Thomas Piketty: ‘Zonder duidelijk doel loopt de Europese Unie vast’

Estimated read time 4 min read

Met de dood van Jacques Delors eind 2023 slaat Europa een bladzijde om in zijn geschiedenis. Tijd dat we een kritische balans opmaken en lessen trekken voor de EU-verkiezingen in juni, schrijft Thomas Piketty.

De Europese Akte (1986) met vrij verkeer van goederen en diensten, de Europese richtlijn (1988) over de liberalisering van kapitaalstromen, het Verdrag van Maastricht (1992): het is een understatement om te zeggen dat het Europa dat we nu kennen in de tijd van Jacques Delors, toen voorzitter van de Europese Commissie, is gevormd. Vooral het Verdrag van Maastricht is fundamenteel. Het vormde de Europese Economische Gemeenschap om tot één Unie. En het introduceerde één gemeenschappelijke munt: de euro werd in 1999 van kracht in de financiële sector en in 2002 beschikbaar voor particulieren.

De daaropvolgende Europese Grondwet (2005) werd per referendum verworpen in Nederland (61,54 procent tegen) en Frankrijk (54,67 procent tegen). Het werd vervolgens met parlementaire middelen alsnog ingevoerd in de vorm van het Verdrag van Lissabon (2007), maar het kende eigenlijk geen grote nieuwigheden – het verdrag consolideerde vooral enkele cruciale besluiten die al tussen 1986 en 1992 waren genomen. Het begrotingsverdrag van 2012 scherpte criteria aan inzake schulden en tekorten, wederom zonder centrale innovatie.

Verwaarloosde kwestie

Wie wil begrijpen wat er op het spel stond in de Europese onderhandelingen die tussen 1985 en 1995 zijn gevoerd, leest het naslagwerk dat Rawi Abdelal in 2007 publiceerde (Capital rules. The construction of global finance). Gebaseerd op tientallen diepgaande interviews met de belangrijkste politieke spelers en hoge Europese functionarissen uit die tijd, in het bijzonder Jacques Delors, analyseert Abdelal met finesse de toekomstvisies en de onderhandelingsmarges van alle betrokken partijen.

Samenvattend kunnen we stellen dat de Franse socialisten destijds erop gokten dat de euro en de Europese Centrale Bank (ECB), een machtige federale instelling die haar beslissingen bij meerderheid van stemmen neemt, uiteindelijk de creatie van een Europese publieke macht mogelijk zou maken. Die zou in staat zijn om de economische krachten effectiever te reguleren dan de linkse regering die sinds 1981 in Frankrijk aan de macht was.

Om dit resultaat te bereiken, gaven de Franse socialisten gehoor aan de centrale eis van de Duitse christendemocraten. Die pleitten voor een liberalisering van de kapitaalstromen zonder enige publieke regulering, én zonder enige gemeenschappelijke belastingheffing. Een cruciale kwestie, die grotendeels werd verwaarloosd door François Mitterrand en Jacques Delors tijdens de onderhandelingen. Daarmee was de basis voor een compromis gelegd.

Meederheidsbesluiten

Dertig jaar later zijn de resultaten van deze innovaties genuanceerd. Enerzijds speelde de ECB een centrale rol bij het voorkomen van een ineenstorting na de financiële crisis van 2008 en de coronapandemie. Na aanvankelijke fouten tijdens de Griekse crisis, stelden meerderheidsbesluiten de ECB in staat om nationale veto’s – met name Duitsland – terzijde te schuiven, om snel en effectief aanzienlijke bedragen te mobiliseren om de Europese economie te stabiliseren en de crisis terug te dringen.

‘De Europese regels voor vrij verkeer van kapitaal bleken zo extreem dat zelfs het IMF ervoor terugschrok’

Niemand weet wat er zou zijn gebeurd zonder gemeenschappelijke munt. Het is duidelijk dat de euroloze Scandinavische landen het niet zo slecht hebben gedaan. Toch stelt geen enkele geloofwaardige politicus vandaag een terugkeer naar de Franse franc of Nederlandse gulden voor.

Aan de andere kant begrijpt iedereen dat geldschepping niet alle problemen oplost. Centrale banken zijn vooral bereid om banken en bankiers te redden, in plaats van investeringen in onderwijs, gezondheidszorg of het klimaat toe te staan. Daarmee dragen ze bij aan het concentreren van de rijkdom, aangezien de rijksten profiteren van de groei van aandelenmarkten die mogelijk gemaakt is door aandelenterugkoop, terwijl de inflatie het spaargeld van de armsten wegvaagt.

Parlementaire unie

De Europese regels voor vrij kapitaalverkeer uit 1992 bleken zo extreem en destabiliserend dat zelfs het IMF na de Aziatische crisis van 1997 en de crisis van 2008 besloot bepaalde controles op kapitaal voor kortetermijnstromen opnieuw in te voeren. De Europese regels dragen daarnaast bij aan het verergeren van belastingdumping: eindeloze verlagingen van bedrijfsbelastingen, ontwikkeling van belastingparadijzen en structurele onderbelasting van miljardairs en multimiljonairs.

Hoe moeten we nu omgaan met dit complexe, Europese erfgoed? Ten eerste moeten we tot doel stellen dat zich binnen de EU een harde kern van landen vormt, die bij meerderheid besluiten kan nemen over belastingtechnische, begrotings- en milieu-aangelegenheden. Zelfs als deze ‘Europese Parlementaire Unie’ niet onmiddellijk het levenslicht ziet, moet zij een centraal doel blijven om naar te streven.

Landen zullen, in afwachting van het vinden van een compromis, substantiële unilaterale maatregelen moeten nemen om intra-Europese en buiten-Europese fiscale, sociale en ecologische dumping tegen te gaan. Dit zal complexe maar overkomelijke crises veroorzaken, maar dit is onvermijdelijk als we aan de huidige blokkades willen ontsnappen.

You May Also Like

More From Author