Zicht op prehistorie belemmerd door vooroordelen

Estimated read time 11 min read

Wat kunnen archeologische vondsten ons vertellen over rolpatronen, nu traditionele modellen vervagen? In het stenen tijdperk was het ook al niet altijd duidelijk wie man of vrouw was.

Of de oudste menselijke figuur die ooit in Beieren is ontdekt een vrouw of een penis voorstelt, is aan de toeschouwer. Vanaf de zijkant ziet het ruim zeven centimeter hoge beeld eruit als een zittend persoon met grote billen, en lange tijd vonden archeologen daardoor dat het op een vrouw leek. Er is geen goede vergelijking mogelijk door het ontbreken van soortgelijke afbeeldingen van mannen met smalle heupen, zegt archeoloog Heiner Schwarzberg. Niettemin werden figuren met zo’n postuur als vrouwelijk opgevat.

Het beeld staat daarom bekend als ‘Venus’ of de ‘Rode van Mauern’. Deskundigen zijn er echter niet meer zo zeker van wat het voorstelt. Want als je het beeld draait en schuin van boven bekijkt, zie je niet langer een zittend persoon, maar een mannelijk geslachtsdeel met testikels.

Het is bekend dat het beeld meer dan 25.000 jaar geleden, in het paleolithicum, werd gemaakt van kalksteen. Het werd in 1948 gevonden in de grotten van Mauern in Opper-Beieren en is sinds april 2024 een van de eerste museumstukken die bezoekers kunnen zien in de Archäologische Staatssammlung in München, die na een lange periode van renovatie weer open is. Het heet hier niet ‘Venus’, het bordje op de vitrine houdt het wat vager: ‘Beeldje van mens uit de steentijd’. En misschien is de figuur wel opzettelijk dubbelzinnig, zegt Schwarzberg, die aan het hoofd staat van de afdeling Prehistorie van het museum. Dat vindt hij zo intrigerend aan paleolithische kunst: die maakt ook variatie mogelijk.

Het ‘beeldje van mens uit de steentijd’ is niet de enige figuur uit de steentijd aan wie niet duidelijk een geslacht kan worden toegewezen. En zo trekt de figuur ons een debat in dat in eerste instantie om de prehistorie draait, maar waarin het ook over het heden gaat.

Antwoord in prehistorie

Wat is echt mannelijk, wat is vrouwelijk? Hoe meer de traditionele rollenpatronen verwateren, hoe verhitter deze vraag wordt gesteld. En het antwoord zou in een ver verleden liggen, in de zogenaamde oertoestand, waarin de mens nog zijn natuur volgde, in plaats van een mogelijk afgedwaalde cultuur. Wat komt overeen met de menselijke natuur? Getuigen vrouwenbeelden van een oorspronkelijk matriarchaat, getuigen fallische symbolen van het tegendeel? Zijn traditionele rollen geworteld in de prehistorie? En als ze verdwijnen, is dat dan in tegenspraak met de menselijke natuur?

Het debat gaat vaak over de jacht. Het idee dat mannen van nature jagers zijn en vrouwen verzamelaars, is wijdverbreid. De prehistorische man jaagde op dieren om het gezin te voeden, de vrouw zorgde voor de kinderen en ging er hoogstens op uit om fruit en noten te verzamelen. De man was verantwoordelijk voor het vlees – en dus uiteindelijk ook voor de ontwikkeling van de mens, want het werd lang als een uitgemaakte zaak beschouwd dat het de vleesconsumptie was die de hersenen liet groeien en de menselijke soort maakte tot wat ze nu is.

Dit beeld van de taakverdeling uit de oertijd vind je terug in non-fictieboeken over populaire psychologie en in populaire films als Caveman. Toch is het een cliché. Recentelijk hebben onderzoekers bijvoorbeeld betoogd dat in hedendaagse jager-verzamelaarsamenlevingen niet alleen mannen maar ook vrouwen jagen – dus waarom zou dat vroeger anders zijn geweest? Wel kregen de onderzoekers kritiek van collega’s, omdat ze de gegevens op een bevooroordeelde en misleidende manier zouden hebben geselecteerd. Ze zouden ook de verkeerde vragen hebben gesteld: de vraag was niet óf vrouwen überhaupt jaagden, maar hoe vaak.

In feite gaat het echter om iets fundamentelers, namelijk de focus op jagen. Studies hebben keer op keer aangetoond dat op veel plaatsen in het paleolithicum mensen voornamelijk plantaardig voedsel aten en dat de groei van de hersenen niets te maken had met vlees. Het belang van de jacht wordt overschat.

In feite moeten er nóg fundamentelere vragen worden gesteld, zegt Brigitte Röder. De onderzoeker van de Universiteit van Basel is een van de pioniers op het inmiddels gevestigde gebied van archeologisch genderonderzoek. Al tientallen jaren onderzoekt ze niet alleen de prehistorie, maar ook de huidige ideeën over het stenen tijdperk. ‘Veel gangbare beelden zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen,’ zegt ze, ‘maar op het sjabloon­denken uit de begindagen van de archeologie in de negentiende eeuw.’

Newspaper Rock, in National Park Arizona, herbergt meer dan 650 rotstekeningen uit de prehistorie . – © ANP

Als wetenschappers bijvoorbeeld werktuigen in of uit de buurt van een woning uit de steentijd vonden, leek de zaak duidelijk. ‘Activiteiten in het huis werden automatisch toegeschreven aan vrouwen, activiteiten buiten het huis aan mannen,’ zegt Röder. ‘Het idee hierachter is dat vrouwen voor de kinderen moesten zorgen en daarom aan huis gebonden waren.’ Archeologen stelden zich de prehistorische samen­leving voor als het kerngezin van de middenklasse – hoewel zelfs in de negentiende eeuw alleen rijke gezinnen het zich konden veroorloven dat de vrouw thuisbleef.

Het zicht op de prehistorie wordt derhalve belemmerd door vooroordelen: veel van wat we denken te weten, weten we eigenlijk niet. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of mensen in het paleolithicum überhaupt in gezinnen samenleefden, en niet in grotere groepen. Dat laatste zou het onder andere makkelijker hebben gemaakt om voor kinderen te zorgen en borstvoeding te geven. Het is ook onzeker of de taken over het algemeen verdeeld waren op basis van geslacht of, meer in het algemeen, of geslacht al dezelfde maatschappelijke relevantie had die het tegenwoordig heeft. Röder denkt van niet. ‘Voor mijn gevoel is onze tijd bijna geobsedeerd door gender,’ zegt ze.

Verschillen

Wat we vooral weten, is dat het ingewikkeld is. Wetenschappers benaderen de prehistorie op drie manieren: door archeologische vondsten, biologisch onderzoek en analogieën met hedendaagse jager-verzamelaarsculturen. Alle discussies over de jacht ten spijt hebben die laatste echter weinig betekenis, simpelweg omdat de jager-verzamelaars van nu geen mensen uit de steentijd zijn. Aan de andere kant zijn er biologisch gezien duidelijke verschillen tussen de seksen; alleen vrouwen kunnen bevallen en borstvoeding geven. Afgezien daarvan is er echter geen duidelijke biologische aanleg voor bepaalde activiteiten, zelfs niet voor de jacht. Mannen zijn in aanleg sterker, vrouwen hebben meer weerstand, dus wie is er geschikter om te jagen? Tot slot verschillen archeologische vondsten van plaats tot plaats en van periode tot periode. De oertoestand, die informatie zou kunnen geven over de aard van de mens, heeft waarschijnlijk nooit bestaan. En als die er al was geweest, hoe zou die dan geïdentificeerd kunnen worden? Wat archeologen kunnen vinden is niet de oertoestand, maar bijvoorbeeld een nest schedels. Zo’n nest is te zien in München, dus terug naar Heiner Schwarzberg.

Een schedelnest is het resultaat van een nogal rustiek begrafenisritueel: de hoofden van overledenen werden afgehakt en vervolgens in groepjes begraven, met hun gezicht in dezelfde richting. Eén zo’n nest uit de Grote Ofnetgrot in de Landkreis Donau-Ries is te zien in de Archäologische Staatssammlung in München. De eigenaars van de schedels leefden als nomaden in het zevende millennium voor Christus. En in het graf is geen onderscheid te zien tussen de geslachten, zegt archeoloog Schwarzberg. Mannen, vrouwen, kinderen: alle hoofden werden gelijk behandeld.

Bij graven weet je meestal met wie je te maken hebt en daarom zijn verschillen tussen de seksen hier het best vast te stellen, door sporen op de botten of door grafgiften, vertelt Schwarzberg. Maar tot het mesolithicum, de tijd van de schedelnesten, waren er geen duidelijke aanwijzingen voor ongelijke behandeling of een taakverdeling tussen man en vrouw. Schwarzberg waarschuwt echter dat het beeld onvolledig is. Hoe verder je teruggaat, hoe kariger de grafvondsten worden. En niet alle activiteiten laten sporen achter op de botten of zijn terug te vinden in grafgiften. Het is bijvoorbeeld moeilijk om te bepalen wie er voor de kinderen zorgde. Veelvuldig gooien kan resulteren in een zogenaamde ‘werpelleboog’; deze beschadiging werd iets vaker aangetroffen op mannelijke skeletten, maar kwam ook op vrouwelijke skeletten voor. Over het algemeen laat botletsel zien dat mannen en vrouwen in het paleolithicum vergelijkbare activiteiten uitvoerden.

Aan deze gelijkwaardigheid lijkt een einde te zijn gekomen in het neolithicum, oftewel na de introductie van de landbouw. In München is vlak naast het schedelnest een mannelijk skelet uit 2500 voor Christus te zien, gevonden in Wallersdorf in Neder-Beieren. Het graf was op basis van geslacht gemarkeerd: de dode man was zo neergelegd dat zijn hoofd naar het noorden wees. ‘Als het een vrouw was geweest, zou het lichaam andersom zijn begraven, met het hoofd naar het zuiden,’ zegt Schwarzberg. Waarom? Onduidelijk. Maar vanaf dat moment was er in de graven altijd een duidelijk onderscheid tussen de geslachten.

Tastbaar

De verschillen worden vooral tastbaar vanaf de bronstijd, omdat metalen grafgiften goed bewaard zijn gebleven. Typische vrouwelijke attributen zijn sieraden, spelden en ringen, vertelt Schwarzberg. Mannen daarentegen werden meestal met wapens begraven. En een dergelijk onderscheid werd al gemaakt voor kinderen, zegt archeoloog Katharina Rebay-Salisbury, die aan de Universiteit van Wenen onderzoek doet naar kinderen in de vroege bronstijd. De begraafplaats die ze onderzoekt is bijzonder binair en geslachtsspecifiek. ‘Het was voor deze mensen heel belangrijk om onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen.’ Dode kinderen werden ook begraven naar geslacht – maar, zegt ze: ‘Dat was in deze groep het geval; andere groepen zouden dit onderscheid pas later hebben gemaakt. En later was het geslacht weer minder belangrijk in graven dan de sociale status of de familieband.’

Een graf uit de bronstijd.
– © Getty Images

Maar zelfs uit duidelijk geslachtsspecifieke graven kan nauwelijks een eenduidige taakverdeling in het dagelijks leven worden afgeleid, zegt onafhankelijk archeoloog Julia Katharina Koch, die onder meer onderzoek doet naar sociale structuren in de ijzertijd en eveneens geldt als pionier op het gebied van archeologisch genderonderzoek. Graven weerspiegelen slechts een deel van het leven, zegt ze. Op basis van patronen in de grafgiften is het mogelijk om individuele activiteiten toe te wijzen aan specifieke groepen. Maar: ‘We weten niet in detail hoe de sociale structuren waren. En dan is het heel moeilijk om conclusies te trekken over genderrollen.’ Daarom heeft het ook geen zin om ontdekkingen te benadrukken die bij je eigen ideeën passen, zegt Koch: ‘Mensen roemen alles wat vrouwen in de prehistorie deden en er worden afzonderlijke voorbeelden uitgepikt. Maar de archeologie is niet altijd eenduidig in haar interpretaties.’

Dit geldt vooral voor de oudste periode van de menselijke geschiedenis, het paleolithicum. ‘Geslacht speelde natuurlijk een rol, al was het maar om biologische redenen,’ zegt Heiner Schwarzberg bijvoorbeeld. ‘Maar de impact op de samenleving zal hoe dan ook anders zijn geweest.’ Hij vindt het cliché van de jagende man en de verzamelende vrouw onrealistisch. In kleine groepen was het eerder zo dat iedereen verantwoordelijk was voor alles. ‘Ik denk dat het heel onwaarschijnlijk is dat de vrouwen in het paleolithicum bij het vuur zaten en voor de kinderen zorgden, terwijl de mannen gingen jagen. Dat zou zo veel risico’s met zich mee hebben gebracht – ik denk niet dat ze dat zouden hebben overleefd.’

Maar zelfs als dat wel zo was: zou het dan een model zijn voor vandaag? Archeoloog Rebay-Salisbury vindt die verwachting absurd. ‘Het verleden kan alleen maar dienen als slecht voorbeeld,’ zegt ze. ‘Het is niet iets waarop je je kunt beroepen.’ Zwangere vrouwen wordt bijvoorbeeld vaak verteld dat een bevalling een natuurlijk proces is en dat alles goed zal gaan. ‘Maar ik kan ze veel graven laten zien van vrouwen die het niet overleefd hebben. Dat iets “natuurlijk” is, betekent niet dat het goed was.’

Ontworstelen

Brigitte Röder vindt ook dat de archeologie zich aan dergelijke ideeën moet ontworstelen. Of er in het stenen tijdperk een matriarchaat of een patriarchaat was, kan archeologisch bewezen noch weerlegd worden, zegt ze. Maar de structuren van vandaag kunnen sowieso niet worden gerechtvaardigd door de prehistorie. ‘Het verleden wordt misbruikt om identiteit te creëren in het heden.’

In plaats van de aard van de mens erin te zoeken, zouden we ons oprecht moeten interesseren voor de prehistorie. Zelf kan Röder zich voorstellen dat er ooit heel specifieke organisatievormen waren: ‘Hoe meer ik mijn eigen culturele patronen overdenk en daaruit iets kan abstraheren, hoe opener mijn blik wordt,’ zegt ze. ‘En hoe vreemder alles eigenlijk voor me wordt.’  

You May Also Like

More From Author

+ There are no comments

Add yours