Latijns-Amerikaanse leiders voeren een culturele kruistocht tegen gendergelijkheid

Estimated read time 7 min read

Onder het mom van ‘bescherming van traditionele waarden’ proberen extreemrechtse leiders als Milei en Bukele vrouwenrechten in te perken en proberen ze inclusieve taal en beleid te verbieden. Ondertussen is geweld tegen vrouwen In Latijns-Amerika aan de orde van de dag.

De culturele strijd onder leiding van president Javier Milei in Argentinië is erop gericht het gelijkheidsbeleid dat het feminisme het afgelopen decennium heeft gepromoot uit te wissen. Na om te beginnen het bestaan van de loonkloof tussen mannen en vrouwen – die volgens officiële statistieken 25 procent bedraagt – te hebben ontkend en het ministerie van Vrouwen, Gender en Diversiteit te hebben gedegradeerd tot een subsecretariaat, kondigde de regering aan dat ze inclusief taalgebruik en ‘alles wat te maken heeft met gendergelijkheid’ in de nationale overheidsdiensten zal verbieden.

Het officiële argument is dat gendergelijkheid is ingezet ‘als een politiek middel’ en bijdraagt aan de vernietiging van waarden. Om die reden acht de regering het noodzakelijk om de ideologie uit te bannen. De regering heeft niet gespecificeerd hoe ze zich zal verzetten tegen beleid dat buiten de bevoegdheid van de ministeries valt en deel uitmaakt van de internationale verplichtingen van Argentinië, zoals de Agenda 2030 van de Verenigde Naties of de Conventie van Belém do Pará tegen gendergerelateerd geweld. In enkele belangrijke programma’s beginnen de gevolgen van de bezuinigingen echter al voelbaar te worden, zoals lijn 144 voor slachtoffers van gendergeweld of de opvanghuizen die voor hen zijn opgezet.

Lesprogramma’s

Carolina Villanueva, directeur van de organisatie Grow Género y Trabajo, betwijfelt of de overheid het gebruik van inclusief taalgebruik in openbare instellingen kan controleren. Toch beschouwt ze de aankondigingen als onderdeel van een brede strategie om verworven rechten te herroepen, zoals de wet op uitgebreide seksuele voorlichting en de legalisering van abortus. De reactie van feministische bewegingen was op 8 maart, Internationale Vrouwendag, op straat te horen. Ondertussen heeft Milei gezelschap gekregen van andere ultrarechtse Latijns-Amerikaanse leiders, zoals Nayib Bukele.

De onderwijsautoriteiten van El Salvador hebben besloten om wat president Nayib Bukele ‘genderideologie’ noemt ‘te verwijderen’ uit de lesprogramma’s van openbare scholen. De beslissing werd aangekondigd door de minister van Onderwijs, José Mauricio Pineda, en leidde tot kritiek van feministische organisaties die zeggen dat het Midden-Amerikaanse land een van de landen in de regio is met het hoogste percentage geweld tegen meisjes en vrouwen. Kort daarvoor haalde Bukele tijdens een bijeenkomst van de Conservative Political Action Conference in de Verenigde Staten hard uit naar gendergelijkheid. De controversiële president zei dat hij ‘zulke ideologieën niet zou toestaan op scholen en universiteiten’. Minister Pineda zei bovendien dat ‘elk gebruik en ieder spoor van genderideologie uit de openbare scholen is verwijderd’, zonder uit te weiden over de implicaties van deze beslissing.

Statistieken tonen aan dat vrouwen in El Salvador vaak op gewelddadige wijze om het leven komen. Uit gegevens van UN Women blijkt dat dit in 2019 om 6,48 op de 100.000 vrouwen ging. Daarnaast haalt de organisatie rapporten aan van het Openbaar Ministerie waaruit blijkt dat in de eerste helft van 2021 315 vrouwen als vermist werden opgegeven, terwijl uit de Nationale Enquête Seksueel Geweld van 2019 bleek dat 63 procent van de vrouwen in het hele land (zes op de tien) aangaf ten minste één daad van seksuele agressie te hebben meegemaakt. ‘In het algemeen hebben vrouwen en meisjes te maken met voortdurende vormen van geweld en discriminatie die geworteld zijn in het patriarchale systeem en die alleen met een alomvattende en geïntegreerde aanpak kunnen worden uitgeroeid’, waarschuwt UN Women.

Ook in het jaar 2016 bleek de verborgen kracht die conservatieve groeperingen kunnen uitoefenen ter verdediging van het ‘traditionele gezin’. Op 2 oktober verwierpen de Colombianen het vredesakkoord tussen de regering van Juan Manuel Santos en de FARC-guerrilla. Van de verschillende redenen die een meerderheid van de burgers ertoe brachten om tegen het akkoord te stemmen, was het genderstandpunt – gelijkheid tussen mannen, vrouwen, homoseksuelen, heteroseksuelen en mensen met verschillende identiteiten – het punt dat de meeste controverse veroorzaakte.

‘Wat schiet zijn volk ermee op? Waar het om gaat is dat er nu tekorten, armoede en werkloosheid zijn’

Het klimaat van verzet was al maanden aan het broeien. Evangelische en katholieke groeperingen, die steun kregen van de partij van voormalig president Álvaro Uribe, waren die zomer de straat opgegaan tegen de ‘indoctrinatie van de genderidentiteit’ door de regering. 

Het debat werd opgestookt door nepnieuws en virale berichten die de werkelijkheid verdraaiden, maar de woede aanwakkerden van een sector die diep geworteld is in de conservatieve Colombiaanse samenleving en veel invloed heeft. María Fernanda Cabal, de leidende senator van de meest radicale vleugel van rechts, zei bijvoorbeeld dat ‘genderideologie walgelijk is’.

In Brazilië gebruikten Bolsonaro en de zijnen het vage begrip ‘genderideologie’ tussen 2014 en 2022 minstens 206 keer op hun sociale netwerken, volgens een telling van het agentschap Diadorim. Het gebruik van de term steeg met elke naderende verkiezing; blijkbaar werkte het goed om hun achterban te mobiliseren, vooral het machtige evangelische electoraat. Extreemrechtse parlementsleden dienden zelfs wetsvoorstellen in om gendergelijkheid op scholen te verbieden, die echter geen van alle werden aangenomen. Het Hooggerechtshof verklaarde vier gemeentelijke wetten van deze strekking ongrondwettelijk.

In tegenstelling tot in sommige buurlanden heeft inclusief taalgebruik in Brazilië nooit echt wortel geschoten. Desondanks sprak het hoofd van het cultuurbeleid onder Bolsonaro zijn veto uit over inclusieve taal in projecten voor belastingvoordelen, en de voormalige president zelf spotte met de Argentijnse regering toen Alberto Fernández aankondigde over te gaan op inclusief taalgebruik in officiële communicatie. ‘Wat schiet zijn volk ermee op? Waar het om gaat is dat er nu tekorten, armoede en werkloosheid zijn. Moge God onze Argentijnse broeders en zusters beschermen en ons uit deze moeilijke situatie helpen,’ zei hij.

Directe reactie

Inclusief taalgebruik en gendergelijkheid zijn niet de belangrijkste onderwerpen in de conservatieve kruistocht van de leider van de Chileense extreemrechtse Republikeinse Partij, José Antonio Kast, maar al wel aanwezig. De partij, in 2019 door hem opgericht, is tegen het homohuwelijk, adoptie van kinderen door koppels van hetzelfde geslacht, abortus, seksuele voorlichting op scholen en tegen wat ze genderideologie noemen.

In zijn eerste presidentiële voorstel in de aanloop naar de verkiezingen van november 2021, in een deel van Kasts cultuurprogramma genaamd Recuperemos el Lenguaje, no más deformación cultural’ (Laten we de taal ontdekken, geen culturele deformatie meer) werd erop gewezen dat ‘het ten onrechte zo genoemde inclusieve taalgebruik deel uitmaakt van een politiek-ideologische agenda, niet van een culturele. We gaan het correcte gebruik van taal versterken, zonder enige vorm van discriminatie en zonder taalafwijkingen op te dringen’. Maar toen hij naar de tweede ronde ging in de strijd met Gabriel Boric, die in december van dat jaar werd gekozen, noemde hij het idee niet meer.

In augustus 2022 diende een groep afgevaardigden uit verschillende fracties, waaronder Benjamín Moreno van de Republikeinse Partij, een wetsvoorstel in om de Algemene Onderwijswet te wijzigen om ‘het correcte gebruik van taal en het verbod op zogenaamd “inclusief taalgebruik” in alle onderwijsinstanties’ tot een van de taken van onderwijsprofessionals en assistenten te maken. De parlementariër zei vervolgens dat deze taal ‘vanuit de ideologie probeert de manier waarop we communiceren te veranderen en vanaf jonge leeftijd begint met het ideologiseren van onze kinderen en jongeren’.

In Mexico hebben ultraconservatieve groeperingen het einde van wat zij de genderideologie noemen ook bovenaan hun agenda gezet. Dit is een directe reactie op het gelijkheidsbeleid en de uitbreiding van rechten voor vrouwen en de seksueel diverse gemeenschap. Ze zijn echter niet de enigen die zich tegen deze standpunten uitspreken. Meer traditionele partijen, zoals de Nationale Actiepartij (PAN), stemmen al decennialang tegen abortuswetgeving en proberen huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht tegen te houden. 

Eduardo Verástegui, voormalig acteur, religieus fanaat en de laatste vertegenwoordiger van de meest conservatieve rechtse partijen, probeerde mee te doen aan de verkiezingen in juni, maar slaagde er niet in genoeg handtekeningen te verzamelen om zich als kandidaat te registreren. Desondanks wist hij munt te slaan uit de ontevredenheid van een deel van de maatschappij over de regering van López Obrador en creëerde hij een flinke aanhang. Hij heeft banden met extreemrechtse milieus, zoals de Spaanse partij Vox, en extreemrechtse leiders als Donald Trump en Javier Milei, en slaagt er in zijn zoektocht naar stemmen, clicks en ‘likes’ net als hen in om zijn antirechtendiscours te verspreiden. Zo noemde hij abortus ‘een misdaad’ en linkte hij de lhbtq-gemeenschap aan pedofilie.

You May Also Like

More From Author