreken. Zodra ze ongeveer acht of negen zijn en in het Hebreeuws en Engels kunnen communiceren, beginnen ze samen te trainen. De beste zwemmers worden lid van Groot-Jeruzalem.
Shams Srour (14), een Palestijnse, zegt dat precies dat haar doel is: ‘Ik wil meedoen aan wedstrijden en ik voel me hier erg op mijn gemak,’ zegt ze. ‘Ik train al met Joden sinds ik klein ben. Het is normaal.’
Verwerken
De aanvallen van 7 oktober hebben die vanzelfsprekendheid op de proef gesteld. Het team is het gebeuren nog steeds aan het verwerken.
Op die dag staken terroristen van Hamas uit de Gazastrook de grens over. Volgens de Israëlische autoriteiten doodden de terroristen meer dan twaalfhonderd Israëlische burgers en soldaten, namen ze meer dan tweehonderd mensen in gijzeling en verwondden ze talloze anderen. Op video’s is te zien hoe ze dorpen bestormen, huizen in brand steken, van dichtbij op burgers schieten en jagen op festivalgangers bij een openluchtconcert. De meeste instellingen in Israël, waaronder de sportschool, sloten onmiddellijk hun deuren toen de nationale noodtoestand werd uitgeroepen.
De volgende dag plaatste Mustafa Abdu (18), een van de islamitische zwemmers van Groot-Jeruzalem, een foto op Instagram. Op de foto is een engelachtig, ongeïdentificeerd Palestijns kind te zien dat wordt gedragen door mannen met een gepijnigde uitdrukking op hun gezicht. Het kind is gehuld in een witte doek die moslims gebruiken voor overledenen. Boven de foto staat de tekst: ‘Waar waren de mensen die opriepen tot menselijkheid toen wij werden vermoord?’ Mustafa zette er ook in blokletters een onderschrift bij: ‘Als je niet oppast, zorgen de kranten ervoor dat je onderdrukte mensen haat en de mensen die onderdrukken, liefhebt.’
De zwemmers in het team volgen elkaar op Instagram. Avishag weet nog dat ze geschokt was toen ze de berichten zag. Ze ging er niet mee naar haar ouders of iemand anders, maar belde onmiddellijk een andere teamgenoot, Shira Chuna (16), om haar te vertellen hoe verontwaardigd ze was. Daarna stuurde ze Mustafa een sms die ze later met The New York Times deelde: ‘Musta, weet je hoe erg de situatie in Israël op dit moment is? Ik respecteer je en dit is een oprechte vraag.’
Daarop vraagt Mustafa of Avishag denkt dat alle Palestijnen moordenaars zijn, zoals sommige mensen op sociale media denken. ‘Musta, ik heb nooit gezegd dat jij dat bent’, schrijft Avishag terug. ‘Het is de beweging van Hamas. En mijn mensen zijn vermoord door de Hamas.’
Ze schrijft dat kinderen, oudere mensen en hele families afgeslacht of ontvoerd werden. ‘Ik heb video’s gezien die nooit meer uit mijn gedachten zullen verdwijnen’, schrijft ze hem. Ze biedt aan om ze door te sturen als hij dat wil, maar raadt hem af om ze te bekijken.
‘Av,’ schrijft hij terug, ‘ten eerste, wij zijn niet de moordenaars. Israël valt ons al heel lang aan. Dat weet iedereen.’
‘Wat???’ vraagt ze. ‘Met alle respect, dat is niet waar.’
Mustafa: ‘Wij hebben het altijd mis en jullie hebben altijd gelijk.’
‘Dat zei ik niet’, reageert Avishag. ‘Op dit moment heeft Hamas ongelijk.’
Als Shira ziet wat hij heeft geschreven, krijgt ze het gevoel dat ‘ze onze vriendschap hebben verraden’
Ze zegt nog eens dat hij het haar moet laten weten als hij de video’s wil zien. Ze wil haar punt bewijzen, maar ook hun vriendschap behouden. Ze sms’t hem: ‘Ik wil even checken: zijn we oké?’ Hij reageert met een hartje op haar bericht en typt ‘Si’, in het Spaans. Ze geeft zijn bericht ook een hartje. Het lijkt erop dat ze tot een ietwat ongemakkelijke vrede zijn gekomen, hoewel ze daar pas zeker van kunnen zijn als ze weer samen zwemmen.
In de dagen erna voert Israël een reeks luchtaanvallen op Gaza uit en zorgt het land ervoor dat de twee miljoen mensen die opeengepakt zitten in de smalle strook land tussen Israël en Egypte verstoken zijn van voedsel, brandstof en andere voorraden. Hamas blijft raketten afvuren op Israël. Een invasie van het Israëlische leger is ophanden.
Op 11 oktober post een ander Palestijns lid van het zwemteam iets op Instagram. ‘De overwinning van Allah is nabij’, luidt zijn post. (Deze zwemmer wilde niet meewerken aan dit artikel.) Als Shira ziet wat hij heeft geschreven, krijgt ze het gevoel dat ‘ze onze vriendschap hebben verraden. Ik heb ze altijd zo vertrouwd.’
Ze had altijd goede relaties met haar Palestijnse buren. Toen ze geboren werd, gaf een Palestijnse vriend van haar vader geld aan haar familie, een traditioneel gebruik onder moslims. Als Shira haar ouders vertelt over de Instagramberichten, antwoorden ze dat ze, gezien de beladen geschiedenis tussen de twee gemeenschappen, ‘niet verbaasd zou moeten zijn’.
Als teamcoach May hoort over de posts van Mustafa en de andere zwemmer, neemt hij onmiddellijk contact met hen op. Beiden verwijderen de berichten onmiddellijk. ‘Ik heb ze verwijderd omdat ik respect voor hen heb,’ vertelt Mustafa begin november na een training. ‘Ik wil niet over de oorlog praten. Ik wil gewoon over zwemmen praten.’
Een beetje eng
Tegen de tijd dat de zwemmers van Groot-Jeruzalem zich op 16 oktober weer in het zwembad melden, is het aantal Palestijnen die zijn gedood door Israëlische bombardementen in Gaza opgelopen tot drieduizend en het stijgt nog altijd in hoog tempo. De wreedheden van Hamas galmen na binnen de Israëlische samenleving. Maar zou het conflict de twee zwembanen in de YMCA bereiken?
‘Ik heb mezelf opgedragen me normaal te gedragen,’ zegt Alex Finkel (17). ‘Buiten is het een beetje eng, maar ik ben opgegroeid met Palestijnen. Ik doe alle dingen die wat we altijd al deden, en dat is het.’
Voorafgaand aan de training organiseert May een teamvergadering. ‘Niemand hier steunt terreur,’ zegt hij tegen zijn zwemmers. ‘We kiezen geen partij.’ In het zwembad schakelen de tieners over op de hoogste versnelling. Ze trainen keihard om de gemiste trainingen in te halen. Maar tussen de trainingen door wordt er niet geplaagd, gegrapt of gekletst. Er hangt een beladen sfeer.
Toch is er nog steeds sprake van de sterke band die de zwemmers in de loop der jaren hebben opgebouwd. Verschillende zwemmers vertellen dat de stemming een dag later opklaarde. De spanning lijkt verdwenen, of in ieder geval verminderd. Vorige week was het in het zwembad zoals gewoonlijk onmogelijk om Israëlische van Palestijnse zwemmers te onderscheiden. Ze dragen allemaal een zwembril en een badmuts. Ze doen de vrije slag en schoolslag en praten zoals altijd opgewekt met elkaar. Alex plaagt Mustafa omdat hij hem heeft verslagen met de vlinderslag. Op een gegeven moment, als Avishag niet lang genoeg wacht met zich afzetten tegen de muur, raakt ze per ongeluk Mustafa’s tenen aan met haar vingers. Mustafa draait zich om en schenkt haar een gespeeld verontwaardigde blik. Avishag glimlacht speels.
Kort nadat het Israëlische leger eind oktober de Gazastrook binnentrok, hoort Shira dat haar neef, een soldaat, is gedood. Twee dagen ervoor werd hij eenentwintig. Ze komt een paar dagen niet naar zwemtraining. Als Shira weer verschijnt, komt Mustafa naar haar toe om zijn medeleven uit te spreken. ‘Ik voelde dat het hem echt aan het hart ging,’ zegt ze. Na de training kwam Mustafa uit het zwembad, zette zijn paarse badmuts af en ging met de rest van het team mee naar de jacuzzi. ‘Dit is mijn tweede familie,’ zegt hij. ‘Als we een probleem hebben, lossen we het op als team.’