
Talen zijn schatkamers van wijsheid die generaties lang zijn doorgegeven. Maar klimaatrampen en het verlies van biodiversiteit bedreigen het voortbestaan van talen over de hele wereld.
Al generaties lang woont de familie van Lars Miguel Utsi in het dorpje Jokkmokk in Noord-Zweden, waar van oudsher rendieren worden gehouden. In dit deel van de wereld waar de meesten van ons slechts een eindeloze witte sneeuwvlakte zouden zien, ontwaart Utsi in het landschap minutieuze details. Hij herkent de subtiele kenmerken van het bevroren terrein die zo cruciaal zijn voor zijn bestaan.
De Sami, Europa’s enige erkende inheemse groep, wonen hier al duizenden jaren en hun taal weerspiegelt hun diepe band met het land. De negen Samische talen die nog in gebruik zijn, hebben een uitgebreide woordenschat voor sneeuw: van åppås, onaangeroerde wintersneeuw zonder sporen, tot habllek, lichte, poederachtige sneeuw en tjaevi, vlokken die aan elkaar plakken en waar moeilijk in te graven is. Hun terminologie om rendieren te beschrijven is nog gedetailleerder en wordt gebruikt om de dieren te classificeren op basis van geslacht, leeftijd, kleur, vruchtbaarheid, tamheid en meer. Een reandi is bijvoorbeeld een mannelijk rendier met een lang gewei, ruvggáladat een rendier dat is weggelopen van de kudde, en čearpmat-eadni ‘een vrouwelijk rendier dat haar kalf van dit jaar heeft verloren, maar vergezeld wordt door het kalf van vorig jaar’.
Maar rendierhouders zoals Utsi merken hoe snel hun taal verdwijnt en hoe snel hun landschap verandert. Hoewel Noord-Samisch zijn moedertaal is, is hij zich scherp bewust van de hiaten in zijn woordenschat: sommige termen lijken de sprong van generatie op generatie niet te maken. ‘Als je met een ouder iemand praat, hoor je een rijkere taal. Ze hebben meer woorden voor de natuur, voor landschapsvormen, dieren en vooral rendieren. En ze kennen veel meer woorden voor sneeuw,’ zegt Utsi, voormalig voorzitter van de taalraad en vicevoorzitter van het Samisch parlement van Zweden. ‘Het is treurig.’
Eén woord illustreert in het bijzonder wat er op het spel staat: het Noord-Samische ealat, dat volgens Utsi ruwweg vertaald kan worden als ‘de ideale omstandigheden voor rendieren om korstmos te vinden om te grazen’. Het is een term die zich moeilijk laat vertalen, een complex begrip dat impliceert dat diverse factoren (planten, sneeuw, geografie, korstmossen en rendieren) met elkaar in harmonie zijn. ‘Tegenwoordig wordt het steeds minder gebruikt, omdat we die omstandigheden niet zo vaak meer zien,’ zegt Utsi.
Bedreigde talen
Jokkmokk is een belangrijk centrum voor rendierhouderij in Zweden, gelegen in de regio Lapland – of Sápmi, in het Noord-Samisch. Dit gebied beslaat delen van Noord-Noorwegen, Zweden, Finland en de Russische oblast Moermansk. De inheemse Sami hier zijn bijzonder kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering: wetenschappers stellen dat het Arctisch gebied bijna vier keer zo snel opwarmt als de rest van de wereld.
In de loop der eeuwen hebben rendieren zich aangepast aan de barre klimatologische omstandigheden van de regio; ze ontwikkelden schopvormige hoeven waarmee ze korstmos en andere planten onder de sneeuw kunnen opgraven. Maar door stijgende temperaturen valt er meer regen dan sneeuw, waardoor de grond verijst en het graven voor rendieren onmogelijk wordt. Vroege dooi leidt tot ongebruikelijke overstromingen voor het seizoen, wat het hoeden bemoeilijkt en de voedselvoorraad vernietigt. Onderzoek toont aan dat de rendierbiotopen in de afgelopen eeuw met 70 procent zijn afgenomen, deels doordat gebieden onder water werden gezet voor waterkrachtcentrales.
‘Als je met een ouder iemand praat, hoor je een rijkere taal’
Deze veranderingen bedreigen zowel de wilde dieren als de culturele praktijken van de rendierhouderij die al generaties lang bepalend zijn voor de levenswijze van de Sami. Tegelijkertijd voeren de rendierhouders nog een andere strijd: het verlies van hun talen. Zweden en Finland hebben onlangs plannen gepresenteerd om de financiering voor de Sámi Giellagáldu in te krimpen, een orgaan dat is opgericht om de Sami-talen te beschermen en te behouden. De Unesco beschouwt alle negen resterende Sami-talen als bedreigd. Het Noord-Samisch is de meest gesproken taal, met naar schatting twintig- tot dertigduizend sprekers, terwijl het Ume-Samisch vermoedelijk nog maar amper vijftig sprekers kent.
Hoewel de achteruitgang van de Sami-talen verschillende complexe oorzaken heeft, weerspiegelt het in het algemeen de teloorgang van hun traditionele levenswijze. Rendierhouders zoals Utsi hebben er letterlijk geen woorden voor als ze worden geconfronteerd met hun veranderende omgeving. Dit duidt op een onzekere toekomst: wat blijft er over als de dingen waar je woorden voor hebt langzaam verdwijnen? De Sami-talen zijn gevormd door hun omgeving en vanuit de noodzaak om te overleven in barre omstandigheden. Als ze zouden uitsterven, zouden ook de diepgewortelde kennis en expertise die generaties lang zijn doorgegeven verloren kunnen gaan.
Het verband tussen taal en natuur
Wetenschappers en taalkundigen hebben een opvallend verband ontdekt tussen de biodiversiteit en de talen in de wereld. Gebieden die rijk zijn aan biologische diversiteit blijken ook vaak een grote taalkundige diversiteit te kennen, oftewel een hoge concentratie van talen. Hoewel het verband nog niet volledig is geduid, wijst de sterke geografische correlatie erop dat beide vormen van diversiteit door verschillende factoren (ecologisch, sociaal, cultureel) worden beïnvloed, en bovendien in zorgwekkend tempo afnemen. Deze gebieden hebben vaak het meest te lijden van de klimaatcrisis. Waar planten- en diersoorten verdwijnen, volgen talen, dialecten en unieke uitdrukkingen vaak eenzelfde patroon van achteruitgang.
Bij een hotspot voor biodiversiteit denk je misschien eerder aan het Braziliaanse Amazonegebied of de bossen van Tanzania dan aan het Noordpoolgebied. Toch speelt dat een cruciale rol in het reguleren en stabiliseren van het klimaat op aarde, en in de ondersteuning van al het leven op onze planeet. Wetenschappers plachten te zeggen: ‘Wat in het Noordpoolgebied gebeurt, blijft niet in het Noordpoolgebied.’ Elke verstoring van deze habitat heeft verstrekkende gevolgen voor de mensheid.
Inheemse gemeenschappen hebben een diepe band met het land dat ze al generaties lang bewonen, en die wordt weerspiegeld in de talen die ze spreken, de manier waarop ze over het landschap praten en de woorden die ze geven aan de overtuigingen en gebruiken die hun talen mede hebben gevormd. Als hun band met het land onder druk komt te staan, lijden hun talen daar automatisch ook onder. Vanuatu bijvoorbeeld, een eilandengroep in de Stille Zuidzee met de hoogste taaldichtheid ter wereld (110 talen op 12.190 vierkante kilometer), herbergt 138 bedreigde planten- en diersoorten. Het land is bijzonder kwetsbaar voor zeespiegelstijging en klimaatgerelateerde natuurrampen. Wetenschappers waarschuwen dat de klimaatcrisis de genadeslag dreigt te worden voor veel inheemse talen, nu kustgemeenschappen gedwongen worden te verhuizen.
Als gemeenschappen niet langer kunnen vertrouwen op hun land, worden ze mogelijk gedwongen te verhuizen naar gebieden waar hun talen niet worden gesproken. Ze laten dan niet alleen hun moedertaal achter, maar ook alle wijsheid die erin besloten ligt. Ook zijn er aanwijzingen dat wanneer een taal ‘achteruitgaat’, bijvoorbeeld door economische of sociale factoren, mensen geleidelijk aan minder aandacht hebben voor het land. Als talen verdwijnen, gaat ook de traditionele ecologische kennis die ze bevatten verloren. Inheemse gemeenschappen wijzen dan ook steeds vaker op de onlosmakelijke band tussen taal en biodiversiteit als bewijs dat mensen niet losstaan van de natuur, maar er juist onlosmakelijk deel van uitmaken.
Diversiteit in kaart gebracht
Begin jaren negentig, toen natuurbeschermers begonnen te waarschuwen voor de alarmerende afname van biodiversiteit, bestudeerde taalkundige Luisa Maffi het verdwijnen van talen wereldwijd. Ze realiseerde zich dat deze twee trends mogelijk verband met elkaar hielden. ‘Opeens drong het tot me door: dit zijn allemaal vormen van diversiteit van leven op aarde,’ vertelt Maffi vanuit haar huis in Brits-Columbia (Canada). ‘Diversiteit in de natuur, maar ook de diversiteit van menselijke culturen en talen. Ze zijn met elkaar verbonden, verweven en wederzijds van elkaar afhankelijk. Wat er met de ene component gebeurt, beïnvloedt dus wat er met de andere gebeurt.’
Al snel ontdekte ze dat ze niet de enige was die tot deze conclusie was gekomen. In 1988 verklaarde het Eerste Internationale Congres voor Etnobiologie in het Braziliaanse Belém dat er ‘een onlosmakelijke band bestaat tussen culturele en biologische diversiteit’. Na een congres in 1995, waar Maffi David Harmon ontmoette, een natuurbeschermer die onderzoek deed naar deze ‘samenvallende uitstervingscrisis’, richtten de twee de non-profitorganisatie Terralingua op. Volgens de website richt deze organisatie zich op ‘bioculturele diversiteit’, een term die zij extra bekendheid gaven en die uitdrukt hoe ‘biodiversiteit, culturele diversiteit en taalkundige diversiteit allemaal met elkaar verbonden zijn’.
Gegevens over de talen van de wereld waren destijds moeilijk te vinden. Een van de weinige uitgebreide databases was The Ethnologue, waarin vanaf 1951 talen werden gecategoriseerd. Talen veranderen snel, en er bestaat niet altijd consensus over waar de ene taal ophoudt en de andere ontstaat. Daarom creëerde Terralingua de Index of Linguistic Diversity, die op hun website wordt omschreven als de ‘allereerste kwantitatieve maatstaf voor trends in de wereldwijde taalkundige diversiteit’. Deze index toonde aan dat de mondiale taalkundige diversiteit van 1970 tot 2005 met naar schatting 20 procent was afgenomen, waarbij inheemse talen het zwaarst waren getroffen. Als we deze gegevens naast die over biodiversiteit leggen, zien we iets onthullends. De trends in taalverlies weerspiegelen nauw de afname van de mondiale biodiversiteit. De Living Planet Index van het Wereld Natuur Fonds stelde vast dat in diezelfde periode planten- en diersoorten gemiddeld met 27 procent afnamen.
‘Taalkundige diversiteit wordt in feite gebruikt als maatstaf voor culturele diversiteit’
De Index of Linguistic Diversity van Terralingua bouwde voort op eerder werk van Harmon en Jonathan Loh, een wetenschapper die gespecialiseerd is in mondiale biologische en culturele diversiteit; dat werk wees op verbanden tussen de staat van ’s werelds taalkundige diversiteit en die van de biodiversiteit. In 2012 onthulde een studie in Proceedings of the National Academy of Sciences dat biodiversiteitshotspots en wilde natuurgebieden met een hoge biodiversiteit de thuisbasis zijn van 70 procent van de wereldtalen. De studie benadrukte ook dat veel van deze talen endemisch zijn in hun regio en met uitsterven worden bedreigd, en wees op de parallelle afname van mondiale taalkundige en biologische diversiteit.
‘We konden aantonen dat ongeveer driekwart van de talen op aarde wordt gesproken in gebieden met een hoge biodiversiteit, wat neerkomt op een kwart van het landoppervlak, Antarctica niet meegerekend,’ zegt Larry Gorenflo, medeauteur van de studie en hoogleraar landschapsarchitectuur, geografie, Afrikaanse studies en antropologie aan de Pennsylvania State University. ‘Van sommige van deze biodiversiteitshotspots is de taalkundige diversiteit ronduit fenomenaal.’
Volgens Gorenflo kun je taalkundige diversiteit zien als een indicator voor culturele diversiteit in bredere zin, die traditioneel gezien moeilijker te definiëren was. ‘Lange tijd werd antropologie beschouwd als de sociale wetenschap die cultuur bestudeerde. Maar niemand was het helemaal eens over wat cultuur precies inhield,’ zegt hij. ‘Taalkundige diversiteit wordt in feite gebruikt als maatstaf voor culturele diversiteit.’
De precieze redenen achter de verbanden tussen talen en natuur zijn niet volledig duidelijk, aldus Gorenflo. Eerdere studies wezen erop dat in gebieden met een groot aantal hulpbronnen taalkundige diversiteit ontstaat doordat mensen zich moeten aanpassen aan een complexere omgeving. Volgens anderen verkleinen overvloedige hulpbronnen de kans dat men deze moet delen en zodoende in tijden van nood moet communiceren met naburige groepen. Weer ander onderzoek suggereert dat de redenen achter dit gelijktijdig voorkomen veel ingewikkelder zijn en per gebied verschillen. Gorenflo benadrukt de noodzaak van meer onderzoek. ‘Als we dit verband begrijpen, kan dat de manier beïnvloeden waarop we omgaan met de relatie tussen inheemse volkeren en biologische diversiteit – en met de natuur.’
Taal en ecologische wijsheid
Taalkundigen schatten dat er ongeveer 8324 talen in de wereld zijn, waarvan er volgens de website Ethnologue nog 7164 worden gesproken. De verdeling van de wereldbevolking over deze talen is echter ongelijk. Meer dan de helft van de acht miljard mensen op aarde spreekt een van de 25 meest voorkomende talen. De meeste van de overige 7139 talen hebben maar weinig sprekers. Ongeveer de helft van alle talen wordt gesproken door gemeenschappen van tienduizend mensen of minder, en een paar honderd talen hebben slechts maximaal tien sprekers.
Volgens Gary Simons, hoofdredacteur van Ethnologue, sterft er ongeveer elke veertig dagen een taal uit. Taalkundige Kenneth Hale vergeleek het verlies van één enkele taal met ‘een bom op het Louvre’, vanwege de cultuur en ‘intellectuele rijkdom’ die in elk ervan besloten ligt. De snelheid waarmee talen uitsterven zal naar verwachting toenemen naarmate kinderen ze niet meer leren en oudere sprekers overlijden. De meeste talen zijn spoorloos verdwenen doordat ze gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis uitsluitend mondeling werden overgeleverd. Maar het zijn juist de bedreigde talen die de schoonheid van de menselijke diversiteit en de flexibiliteit van de menselijke geest blootleggen. Zo kennen sommige talen zeer gespecialiseerde termen op het gebied van bijvoorbeeld kruidengeneeskunde, astronomie of zeewier.
Talen zijn schatkamers van wijsheid die generaties lang zijn doorgegeven. Vaak is deze wijsheid ecologisch van aard. In het westen van Canada en de Verenigde Staten geven uitdrukkingen in inheemse talen aan wanneer wilde planten geoogst moeten worden. Australische Aboriginals definiëren de seizoenen op basis van signalen zoals de bloei van inheemse bomen, die op hun beurt informatie bieden voor het bestrijden van bosbranden. Traditionele Sami-kalenders kennen dertien maanden, gebaseerd op plantengroei en dierlijke activiteit in een bepaalde periode van het jaar, zoals miessemánnu (rendierkalfmaand) en borgemánnu (rendiervachtwisselmaand). Maar de uitdrukking Mitákuye Oyás’in, van de Lakota, die zowel ‘al mijn verwanten’ (menselijk en niet-menselijk) betekent als ‘alles is verwant’, verwoordt de onderlinge verbondenheid van mens en natuur misschien nog wel het best.
Veel bedreigde talen drukken eerbied en respect uit voor de natuur en een besef van het evenwicht dat moet worden bewaard. ‘Voor gemeenschappen die een innige band hebben met hun directe omgeving is het land de leermeester. Je moet de lessen van het land leren om te overleven en te gedijen, en dat raakt natuurlijk verankerd in je waardensysteem, dat tot uiting komt in taal,’ zegt Maffi. ‘Nergens zul je een filosofie vinden die zegt: neem zo veel als je maar wilt en trek je van de toekomst niks aan.’
Taal als koloniaal wapen
De opmerkelijke concentratie van talen in ’s werelds meest biodiverse regio’s, vooral in de tropen en gebieden nabij de evenaar, kan deels worden verklaard door de beschermende rol die deze wildernisgebieden speelden tegen kolonisatie. Historisch gezien werd het uitsterven van talen vaak veroorzaakt door kolonialisme. Zoals Alfred Crosby betoogt in Ecological Imperialism, gaven Europese kolonisten doorgaans de voorkeur aan gebieden met vlak, vruchtbaar land dat makkelijker te bewonen en bebouwen was.
Tropische regio’s daarentegen brachten meer uitdagingen met zich mee, waaronder ziektes waar Europeanen vatbaarder voor waren wegens een gebrek aan immuniteit. En het zijn de geïsoleerde, moeilijk bereikbare gebieden die naar meer diversiteit neigen. ‘In berggebieden en op eilanden vind je veel biodiversiteit. En als het lastig is om je er te verplaatsen, tref je er ook al snel behoorlijk wat culturele diversiteit aan,’ vertelt Gorenflo.
Europeanen beseften al snel dat in de gebieden die ze wel koloniseerden, taal cruciaal was voor hun missie. Om politiek en economisch te overheersen, zagen de koloniserende machten in dat ze ook op het gebied van taal moesten domineren. De Spaanse geleerde Antonio de Nebrija pleitte voor het belang van het schrijven van grammatica’s en woordenboeken in het Castiliaans. In 1492 schreef hij: ‘Taal en het rijk gaan immer hand in hand.’ Tegen het begin van de twintigste eeuw was door eeuwenlang kolonialisme zo’n 20 procent van de inheemse talen in Australië, de VS, Zuid-Afrika en Argentinië verloren gegaan.
‘Taal, elke taal, heeft een dubbel karakter: het is zowel een communicatiemiddel als een drager van cultuur’
Door hun moedertalen uit te roeien, ontnamen kolonisatoren de lokale bevolking hun band met de cultuur, alsook herinneringen, gemeenschappelijke identiteit en de relatie met het land, dat hun eveneens was afgenomen. ‘Taal, elke taal, heeft een dubbel karakter: het is zowel een communicatiemiddel als een drager van cultuur’, schreef de Keniaanse schrijver Ngugi wa Thiong’o. Zo werd de bevolking dus verhinderd om hun kennis door te geven aan de volgende generatie. Ngugi sprak treffend van ‘kolonisatie van de geest’.
Tegenwoordig is taalverlies vaak een gevolg van wat veel mensen in geïndustrialiseerde samenlevingen ‘vooruitgang’ zouden noemen: gemengde huwelijken, het onderwijzen van ‘populairdere’ talen op scholen en migratie voor betere kansen. Inheemse talen zijn moeilijk te behouden wanneer de sprekers zich aanpassen aan nieuwe levensomstandigheden en hun talen niet meer in de oorspronkelijke context gebruiken.
Conservatie en inheemse kennis
Paradoxaal genoeg stond het idee dat mensen losstaan van de natuur ook centraal in de ideologie rond natuurbehoud. Tijdens een reis naar de Verenigde Staten in 1919 bezocht koning Albert I van België drie nationale parken: Yellowstone, Yosemite en de Grand Canyon. Dit was enkele jaren nadat president Woodrow Wilson een wet had ondertekend die een National Park Service in het leven riep, met de bedoeling 35 nationale parken en monumenten te beschermen. Koning Albert, geïnspireerd door wat hij aan de andere kant van de Atlantische Oceaan had gezien, besloot een paar jaar later, in 1925, zijn eigen park op te richten in Belgisch-Congo. Hij noemde het het Albert Nationaal Park. Dit park, nu bekend als het Virunga Nationaal Park in Congo, wordt beschouwd als het eerste nationale park op het Afrikaanse continent.
Het concept van een ‘nationaal park’ stamt uit een negentiende-eeuwse natuurbeschermingsbeweging met de overtuiging dat de natuur gescheiden moest worden van en beschermd tegen de mensen die er wonen. De Belgische autoriteiten beweerden dat er slechts zo’n driehonderd mensen in het park in Congo woonden, maar in werkelijkheid verdreven ze duizenden Hutu’s en Tutsi’s met geweld uit het gebied. Door de jaren heen is de biodiversiteit er bedreigd door oorlog, ontbossing, stroperij en olie- en gasboringen, terwijl het ‘fort’-beschermingsmodel (waarbij omgevingen onaangetast blijven door menselijke invloed) onder vuur is komen te liggen doordat de lokale bevolking niet langer bij de hulpbronnen kan.
Een vergelijkbaar verhaal speelde zich enkele decennia eerder af in de vallei die nu bekendstaat als Yosemite. Toen natuuronderzoeker John Muir er in 1868 arriveerde, stond hij versteld van het adembenemende landschap. Hij besefte niet dat die schoonheid het resultaat was van zorgvuldig beheer door de Ahwahneechee, een stam die een mengeling was van de Noordelijke Paiute en de Sierra Miwok. Deze gemeenschappen, wier talen een diepgaand begrip van de lokale planten en dieren weerspiegelden, werden in 1851 met geweld verdreven door het Mariposa-bataljon onder leiding van James Savage.
‘Inheemse bewoners werden verplaatst naar het dorp Indian Canyon, dat uiteindelijk werd vernietigd, waarbij de bewoners werden verdreven’
Na de oprichting van het nationale park, gebaseerd op Muirs idee van ‘pure wildernis’, werd de leefwijze van de Ahwahneechee steeds meer aan banden gelegd. Inheemse bewoners werden verplaatst naar het dorp Indian Canyon, dat uiteindelijk werd vernietigd, waarbij de bewoners werden verdreven. In haar boek Savage Dreams schrijft Rebecca Solnit dat in 1969 ‘het oorspronkelijke doel van het Mariposa-bataljon dichterbij kwam: de verdrijving van de Ahwahneechee uit de vallei waar ze duizenden jaren waren verbleven’.
Tegenwoordig spreken nog slechts vierhonderd mensen de taal van de Noordelijke Paiute, terwijl dat van de Sierra Miwok is geslonken tot een handjevol sprekers. Studies hebben inmiddels aangetoond dat hun verdrijving leidde tot ecologische achteruitgang. Een rapport uit 1996 van het Sierra Nevada Ecosystem Project concludeerde dat er ‘een ecologisch “vacuüm” of onevenwicht in de Sierra Nevada ontstond door het vertrek van de inheemse Amerikanen die deze ecosystemen beheerden’. De verwijdering van inheemse gemeenschappen en hun landbeheertechnieken, die vaak gericht waren op natuurbehoud, heeft de aantasting van het milieu waarschijnlijk verergerd, zoals ook blijkt uit de verwoestende bosbranden die onlangs in Los Angeles woedden.
‘Mensen vormen een essentieel onderdeel van een ecosysteem,’ zegt Gorenflo. ‘Het verlies van talen kan leiden tot verlies van biodiversiteit, deels doordat er een afstand ontstaat tot traditionele gedragspatronen, zoals landschapsbeheer.’ Hij voegt eraan toe dat er inmiddels een groeiend besef bestaat dat inheemse volkeren en lokale gemeenschappen de beste beheerders zijn van hun land. ‘Als je de taal verliest, is dat een van de puzzelstukjes die verloren gaan. De mensen die deze talen spreken, volgden in veel gevallen traditionele gebruiken – op het gebied van landschapsbeheer, grondstoffengebruik en in sommige gevallen zelfs natuurbehoud – en die komen de biodiversiteit uiteindelijk ten goede.’
Uiteraard is het meeste inheemse land niet verloren gegaan aan nationale parken, maar aan grootschalige landbouw en stedelijke wildgroei. In de Sonorawoestijn [in Mexico en de VS] heeft de afname van planten als de mesquite en de populier invloed gehad op de traditionele ceremonies van de inheemse Yoeme-gemeenschappen, die voor veel van hun rituelen afhankelijk zijn van de natuur. Hun kennis van het landschap komt in veel van hun liederen tot uiting, maar naarmate deze gebieden meer bebouwd raken en planten verdwijnen, verliezen deze liederen hun betekenis en worden ze niet langer doorgegeven aan toekomstige generaties.
Taalbehoud als conservatie
Maffi ziet de overvloed aan talen, culturen en biodiversiteit binnen een gebied als onderling afhankelijke elementen die elkaar wederzijds versterken. Het behoud van de talen in de wereld kan dan ook worden gezien als een essentieel instrument in de strijd tegen de klimaatcrisis. Op Hawaï is de groene zeeschildpad, of honu – een bedreigde diersoort die wordt beschermd door de Amerikaanse wet – al van oudsher een krachtig symbool van de lokale cultuur. De honu staat voor wijsheid, bescherming en spirituele leiding. Volgens traditioneel geloof is de honu een ‘aumakua, een persoonlijke of familiegod, of een vergoddelijkte voorouder. Veel ‘aumakua zijn dieren, maar het kunnen ook planten zijn – een traditie die doet denken aan hoe de Lakota alle andere levende wezens als ‘verwanten’ beschouwen.
Naast deze tradities is de Hawaïaanse taal essentieel voor de identiteit van de eilandengroep. Beide ondergingen echter een verwoestende neergang in de twintigste eeuw: de populaties honu kelderden door overbevissing, terwijl het Hawaïaans bijna verdween door een wet die het Engels tot 1987 uitriep tot de enige onderwijstaal op alle openbare en privéscholen. In die periode werden leerlingen gestraft als ze Hawaïaans spraken.
De afgelopen decennia zijn zowel de honu als de Hawaïaanse taal echter centraal komen te staan in de heropleving van de Hawaïaanse cultuur. De nestpopulaties van de honu zijn de laatste twintig jaar jaarlijks met 5 procent gegroeid, terwijl het aantal Hawaïaans-sprekers in dezelfde periode spectaculair is toegenomen (van 1500 in 1980 tot 18.000 in 2016) dankzij programma’s en een verbeterde taalvaardigheid onder jongere generaties. Biodiversiteit en taal vormen samen het hernieuwde herstel van het natuurlijke en culturele erfgoed van Hawaï, en beide spelen een essentiële rol in de herverbinding van de bewoners met hun voorouderlijke tradities en identiteit.
Op het Japanse eiland Okinoerabu zijn sprekers van het Shimamuni – een lokale variant van het Kunigami, een taal die als ‘ernstig bedreigd’ wordt beschouwd – een schoolproject gestart. Kinderen komen dagelijks bijeen om het strand schoon te maken terwijl ze in hun taal zingen. Ook houden ze in dezelfde taal een dagboek bij. Deze aanpak bleek niet alleen effectiever dan lesgeven in een klaslokaal, maar verbeterde ook de communicatie over milieukwesties met oudere eilandbewoners. Zo bleken sommigen van hen te denken dat zwerfafval vanzelf zou vergaan. Dit voorbeeld toont de risico’s van het verlies van communicatie tussen generaties, met schadelijke gevolgen voor de gemeenschap als geheel.
Het belang van meertaligheid
Zonder inspanningen voor heropleving zal het taalverlies volgens wetenschappers binnen veertig jaar zijn verdrievoudigd. Taalkundigen voorspellen dat 50 tot 90 procent van de wereldtalen aan het eind van deze eeuw zal zijn uitgestorven, met rampzalige gevolgen voor de betreffende gemeenschappen, de wetenschap en het cultureel erfgoed. Het feit dat leerlingen die langer op school zitten eerder met dit taalverlies te maken hebben, wijst erop dat de snelle achteruitgang kan worden gelinkt aan een eentalige manier van denken. Hoewel meertaligheid dominant is onder mensen (zo’n 60 procent van de wereldbevolking spreekt meer dan een taal), zien veel landen zichzelf als eentalige natiestaten, waarin één enkele taal cruciaal wordt geacht voor het behoud van de nationale identiteit. ‘Het idee van niet alleen nationale maar ook taalkundige eenheid en uniformiteit kwam pas echt op met de vorming van de natiestaat in de moderne tijd,’ vertelt Maffi. ‘Het belang van meertaligheid moet opnieuw worden erkend.’
Lange tijd was de overtuiging dat de dominante taal zogenaamd minder ‘wenselijke’ talen moest vervangen, in plaats van dat co-existentie bevorderd werd. De overtuiging dat tweetalige kinderen in de war raken of moeite hebben met het leren van meerdere talen tegelijk, is door onderzoek veelvuldig ontkracht. Studies tonen juist consequent de talrijke cognitieve voordelen van meertaligheid aan. Willen de duizenden ‘kleinere’ talen ter wereld overleven, dan is dringend een andere aanpak nodig, waarbij we afstappen van eentaligheid als norm en erkennen dat het ‘nut’ van een taal niet per se wordt bepaald door het aantal sprekers.
‘Het belang van meertaligheid moet opnieuw worden erkend.’
Talen zijn, zoals Ralph Waldo Emerson het in zijn boek The Poet verwoordt, ‘historische archieven’. Taalkundige Nicholas Evans merkte op dat ‘ze ons niet alleen inzicht geven in menselijke cognitie, maar ook in het rijke weefsel van menselijke ervaringen door de eeuwen heen’. Als we ze verliezen, riskeren we niet alleen een groot deel van de menselijke geschiedenis kwijt te raken, maar ook het vermogen om verschillende manieren van kijken naar en leven op de wereld te begrijpen.
Utsi, de rendierherder, noemt nog een Noord-Samisch woord dat illustreert hoe zijn taal uniek is toegesneden op de omgeving waarin deze ontstond. ‘Guorban is een woord dat “overgraasd” betekent, tot op het punt waar de korstmossen zullen verdwijnen. Je wilt dus eigenlijk niet guorbadit [overgrazen], want dan vernietig je de weide voor de volgende generatie,’ vertelt hij.
Volgens Gorenflo worden de factoren die de gelijktijdige aanwezigheid van taalkundige en biologische diversiteit veroorzaken, en die aanvankelijk raadselachtig leken, steeds helderder. ‘Ik beschouw taal als een verlengstuk van het culturele systeem, dat op zijn beurt deel uitmaakt van de bredere ecologie van de wereld. Het is dus bovenal belangrijk om te verkennen hoe deze ecologie eruitziet.’
Het behoud van bedreigde talen gaat om meer dan alleen het redden van woorden. Het kan cruciaal zijn voor het veiligstellen van eeuwenoude menselijke kennis en helpt ons de systemen die ons allen in stand houden beter te begrijpen.