Een democratie heeft goed geïnformeerde burgers nodig. Maar bijna de helft van de bevolking vermijdt traditionele nieuwsberichten. ‘Wij willen het gezellig hebben.’
Zonder informatie geen democratie, zegt men. En toch hebben nog nooit zo veel mensen toegegeven geen nieuws meer te volgen als nu – ook in Zwitserland. Op de opkomst bij de stembus heeft dat overigens interessant genoeg geen invloed.
Op de dag waarop bekend werd dat de Hamasleider en het brein achter de aanslag van 7 oktober 2023 in de Gazastrook gedood was, zegt Jasmin Walker bij de koffie: ‘Daar gaat het zeker niet over als ik ’s avonds met mijn vrienden praat. Wij willen het gezellig hebben en praten over persoonlijke, diepgaande dingen.’
Walker is 36, zelfstandig kapper en dierenactivist in de buurt van Thun; ze behoort tot de groeiende groep mensen die het nieuws mijdt. Het lijkt paradoxaal: oorlogen in Gaza en Oekraïne, migratie en klimaatverandering: hoe dichterbij de wereldproblemen komen, hoe vaker mensen zich afwenden van de media die daarover berichten.
Volgens verschillende studies hoort bijna de helft van de mensen tot de zogenoemde nieuwsgedepriveerden, oftewel de groep die maar sporadisch of helemaal geen nieuws consumeert – en die groep wordt steeds groter. Ze overlapt met het derde deel dat volgens het Digital News Report van het Reuters Institute het nieuws ‘vaak of soms’ actief vermijdt, waartoe ook regelmatige nieuwsgebruikers kunnen behoren.
Statussymbool
Over het algemeen zijn het vaker vrouwen dan mannen. En het betreft in toenemende mate mensen die met de media zijn opgegroeid, ze deels ook jarenlang intensief gebruikten en nu tijdelijk het nieuws mijden of helemaal niet meer volgen. ‘Al die negativiteit! Daar heb ik geen behoefte aan,’ zegt Walker, die is opgegroeid in een huishouden waar het dagelijkse tv-journaal verplicht was, maar die tijdens de coronacrisis voor het laatst een krant heeft ingezien.
Wat vroeger taboe was, is tegenwoordig ‘al bijna een statussymbool’, zegt mediapsycholoog Gregor Waller van de Hogeschool voor Toegepaste Wetenschap in Zürich over het groeiende aantal mensen, ook in zijn persoonlijke omgeving, die menen zich niet meer te hoeven informeren over de wereld – en hij bedoelt dat niet positief. ‘Ze willen de controle terug over die berichtenstroom waar nooit een einde aan komt, maar op deze manier sluiten ze zich af voor de wereld.’
Andreas Friedrich, zevenwenvijftig jaar oud en vader van twee kinderen, zegt het niet zonder trots: hij eigent zich ‘het privilege’ toe om af te zien van alle informatie over wat er in de wereld en in Zwitserland gebeurt, terwijl hij zich daar jarenlang via twee krantenabonnementen van op de hoogte stelde. ‘Ik voel me beter zonder die vloedgolf van informatie. Waarom moet ik het altijd meteen weten als ergens een bom ontploft als het mij niet aangaat en ik er niks tegen kan doen?’
Hij weet niet meer precies wanneer, maar het had te maken met Trumps eerste verkiezingscampagne
Daarbij gaat het hem niet om gebrek aan kwaliteit in de berichtgeving, maar hij heeft op zeker moment besloten zichzelf te beschermen met filters. Hij weet niet meer precies wanneer, maar het had te maken met Trumps eerste verkiezingscampagne: ‘Dat we dat voor de tweede keer moeten meemaken vind ik onverdraaglijk.’ De filters zijn de opinies van zijn vrienden, maar ook van bekenden die hij treft bij borrels of avondjes met vrienden. ‘Ik lees gewoon alleen nog maar artikelen die me worden aanbevolen, heel gericht,’ zegt hij. Hij is heel visueel ingesteld, en zo kan hij zich een weg banen door het constante, steeds schellere geschitter van de media en de onlinewereld.
Friedrich hoort bij de groeiende groep nieuwsweigeraars die zich volgens de enquêtes van communicatiewetenschapper Anne Schulz van de Universiteit van Zürich zorgen maken om hun welzijn. Terwijl een minderheid als de coronaontkenners zich terugtrekt omdat ze het vertrouwen in de media verloren hebben en anderen gewoon geen interesse hebben in actuele politieke kwesties, voelt deze groep, aldus Schulz, zich ‘emotioneel uitgeput’ door de veelheid en het negatieve karakter van de in de media afgebeelde realiteit. ‘Het is een relatief nieuw fenomeen,’ zegt ze. Daar komt ook bij dat veel mensen de toestand in de wereld negatiever inschatten dan ze in werkelijkheid is.
Om de effecten van slecht nieuws te begrijpen, zeggen neurowetenschappers, moet je terugkijken tot in het stenen tijdperk. Wij zijn gevormd door een negativity bias, we reageerden sterker op slechte tijdingen dan op goede. De focus op bedreigingen verzekerde het overleven in tijden waarin de sabeltandtijger nog op de loer lag in het bos.
Stortvloed
Het huidige probleem is de directheid van de informatie, de ‘stortvloed in realtime’, zoals psychoanalyticus en schrijver Jürg Acklin het noemt. ‘Vroeger, als ik de ochtendkrant had gelezen, zei ik tegen mijn vrouw: “Nu heb ik de wereld weer onder controle.” Dat gaat nu niet meer.’
De voortdurende beschikbaarheid van informatie raakt bepaalde mensen harder, zegt Acklin: ‘Ze willen steeds meer weten, kunnen niet meer afwegen wat belangrijk is en wat niet; net als een hypochonder, die voortdurend nakijkt wat hij heeft, gaan ze manisch op zoek naar wat er ergens nog zou kunnen gebeuren. En altijd explodeert ergens wel iets.’
Het gevoel overspoeld te worden roept volgens mediapsycholoog Waller een afweerreflex op die tot een totale weigering van nieuwsberichten kan leiden, juist omdat sommige mensen de spanning tussen het negatieve nieuws en hun eigen, weliswaar soms ook gestreste, maar toch bevredigende leven niet kunnen verdragen. ‘Toch doen de media niets anders dan hun werk als berichtgever en controlerende instantie.’
‘De digitale detox van de kleinburger’ noemde mediawetenschapper Bernhard Pörksen dit fenomeen kleinerend in een programma van de Zwitserse televisieomroep SRF. En Die Zeit vergelijkt het met een vlucht uit de wereld, een terugkeer naar het Biedermeiertijdperk, toen het privé- en het familieleven het allerbelangrijkste waren. Het past ook in de tegenwoordige brede trend van de zogeheten ‘selfcare’ of ‘mindfulness’. ‘In een overvolle, overprikkelde, zeer complexe wereld komt het erop aan ons op een nieuwe manier te bezinnen op onszelf’, schrijven de trendwatchers van het Zukunftsinstitut. Dat hoeft niet per se via meditatie of yoga; vaak gaat het om het zich losmaken, van wat dan ook. Op Instagram werd de daarbij passende hashtag ‘slow living’ al meer dan zes miljoen keer gebruikt.
‘De problemen zijn al even complex als de oplossingen. En ik kan er ook niks aan veranderen’
Persoonlijk welzijn in plaats van een vijf-voor-twaalfstemming: ‘De problemen zijn al even complex als de oplossingen. En ik kan er ook niks aan veranderen,’ vindt de negentwintigjarige Mina Wellauer, die niet met haar echte naam in de krant wil. Na onlangs te zijn afgestudeerd werkt ze nu in de bouwsector, en ze informeert zich vooral via sociale media, waar het nieuws moet concurreren met amusement. Ze zegt twee dingen die niet alleen voor het nieuwsmijden van háár generatie kenmerkend zijn: ‘Als ik steeds maar lees over erge gebeurtenissen, dan krijg ik stress door mijn machteloosheid.’ En: ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het toch wel van iemand.’
‘Het nieuws vindt mij’, oftewel: je hoeft je helemaal niet zelf te informeren, omdat je via anderen toch wel hoort wat er aan de hand is. Volgens een internationale studie uit 2020 zijn het vooral jonge mensen die daar in toenemende mate op vertrouwen. Koploper in dit opzicht is Spanje, waar meer dan 80 procent van de ondervraagden lieten weten hiernaar te handelen.
Zwitserland komt in dit onderzoek niet voor, maar blijkbaar voelen veel nieuwsmijders zich hier te lande toch voldoende geïnformeerd om te gaan stemmen; de opkomst bij verkiezingen is in elk geval niet gekelderd. Om zich te oriënteren vertrouwt Jasmin Walker bijvoorbeeld net als die ‘het nieuws-vindt-mij’-jongeren op de hulp van anderen – zoals haar vader, die het nieuws tot op heden nauwgezet volgt.
Friedrichs strategie is het raadplegen van een stemwijzer, zonder het ‘hele mediacircus’ eromheen: ‘Daar kom je toch alle feiten en argumenten in tegen,’ zegt hij. Mocht er iets gebeuren dat relevant is, dan vertrouwt hij erop dat hij het wel van anderen hoort.
Nieuwsmijding
‘Sinds ik geen nieuws meer lees, ben ik door niets wat in de wereld gebeurt verrast – afgezien van de oorlog in Oekraïne,’ zegt auteur Rolf Dobelli. Hij heeft vijf jaar geleden een provocerend boekje gepubliceerd, waarin hij zelfs oproept tot nieuwsmijding. ‘Al dat breaking news dat de hele dag over ons wordt uitgestort, schept alleen maar de illusie van weten. Nieuws is voor het brein wat suiker is voor het lichaam,’ zegt hij. Zijn toenmalige standpunt heeft hij in zoverre gerelativeerd dat hij een uitzondering maakt voor achtergrondartikelen in media als de Neue Zürcher Zeitung. Maar je móét je tegenwoordig haast wel beschermen tegen het nieuws: Oekraïne, Taiwan, het Midden-Oosten, de AI-revolutie: de actuele ontwikkelingen zijn crazy. Er gebeurt zo veel, zo snel, dat is voor elk brein te veel.’
Dat is niet alleen te veel gevraagd voor de lezers, maar ook voor de media zelf. ‘Hoe mooi het idee van een brede algemene kennis ook is, in de huidige wereld is dat gewoon onmogelijk geworden,’ aldus Dobelli.
Hij schetst het toekomstbeeld van een maatschappij waarin iedereen zich bij wijze van spreken terugtrekt in zijn eigen tuin en de publieke discussie steeds kanslozer wordt. Wat voor menigeen dystopisch klinkt, bevordert wat hem betreft het welzijn van het individu en maakt zonder al die afleiding betere beslissingen mogelijk.
De democratische samenleving functioneert alleen maar wanneer burgers goed geïnformeerd zijn
Anderen maken zich wél zorgen, want hier duikt een fundamentele tegenstrijdigheid op. Het individu mag zich beter voelen door het nieuwsmijden, maar de democratische samenleving functioneert toch alleen maar wanneer burgers goed geïnformeerd zijn. Mediawetenschapper Pörksen noemde het nieuwsweigeren in het eerder vermelde tv-programma ‘preverlichtingsdenken’ en ‘libertaire zelfzorg’, die ertoe leiden dat in de politiek het moment van ‘idioten, bullshitters en propagandisten’ is aangebroken.
Paradoxaal genoeg profiteren nu uitgerekend de nieuwscritici ervan dat er een berichtenruis bestaat, dat anderen zich informeren en erover vertellen. ‘Daar heeft u mij te pakken,’ zegt Andreas Friedrich. Dat hij het gevoel heeft goed genoeg op de hoogte te zijn, komt onder andere doordat hij nog veel weet uit de tijd dat hij nog wél allerlei media consumeerde, maar ook door de uitwisseling met mensen die het nieuws regelmatig volgen.
Het is, geeft hij toe, een ware luxe. Maar wat als de geïnformeerde vrienden ook ophouden met lezen en de informatiestroom die alleen in een democratie mogelijk is, opdroogt? Friedrich zegt, samen met andere nieuwsmijders: als de media minder negatief waren en ook meer zouden berichten over positieve ontwikkelingen, dan zou hij ook weer meer nieuws lezen. Dobelli zet enerzijds in op boeken, essays, lange artikelen. Anderzijds zegt hij: ‘Misschien vindt iemand ooit een nieuwe vorm van de agora uit.’ Hij doelt op de vergaderplaats waar de oude Grieken over politiek debatteerden.
En psychoanalyticus Acklin, negenenzevetig jaar oud en een eeuwige optimist, verbindt een persoonlijke anekdote met een metafoor, om de hoop niet te verliezen: ‘Ik weet uit eigen ervaring wat er gebeurt als collega’s menen dat ze zich niet meer met het heden hoeven in te laten als ze oud zijn: dan bazelen ze alleen nog over hun kwaaltjes. Het is als met stilstaand water: zonder verse toevoer begint het te stinken. Dat wil niemand.’