Leiden: minstens zo schilderachtig als Amsterdam

Estimated read time 4 min read
LL Leiden hergecomprimeerd

Een verslaggever uit de Verenigde Staten ontdekt Leiden: ‘een intellectuele ontdekkingsreis, met dertien musea en botanische tuinen waar je zomaar tot nieuwe inzichten zou kunnen komen’.

Het verhaal van hoe de stad Leiden uitgroeide tot een wereld- wijd centrum van wetenschap en filosofie, begint met een opmerkelijk staaltje moed. Toen Spaanse troepen de stad in 1574 belegerden, zou burgemees- ter Pieter van der Werff volgens een lokale mythe nogal een belofte hebben gedaan om de uitgehongerde inwoners gerust te stellen: mocht het zover komen, dan mochten ze zijn arm opeten. Zover kwam het gelukkig niet. Tijdens het ontzet staken de Nederlanders de dijken door, waardoor het omliggende land onder water kwam te staan en schepen met voedsel de stad konden bereiken. Als beloning voor hun moed schonk Willem van Oranje de inwoners van Leiden een universiteit.

Deze universiteit, opgericht in 1575, zou uitgroeien tot ‘het Oxford van Nederland’: het hart van een stad die generaties studenten, academici, wetenschappers en vrijdenkers aantrok, onder wie René Descartes, Albert Einstein en de Pilgrim Fathers van de Mayflower. Ook Rembrandt werd hier geboren.

Schilderachtig

Met zijn grachten, kasseienstraatjes en muurschilderingen is Leiden minstens zo schilderachtig als het veel grotere Amsterdam, dat een halfuur met de trein verderop ligt. De stad biedt bovendien ruimte voor een intellectuele ontdekkingsreis, met dertien musea, bota-ische tuinen en gezellige cafeetjes langs de grachten, waar je zomaar tot nieuwe inzichten zou kunnen komen.

Op een gehuurde omafiets – compleet met bagagerek, dynamolampen, breed stuur en een bel die een tevreden dingdonggeluid maakt – fietste ik over de kasseien van het Rapenburg. Terwijl ik langs het water reed, dat ooit een mid- deleeuwse slotgracht was en nu het culturele hart van de stad vormt, passeerde ik lantaarnpalen met rode en roze geraniums eraan. Mijn bestemming was een van de oudste botanische tuinen van West-Europa.

Deze Hortus Botanicus dateert uit de jaren negentig van de zestiende eeuw en diende oorspronkelijk voor de opleiding van geneeskundestudenten, die planten gebruikten als salie, rozemarijn en vingerhoedskruid. Via het Academiegebouw van de universiteit bereikte ik de tuin, die zorgvuldig is ingedeeld volgens de oorspronkelijke lay-out en de medicinale plantenlijst uit 1590. Er zijn bijenkorven van gevlochten tarwe, Japanse iepen, walnoten- en kastanjebomen uit de negentiende eeuw en kassen met orchideeën, waterlelies en de titan arum, ook wel de ‘reuzenpenisplant’ genoemd, die tijdens mijn bezoek toevallig net bloeide.

Hier plantte Clusius de eerste tulpen in Nederland

De Hortus heeft nog een bijzonder verhaal: hier plantte botanicus Carolus Clusius de eerste tulpen in Nederland, geïmporteerd uit Turkije. Deze bloemen zouden leiden tot de tulpenmanie van 1636-’37, toen sommige bollen bijna net zoveel kostten als een huis.

Leiden is ook een stad van muurschilderingen. Het project Gedichten op muren omvat 110 gedichten van onder anderen Rilke, Yeats, Neruda en Shakespeare, in hun oorspronkelijke taal. Sommige schilderingen verwijzen naar de wetenschap, de lingua franca van de stad: medische afbeeldingen, natuurkundige formules en Einsteins algemene relativiteitstheorie, als eerbetoon aan diens jarenlange band met Leiden.

Het motto van de universiteit luidt Praesidium Libertatis – bastion van vrijheid. Dat idee komt tot uitdrukking in glas-in-loodramen die zowel Willem van Oranje eren als hoogleraar Rudolph Cleveringa, die in 1940 protesteerde tegen het ontslag van Joodse collega’s door de Duitse bezetter.

Toevluchtsoord

Op het Rapenburg herinnert een plaquette aan drukker Louis Elzevier, die in de zeventiende eeuw werken van onder anderen Galilei publiceerde. Leiden was toen een toevluchtsoord voor denkers die de katholieke orthodoxie ter discussie stelden, onder wie Descartes en Spinoza.

Na een stop bij Café Barrera, ooit het huis van verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema, liep ik naar de Pieterskerk. Aan de overkant stond het huis van dominee John Robinson, leider van de Engelse Pilgrim Fathers, die later met de Mayflower naar Amerika zouden varen. Het nabijgelegen Pilgrim Museum toont hoe zij in Leiden leefden. Even verderop markeert een plaquette de geboorteplek van Rembrandt. In de Young Rembrandt Studio leer je hoe hij en Jan Lievens hier hun eerste stappen zetten als schilder. Elk jaar viert Leiden Rembrandts verjaardag met tableaux vivants van zijn schilderijen.

Na de lunch bij Vooraf en Toe – flat white, brioche met gepocheerd ei, avocado en zalm – bezocht ik Rijksmuseum Boerhaave, het nationale museum voor wetenschapsgeschiedenis. Hoogtepunt is het anatomisch theater uit 1594, naast vroege microscopen van Antonie van Leeuwenhoek en telescopen van Christiaan Huygens.

Tot slot verruilde ik de fiets voor een houten motorbootje om mee over de grachten te varen. Met uitzicht op de zeventiende-eeuwse gevels, de drukke terrasjes en molen De Valk genoot ik van een drijvende picknick met kaas, brood en olijven. Burgemeester Van der Werff had deze maaltijd vast kunnen waarderen.

You May Also Like

More From Author