
In 2026 zal er 267 miljoen euro worden gekort op het ‘armoede- fonds’. Daarmee slinken de middelen voor sociale voorzieningen voor ontvangers van de inclusie-uitkering met 65 procent.
Nadat de Italiaanse regering de Reddito di cittadinanza (Rdc, het ‘burgerinkomen’) heeft afgeschaft, zet ze nu ook de bijl in de vervangende maatregel, de Assegno di inclusione (Adi, een ‘inclusie-uitkering’). Zoals ze zelf stelde in haar recente ‘Nationale Plan voor maatregelen en sociale diensten 2024-2026’, is het doel van de Adi om ‘financiële steun te combineren met een project dat zich concreet richt op het wegnemen van de oorzaken van armoede’. Want ‘de tijd van enkel bijstand verlenen is voorbij’, benadrukte viceminister van Werkgelegenheid Maria Teresa Bellucci onlangs. Deze woorden staan in schril contrast met de bezuinigingen op het Fonds voor armoedebestrijding en actieve inclusie. Juist dit fonds is volgens hetzelfde Nationale plan primair bedoeld ‘voor de financiering van de maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van armoede die zijn ingesteld voor ontvangers van de Adi’.
Bezuinigingen
In de conceptbegroting wordt de uitgave voor de Adi zelf weliswaar verhoogd met 380 miljoen euro voor 2026, met verdere stijgingen in de jaren daarna; maar om deze uitgaven te compenseren wordt er gesneden in de middelen voor het ‘persoonlijke activerings- en inclusietraject’, waarmee de regering de ‘vicieuze cirkel van sociale achterstand’ beloofde te doorbreken.
Om hoeveel geld gaat het? Artikel 38 van de conceptbegroting voorziet voor 2026 een korting van 267 miljoen euro op het ‘armoedefonds’. Volgens het in april gelanceerde Nationale Plan bedroeg het budget voor deze voorzieningen nog 417 miljoen euro; dat wordt nu dus met 65 procent verlaagd. In 2027 loopt de bezuiniging op tot 346 miljoen euro en in totaal bedragen de kortingen tot en met 2035 1,65 miljard euro; dit geld wordt direct onttrokken aan de budgetten waarmee lokale en regionale sociale diensten en gemeenten hun opleidings- en inclusietrajecten financieren. Zo richt de regering, na eerst het aantal gegadigden voor het basisinkomen flink te hebben verlaagd (40 procent van de armen die de Rdc ontvingen, hebben met de Adi hun recht daarop verloren), zich nu op de inclusievoorzieningen. Daarmee bevestigt ze haar ‘beperkte interesse in armoedebestrijding’, zoals [de katholieke liefdadigheidsinstelling] Caritas Italiana schreef in een rapport over armoedebeleid in Italië in 2025.

En deze voorzieningen zijn geen extraatjes. In het sociale plan en de bijbehorende richtlijnen specificeerde de regering dat de benodigde voorzieningen voor persoonlijke trajecten ‘essentiële niveaus van sociale voorzieningen’ vormen; dit zijn de minimale, universele rechten die de staat moet garanderen ‘om levenskwaliteit, gelijke kansen, non-discriminatie en preventie, beëindiging of vermindering van achterstand en kwetsbaarheid te waarborgen’. Waar het de Adi betreft worden ‘de multidimensionale evaluatie, het persoonlijke traject en de maatregelen ter ondersteuning in het kader van het Sociaal Inclusiepact’ als zulke essentiële niveaus van voorzieningen beschouwd.
De gevolgen zouden groot kunnen zijn voor de sociale dienst, die voldoende professionals in het hele land zou moeten hebben, een doel dat in veel regio’s nog lang niet is bereikt. Maar ook de steun voor gezinnen met complexe problemen, die is voorzien in de Verdragen voor sociale inclusie, komt in het gedrang. En hetzelfde geldt voor de sociale noodhulp, de thuis- en buurtzorg, de projecten van algemeen nut en de modernisering van de ICT-systemen van gemeenten. De uitbreiding van het personeel voor de geplande multidisciplinaire teams, bestaande uit maatschappelijk werkers, docenten, pedagogen en psychologen (er loopt een grotendeels met Europese geld gefinancierde wervingsprocedure van het ministerie) zal jaarlijks 200 miljoen euro extra financiering ontvangen, maar pas vanaf 2027. Voor de voorzieningen die deze teams moeten gaan leveren, moeten de rekeningen opnieuw worden opgemaakt.