Verjaardagsbrief uit Gaza

Estimated read time 8 min read
MO Fairuz compressed

Hallo lieve Fairuz,

Liever zou ik je geen gewone brief schrijven, maar jij bent voor mij de oorsprong van het gewone, van openhartig en eerlijk praten over wat dan ook. Jij bent het die [zoals een meisje in een van haar liedjes] door het raam ontsnapte en ons liet zien dat, ondanks de maatschappij waarin we leven, alles bespreekbaar is. Niemand anders dan jij kan op zo’n gewone manier over haar verlangens praten.

Je bent overal te vinden, alsof je woont in een paleis, een hut, een tent, in de oude wijk, de nieuwe wijk, in een eenvoudig café met twee stoelen aan zee, of in de buurtwinkel nabij, in een ver gelegen chique restaurant. Zo gewoon. Weet je, Fairuz, bewoner van het huis en de stad: niemand in mijn wereld heeft deze eenvoud zo geschapen als jij die voor mij hebt geschapen. Zodanig dat ik vrees dat ik als ik op een feestje kwam waar jij voor me zou gaan zingen, ik het niet zou geloven. Weet je waarom?

De geneeskunde en de wetenschap stellen dat het eerste zintuig dat zich in het geheugen van de foetus vormt, het gehoor is. De psychologie stelt dat het gehoor je meevoert naar de krochten van het gevoel. Er wordt wel gezegd: ‘Het oor wordt soms eerder verliefd dan het oog.’ Maar het oor kan ook angst aanjagen. Hoe overwon jij, Fairuz, de geluiden van de explosies, van de oorlog?

De stem van de liefde is luider dan die van de angst. Dankzij de liefde overleven we.

Jij vormde mijn gehoor. Ik was nog een kind, samen met mijn moeder op bezoek bij mijn grootmoeder. Mijn grootmoeder snoeide de basilicum- en muntblaadjes. Uit haar keuken kwam de geur van saliethee, uit de kamer van mijn oom klonk jouw stem, ‘Khabtet Qadumkun’, [jullie voetstappen]. Ik stopte met basilicum plukken en met het plagen van mijn grootmoeder en zette mijn thee weg. Ik ging bij de deur van mijn ooms kamer staan en zag hem met jou meezingen: ‘Jij bent de meest geliefde [vrouw] …’ maar de zin bleef hangen, alsof jij samen met mij bij de deur van de kamer stond. Lange tijd dacht ik dat je in de kamer van mijn oom woonde.

Je zang en stem zijn geschikt voor alle tijden en alle plaatsen

Het is nog steeds een geruststellend idee. Telkens wanneer je naam valt, of wanneer ik iemand met jouw naam tegenkom, klinkt jouw stem uit de kamer van mijn oom in mijn grootmoeders huis. Daarbij horen twee geuren – basilicum en salie – en ook de hand van mijn grootmoeder rustend in haar schoot, terwijl ze met haar andere hand de basilicumblaadjes snoeit.

Kom je daar echt vandaan?!

De eerste keer dat ik voor een klein kind moest zorgen, ging het om mijn neefje. Ik was zeventien, in mijn armen lag een vijf maanden oude baby. Ik probeerde mijn angst te overwinnen voor dit kleine mensje, dat met zijn kleine gezicht en gelaatstrekken schreeuwde en huilde. Het lukte me niet. Maar jouw verre stem kwam als een redder in nood. Ik herinnerde me dat jij, Fairuz, tegen een kind zei: ‘Oh, ga slapen! Oh, dat het alle dagen goed met hem moge gaan.’ Zijn geschreeuw verstomde en jouw stem vervulde de droom van een vijf maanden oude baby, die ik, een tiner, maar niet kon kalmeren.

Maar tijdens de oorlog wisten we niet wat te doen tegen de angst van de kinderen, tegen het geluid van de opeenvolgende explosies. We onderdrukten onze zware ademhaling zo dat de kinderen het niet zouden merken, wij die machteloos waren om te voorkomen dat de raketten en de dood hen zouden meevoeren.

De aanvallen namen af. Ilia, een van de kleintjes, nestelde zich op mijn schoot. Ik zong een slaapliedje; ‘Ik slacht een duif voor je.’ Ze protesteerde: ‘Ik wil slapen… Ik wil geen duif.’ Ze draaide zich om, besefte dat niemand van ons haar angst kon wegnemen. Ik zei: ‘We wassen Ilia’s kleren en hangen die aan de jasmijn.’ Ze viel glimlachend in slaap, wilde me waarschijnlijk iets vragen over de jasmijn, waar die vandaan kwam. Ik zou hebben geantwoord: ‘De stem van Fairuz.’

Dat is toch zo, Fairuz?

Als ik jouw stem zou moeten beschrijven, zou ik zeggen: ‘Je zang en stem zijn geschikt voor alle tijden en alle plaatsen.’

De stem van hoop is luider, nietwaar, Fairuz?

‘Alles stortte in. Maar ik heb nog steeds hoop’

In Afghanistan spreken vrouwelijke journalisten zich uit ondanks alle risico’s die ze daarmee lopen.
Afghaanse vrouwelijke journalisten laten hun stem niet verdwijnen onder het talibanregime, schrijft Khadija Haidary voor Zan Times. Ondanks sluitingen van zenders, salarisverla­gingen, intimidatie en censuur blijven sommigen werken, vaak vanuit huis, onder pseudoniem en met voortdu­rende angst. Zo bouwde Samira, geïn­spireerd door haar vermoorde zus, die ook journalist was, een radiocarrière op tot de taliban vrouwenstemmen op de radio volledig verboden. ‘Alles stortte in,’ zegt ze, ‘maar mijn hoop bleef.’
In 19 van de 34 provincies is inmiddels geen enkele vrouwelijke journalist meer officieel actief; in één centrale provincie werkt alleen Humaira nog, ondanks systematische tegenwerking en de eis overal een mannelijke voogd mee naartoe te nemen.
Rohafza presenteert in Kaboel bij een populaire, maar financieel uitgeholde privézender. Entertainment­programma’s zijn geschrapt, salaris­sen gekort en elke uitglijder kan slui­ting betekenen. Toch trekken haar onderwijsprogramma’s, waar vrouwelijke docenten lesmateriaal als podcasts inzenden, meer dan een mil­joen luisteraars. Sinds april 2024 stuurt de inlichtingendienst corrige­rende brieven; in augustus 2024 trad de ‘wet op de bevordering van deugd en het voorkomen van ondeugd’ in werking. Die wet verplicht de muhtasib om ‘afwijkende’ content te stop­pen, verbiedt afbeeldingen van leven­de wezens en behandelt, in artikel 13.3, de vrouwenstem als ‘awrah’ – een lichaamsdeel dat bedekt of ver­borgen moet worden. Veel redacties weren daarom vrouwen fysiek van kantoor.
Aisha werkt onder volledige schuilna­men via VPN’s en kent haar eigen team niet. In Herat is handhaving minder expliciet, maar ook daar wordt verslaggeving belemmerd. Ondanks alles houden deze journalis­ten vast aan praktische hoop en bie­den hun stem aan als laatste publieke ruimte voor vrouwen.

Vanuit de straat in de wijk waar ik woonde in Al-Sudaniya raast je stem naar buiten, richting school, richting universiteit, richting werk, richting de auto’s die klaarstaan om de kinderen naar school te brengen. Vele ramen en vele stemmen. Je stem raast en concurreert met de Heilige Koran Radio, het nieuwsbulletin en de omroeper die ons een ‘Goedemorgen!’ wenst. ‘Op een morgen van hoop…’ even volgt de muziek van een liedje dat ze afkapt om te vervolgen: ‘en vastberadenheid’. Ik wou dat ik haar kon zeggen: ‘Laat Fairuz’ stem aan ons en kap hem niet af.’ Uit het raam van het huis klinkt Fairuz’ liedje ‘Sallimli Aleyhu’ [zeg hem gedag].

Mijn vrienden noemen me een ochtendmens. Ik hou van de ochtend, de ochtend hoort bij mij. Mijn moeder vertelde me dat ik op een ochtend geboren werd. Omdat jij, Fairuz, ieders ochtendritueel bent, heb ik het gevoel dat we op hetzelfde moment geboren zijn: ’s ochtends, en omdat ‘namen woorden zijn’ hebben we beiden een naam. Jij definieert voor mij het concept van de ochtend. Zelfs als ik je stem op een ander moment hoor, ervaar ik deze als een begin van de dag, van het licht, van de verwarring en van bekentenissen.

Je bent zoals een goede vriendin waaraan ik openlijk moeilijke vragen kan stellen: ‘Waarom heb je hem niet met de vaas geslagen en een einde gemaakt aan dat verwijt, Fairuz?’ en ‘Hoe heb je hem in de zomer liefgehad?’ en ‘Waarom heb je de politie niet verteld wat die dronken Hanna heeft gedaan?’

De stem van hoop is luider, nietwaar, Fairuz?

Met spijt beëindig ik deze brief, zodat je ook nog tijd overhoudt voor je verjaardag. Maar voordat ik afsluit, deel ik met jou mijn verlangens naar het schitteren- de Shatt al-Sudaniya, de kust ten noordwesten van Gaza.

Je stem raast over de golven in de kiosk van oom Abu Ismail. Op herfstochtenden buldert de zee zo hevig dat zwemmen niet veilig is – maar dan kalmeert ze en breken de golven zachtjes, waardoor het geschreeuw van het water wordt overstemd. Aan de kust komt ze tot rust, en vanuit de houten kiosk van oom Abu Ismail klinkt jouw gezang: ‘Er is hoop… ooh er is hoop.’

Een stem die luider is dan alle brullende stemmen. De stem van hoop is luider, nietwaar, Fairuz?

Het onderstaande gedicht schreef ik geïnspireerd door jouw lied dat ik beluisterde tijdens de ochtenden in de oorlog; ‘Konna Natlaqa’ [we ontmoetten elkaar]:

‘Niemand weet waar we zijn, behalve de lucht en de bladeren van oktober.
Terwijl hij me zegt: “ik hou van je”
“Ik hou van jou”
En de droevige wolken vluchten in ons’

Alleen jij kan zo luchtig de wensen van jongeren uitspreken.

Gelukkig worden de meeste feestdagen, zoals vandaag, steeds populairder, Fairuz.

– Fedaa Ziad

Fairuz is een van de invloedrijkste artiesten die de Arabische wereld ooit heeft gekend. Haar liedjes kwamen half vorige eeuw uit maar worden nog door velen beluisterd en gezongen. In haar zestigjarige carrière heeft ze tachtig albums uitgebracht met bij elkaar bijna vijftienhonderd liedjes. Fairuz is onder andere bekend vanwege de manier waarop ze over controversiële en rebelse onderwerpen zong, zoals romantische gevoelens en verlangens.

You May Also Like

More From Author