Schaatskampioen hoopt schaatsen op de kaart te zetten in Italië

Estimated read time 4 min read

360 kiest een door de buitenlandse pers beschreven sportevent, van voetbal tot Grieks-Romeins worstelen. Deze keer: schaatsen in Italië en honkbal.

Davide Ghiotto hoopt het schaatsen in Italië op de kaart te zetten 

SCHAATSEN – ‘In Italië is schaatsen niet groot. Er is weinig interesse vanuit de media,’ vertelt Davide Ghiotto in een interview met Schaatsen.nl. ‘Ik hoop en wil proberen dit te veranderen met goede resultaten.’

Kijkend naar grote Italiaanse sportkranten, zoals La Gazetta dello Sport en Corriere dello Sport, valt inderdaad op dat deze nauwelijks over de schaatssport berichten. Van de wintersporten lijkt momenteel vooral alpineskiën populair. Opvallend, omdat het land dat in 2026 de Olympische Winterspelen organiseert met Ghiotto een grote kanshebber voor schaatsgoud in handen heeft. 

‘Binnen het schaatsen bestaat er geen grote Italiaanse traditie, afgezien van de overwinningen van Enrico Fabris op de Spelen van Turijn in 2006,’ valt er te lezen op de Italiaanse wielerwebsite Bici Style. Grappig genoeg heeft de wielerwebsite wel ruimte voor een interview met Ghiotto, wellicht ook omdat hij de zoon is van oud-profwielrenner Federico Ghiotto. 

‘Ghiotto begon met rolschaatsen en stapte over naar het ijs toen hij 19 was’

De eenendertigjarige Ghiotto, afgestudeerd in filosofie, probeert al jaren het schaatsen in Italië op de kaart te zetten. ‘Ghiotto won brons op de Olympische Spelen van 2022 en is tweevoudig regerend wereldkampioen op de 10.000 meter, het langste onderdeel in het Olympisch schaatsen’, aldus NBC Sport. ‘Ghiotto begon met rolschaatsen en stapte over naar het ijs toen hij 19 was. Hij staat erom bekend dat hij vÓÓr een wedstrijd tegen zijn schaatsen praat.’ 

Ook dit seizoen is Ghiotto weer goed bezig, maar dat lijkt de Italiaanse media nog niet te zijn opgevallen. Tijdens de eerste twee wereldbekerwedstrijden, in Japan en China, behaalde hij respectievelijk een eerste en een tweede plek op de 5000 meter. Kort daarvoor verbeterde de Italiaan zelfs het wereldrecord op de 10.000 meter in Inzell, ‘maar door het ontbreken van juryleden en drugstesters van de Internationale Schaatsunie werd het niet als officieel wereldrecord erkend’, aldus Eurosport. In de Italiaanse kranten is het nauwelijks terug te vinden.  

Maud Wiersma

© ANP

Het verdienmodel van de Amerikaanse honkbalwereld 

HONKBAL – Half december werd bekend dat de Dominicaanse honkballer Juan Soto (26) The New York Mets verruilt voor aartsrivaal The New York Yankees. In 15 seizoenen gaat Soto 765 miljoen dollar verdienen. Daarmee kan hij weliswaar niet tippen aan de 250 miljoen die voetballer Cristiano Ronaldo in tweeënhalf jaar bij de Saoedische club Al Nassr opstrijkt, maar zo’n riant inkomen over zo’n lange periode betekent wel een wereldrecord voor een topsporter. 

Het roept de vraag op waar de loongrens ligt in de Major League, de hoogste honkbaldivisie in de VS. In Huff Sports geeft Alex Chester uitleg over het ontbreken van een salarisplafond. Eerst wijst hij op een juridisch pact van een eeuw geleden dat honkbalclubs, anders dan in het basketbal, American football en ijshockey, in staat stelt ongelimiteerde spelerscontracten af te sluiten. Daar staat wel een belastingsysteem tegenover, schrijft Chester: ‘Clubs die bovenmodaal belonen, moeten een deel van hun salarisuitgaven afdragen. Dat wordt vervolgens verdeeld onder minder kapitaalkrachtige concurrenten. Tegelijkertijd dwingt minder financiële slagkracht teams tot innovaties op het gebied van strategie, analyse of talentscouting.’

‘Zo kan een competitie ontstaan waarin de passie en het spel en niet de loonstrookjes bepalend zijn’

Chester stelt dat een salarisplafond zakelijk gezien de economie van het honkbal zou stabiliseren: ‘Teams kennen hun bestedingslimieten, wat leidt tot een voorspelbaardere financiële planning. Deze duurzaamheid is cruciaal voor de gezondheid van de sport op lange termijn en de betrokkenheid van fans. Zo kan een competitie ontstaan waarin de passie en het spel en niet de loonstrookjes bepalend zijn.’

Daarnaast somt Chester argumenten op tégen de invoering van gelimiteerde spelersbudgetten: ‘Teams worden dan niet gehinderd in hun zoektocht naar een zo competitief mogelijke selectie. Financiële flexibiliteit stelt teams in staat om te reageren op kansen en uitdagingen wanneer die zich voordoen. Stel dat een belangrijke speler geblesseerd raakt of dat het team ondermaats presteert. Dan kan de club op tijd een of meer vervangers aantrekken.’

Chester concludeert dat er niet snel verandering zal komen in de financiële huishouding van topclubs in het Amerikaanse honkbal. Omdat er volgens hem ‘altijd een diep geworteld verzet is tegen verandering in de sport. Tegelijkertijd is er veel weerstand van teams met hoge inkomsten die hun bestedingsvoordeel willen behouden. Plus de tegenstand van de machtige en goed georganiseerde spelersvakbond, die een limiet kan beschouwen als een begrenzing van de inkomsten van spelers.’ 

Diederik Samwel

© ANP

You May Also Like

More From Author