Steeds meer mensen dragen smartwatches. In Duitsland houdt zelfs een op de drie mensen hun vitale functies in de gaten met behulp van deze zogenaamde wearables. Is dit gewoon de zoveelste plaag van de zichzelf optimaliserende mensheid of is het juist een goede ontwikkeling? Twee redacteuren gaan met elkaar in debat.
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.
‘Experts waarschuwen dat smartwatches je fitheid kunnen belemmeren in plaats van verbeteren’
De 46-jarige LeClair kreeg van haar zorgverzekeraar een fitnesstracker aangeboden. Hoewel ze het in het begin leuk vond om haar stappen bij te houden en haar hartslag te monitoren, werd de tracker na een paar maanden een standaard waaraan ze zichzelf ging afmeten. ‘In plaats van te kijken naar de veranderende lucht of met haar handen langs met mos bedekte bomen te gaan, maakte ze zich zorgen dat haar hartslag niet hoog genoeg was. Telkens als LeClair wakker werd, was haar eerste gedachte: “Ga ik vandaag wel genoeg stappen zetten?”’ Daarmee begint de Amerikaanse journalist Hilary Achauer haar artikel in The Washington Post.
En dus besloot LeClair ‘op een dag dat ze er genoeg van had’. ‘Jaren nadat ze haar fitnesstracker had weggegooid, is LeClairs activiteitsniveau niet afgenomen.’ Vervolgens benoemt Achauer dat de fitnesstrackers van vandaag ‘veel meer kunnen dan alleen je stappen bijhouden’. ‘De nieuwste smartwatches monitoren je slaap, je herstel, de intensiteit van je training en houden zelfs je golven bij tijdens het surfen. Toegang tot deze informatie is niet altijd positief en sommige experts waarschuwen dat de gadgets je fitheid kunnen belemmeren in plaats van verbeteren.’
Zo benoemt Alissa Rumsey, een gediplomeerd diëtiste in Brooklyn en auteur van het boek Unapologetic Eating, dat voor veel mensen het bijhouden van hun bewegingen een negatieve obsessie kan worden. Daryl Appleton, psychotherapeut en prestatiecoach, waarschuwt dat ‘fitnesstrackers ongezond kunnen worden als er geen grenzen aan het gebruik ervan worden gesteld’. ‘Als je constant je app of stappen checkt en je waarde daaraan afmeet, of hebt ontdekt dat het bijhouden van je fitness en calorie-inname je dagelijkse privé- en beroepsleven belemmert, dan bestaat de kans dat je bepaalde psychische stoornissen aan het ontwikkelen bent’, aldus Appleton.
Fitnesstrackers ‘verwijderen de grenzen die vroeger bestonden tussen medische apparaten en consumentenproducten’
Achauer benoemt ook een ander mogelijk probleem met fitnesstrackers, namelijk dat ze ‘gebruikers ertoe kunnen aanzetten de signalen van hun lichaam te negeren en te blijven trainen, terwijl ze dat eigenlijk niet zouden moeten doen’. Op die manier zouden de gebruikers volgens diëtiste Rumsey ‘niet meer letten op hoe hun lichaam zich voelt en of ze rust nodig hebben, of juist moeten bewegen’. ‘Dit zou ertoe kunnen leiden dat mensen zich losgekoppeld voelen van hun lichaam’, aldus Achauer.
Een andere expert die wordt aangehaald in het artikel is Leela R. Magavi, psychiater en regionaal medisch directeur van Mindpath Health. Zij meent dat ‘trackers weliswaar nuttige hulpmiddelen kunnen zijn om mensen te helpen routines te creëren en positieve gewoontes op te bouwen, maar dat ze niet zijn getest of gereguleerd als apparaten die nauwkeurige klinische diagnoses stellen. Bovendien kunnen ze onnauwkeurige resultaten opleveren.’
Ook gaat Achauer in het artikel in op het feit dat fitnesstrackers ‘de grenzen verwijderen die vroeger bestonden tussen medische apparaten en consumentenproducten’. ‘Informatie die voorheen beperkt was tot dokterspraktijken, zoals hartslagvariabiliteit en slaappatronen, zit nu in lifestyleproducten. Het voordeel van deze vage grenzen is dat we meer informatie bij de hand hebben over onze eigen gezondheid; het nadeel is dat we aan onszelf zijn overgelaten om de informatie die we verzamelen te interpreteren en analyseren’, meent de Amerikaanse journaliste.
‘Het is arrogant om smartwatches te veroordelen als het duivelswerk van zelfoptimalisatie’
‘If it’s not on Strava or Garmin, it didn’t happen’, daarmee begint de Duitse journalist Martin Anetzberger zijn betoog in Süddeutsche Zeitung waarom fitnesstracking een goed idee is. ‘Dat gezegde is inmiddels een begrip geworden onder ambitieuze sporters. Vrij vertaald: “Laat mij zien welke topprestatie jij hebt neergezet in jouw fitnessapp, anders ga ik ervan uit dat je mij bedriegt.” Dit plagerijtje is uiteraard bijna nooit serieus bedoeld. Maar het biedt wel een verklaring waarom zoveel mensen fitnesshorloges, hartslagmeters en GPS-sensoren gebruiken om gegevens over hun sportactiviteiten bij te houden en te verspreiden: het is leuk, zo simpel is het.’
Volgens Anetzberger is fitnesstracking puur iets positiefs. ‘Het is leuk om je trainingen virtueel bij te houden, jezelf te vergelijken met anderen en, ja, jezelf een beetje te presenteren. Dingen die leuk zijn, werken motiverend. En motivatie is essentieel als je je bijvoorbeeld voorbereidt op een marathon, omdat het veel tijd kost die je ook zou kunnen doorbrengen met familie of vrienden, in het theater, in de kroeg of gewoon op de bank.’
Maar volgens Anetzberger gaat het doel van tracking nog verder. Zo zou het bij goed gebruik een ‘belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het monitoren van trainingssucces’ en zelfs ‘overbelasting of blessures kunnen voorkomen’. ‘Veel mensen die zich voor het eerst voorbereiden op een wedstrijd beginnen met trainingen die te intensief zijn en drijven hun hartslag te hoog op. Dit is niet effectief, veroorzaakt snel uitputting en frustratie en kan bovendien gevaarlijk zijn voor de gezondheid, omdat het hart- en vaatstelsel niet aan deze belasting gewend is. Veel horloges zijn uitgerust met een hartslagalarm. Ze trillen of piepen wanneer een individueel ingestelde waarde wordt overschreden. Een waardevol hulpmiddel voor beginners totdat ze gevoel voor het juiste tempo hebben ontwikkeld.’
Mensen zouden gemakkelijk gemotiveerd kunnen worden door de ‘speelse aanpak’ van een dagelijks stappendoel
Ook gaat het opiniestuk in op de groep met minder grote sportieve ambities, maar waarbij de fitnesstracker nog steeds positieve impulsen kan bieden om te gaan bewegen. Zo zouden mensen gemakkelijk gemotiveerd kunnen worden door de ‘speelse aanpak’ van een dagelijks stappendoel of een bepaald aantal trappen oplopen.
Daarom concludeert de Duitser dat ‘het verkeerd en ook een beetje arrogant is om smartwatches te veroordelen als een ultiem en duivels symbool van hightech zelfoptimalisatie – vooral als je bedenkt hoeveel mensen in Duitsland te veel wegen (meer dan de helft heeft overgewicht, bijna een kwart heeft extreem overgewicht), wat in verband wordt gebracht met een verhoogd risico op diabetes, hart- en vaatziekten en gewrichtsaandoeningen.’ Onlangs werd uit onderzoek duidelijk dat het percentage van mensen met overgewicht in Nederland in 2050 zal oplopen tot 64 procent.
Anetzberger benoemt ook kort dat deze moderne apparaten ‘een jungle aan verschillende functies bieden die een aanzienlijke impact hebben op het dagelijks leven en vaak automatisch worden geregistreerd’. Hij ziet in dat mensen daar ook geïrriteerd van kunnen raken of zich daardoor onder druk gezet kunnen voelen. De oplossing die hij daartegen voorstelt is simpel: ‘Leg je horloge dan gewoon weg en schakel deze cryptische waarden uit, vooral ‘s nachts als je slaapt.’