Duitsland keert terug naar klassieke doctrine

Estimated read time 10 min read
DO Duitsland Soldaat compressed

Poetins ‘verwerpelijke schending van het internationaal recht’ vereist ‘nieuwe, krachtige capaciteiten’ voor de Duitse Bundeswehr strijdkrachten, stelt Christian Göbel, filosoof en militair reserveofficier.

Toen Rusland op 24 februari 2022 zijn invasie van Oekraïne begon, veroordeelde de Duitse regering de aanval meteen en sprak zij haar onvoorwaardelijke steun aan Oekraïne uit. Maar het duurde enige tijd – en vergde meerdere beleidsaanpassingen – tot Duitsland de brede en robuuste steun bood die het inmiddels tot de op een na grootste wapenleverancier van Oekraïne heeft gemaakt, na de VS. De vertragingen waren grotendeels te wijten aan politieke en ethische overwegingen, waaronder constitutionele zorgen over wapenleveranties aan een oorlogsgebied, een mogelijke escalatie van de oorlog (nucleaire dreigingen, economische risico’s et cetera) en bezwaren van invloedrijke pacifisten. Met een beroep op het beginsel van verdediging van anderen en op de noodzaak de mondiale vredesorde te beschermen door de Russische agressor te stoppen, besloot de Duitse regering echter niet alleen Oekraïne te steunen, maar ook haar veiligheidsbeleid te herzien. Bondskanselier Olaf Scholz bestempelde deze koerswijziging veelzeggend als een ‘Zeitenwende’ (een keerpunt en begin van een nieuw tijdperk): Poetins ‘verwerpelijke schending van het internationaal recht’ vereist ‘nieuwe, krachtige capaciteiten’ voor de Bundeswehr (de Duitse strijdkrachten). De nieuwe defensierichtsnoeren van Duitsland, gepubliceerd op 9 november 2023, werken dit uit: ‘oorlogsvoeringsvermogen’ is het doel, en Duitsland wil de ‘ruggengraat van afschrikking en collectieve verdediging in Europa’ zijn.

Koerswijziging

Dit roept de vraag op of de strategische koerswijziging ook een verandering in onze benadering van de ethiek van oorlog en vrede vereist. Voor Duitsland betekent dit concreet een terugkeer van de doctrine van de rechtvaardige vrede naar de klassieke doctrine van de rechtvaardige oorlog. Terwijl de huidige focus op oorlogsvoering enerzijds brede ongemakkelijkheid heeft veroorzaakt in de Duitse burgersbevolking (hoewel de meeste Duitsers niet antimilitaristisch zijn, is de mogelijke militarisering van de samenleving een aanzienlijke zorg), zijn er anderzijds zelfs theologen die de ‘just-war-theorie’ (JWT, theorie van de rechtvaardige oorlog) nieuw leven hebben ingeblazen om (a) de steun aan Oekraïne en (b) sterkere inspanningen om de Bundeswehr te versterken te rechtvaardigen. Hoe begrijpelijk ook, dat is niet nodig. Mijn korte schets van het Duitse concept van de just-peace-theorie (JPT, theorie van de rechtvaardige vrede) laat zien waarom Poetins agressie geen zoektocht naar een ‘nieuwe’ ethiek en een terugkeer naar de JWT vereist; de internationale reactie tot dusver bevestigt eerder de effectiviteit van JPT.

De theorie van rechtvaardige oorlog berust op zeven principes. Deze worden traditioneel onderverdeeld in (a) jus ad bellum (‘het recht tot oorlogsvoering’, de voorwaarden die oorlog moreel toelaatbaar maken: een rechtvaardige aanleiding, het laatste redmiddel, legitiem gezag, de juiste intentie en een redelijke kans op slagen) en (b) jus in bello (‘het juiste gedrag in de oorlog’, oftewel proportionaliteit en de onschendbaarheid van non-combattanten). Hoewel JWT wortels heeft in filosofie uit de oudheid en tegenwoordig ook in niet-religieuze contexten wordt gebruikt, is de theorie voornamelijk ontwikkeld door christelijke denkers als Augustinus (354-430) en Thomas van Aquino (1225-1274). Lange tijd werd het beschouwd als een essentieel onderdeel van de katholieke sociale leer. Katholieke ethici in de VS spraken dan ook van een ‘ingrijpende verandering’ toen de Vaticaanse conferentie ‘Geweldloosheid en rechtvaardige vrede’ in 2016 pleitte voor de vervanging van JWT door een concept van ‘rechtvaardige vrede’.

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog riep het Tweede Vaticaans Concilie uit tot ‘Nooit meer oorlog!’

Het Duitse concept van JPT werd ontwikkeld na het einde van de Koude Oorlog. De principes gaan uit van een stabiele vrede in Europa – waar Duitsland ‘omringd is door vrienden’, zoals voormalig minister van Defensie Volker Rühe het omschreef – en richten zich op internationaal crisisbeheer. Het zou echter misleidend zijn om JPT te beschouwen als een vredesethiek voor het tijdperk ná de Koude Oorlog en JWT als een ethiek voor de Koude Oorlog, die nu nieuw leven moet worden ingeblazen vanwege de confrontatie met Rusland onder Poetin. JPT, zoals de Duitse bisschoppen die opvatten, stamt daarentegen uit de christelijke vredesleer, geïnspireerd door Jezus’ gebod om elkaar lief te hebben, in het bijbelse ‘verband tussen gerechtigheid en vrede’ en in het streven naar een op regels gebaseerde veiligheidsorde. Dit streven werd beïnvloed door Immanuel Kants visie op de ‘Eeuwige Vrede’ en kwam tot uiting in het oorlogsverbod van het VN-Handvest. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog riep het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) uit tot ‘Nooit meer oorlog!’ Dit motto is sindsdien leidend geweest voor pausen als Paulus VI, Johannes Paulus II en Franciscus.

Tegelijkertijd erkende het Concilie de rol van een sterke krijgsmacht bij het veiligstellen van de vrede; het noemde soldaten ‘vredesinstrumenten’ en rechtvaardigde hun dienst. De Duitse bisschoppen bouwen hierop voort, en het is veelzeggend dat deze visie naadloos aansluit bij het idee achter de Duitse herbewapening. De krijgsmacht – zo schreef generaal Wolf Graf von Baudissin, een van de grondleggers van de Bundeswehr, in 1957 – erkent ‘de vrede als de normale toestand, het enige doel dat een oorlog kan rechtvaardigen kan zijn. De vrede geeft de oorlogsvoering haar mandaat en haar grenzen.’

In tegenstelling tot anderen zie ik JPT niet zozeer als een ingrijpende ‘paradigmaverschuiving’, maar veeleer als een perspectiefwisseling die zich richt op het enige aanvaardbare doel van gerechtvaardigd militair geweld: vrede. JPT geeft prioriteit aan (a) vrede door gerechtigheid: het doel is geweldspreventie door ‘de diepere oorzaken van oorlog’ aan te pakken en wereldwijd economisch, sociaal, ecologisch en politiek rechtvaardige omstandigheden te scheppen die oorlog onnodig en onwenselijk maken. Geweldloze, civiele, constructieve en coöperatieve conflictoplossing en verzoening krijgen voorrang op militair geweld. Tegelijkertijd benadrukt JPT dat (b) alleen een rechtvaardige vrede acceptabel is, niet slechts de afwezigheid van vijandelijkheden.

DO Duitsland Merz compressed
De Duitse bondskanselier Friedrich Merz (l.) verwelkomt de Oekraïense president Zelensky. — © Getty Images

Na 1945 vonden velen het idee van oorlog als een gerechtvaardigd politiek middel niet langer houdbaar. De wereldoorlogen hadden het langdurige misbruik van JWT opnieuw aan het licht gebracht. De inspanningen van vroege voorstanders als Augustinus en Thomas van Aquino om geweld in te dammen, waren verworden tot een vermeend ‘recht op oorlog’. Nationale belangen kregen vaak een schijn van legitimiteit doordat jus ad bellum werd gereduceerd tot het criterium van ‘legitiem gezag’, waaraan werd voldaan zodra een soevereine staat formeel de oorlog verklaarde. Massavernietigingswapens vormden een extra uitdaging voor de normen van het jus in bello, met name het principe van de onschendbaarheid van non-combattanten. Maar de Koude Oorlog hield JWT in leven en politici bleven de retoriek van JWT gebruikten om schijnmorele rechtvaardigingen te bieden voor proxy-oorlogen.

De filosofische renaissance van JWT, ingezet door Amerikaanse wetenschappers als R. Potter en M. Walzer, werd door Duitse ethici met scepsis ontvangen, waarna ze het concept van JPT ontwikkelden. Maar daarbij zagen ze over het hoofd dat hedendaagse JWT-theoretici kritisch stonden tegenover bijvoorbeeld de Vietnamoorlog en de doctrine van nucleaire afschrikking, en nooit de intentie hadden om oorlog opnieuw als een moreel aanvaardbaar politiek instrument te introduceren.

Die verwarring bestaat nog steeds. Hedendaagse JWT (contemporary JWT, cJWT) interpreteert het principe van de juiste intentie zeer restrictief: men moet niet alleen streven naar het herstel van de vrede, maar ‘de vrede die na de oorlog wordt gesticht, moet te verkiezen zijn boven de vrede die zou hebben geheerst als de oorlog niet was gevoerd’. Het doel van een werkelijk ‘rechtvaardige en duurzame vrede’ wordt nu soms zelfs beschouwd als een nieuwe categorie binnen JWT genaamd ‘jus post bellum’. Recent is ook een vierde categorie voorgesteld: ‘jus ante bellum’. Sommige Amerikaanse academici gebruiken de term in lijn met een kernidee van het Duitse JPT-concept: als een uitdrukking van de plicht om vrede te verzekeren en conflicten te voorkomen door middel van gerechtigheid en diplomatie.

Morele camouflage

Voor alle duidelijkheid: ik heb geen bezwaar tegen cJWT, dat geweld meer inperkt dan het legitimeert. Maar omdat het Duitse JPT-concept veel gemeen heeft met de huidige vormen van JWT, is er geen reden om naar laatstgenoemde terug te keren. Het grote voordeel van JPT is de terminologische helderheid: de focus ligt op vrede en de weigering om oorlog als een morele categorie te erkennen. Bovendien lijkt een realistische JPT, die prioriteit geeft aan conflictpreventie zonder de incidentele noodzaak van militair geweld te negeren, voor de hand liggender dan pogingen om conflictpreventie onder de noemer ‘jus ante bellum’ in JWT te integreren. Kortom, de oproepen van sommige Duitse theologen om JWT nieuw leven in te blazen na de Russische aanval zijn onnodig, aangezien het JPT-concept uit de kerkelijke documenten en cJWT een vergelijkbare opvatting heeft over gerechtvaardigd militair geweld.

Het is begrijpelijk dat Poetins agressie de belangstelling voor JWT opnieuw heeft aangewakkerd. Belangrijker is echter dat internationale reacties de principes van JPT onderstrepen. Ondanks enkele sympathisanten van Rusland blijft hierover een overweldigende consensus bestaan, die op 2 maart 2022 leidde tot de veroordeling van Rusland door de Algemene Vergadering van de VN. Politieke leiders wereldwijd, van de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen tot NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg en VN-secretaris-generaal Antonio Guterres, hebben de term ‘rechtvaardige vrede’ op precies dezelfde manier gebruikt als die door de Duitse kerken wordt opgevat, namelijk om een vrede te eisen die meer is dan een ‘door Rusland gedicteerde vrede’, zoals Gutteres in januari 2024 zei. De oorlog in Oekraïne toont aan dat het Duitse JPT-concept geen ‘speciale weg’ is, zoals soms wordt beweerd, maar juist strookt met de internationale vredesethiek. Dit komt doordat het (a) prioriteit geeft aan vredesopbouw door gerechtigheid, en (b) de voorwaarden vaststelt voor een werkelijk rechtvaardige vrede.

Vasthoudend aan de principes van JPT steunen de meeste Duitse kerkleiders, met uitzondering van enkele radicale pacifisten, dan ook de militaire hulp aan Oekraïne. De Duitse Protestantse Kerkdag nodigde in 2023 voor het eerst in zijn geschiedenis de inspecteur-generaal van de Bundeswehr, generaal Carsten Breuer, uit. Hij greep de gelegenheid aan om het Oekraïnebeleid van de regering bondig samen te vatten: ‘Als het Westen geen wapens had geleverd, was de oorlog voorbij, maar dan zou Oekraïne onder het juk van Rusland leven. De oorlog zou voorbij zijn, maar het lijden zou doorgaan.’ De katholieke militair bisschop van Duitsland, Franz-Josef Overbeck, heeft een vergelijkbaar argument aangevoerd. Beiden verwoorden het fundamentele principe van JPT: negatieve vrede volstaat niet; we moeten strijden voor rechtvaardige omstandigheden die een vreedzaam bestaan garanderen.

Internationaal humanitair recht stelt militaire ethische vorming voor stevige uitdagingen

JPT en JWT delen de jus in bello-gedachte, die is verankerd in het internationaal humanitair recht. Deze omvat echter meer dan een reeks wettelijke normen waaraan soldaten zich moeten houden. Dit stelt de militaire ethische vorming voor stevige uitdagingen. Van militairen mag worden verwacht dat zij – om met [de Amerikaanse psycholoog] Lawrence Kohlberg te spreken – boven het ‘conventionele’ morele oordeel uitstijgen en hun beslissingen toetsen aan universele mensenrechtennormen. Daarbij is het goed om te beseffen dat de waarden waarop in de vorming vaak de nadruk ligt – plicht, loyaliteit, moed – vooral instrumentele deugden zijn: ze krijgen pas werkelijke morele betekenis wanneer ze zijn ingebed in een breder normatief kader.

Tijdens de Duitse deelname aan de internationale militaire missie in Afghanistan (ISAF) pleitten sommige generaals voor een ‘nieuwe’ krijgersmentaliteit, waarbij – zoals zij het formuleerden – ‘archaïsche vechters’ prioriteit kregen boven morele overwegingen. De oorlog in Oekraïne laat zien hoe kortzichtig dat was. Ze onderstreept het belang van een krijgsmacht die moreel handelt en in het bijzonder de jus in bello-principes omarmt die zowel deel uitmaken van JWT als JPT: de internationale gemeenschap heeft niet alleen de Russische aantasting van de internationale vredesorde veroordeeld, maar ook de voortdurende schendingen van het internationaal humanitair recht (IHR) – oorlogsmisdaden tegen burgers, krijgsgevangenen, civiele infrastructuur, enzovoort. Het feit dat Rusland elke morele verhevenheid heeft prijsgegeven, heeft de westerse steun voor Oekraïne alleen maar versterkt. Om deze en andere redenen kan de oorlog in Oekraïne worden gezien als een casus over de strategische relevantie van militaire ethiek – of beter gezegd: over het gebrek daaraan.

You May Also Like

More From Author