Van superfood tot junkfood. De dubbele standaarden van ultrabewerkt voedsel

Estimated read time 5 min read

Sommige producten hebben ten onrechte een gezond imago, terwijl andere lang niet zo ongezond zijn als wordt beweerd. Tijd voor een nuchtere discussie over gezond eten, vindt hoogleraar Giles Yeo van de Universiteit van Cambridge.

In de turbulente wereld van dieet en voeding werd het afgelopen jaar verhit gediscussieerd over de nadelen van sterk bewerkt voedsel, bekend onder de Engelse benaming ultra-processed foods (UPF’s). Niet alleen in de media, ook in wetenschappelijke kringen – en dat is uitzonderlijk – werd hierover driftig gedebatteerd. Dus hoe zit het nou écht met UPF’s? Zijn die inderdaad zo schadelijk voor de gezondheid als velen beweren? En hoe vind je als consument, gewapend met deze informatie, je weg in de supermarkt?

Het bewerken van voedsel, zoals koken, fermenteren, inmaken, zouten en roken, doen we al sinds mensenheugenis. Deze bereidings- en conserveringsmethoden verminderden de kans op voedselvergiftiging, verbeterden de benutting van voedingsstoffen en zorgden voor een constante bron van calorieën bij de wisselende beschikbaarheid van vers voedsel door het jaar heen. Ze waren van cruciaal belang voor het overleven en welvaren van onze soort.

Maar UPF’s zijn een heel ander verhaal – die komen tot stand via industriële processen die we thuis niet na kunnen doen. Hieronder vallen ongeveer alle soorten frisdrank, ijs, koekjes, margarine, gebakjes, ontbijtgranen, bouillonblokjes, zuigelingenmelk en voorverpakt fabrieksbrood.

Ze zijn goedkoop om te produceren en met hun lange houdbaarheidsdatum makkelijk te bewaren en te transporteren. De prijs van deze producten ligt laag en ze worden dan ook vooral gekocht en geconsumeerd door klanten met een kleine portemonnee. In het Verenigd Koninkrijk halen we ongeveer de helft van onze calorieën uit UPF’s, en de alomtegenwoordigheid van deze producten in onze winkels verdient een nuchtere discussie.

Gezondheidsrisico’s

Ondertussen is het een interessant gegeven – vind ik althans – dat sommig sterk bewerkt voedsel niet alleen ontkomt aan een negatief imago, maar zelfs lijkt te worden geassocieerd met een verstandige manier van eten.

Het scala aan plantaardige zuivelalternatieven en nepvleesvarianten en vele andere sterk bewerkte ‘premium’-voedingsmiddelen die worden aangeboden in duurdere supermarkten en restaurants, zijn daar een voorbeeld van. Deze voedingsmiddelen zijn gespaard gebleven voor de kritische blik waaraan de rest van de UPF’s worden onderworpen. Maar wat de mate van bewerking betreft is er echt geen verschil tussen crème fraîche van havermelk en roomijs van koemelk, of tussen een bevroren hamburger van rundvlees en eentje van soja-eiwit.

In havermelk zitten olie, emulgators en andere additieven, en vegaburgers hebben een hoog suiker-, zout- en vetgehalte; zo bekeken zou je ze zelfs als junkfood kunnen beschouwen. En toch wordt in de discussie over UPF’s vrijwel nooit de vraag gesteld waarom sommige van deze producten als ongezonder te boek staan dan andere.

Er is volop bewijs dat de consumptie van te veel UPF’s in verband kan worden gebracht met een slechtere gezondheid. Een in het British Medical Journal gepubliceerde metastudie van 45 verschillende onderzoeken, uitgevoerd onder in totaal bijna 10 miljoen mensen, heeft onlangs verbanden aangetoond met 32 gezondheidsrisico’s, waaronder vroegtijdig overlijden, kanker, psychische problemen, luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, maag-darmproblemen en stofwisselingsziekten.

De smaak daargelaten is supermarktbrood niet slechter voor je gezondheid dan zo’n luxebrood van een yuppenbakkerij

Dat is niet verwonderlijk als je kijkt naar de bestanddelen van UPF’s. In de meeste daarvan zitten weinig eiwitten en vezels, en ze hebben een hoog suiker-, zout- en vetgehalte. Maar de manier waarop we het tegenwoordig over UPF’s hebben, is op geen enkele manier bevorderlijk. De term bestrijkt een ontzettend breed gamma van voedingsmiddelen: van producten die in de fabriek bijna geheel zijn opgebouwd uit basisingrediënten tot minimaal bewerkte voedingsmiddelen met enkele additieven, zoals een natuurlijke yoghurt met een klein beetje UPF-jam.

Ik begrijp dat je meer gezondheidsrisico’s loopt als je te veel eet uit de eerste categorie. Maar in de tweede categorie bevindt zich ook supermarktbrood, en een groot deel van de ingenomen UPF-calorieën is hieruit afkomstig. Je kunt natuurlijk naar een yuppenbakkerij gaan en een ambachtelijk gebakken zuurdesembrood kopen, dat veel duurder en ook veel lekkerder zal zijn dan een supermarktbrood. Maar brood is in principe gewoon meel, zout, water en gist. De smaak daargelaten is supermarktbrood niet slechter voor je gezondheid dan zo’n luxebrood.

Onnauwkeurig

Ik ben een fervent voorstander van gezonder eten in een poging de huidige stroom dieetgerelateerde ziekten te stuiten, en er zijn veel voedingsmiddelen waarvan we ongetwijfeld een stuk minder zouden moeten eten. Allereerst is het verstandig om te letten op de voedingswaarde van ons eten; we moeten ervoor zorgen genoeg eiwitten en vezels binnen te krijgen, en iets minder suiker, zout en verzadigde vetten. Om dat voor iedereen haalbaar te maken, zou de gezondere keuze ook de goedkopere en makkelijkere moeten worden – zo is het nou eenmaal.

Ik vrees dat het concept UPF te onnauwkeurig is om te bepalen hoe gezond of ongezond een bepaald voedingsmiddel is en, erger nog, dat het momenteel wordt gebruikt om de eetgewoonten van andere mensen af te kraken. Ondertussen prijst de elite zichzelf gelukkig met het eten van voedsel dat even sterk bewerkt is, maar een betere pr heeft.

You May Also Like

More From Author