
Dertig jaar geleden lag er ’s zomers dicht pakijs op de Noordpool. Nu het gebied relatief makkelijker bereikbaar is, probeert een expeditie de toekomst te voorspellen door diepzeemodder te bestuderen.
Op de ochtend van 2 september is het druk op de brug van de Noorse ijsbreker Kronprins Haakon. Wetenschappers en bemanningsleden volgen de gps-coördinaten van het schip op de monitoren. Nog één zeemijl te gaan. Met sneeuw bedekte ijsschotsen drijven langs de ramen. Dan laat kapitein Hallgeir Johansen de misthoorn klinken: we hebben de geografische Noordpool bereikt. Voor expeditieleider Jochen Knies van de Arctic University of Norway in Tromsø is het zijn tweede bezoek aan de Noordpool. In 1996 was de geoloog aan boord van het Zweedse onderzoeksschip Oden, dat zich toen nog door dicht pakijs een weg moest banen naar 90 graden noorderbreedte. Bijna dertig jaar later is het Arctische gebied ingrijpend veranderd, merkte Knies sinds het vertrek vanaf Spitsbergen twee weken eerder. In plaats van dikke zeeijsvelden treft de expeditie nu dunne schotsen en grote zones open water aan. De Kronprins Haakon vaart met elf knopen en bereikt de pool met teruggeschroefde motoren.

Hoewel het zeeijs in de zomer van 2025 – na een negatief winterrecord – geen nieuw dieptepunt bereikt, zien de onderzoekers tijdens hun vijf weken durende reis een zorgwekkende trend: het snelle verlies van Arctisch zeeijs door de sterke opwarming van het Noordpoolgebied. Zet die ontwikkeling door, dan zou het zeeijs in de zomer volledig kunnen verdwijnen – iets wat vermoedelijk al minstens 115.000 jaar niet is gebeurd. ‘Je moet ver terug in de tijd om klimaatomstandigheden te vinden die vergelijkbaar zijn met wat we in de toekomst in het Noordpoolgebied verwachten,’ zegt Knies.
Dat is precies de reden waarom hij half augustus 2025 samen met een team van 26 onderzoekers richting het pakijs vertrok. Ze willen vaststellen of, en zo ja wanneer de Noordpool in het recente geologische verleden ijsvrij is geweest en bedekt werd door open oceaan. De antwoorden hopen ze te vinden op de Arctische zeebodem. De daar afgezette sedimenten fungeren als klimaatarchieven, waarin informatie ligt opgeslagen over warme perioden uit het verleden die als analogie kunnen dienen voor de richting waarin het klimaat zich nu ontwikkelt. De expeditie maakt deel uit van een EU-project van 12,5 miljoen euro, waaraan meerdere onderzoeksinstellingen deelnemen, waaronder Noorse instituten en het Duitse Alfred Wegener Instituut. De onderzoekers zoeken in het verleden naar antwoorden op urgente vragen over de toekomst van het Arctisch gebied: hoe verandert het mariene ecosysteem als het zeeijs zich verder terugtrekt? En wat zijn de gevolgen voor oceaancirculatie en het mondiale klimaat?
In de afgelopen vijftig jaar is het Arctisch gebied met ongeveer 3 graden opgewarmd – twee keer zo veel als het wereldgemiddelde. Op veel plaatsen stijgt de temperatuur zelfs in de winter steeds vaker tot boven het vriespunt. Sinds het begin van satellietmetingen in 1979 is het zeeijsoppervlak aan het einde van de zomer met meer dan 40 procent afgenomen, samen met het leefgebied van ijs- en kouafhankelijke organismen. Het verdwijnen van het reflecterende zeeijs zorgt ervoor dat de Arctische Oceaan nog sneller opwarmt. Dat draagt bij aan extremere weersomstandigheden in Europa, zoals overstromingen en hittegolven, zoals Noorwegen die vorige zomer meemaakte. Tegelijkertijd wekt het afnemende ijs economische interesse: grondstoffen worden beter bereikbaar en nieuwe vaarroutes komen open te liggen.
Een ‘polaire zijderoute’, twee keer zo snel
‘Kan één enkele zeeroute tegelijk de handelsstromen én de geopolitieke machtsverhoudingen veranderen?’ vroeg South China Morning Post zich op 20 september af, bij de opening van de eerste regelmatige vrachtverbinding tussen China en Europa via de Noordoostelijke Doorvaart – of, zoals Beijing haar liever noemt, de ‘polaire zijderoute’.
Het was de Istanbul Bridge, met haar 4890 containers, die deze zogenoemde Arctic Express inluidde. De route verbindt in achttien dagen drie Chinese havens met vier Europese (Felixstowe, Rotterdam, Hamburg en Gdańsk), tegenover veertig dagen via het Suezkanaal.
Voorlopig is de route alleen begaanbaar tijdens de periode van ijsafsmelting, van eind juli tot begin november.
Volgens klimaatscenario’s zou de Arctische Oceaan tegen 2050 ’s zomers vrijwel ijsvrij kunnen zijn – mogelijk zelfs al binnen tien jaar – wat de klimaatcrisis verder zou verergeren. ‘Maar zulke projecties kennen aanzienlijke onzekerheden,’ zegt Knies aan boord van de Kronprins Haakon. Toekomstvoorspellingen zijn immers gebaseerd op computermodellen en meetgegevens. Satellieten en instrumenten volgen weliswaar voortdurend de opwarming van de oceaan en het smelten van het ijs, maar directe waarnemingen beperken zich tot het heden en het recente verleden – waarin er ’s zomers altijd zeeijs was, aldus Knies.
Eind augustus bereikt het team de Lomonosovrug, een onderzeese bergketen die dwars door de centrale Arctische Oceaan loopt. Tijdens een flinke sneeuwbui en met een gevoelstemperatuur van -10 graden, laten de onderzoekers een twintig meter lange stalen buis van enkele tonnen gewicht via een dikke kabel naar de zeebodem zakken. In de nacht ervoor is de bodem met echopeilers in kaart gebracht, om een voldoende dikke sedimentlaag te treffen, ongeveer een kilometer onder het ijs. Twee uur later wordt de buis weer aan dek gehesen, bedekt met modder.
De volgende dag ligt de 15 meter lange sedimentkern, in de lengte doorgesneden en in kortere segmenten verdeeld, op een tafel in het scheepslaboratorium. De kern vertoont duidelijk verschillende lagen, met variaties in kleur en korrelgrootte. Af en toe zijn er kleine steentjes te zien, die ooit in ijsbergen of ijsschotsen hebben vastgezeten en vanaf de Arctische kusten zijn meegevoerd. Voor het expeditieteam vormt het monster een venster op een ver verleden: waarschijnlijk bestrijkt het honderden duizenden jaren aardgeschiedenis.

Sedimentkernen stellen paleoklimatologen in staat het klimaat en milieu van vroegere tijdperken te reconstrueren. Dat kan dankzij de voortdurende ‘regen’ van deeltjes vanaf het zeeoppervlak naar de diepzee. Mariene sedimenten functioneren als nauwgezette archivarissen en documenteren watertemperaturen, de sterkte van oceaanstromingen en andere parameters. Die informatie ligt opgeslagen in de chemische en fysische eigenschappen van planktonresten en verpulverd gesteente op de zeebodem.
Tijdens hun vijf weken durende tocht willen de onderzoekers deze klimaatschatkamer ontsluiten en het Arctische archief ontcijferen. Langs de route van Spitsbergen via de Noordpool naar de noordoostkust van Groenland nemen ze talrijke bodemkernen. Terug op land worden de monsters laag voor laag geanalyseerd. Eerst bepalen de onderzoekers de ouderdom, met behulp van koolstofdatering en de oriëntatie van mineraaldeeltjes ten opzichte van het vroegere aardmagnetisch veld. Voorlopige metingen wijzen erop dat sommige sedimenten tot twee miljoen jaar oud zijn en dateren uit het Pleistoceen, een periode met afwisselende koude en warme fasen.
Daarna willen de onderzoekers nagaan welke gevolgen klimaatveranderingen destijds hadden voor het Arctisch gebied. Zo analyseren ze biomarkermoleculen van ijsalgen, die aanwijzingen geven over de omvang van het zeeijs in het verleden.
Verdachte investeringen?
Van een ‘geleidelijke infiltratie van China voorbij de poolcirkel’ – zo spreekt de Taiwanese commentator Yun Cheng in een opiniestuk in de krant Ziyou Shibao in Taipei. Volgens hem is ‘Trumps bezorgdheid over Beijings ambities in Groenland niet ongegrond’. Hij wijst daarbij op ‘massale incesteringen en de aankoop van land door Chinese actoren ij IJsland en Groenland sinds de jaren 2010.’
Ook in afgelegen delen van het Canadese Noordpoolgebied bestaat de grootste bevolkingsgroep volgens hem uit Chineessprekende arbeiders. Deze vestigingen zouden erop gericht zijn het idee te verankeren dat China een ‘quasi-Arctische staat’ is – zoals het zichzelf noemt in een witboek over zijn Arctisch beleid uit 2018.
Dat concept is volgens Yun Cheng ‘uit de lucht gegrepen’ en daagt de internationale gemeenschap uit door China te presenteren als ‘een actieve bijdrager aan ARctische aangelegenheden in het kader van de opbouw van een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid’. Hij waarschuwt dat deze investeringen – in kapitaal, middelen en mensen – ‘gemakkelijk de voorhoede kunnen vormen van Chinese militaire en inlichtingenactiviteiten’.
Adele Westgard van de Arctic University of Norway in Tromsø richt zich op organismen die in alle oceanen voorkomen, zowel aan het oppervlak als op de zeebodem. ’s Ochtends laat ze samen met een collega een planktonnet in de diepte zakken. De vangst ligt later onder de microscoop in het scheepslaboratorium. Met een fijn penseel selecteert de geochemicus tientallen eencellige organismen met kalkhoudende schelpjes: foraminiferen, zo klein als zandkorrels.
Deze micro-organismen bouwen hun omhulsels op uit zeewater, waarna ze als fossielen in het sediment bewaard blijven. Met levende foraminiferen onderzoekt Westgard hoe temperatuur, zoutgehalte en zuurgraad de chemische samenstelling van de schelp beïnvloeden. ‘Die weerspiegelt namelijk de heersende milieuomstandigheden,’ legt ze uit. Door fossiele schelpjes uit de sedimentkern te vergelijken met hedendaagse data kan zij bijvoorbeeld vaststellen hoe warm de oceaan vroeger was – met een nauwkeurigheid tot een halve graad.
Het is onduidelijk wanneer de Arctische Oceaan voor het laatst zo sterk opwarmde dat al het zeeijs verdween. Mogelijk gebeurde dat tijdens het Eemien, een warme periode tussen 130.000 en 115.000 jaar geleden. Toen was het in het Arctische gebied in de zomer tot 5 graden warmer dan nu. Ten noorden van Groenland lag open water, de ijskap van het eiland trok zich sterk terug en grote hoeveelheden zoet water vertraagden de Atlantische omwentelingscirculatie. Volgens klimaatmodellen zou een vergelijkbaar scenario zich in de nabije toekomst opnieuw kunnen voordoen.

Hard bewijs voor een volledig ijsvrije Noordpool uit die periode ontbreekt echter. ‘Tot nu toe beschikken we vooral over monsters uit de randzone van het ijs,’ zegt Knies. Die laten zien dat het gebied tijdens warme perioden in de winter altijd met zeeijs bedekt bleef. ‘Maar of het ijs in de zomer ooit volledig verdween, weten we niet.’ Juist daarom zijn de sedimentkernen van deze expeditie zo waardevol: ze moeten dat kennishiaat opvullen. Eerdere boringen in het centrale Arctische gebied leverden tegenstrijdige resultaten op, onder meer over de ouderdom van de sedimenten.
Daarbij zijn analysemethoden de afgelopen jaren sterk verbeterd. Een relatief nieuwe techniek is de analyse van fossiel DNA in mariene sedimenten. Vooral plankton, maar ook vissen en plantaardig materiaal dat in zee terechtkomt, laat DNA-sporen achter in de diepzee. In noordelijk Groenland zijn al DNA-fragmenten van twee miljoen jaar oud gevonden in landafzettingen. ‘Maar niemand heeft dit tot nu toe onderzocht in zulke oude afzettingen van de Arctische Oceaan,’ zegt paleo-ecoloog Stijn de Schepper van de Universiteit van Bergen en onderzoeksinstituut NORCE, terwijl het schip zich door het pakijs manoeuvreert.
Canada zet de borst vooruit
Na de opvallende toespraak van premier Mark Carney, die in Davos de plannen van Trump met Groenland aan de kaak stelde, buigt de Canadese pers zich over de volgende stappen.
De Canadese premier Mark Carney riep op 20 januari tijdens het World Economic Forum in Davos de ‘middelgrote mogendheden’ op zich te verenigen tegenover de supermachten om weerstand te bieden aan ‘hegemoniale’ krachten, aldus Radio-Canada. Door te wijzen op het belang van waarden als ‘territoriale integriteit van staten’ bevestigde hij opnieuw de steun van zijn land ‘voor het recht van Denemarken en Groenland om zelf de toekomst te bepalen’ van het eiland ‘waar Donald Trump zijn oog op heeft laten vallen’.
The Globe and Mail meldt dat Ottawa overweegt een contingent troepen te sturen om zich aan te sluiten bij een groep van acht Europese landen die ‘militaire oefeningen in Groenland uitvoeren uit solidariteit met Denemarken’. Het Canadese leger zou zelfs verschillende scenario’s hebben doorgenomen om zich voor te bereiden op een mogelijke Amerikaanse invasie van het eiland. Het Canadese Noordpoolgebied beslaat 40 procent van het nati- onale grondgebied en ligt op zijn dichtstbijzijnde punt slechts 26 kilometer van Groenland. Het land beschikt in de regio over acht militaire bases.
Mathieu Landriault, directeur van het Observatorium voor Arctisch beleid en veiligheid, zegt tegen persbureau La Presse Canadienne dat het leger zijn aanwezigheid moet uitbreiden, met name voor maritieme operaties.
Maar volgens de leiders van de Canadese noordelijke territoria volstaat militaire aanwezigheid niet. Zij zien andere prioriteiten, merkt omroep CBC op. De premier van de Northwest Territories, R.J. Simpson, benadrukt dat ook rekening moet worden gehouden met de noordelijke bevolking: ‘Als je naar een kaart kijkt en infrastructuur, wegen en gemeenschappen ziet, dát is soevereiniteit.’ Zijn collega uit Nunavut, John Main, betuigde solidariteit met Groenland en noemt de plotselinge belangstelling voor het eiland ‘diep verontrustend’.
‘Canada zou het voortouw moeten nemen op het gebied van Arctische veiligheid om ervoor te zorgen dat de NAVO in staat is haar macht ten noorden van de 60e breedtegraad te projecteren’, betoogt The Toronto Star. ‘Dat impliceert dat openlijk wordt erkend dat Trumps poging om Groenland in te lijven niet alleen onaanvaardbaar is, maar ook een bedreiging vormt voor de collectieve veiligheid van de NAVO.’
Aan boord is de grootste uitdaging het voorkomen van besmetting van de monsters met modern DNA. In het laboratorium dragen de onderzoekers daarom beschermende pakken en wegwerphandschoenen, en reinigen ze tafels en apparatuur met bleekmiddel. Het fossiele DNA wordt later in Noorwegen in een ultrazuiver laboratorium geëxtraheerd en geanalyseerd.
Door het genetisch materiaal te bestuderen hopen de onderzoekers inzicht te krijgen in hoe het Arctische ecosysteem er tijdens eerdere warme perioden uitzag – en hoe het in de toekomst zou kunnen veranderen. ‘Als het zeeijs verdwijnt, zullen we waarschijnlijk een volledig ander ecosysteem zien ontstaan,’ zegt De Schepper. Er zullen verliezers zijn, zoals ijsalgen en poolkabeljauw die afhankelijk zijn van zeeijs, maar ook winnaars, zoals fytoplankton dat juist floreert in open water. Wat dat betekent voor de koolstofcyclus en het Arctische voedselweb weet nog niemand precies. De onderzoekers hopen dat de modder uit de diepzee daar antwoorden op zal geven.
