Geen koeien maar kamelen 

Estimated read time 13 min read

Traditionele herders in de Hoorn van Afrika zijn door het klimaat veel van hun koeien kwijtgeraakt en proberen nu een ‘melkproducerend dier’ uit dat beter bestand is tegen klimaatverandering: de kameel.

Zeven dagen lang zijn de kamelen schommelend door het noorden van Kenia getrokken, begeleid door politievrijwilligers, om uiteindelijk op hun bestemming aan te belanden. Een dorp kun je het niet noemen – het is eerder een stoffige open plek in het struikgewas. Maar wel een plek waar iets groots te gebeuren staat; de mensen hebben er kilometers voor gelopen. Algauw arriveert de gouverneur in zijn SUV, terwijl de vrouwen dansen en de ceremoniemeester zijn handen ten hemel heft. De menigte dromt om de omheining heen waarbinnen de kamelen staan, en een man zegt dat hij hier ‘de toekomst’ ziet. Want de kamelen komen de plaats innemen van de koeien. Volgens de gouverneur van Samburu County gedraagt het klimaat zich ‘abnormaal’. Iedereen kan zien dat er minder regen valt, zegt hij, dat is zo duidelijk als wat. ‘Je hebt er geen wetenschappelijke meetapparatuur voor nodig.’ Hier en in veel andere delen van Afrika is de koe eeuwenlang het belangrijkste dier geweest. Koeien vormden de basis van economieën, diëten en tradities. Maar nu is het graasbare land steeds verder aan het inkrimpen. Waterbronnen drogen op. De droogte in de Hoorn van Afrika die drie jaar had geduurd tot ze vorig jaar eindigde, heeft 80 procent van de koeien in dit deel van Kenia gedood en daarmee het levensonderhoud van ontzettend veel mensen vernietigd. In deze regio, waar de reserves het kleinst zijn, worden miljoenen mensen gedwongen om zich aan te passen aan de klimaatverandering – inclusief degenen die nu een nummer uit een hoed trekken: een voor elk van de zevenenzeventig kamelen die net zijn aangekomen in Samburu County.

Zeshonderd dollar

‘Nummer?’ vraagt dorpshoofd James Lelemusi aan degene die vooraan staat. De regionale overheid heeft de kamelen gekocht van handelaren in de buurt van de grens met Somalië, voor zeshonderd dollar per dier. Tot nu toe zijn vierduizend kamelen, als onderdeel van dit programma, verdeeld over de laaglanden van de provincie. Dit versnelt de  verschuiving die al tientallen jaren gaande is in meerdere delen van Afrika die afhankelijk zijn van vee. Een handvol gemeenschappen, met name in Kenia en Ethiopië, bevindt zich volgens academische studies in verschillende stadia van de transitie. De wereldwijde kamelenpopulatie is de afgelopen twintig jaar verdubbeld. Volgens het VN-agentschap voor landbouw en investeringen is dat deels te danken aan het feit dat de kameel zich gemakkelijk kan aanpassen aan klimaatverandering. In tijden van ontbering produceren kamelen meer melk dan koeien. Vaak hoor je dit gezegde: in een droogteperiode sterft de koe het eerst en de kameel het laatst. ‘Als er geen klimaatverandering was, zouden we niet de moeite nemen om deze kamelen te kopen,’ zegt Jonathan Lati Lelelit, de gouverneur van Samburu, een provincie op ongeveer vierhonderd kilometer ten noorden van Nairobi. 

‘We kunnen het weinige geld dat we hebben aan zo veel andere dingen besteden. Maar we hebben geen keus.’ De autoriteiten hebben de deelnemers, degenen die zich rond de kamelen verdringen, geselecteerd onder de voorwaarde dat ze het dier zullen benutten voor de melk en niet voor het vlees. Zij zijn ook degenen die volgens de plaatselijke autoriteiten de grootste nood hebben. De deelnemers vertellen dat ze bijna al hun vee hebben verloren en kilometers moeten lopen om water te vinden. En dat er soms gewelddadige confrontaties plaatsvinden met een naburige stam als ze van hun grondgebied afwijken op zoek naar graasgebieden voor hun noodlijdende veestapel. Maar bijna iedereen vindt dat de situatie van Dishon Leleina wel de benardste van allemaal is.  Voor de droogte was Leleina, 42 jaar, naar de maatstaven van deze regio een rijk man. Hij had twee vrouwen en tien kinderen en hij had al zolang als hij zich kon herinneren een grote veestapel. Op al zijn trouwdagen offerde hij een stier door hem met een messteek in de nek te doden. Maar toen het ene na het andere regenseizoen mislukte, kelderde zijn veestapel binnen de kortste keren als nooit tevoren. Van zijn honderdvijftig koeien werden er enkele tientallen geroofd door de naburige Pokot-stam. En meer dan honderd koeien kwijnden weg – hun romp werd graatmager, terwijl ze op andere plekken juist opzwollen. Sommige koeien gingen ’s nachts slapen en werden nooit meer wakker. Andere redden het tot bij de waterbron en dronken zo gulzig dat ze dood neerstortten. Meer dan eens, zoals toen hij zijn beste melkkoe had verloren, brulde Leleina het woedend uit naar de hemel. Tegen de tijd dat de regens vorig jaar terugkwamen, had hij nog maar zeven koeien over. ‘Voor de droogte had ik een bepaalde status,’ zegt hij, ‘nu heb ik een andere.’ Zijn dagelijkse routine is echter niet veranderd: hij gaat waar zijn dieren gaan en loopt vaak kilometers per dag met ze op. Maar nu eet hij nog maar één keer per dag – net als veel andere veehoeders. Hij heeft veel gewicht verloren en is al verschillende keren flauwgevallen. Zelfs op de dag van de kamelenuitdeling, die tot laat in de middag duurt, zie je bijna niemand eten of drinken. Als de trekking begint, dringt Leleina zich in de menigte naar voren. Een organisator houdt op een vel papier bij wie welke kameel mee naar huis mag nemen. Er zijn grote en kleine kamelen. Sommige exemplaren zijn gespierd maar de meeste zijn mager. 

De dunne poten van een windhond, het gewelfde middendeel van een paard en de nek van een jonge giraffe

Zodra de deelnemers een nummer hebben getrokken – 73, 6, 27 – stuiven ze weg om hun dier in de kudde te vinden. Dan is Leleina aan de beurt. Hij grabbelt in de hoed. ‘Nummer 17,’ zegt hij en loopt naar de kamelen toe met het papier in zijn hand. Met zijn houten staf port hij enkele dieren op, want ze staan zo opeengepakt dat het nummer dat op hun nek geschilderd is, verborgen blijft. Leleina knijpt zijn ogen dicht tegen de zon, loopt de andere kant op en prikt weer enkele dieren in de flank. Dan ziet hij haar: een magere kameel met een gemiddelde bouw en een dikke pluk haar op de bult. Hij geeft haar een klopje. Het zal snel donker worden en Leleina moet zijn nieuwe kameel nog naar huis begeleiden – enkele kilometers door stoffige rode aarde en struikgewas. Maar zelfs op deze onherbergzame plek vindt kameel nummer zeventien nog een hapje. Ze schiet naar een acaciaboom toe en stopt haar bek vol bloemen, waarbij ze haar tong tussen dorens van wel twee centimeter lang moet steken. Van de kameel wordt weleens gezegd dat die ontworpen is door een team omdat het dier zo’n mengelmoes aan kenmerken bezit: de dunne poten van een windhond, het gewelfde middendeel van een paard, de nek van een jonge giraffe. Bijna geen enkel zoogdier is zo geschikt om met extreme omstandigheden om te gaan als de kameel. Een koe kan een of twee dagen zonder water; een kameel twee weken.

De autoriteiten delen kamelen uit op voorwaarde dat het dier wordt gebruikt voor de melk en niet voor het vlees. – © Malin Fezehai

Zelfs als kamelen 30 procent van hun lichaamsgewicht verliezen, kunnen ze nóg in leven blijven, een record onder grote dieren. Hun lichaamstemperatuur fluctueert mee met de weersomstandigheden. Bij het plassen sijpelt hun urine langs hun poten, waardoor ze koel blijven. Als ze gaan liggen, vouwen hun leerachtige knieën zich op tot voetstukken die een groot deel van hun romp net boven de grond houden, zodat er koele lucht onderdoor kan. Een ‘wondersoort’ werden ze in een onlangs gepubliceerd artikel genoemd. En toch was er in een groot deel van Afrika eeuwenlang geen behoefte aan hun eigenschappen. Ze verbleven gedurende al die tijd voornamelijk in de droogste buitenste ring van het continent, terwijl koeien, waarvan er in Afrika tien keer zoveel zijn als kamelen, in de weelderige riviervlakten en in de hooglanden heer en meester waren. Kenia, waar het landschap in een uur rijden van groen naar roodachtig en weer naar groen kan veranderen, is lange tijd een tussengebied geweest: sommige stammen hielden kamelen en andere stammen hadden koeien. Hierdoor kunnen de stammen met hun buren vergelijken wat de gevolgen zijn voor beide diersoorten en hun opbrengst. Zo is Samburu County – een gebied dat bijna de helft van Nederland beslaat en waar de Samburu-stam woont – een experiment geworden over hoe vee en mensen reageren in een opwarmend klimaat.

Experiment

Het experiment begon ongeveer een halve eeuw geleden, volgens Louise Sperling, een wetenschapper die in de jaren tachtig veldwerk verrichtte in Samburu. De Samburu behoorden tot de ‘meest gespecialiseerde en succesvolste veehouders in Oost-Afrika’, schreef ze. Maar de Samburu vermengden zich steeds meer met leden van een nabijgelegen stam, de Rendille, die kamelen hielden. In de daaropvolgende decennia merkten de Samburu veranderingen op in de gebruikelijke weerpatronen. Er waren minder regenseizoenen en het weer werd onvoorspelbaarder. De droogteperiodes namen toe. De overstap naar kamelen verliep geleidelijk. Koeien waren nog steeds in de meerderheid en bepaalden nog altijd de Samburu-identiteit: ze werden gebruikt als bruidsschat of bij feesten. Maar toen werd de Hoorn van Afrika getroffen door de langste reeks mislukte regenseizoenen. De droogte begon in 2020 en hield drie jaar aan. Een internationaal team van wetenschappers zei dat een droogte van deze ernst honderd keer waarschijnlijker was geworden door de klimaatverandering. In Samburu verspreidde de geur van rottende karkassen zich over het gebied, dat ruim driehonderdduizend inwoners telt. De ondervoeding nam een hoge vlucht, ook onder kinderen en ouderen. De Keniaanse overheid en het Wereldvoedselprogramma moesten te hulp schieten.

‘Ik voorzie meer kamelen dan koeien in de toekomst’

En toch was de nood niet overal even hoog. Noompon Lenkamaldanyani, een alleenstaande moeder van vier kinderen, verloor achttien van haar twintig koeien en kwam melk tekort, maar haar buren met kamelen bleken bereid te zijn om haar te helpen. Lekojde Loidongo zegt dat hij en zijn familie ‘niet veel geleden hebben’, omdat al hun tweeëntwintig kamelen melk bleven produceren. Zelfs Leleina, de nieuwe eigenaar van kameel zeventien, zegt dat het hem opviel hoe verschillend het de twee diersoorten verging. Hij bezat drie kamelen voor de droogte toesloeg. Alle drie bleven ze in leven. Hij heeft er spijt van dat hij niet eerder actie heeft ondernomen. Zijn vader, die in 2021 overleed, hield al lang kamelen. ‘Ik voorzie meer kamelen dan koeien in de toekomst,’ zegt Leleina. Het is een opvatting die door anderen wordt gedeeld. Dankzij dit besef is er weinig verzet tegen het kamelenprogramma van de overheid, dat acht jaar geleden van start ging. Sommigen kopen hun eigen kamelen door vee te verhandelen op markten. Veehoeders – dat zijn degenen die met hun kuddes rondtrekken – worden vaak beschreven als een van de kwetsbaarste groepen ter wereld waar het gaat om klimaatverandering; hun lot hangt af van de dieren die ze besluiten te houden. In een wetenschappelijk artikel uit 2022, gepubliceerd in Nature Food, wordt een enorme strook land in het noorden van Afrika en ten zuiden van de Sahara geanalyseerd. Hierin wordt gewezen op de toegenomen hittestress en de verminderde beschikbaarheid van water in sommige gebieden. Een van de conclusies is dat de melkproductie baat zou hebben bij een groter aandeel kamelen en geiten, omdat die klimaatbestendiger zijn dan koeien.

Kamelenmelk is redelijk vergelijkbaar met koemelk, maar bevat minder vet en meer mineralen, aldus Anne Mottet, hoofdspecialist vee van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling. Velen zeggen dat kamelenmelk zouter smaakt. ‘We volgen gewoon de droogtetrends,’ zegt Lepason Lenanguram, een andere nieuwe eigenaar van een kameel in Samburu. ‘De cultuur verandert en nu willen mensen kamelen.’ De gouverneur van Samburu zegt dat hij er ‘helemaal’ van overtuigd is dat de overstap naar de kameel de juiste zet is. Hij merkt op dat Samburu, waarvan grote gebieden geen stromend water hebben en ver verwijderd zijn van het elektriciteitsnet, relatief weinig heeft bijgedragen aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Verreweg de grootste bron van uitstoot in landelijke gebieden zoals Samburu is methaan, een bijproduct van het complexe verteringsproces van de koe. Kamelen stoten veel minder methaan uit. Het programma geeft slechts één kameel per persoon weg. Maar het kan toch voor gemoedsrust zorgen, zegt de woordvoerder van de gouverneur, Jeff Lekupe. Hij is ook aanwezig bij de uitdeling van de kamelen. Maar zelfs met één kameel heeft een gezin meer kans om melk te hebben tijdens een droogteperiode. Los nog van het ‘rimpeleffect’, zegt hij. Want de kameel baart en zorgt ervoor dat de kamelenpopulatie groeit. ‘Zo zal er de volgende keer minder behoefte zijn aan het Wereldvoedselprogramma,’ zegt Lekupe.

Nieuwe start

Voor Leleina symboliseert zijn kameel, een vrouwtje, een nieuwe start, al begon het niet goed. Als ze bij haar nieuwe thuis aankomt – een cirkelvormig terrein, omringd door takken en doornen, anderhalve kilometer van de dichtstbijzijnde onverharde weg – maakt kameel zeventien meteen ruzie met een van de drie andere kamelen. Ze vechten, bijten en maken geluiden naar elkaar. Ze houden elkaar met hun nekken in de houdgreep, en stoppen pas met vechten wanneer Leleina de poten van de andere kameel vastbindt zodat die niet meer kan bewegen. Die nacht legt Leleina een matje op de grond buiten zijn hut – hij is te nerveus om te gaan slapen. Want hij heeft verhalen gehoord over kamelen die ervandoor gingen – iets wat met een koe zelden gebeurde – of dat ze zich niet op hun gemak voelden in hun nieuwe omgeving. Zo was er een kameel van de buurman ontsnapt en verscheurd door een leeuw. Dus houdt Leleina urenlang zijn ogen op kameel zeventien gericht terwijl ze onophoudelijk brult. Maar als uiteindelijk de zon opkomt, is kameel zeventien er nog. ‘Misschien dacht ze aan de plek waar ze vandaan kwam,’ zegt Leleina. ’s Ochtends voelt hij zich er geruster op en laat de nieuwste aanwinst van zijn kudde haar gang gaan, want ze moet eten. De negenjarige dochter van Leleina krijgt de taak om haar te volgen. Als de kameel een tijdje buiten is geweest, besluit Leleina om zijn dochter en de kameel te vergezellen. Dus gaat hij op weg in de richting van een berg met rode rotsen, zoekt zich een weg door het taaie struikgewas, waar hier en daar botten ligt, tot hij steeds dichter bij een gebied komt waarvan hij weet dat er gebladerte is dat de kamelen eten en waar geen roofdieren komen. Vijf minuten lang hoort hij niets. Tien minuten. Dan roept hij de naam van zijn dochter. ‘Nashenjo!’ Binnen een kring van bomen ziet hij niet alleen kameel zeventien maar ook een stuk of zes andere kamelen. 

Ze strekken hun nekken naar de takken uit. Een paar kamelen zijn van hem en een paar andere van de buurman. Het is verhoudingsgewijs een grote groep kamelen op een plek die ooit bijna volledig aan koeien toebehoorde, en het aantal kamelen zal alleen maar toenemen. Een dag eerder, precies op het moment van de uitdeling, was de kameel van een buurvrouw gaan bevallen. De buren van Leleina waren bij de kameel gehurkt en hadden het gezonde veulen er aan de poten uitgetrokken. Leleina gaat aan de voet van een boom zitten en kijkt toe hoe de dieren eten. Kameel zeventien is nog steeds mager, ze heeft tijd nodig om bij te komen. Logisch na een reis van zeven dagen aan één stuk, met slechts drie haltes voor water. Nummer zeventien is een overlever.  

You May Also Like

More From Author