
In het licht van de nieuwe machtsverhoudingen in de wereld is een verdere politieke integratie voor het voortbestaan van Europa belangrijker dan ooit. Een bittere balans. En hoop.
Op 19 november 2025 hield de wereldvermaarde filosoof Jürgen Habermas (1929) in München een lezing als onderdeel van een colloquium over de westerse democratieën. In zijn enorme aantal gepubliceerde politieke opstellen over ontwikkelingen in en van Europa was hij nog nooit zo pessimistisch als in de hier vertaalde beschouwing (vert.)
De Russische inval in Oekraïne heeft onder de Europese bevolking geleid tot een langzaam op gang gekomen perceptie van een diepgaand gewijzigde toestand in de wereld. Deze verandering werd evenwel al langere tijd voorbereid door de neergang van de Verenigde Staten als supermacht van de twintigste eeuw. Een alarmsignaal in die richting werd al uitgezonden na 11 september 2001 toen de stemming in de burgersamenleving van de VS koortsachtig omsloeg. Deze mentaliteitsverandering onder een angstig gemaakte bevolking werd nog eens aangewakkerd door de retoriek van de toenmalige regering van president George W. Bush en diens niets ontziende, militante vicepresident [Dick Cheney; vert.]
Iedereen leek de gevaren van het internationaal terrorisme van zeer dichtbij te voelen. In het verlengde van de propaganda voor een oorlog tegen Saddam Hoessein en Irak, die in strijd was met het internationaal recht, bestendigde en radicaliseerde deze mentaliteitsverandering. Institutioneel werd in eerste instantie het partijenstelsel door deze verandering getroffen. Al in de jaren negentig vond er onder leiding van Newt Gingrich [voorzitter van het Huis van Afgevaardigden; vert.] een grondige verandering plaats van niet alleen de praktijk van de Republikeinse Partij, ook de sociale samenstelling van haar aanhang veranderde. De tendensen van een diepgaandere en inmiddels, naar het zich laat aanzien, nauwelijks nog omkeerbare transformatie van het complete politieke systeem wonnen terrein nadat president Obama de hoop beschaamde op een fundamenteel nieuwe koers van de buitenlandse politiek van de VS.
China wil een sinocentrische wereldorde
Inmiddels is de ondermijning van de internationale positie van de voormalige supermacht onmiskenbaar. Eind oktober werd dit tijdens de APEC-top [Asian-Pacific Economic Cooperation, momenteel 21 leden; vert.] in Zuid-Korea eens te meer duidelijk: de onzeker geworden bondgenoten van de VS proberen nu ook afspraken te maken met andere buurlanden, die veeleer neutraal of sterk afhankelijk van China zijn. En na het voortijdige vertrek van de Amerikaanse president op de top, die meer geïnteresseerd is in snelle deals dan in de stabiliteit van de invloed van de VS op termijn, zette vervolgens de Chinese president Xi Jinping de toon met zijn promoting van het concept van een multiculturele wereldmaatschappij onder Chinese leiding.
Al sinds het opnemen van de Volksrepubliek in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) streven slimme regeringen ernaar ook van hun land een economisch leidende grootmacht te maken. Maar pas na de ambtsaanvaarding van Xi Jinping in 2012 is het met een zekere ‘defensieve agressiviteit’ nagestreefde doel een vervanging van het liberale wereldhandelsbestel door een sinocentrische wereldpolitieke orde. Met het zijderoute project heeft China al sedert geruime tijd verstrekkende strategische en de nationale veiligheid betreffende doelen nagestreefd. Rusland, Pakistan, Maleisië en Indonesië waren de grootste begunstigden. Maar ook voor de ontwikkelingslanden en opkomende economieën zou China inmiddels weleens de grootste geldschieter kunnen zijn. Vanuit geopolitiek gezichtspunt zal in het algemeen deze internationale machtsverschuiving in de toekomst daarin duidelijk worden dat beslissende conflicten zich in Zuidoost-Azië zullen afspelen.
Het zal interessant zijn om te zien hoe Trumps machtsovername uitwerkt op de binnenlandse politiek van Taiwan. Maar afgezien van deze conflicthaard staan hier niet alleen China en zijn regionale bondgenoten enerzijds en anderzijds de VS en de op het Westen gerichte staten in de regio, dus vooral Japan, Zuid-Korea en Australië, tegenover elkaar. Op de voet volgt ook inmiddels Indië met eigen plannen om een wereldmacht te worden. Bovendien weerspiegelen de geopolitieke machtsverhoudingen zich niet alleen in de Pacific, maar ook in de opkomst van middelgrote mogendheden zoals Brazilië, Zuid-Afrika of Saoedi-Arabië, die zelfbewust streven naar meer onafhankelijkheid.
In de VS is een democratisch gelegitimeerde ontmanteling gaande van de oudste democratie op aarde
Intussen proberen veel van dergelijke opkomende staten te worden opgenomen tot de inmiddels uitgebreide BRICS-landen [een samenwerkingsverband van inmiddels tien opkomende economieën; vert.] waartussen een losse band bestaat. Ook wijzen de ingrijpende geo-economische veranderingen in de liberale economische wereldorde, die na het einde van de Tweede Wereldoorlog door de VS werd geschapen, op een einde van de westerse hegemonie. Deze op richtlijnen gebaseerde wereldhandelsorde, die nu ook door Trump zelf op de proef wordt gesteld – zoals tegenwoordig blijkt uit het interessante geschil over de levering van zeldzame aardmetalen – kan niet zomaar geliquideerd worden; maar nauwelijks beter kunnen de ondertussen genormaliseerde beperkingen van de wereldhandel geïllustreerd worden dan door het recente besluit van de Duitse regering om, om redenen van nationale veiligheid, haar exportkampioen, de staalindustrie die niet langer in staat is internationaal te concurreren, met publieke middelen te ondersteunen.
Hoewel deze veranderingen in de geopolitieke machtsverhoudingen al langere tijd zichtbaar zijn, en hoewel al sinds het begin van de oorlog in Oekraïne een herkiezing van Trump geenszins uitgesloten kon worden, hebben westerse regeringen na de Russische inval niet begrepen dat de niet voorkomen uitbraak van dit conflict tijdens de ambtstermijn van president Joe Biden beslist bezworen had moeten worden. Inmiddels vindt met de tweede termijn van Trump plaats wat in het manifest van de Heritage Foundation [Amerikaanse rechtse denktank; vert.] al ruim eerder was aangekondigd: de nauwelijks omkeerbare teloorgang van het oudste liberaal-democratische regime naar een patroon zoals we dat in Europa hebben leren kennen in bijvoorbeeld Hongarije en andere landen.
Deze nieuwe vormen van autoritaire regimes kunnen duidelijk niet worden herleid tot de bijzondere omstandigheden van een mislukte ontmanteling van machtsvormen uit het tijdperk van de Sovjet-Unie. Ze zijn veeleer de voorlopers van de democratisch gelegitimeerde ontmanteling van de oudste democratie op aarde en van de snelle opbouw en expansie van een technocratisch geleide libertair-kapitalistische regeringsvorm.
Het lafhartige van een burgermaatschappij zonder veel weerstandsvermogen
In de VS zien we een overeenkomstige, veeleer onopvallende overgang van het ene ‘systeem’ naar het andere, die niet eens echt geleidelijk verloopt als gevolg van een min of meer verlamde oppositie: de laatste of voorlaatste democratische verkiezing was het al veel eerder aangekondigde begin van een snelle, willekeurige en autocratische uitbreiding van een uitvoerende macht, die gelijktijdig inkromp en gezuiverd werd. Deze uitvoerende macht wordt door Trump misbruikt zonder ook maar rekening te houden met de bezwaren van een geleidelijk aan van bovenaf uitgehold rechtssysteem.
Eerst trok de president met zijn rigoureuze tarieven voor invoerrechten de wetgevende bevoegdheden van het parlement naar zich toe, daarna probeerde hij stapsgewijs de onafhankelijkheid van de pers en het universitaire bestel te beperken. Vervolgens intimideerde hij de oppositie door ongevraagd de Nationale Garde in te zetten in grote steden als Los Angeles, Washington en Chicago. Alleen al de aanwezigheid van de garde duidt op de bereidheid van de regering om het leger, in de hogere rangen inmiddels volgzaam, tegen haar eigen burgers in te zetten mocht dit nodig zijn. Terwijl in de Europese Unie het partijenstelsel en democratische verkiezingen ook in autoritaire landen als Hongarije (of destijds in Polen) nog steeds beschermd zijn, blijft hun lot in de VS ongewis.
Voor zover er zich echt verzet voordoet, dan alleen als er geen nadelen aan verbonden zijn of tegen Israël is gericht
Na recente, op zichzelf staande verkiezingssuccessen van de Democraten, richt Trump zich op het marginaliseren en het belachelijk maken van de politieke oppositie met belastende verklaringen. Wat zijn buitenlands beleid aangaat, zoals blijkt uit zijn willekeurige militaire acties tegen smokkelaars voor de kust van Venezuela, trekt hij zich eveneens niets aan van het internationaal recht. Het meest reden gevend tot verbazing en tot nu toe niet plausibel verklaard fenomeen van deze sluipende, maar doelbewuste machtsovername is wel het vergaand gebrek aan moed van de burgermaatschappij die geen verzet biedt – om nog maar te zwijgen van de bereidheid van studenten en hoogleraren zich aan te passen, terwijl ze net nog op hun campus uit eigen beweging het voor hen niet nadelige verzet tegen de vermeende koloniale macht Israël op de spits hadden gedreven.
Niet dat ik veronderstel dat wíj ons anders zouden opstellen. Tot nu toe zie ik geen overtuigende voortekenen van een weg terug op de ingeslagen richting naar een maatschappelijk systeem dat politiek autoritair geleid en technocratisch bestuurd wordt, maar in economisch opzicht libertair is. Want Trumps mogelijke opvolgers hebben zelfs een nog sterker gesloten ‘wereldbeeld’ dan de ziekelijk narcistische president, die zich richt op bevestiging en persoonlijk ‘profijt’ op de korte termijn en die liever een tycoon en Nobelprijswinnaar voor de vrede is dan een politicus met visie.
Voor mijn hier gepresenteerde overwegingen kan ik geen aanspraak maken op een deskundigheid die uitgaat boven het niveau van een krantenlezer. Mij interesseren deze afwegingen vooral in het licht van de vraag wat de geopolitieke verschuiving en de huidige, al langer op gang gekomen politieke verdeeldheid van het Westen betekenen voor Europa.
Hierna ga ik ervan uit dat, afgezien van enkele uitzonderingen, de regeringen van de Europese Unie en haar lidstaten voorlopig resoluut vasthouden aan de normatieve grondslagen en ingeburgerde praktijk van hun grondwetten. Daaruit vloeit het politieke doel voort om hun positie zodanig te verstevigen dat EU zich als een autonome medespeler staande kan houden in een wereldpolitiek en mondiale samenleving, onafhankelijk van de VS en onafhankelijk van compromissen met de VS en andere autoritaire staten, die strijdig zijn met het heersende stelsel.
De Verenigde Staten zijn voor hun bondgenoten een onvoorspelbare partner geworden.
Met het oog op de maar doorgaande oorlog in Oekraïne zijn ‘wij’ – als ik vanuit dit Europese perspectief mag spreken – evenwel alleen al verder aangewezen op Amerikaanse steun omdat we niet beschikken over hun technologie voor de noodzakelijke bewaking van het luchtruim. Zonder Amerikaanse hulp had het Oekraïense front niet standgehouden. Maar dezelfde Verenigde Staten zijn voor hun bondgenoten een onvoorspelbare partner geworden. De VS handhaven niet langer hun door het internationaal recht gelegitimeerde rol als ondersteuner van Oekraïne zoals nog onder Biden uitgesproken. Hooguit leveren zij wapens, die door Europa (dus de facto de Bondsrepubliek) worden betaald.
Alleen al om deze reden hebben ook wij belang bij een snelle wapenstilstand zoals door de Oekraïense leiding wordt nagestreefd. Dit heeft voor Europa een bedenkelijke consequentie waar tot nu toe geen aandacht voor is. De EU kan zich politiek niet distantiëren van het passieve, bij wijze van spreken teruggetreden NAVO-lid, de VS, aangezien ‘het Westen’ normatief niet langer met één stem spreekt, al is de bereidheid er nog om gemeenschappelijk op te treden. De oorlog in Oekraïne dwingt de EU binnen het kader van de NAVO vast te houden aan een bondgenootschap met de VS dat vanwege de ontstane machtswisseling van haar belangrijkste en tot nu toe leidinggevende lid, niet langer geloofwaardig een beroep kan doen op mensenrechten om haar militaire steun aan Oekraïne te rechtvaardigen.
Wie de meest recente toespraak van Trump voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties beluisterd heeft, moet toegeven dat vanaf de eerste dag van het conflict de retoriek van het internationaal recht, waarop het toen nog verenigde Westen zich beroept om zijn steun te rechtvaardigen aan het overrompelde Oekraïne, zijn waarde verloren heeft. Van deze pijnlijke ontwikkeling wordt alleen een samenwerkende groep van oorspronkelijk 30 staten niet getroffen. Onafhankelijk van de VS gaan deze staten onder leiding van Frankrijk en Groot-Brittannië verder dan de EU met hun steun aan Oekraïne. Daarom is het ironisch, naar ik hoop onbedoeld, als juist deze groep staten gedachteloos koos voor de naam ‘Coalitie van de Gewilligen’ – dus dezelfde naam waaronder toentertijd George W. Bush met hulp van de Britse minister-president een coalitie bij elkaar zocht die, in strijd met het internationaal recht, de invasie in Irak steunde, wat overigens op tegenstand stuitte van Frankrijk en Duitsland.
Angela Merkel negeerde koudweg Frankrijk. Hoe schijnheilig waren en zijn thans alle woorden
Na deze schets van de veranderde situatie van het verdeelde Westen kom ik tot mijn eigenlijke vraag: hoe realistisch is het streven om door te gaan met een politieke eenwording van de EU om binnen het kader van een wereldgemeenschap niet alleen als een van de belangrijkste handelspartners te worden erkend, maar ook als een zelfstandige partij, die zich in politiek opzicht kan handhaven en handelingsbekwaam is.
Hoewel de jongere lidstaten in het oosten van de EU het hardst roepen om meer bewapening, zijn zij het minst bereid om voor zo’n gemeenschappelijke versterking hun eigen nationale zeggenschap in te perken. Met het oog op de gevolgen hiervan, al zou in dit opzicht ook de nationale regering van Meloni niet meedoen, zou het initiatief moeten uitgaan van de westelijke kernlanden van de Unie – en gezien de tegenwoordige zwakte van Frankrijk in eerste instantie van Duitsland. Daartoe zou de al begonnen opbouw van een gemeenschappelijke Europese defensie de aanzet kunnen geven.
Ik acht het waarschijnlijk dat Europa zich minder dan ooit kan loskoppelen van het nog steeds vigerende leiderschap van de VS
Inmiddels heeft de Bondsdag besloten financiële middelen vrij te maken voor een aanzienlijke opbouw en expansie van het Duitse leger. Daarbij speelt voor mij de twijfelachtige fundering van dit besluit door te wijzen op het zogenaamd actuele gevaar van een Russische aanval op de NATO geen rol. Alleen, de Bondsregering wil ‘het sterkste Europese leger’ opbouwen onder de voorwaarden van bestaande verdragen, dus uiteindelijk binnen de reikwijdte van haar nationale zeggenschap. Hiermee continueert de Bondsregering haar schijnheilige Europese beleid die al onder kanselier Merkel werd gevoerd: retorisch altijd Europa gezind, heeft De Bondsregering de afgelopen decennia meerdere Franse initiatieven voor nauwere economische samenwerking afgewezen, het meest recent de afwijzing van het urgente initiatief van de pas gekozen Franse president Macron [betreft de uitgifte van eurobonds, staatsobligaties, door 19 landen van de EU; vert.] In het voetspoor van Schäuble [in de kabinetten Merkel was hij aanvankelijk minister van Binnenlandse zaken en daarna minister van Financiën; vert.] zijn eurobonds ook voor kanselier Merz een gruwel. Er zijn geen serieuze aanwijzingen dat de Duitse regering ernstige stappen zet om te bewerkstelligen dat er een Europese Unie komt die in de wereldpolitiek mondig en onafhankelijk opereert.
Zeker, in het teken van het dagelijks toenemend rechtspopulisme in al onze landen zou een dergelijke, reeds lang verzuimde stap richting een verdere integratie van de EU – en daarmee naar een wereldwijde handelingspotentie – thans nog minder spontane steun krijgen dan tot nu toe. In de meeste westerse EU-lidstaten pleiten binnenlandse krachten zelfs voor een decentralisatie of het terugdraaien van de EU, of op z’n minst voor een ondermijning van de bevoegdheden van Brussel die sterker zijn dan ooit tevoren. Daarom acht ik het waarschijnlijk dat Europa zich minder dan ooit kan loskoppelen van het nog steeds vigerende leiderschap van de VS. Of Europa erin zal slagen in het kielzog van de VS zijn normatieve en tot nu toe nog altijd democratische en liberale zelfbeeld te behouden, zal dé centrale uitdaging worden.
Aan het einde van een politiek veeleer begunstigd leven vind ik het ondanks alles moeilijk met de meeste nadruk tot de volgende conclusie te komen: de verdere politieke integratie van op zijn minst de kern van de Europese Unie is voor ons overleven nog nooit zo essentieel als nu. En nog nooit zo onwaarschijnlijk.