Fogh Rasmussen: ‘Politici moeten bedreigingen in de ruimte niet negeren’

Estimated read time 5 min read

‘De toegenomen militaire afhankelijkheid van de ruimte brengt nieuwe gevaren en uitdagingen met zich mee, en westerse beleidsmakers moeten hier dringend op inspelen’, bepleit voormalig secretaris-generaal van de NAVO Anders Fogh Rasmussen.

Februari jongstleden werd Washington DC opgeschrikt door het nieuws dat de VS op de hoogte waren van Russische plannen om nucleaire wapens te gebruiken in de ruimte. En hoewel de leiders van het Amerikaanse Congres en de regering-Biden de ontstane paniek snel wisten te bedwingen, zijn met deze onthulling toch een paar belangrijke feiten onder de aandacht gekomen.

De militaire dreiging in de ruimte is een feit en wordt met de dag groter. En zoals de strijd in Oekraïne laat zien, is moderne oorlogsvoering bijna geheel afhankelijk van ruimtetechnologie, waarbij aan beide kanten satellieten worden gebruikt voor communicatie, situatiebewustzijn en het mikken op vijandelijke stellingen.

Maar deze verhoogde militaire afhankelijkheid van de ruimte brengt nieuwe gevaren en uitdagingen met zich mee.

Het is geen geheim dat Rusland en China grote investeringen doen in de ontwikkeling van nucleaire ruimtewapens. Beide landen hebben ruchtbaarheid gegeven aan hun tests met antisatellietraketten. Van Rusland is bovendien bekend dat het laserwapens bezit die ontworpen zijn om vanaf de aarde satellietsensoren te verblinden. Moskou heeft zelfs ronduit gezegd dat westerse commerciële satellieten in een toekomstig conflict als legitiem doelwit zullen worden beschouwd.

De ontwikkeling van nucleaire antisatellietwapens in de ruimte zou echter een aanmerkelijke escalatie betekenen – en tevens in strijd zijn met het Ruimteverdrag van 1967, dat het verbiedt om nucleaire wapens of andere massavernietigingswapens in een baan rond de aarde te brengen.

Bovendien bestaat het gevaar dat landen die geen geavanceerde ruimtetechnologie bezitten – zoals Iran – die achterstand zouden proberen te compenseren door bij een toekomstig conflict vanaf de aarde projectielen af te vuren op doelwitten in de ruimte. In dat geval zouden vooral satellieten die zich dicht bij de aarde bevinden risico lopen.

Kwetsbaar ecosysteem

Wie kwaad in de zin heeft, zou ook een paar ‘lage’ satellieten kunnen vernietigen om een gevaarlijke hoeveelheid ruimteschroot te veroorzaken. Hierdoor zouden andere satellieten dan weer worden uitgeschakeld, waarbij niet alleen schade zou worden toegebracht aan militaire operaties, maar aan alle diensten wereldwijd die gebruikmaken van satellietverbindingen.

Westerse beleidsmakers moeten dringend inspelen op deze nieuwe dreigingen.

Allereerst moet Rusland duidelijk te kennen worden gegeven wat de consequenties zullen zijn van een escalatie in de ruimte. De NAVO heeft op dit punt een belangrijke stap gezet in 2021, toen besloten werd dat ook bij ‘aanvallen op, vanuit of binnen de ruimte’ een beroep kan worden gedaan op de clausule inzake wederzijdse verdediging van artikel 5. 

Vervolgens moeten er, net als op alle andere terreinen, veiligheidsmaatregelen worden genomen, om de boodschap af te geven dat we in de ruimte stabiliteit willen bewaren.

Ten tweede moet de ruimte worden behandeld als cruciale infrastructuur. Ruimteactiviteiten en -technologie zijn van essentieel belang voor onze nationale veiligheid, economie en ons dagelijks leven, en daarom moeten militaire strategen nauwer samenwerken met toezichthouders en ruimteagentschappen. De ruimte is een kwetsbaar ecosysteem, en een militaire escalatie zou ernstige gevolgen hebben voor alle andere activiteiten waarbij satellietverbindingen worden gebruikt.

Tot slot moeten we er ons rekenschap van geven dat menselijke activiteit in de ruimte niet alleen wordt bedreigd door vijandige staten, maar ook door activiteiten waarbij een verhoogd risico bestaat op het creëren van ruimteschroot. NASA onderkent dit probleem door te stellen dat ‘het allergrootste gevaar voor ruimteschepen, satellieten en astronauten wordt gevormd door ruimteschroot’.

Megaconstellaties

Aangezien het aantal objecten dat we de ruimte in zenden de komende jaren exponentieel zal groeien, schiet ook het risico op dit soort botsingen omhoog. In 2018 waren er ongeveer 2000 satellieten actief in de ruimte. Dat aantal is inmiddels meer dan verdrievoudigd, en tegen het eind van dit decennium zouden het er wel eens 100.000 of meer kunnen zijn. Deze groei is vooral te wijten aan de commerciële megaconstellaties van satellieten die door bedrijven als SpaceX of Amazon worden gelanceerd. 

Wanneer wordt het te druk in de ruimte? Daarvan hebben we tot op heden geen duidelijk beeld. Voor een inschatting van de algemene risico’s moeten beleidsmakers ook kijken naar de consequenties van de hoeveelheid objecten die in een baan rond de aarde wordt gebracht – niet alleen naar het potentiële gevaar van nieuwe antisatellietwapens. Het is een denkfout om aan te nemen dat een constellatie beter bestand zou zijn tegen aanvallen als er meer satellieten aan worden toegevoegd. Integendeel, daarmee zou deze juist kwetsbaarder kunnen worden, want gevoeliger voor een kettingreactie van botsingen die door een aanval op gang kan worden gebracht.

De ruimte wordt vaak beschreven als het nieuwe geopolitieke krachtveld. In werkelijkheid ís de ruimte al het voornaamste gebied waarop strategische concurrentie tussen landen plaatsvindt. Toch bevindt het thema zich al lange tijd aan de uitersten van ons politieke bewustzijn. Gezien de centrale rol die onze activiteiten in banen rond de aarde spelen voor onze economieën, gemeenschappen en veiligheid, moet daar verandering in komen – en wel nu meteen. 

Anders Fogh Rasmussen was secretaris-generaal van de NAVO (2009-2014) en minister-president van Denemarken (2001-2009). Momenteel werkt hij pro bono voor de Oekraïense regering als adviseur op het gebied van veiligheid. 

You May Also Like

More From Author