
In Beijing worden sinds kort bureaus verhuurd in kantoren waar niemand echt werkt. Voor een paar euro per dag doen mensen er alsof ze een baan hebben. Waarom zijn in China’s vermeende economische boom zo velen achtergebleven?
Het is vijf over negen als een jonge man met een strooien hoed, bril en koptelefoon op de tweede verdieping van een onopvallend gebouw in een industriegebied in Zuid-Beijing een glazen deur opent. De code kreeg hij even daarvoor ‘van de baas’ op zijn telefoon. Hij pakt een pakketje dat in de deurklink steekt, trekt de deur open en zegt zachtjes, meer tegen zichzelf: ‘Aan het werk.’
Hij doet het licht en de airconditioning aan, loopt naar een bureau midden in de kantoortuin en kiest een plek. Hij is nog alleen. Niemand is hier om te werken, en dat geldt ook voor hem. Li Zhijun is hier niet om te werken. Hij is hier om te doen alsof.
Hij betaalt om hier te mogen zitten, in een ruimte die eruitziet als een kantoor: een tapijt met ruitpatroon, bureaus, het kille licht van tl-buizen. Bij de ingang staat in witte letters: ‘Alsof-je-werkt’-bedrijf.
In heel China duiken steeds meer van dit soort schijnkantoren op: in Shanghai, Wuhan, Shenzhen, Chengdu. Voor omgerekend vier tot vijf euro per dag kunnen jongeren er een plek huren om het gevoel van een werkdag te ervaren. Internet, thee en snacks zijn inbegrepen.
Twee jaar geleden bereikte de jeugdwerkloosheid met 21,3 procent een recordhoogte. Daarna paste Beijing de berekeningsmethode aan. In juli lag het officiële cijfer nog maar op 17,8 procent. De druk onder sollicitanten is enorm. Werkgevers weten hoe gewild banen zijn; ze eisen overwerk en betalen minder.
Bai lan
Sommige jongeren blijven simpelweg thuis en doen aan bai lan: ze laten het leven ‘verrotten’, zoals de online term luidt. Dat betekent dat ze opgeven, ‘plat gaan liggen’ – nog zo’n modewoord – en zich schikken in hun hopeloosheid.
In dit schijnkantoor in het zuiden van Beijing, dat in februari opende, doen ze het tegenovergestelde. Hier betalen ze geld voor het gevoel nog deel uit te maken van de werkende wereld.
Het kantoor is een spiegel van de huidige situatie in China. Naar buiten toe toont het land kracht. Deze week organiseert de Chinese leiding in Tianjin de top van de Shanghai Cooperation Organisation, een samenwerkingsverband van Rusland, India, Pakistan en Centraal-Aziatische landen. Deze groep streeft er steeds openlijker naar de wereldorde naar eigen hand te zetten. De Indiase premier Narendra Modi reist ervoor naar Beijing, en plotseling is een nieuw bondgenootschap tussen oude rivalen denkbaar. Samen vertegenwoordigen ze 35 procent van de wereldbevolking. Terwijl Donald Trump oude allianties vernietigt en partners met importheffingen bestookt, boekt Xi Jinping de ene overwinning na de andere.
Op 3 september wil China het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië vieren met de grootste militaire parade in zijn geschiedenis. Een machtsvertoon: er worden nieuwe hypersonische wapens, onbemande onderwatervaartuigen en meer dan 10.000 soldaten verwacht. Het staat in schril contrast met de armzalige parade die Trump in juni liet opmarcheren en die door de Chinese staatsmedia werd bespot als ‘het avondrood van een ondergaande zon’.
In de Duitse economie spreekt men vol bewondering over de ‘China-Speed’. Chinese autofabrikanten en roboticabedrijven gelden als koplopers, en op het gebied van kunstmatige intelligentie stormt het land vooruit. Zijn de Chinezen überhaupt nog te stoppen?
Maar terwijl Xi Jinping buiten de spierballen laat rollen, zitten binnen, op de tweede verdieping van het grijze kantoorgebouw in Zuid-Beijing, mensen als Li Zhijun. Ze hebben geen baan en betalen om te doen alsof; een realiteit die de Chinese leiding het liefst voor de wereld verborgen houdt.
Heroriënteren
Li Zhijun heeft zijn laptop opengeklapt, een computermuis gepakt en een vacaturesite geopend. Hij leest de nieuwste advertenties. Drie maanden geleden nam hij ontslag als ontwerper bij een internetbedrijf; de omstandigheden waren ondragelijk geworden. ‘In het begin voelde ik me verdwaald,’ zegt hij. ‘Als je zo lang als een werkpaard hebt gefunctioneerd, raak je afhankelijk.’ Plotseling niet meer naar je werk hoeven: het maakte hem nerveus.
Een nieuwe baan vinden is momenteel vrijwel onmogelijk. De overheid organiseert wel banenmarkten en via de gemeenten is er ook bemiddeling voor werklozen, maar die richten zich op de grote massa. ‘Voor gespecialiseerde vakmensen zoals ik zijn die aanbiedingen zelden geschikt.’
Hij is nu 41. ‘Wie ouder is dan 35, komt niet eens meer in aanmerking,’ zegt hij. ‘Het maakt niet uit of je capabel bent of niet. Bedrijven nemen liever starters aan: met weinig eisen, een laag salaris en direct inzetbaar. (…) Ze willen puur de efficiëntie verhogen, omdat er te veel sollicitanten zijn.’
‘Wie ouder is dan 35, komt niet eens meer in aanmerking’
Li probeert van alles. ‘Vroeger was ik een klein radertje in een grote machine en voerde ik de doelen van het bedrijf en mijn leidinggevenden uit.’ Voor het eerst heeft hij nu tijd om zich te heroriënteren. Hij heeft een eigen bedrijf ingeschreven, maar heeft nog geen concreet businessplan. Design, communicatie, marketing? ‘Ik vind het belangrijk om problemen voor anderen op te lossen. Alleen wélke problemen, daar ben ik nog niet uit.’
Dat probeert hij nu hier op kantoor uit te zoeken. Eerder probeerde hij al leercabines: minuscule, met gordijnen afgeschermde hokjes, bedoeld voor examenkandidaten. Ieder voor zich, volledig afgesloten. Maar hij miste het kantoorgevoel, vertelt hij. Hier is het anders: de anderen zitten hem niet op de huid, maar hij is ook niet totaal geïsoleerd. ‘De mens is nu eenmaal een sociaal wezen.’
Vier tot zes uur per dag zit hij achter zijn bureau. Zijn familie weet dat hij geen baan meer heeft, maar niet wat hij hier doet. Tegen hen heeft hij gezegd dat hij als freelancer werkt. Dat is niet helemaal gelogen; hij neemt af en toe een kleine opdracht aan. Tegelijkertijd speculeert hij op de beurs. Op zijn scherm schieten de koersen op en neer.
In 2007 studeerde hij af, in een tijd dat de economie nog floreerde. Hij was gedreven, maakte overuren. De salarissen in de reclamewereld lagen destijds zo’n dertig procent hoger dan in andere sectoren. ‘We werkten hard, maar kregen er ook wat voor terug.’ Tegenwoordig is het heel hard werken voor heel weinig geld.
Tegenwoordig is het heel hard werken voor heel weinig geld
Deze zomer studeerden in China 12,2 miljoen studenten af. Een nieuw record. Sommige universiteiten dreigen het diploma pas te overhandigen als afgestudeerden kunnen bewijzen dat ze een baan hebben, om te dwingen minder kieskeurig te zijn.
Was het maar zo eenvoudig.
Veel werkzoekenden zeggen dat ze honderden, soms duizenden sollicitaties hebben verstuurd – zonder resultaat. Vaak krijgen ze niet eens antwoord. In april meldde staatsbedrijf China National Nuclear Corporation, verantwoordelijk voor de nucleaire industrie, dat het op 1730 vacatures bijna 1,2 miljoen sollicitaties had ontvangen. Het bedrijf voegde er een lachende emoji aan toe. Toen sollicitanten zich bespot voelden, beloofde het bedrijf 8000 banen aan te bieden en ‘elke sollicitatie serieus te nemen’.
Tegelijkertijd zijn er heel andere krantenkoppen. Twee weken geleden organiseerde Beijing de eerste wereldspelen voor humanoïde robots, compleet met kungfu, turnen en voetbal. In mei werd bekend dat China 90 procent van de wereldwijde dronemarkt in handen heeft. Het land domineert de wind- en zonne-energiesector en loopt voorop met elektrische auto’s. Ook in biofarmaceutisch onderzoek maakt het een inhaalslag – en het zou binnenkort weleens leidend kunnen zijn in toepassingen van kunstmatige intelligentie.
Zwoegen loont niet
Het ‘Alsof-je-werkt’-bedrijf bevindt zich dan ook in een wijk waar op een oppervlakte van 160 vierkante kilometer zelfrijdende auto’s rondrijden. Honderden elektrische taxi’s zoeven door dit district, dat geldt als een van de toekomstlabs van Beijing.
Er zouden 12 miljoen nieuwe banen zijn in toekomstsectoren als AI en robotica, en in de maakindustrie zelfs 30 miljoen. Toch vissen veel afgestudeerden achter het net: werkgevers geven de voorkeur aan kandidaten van topuniversiteiten en bij veel opleidingen is de lesstof verouderd. Anderen krijgen alleen banen onder hun niveau aangeboden, vaak zonder sociale zekerheid, met extreem lange werkdagen – of in een fabriek. En wie wil dat nou?
Een studieplek gold lang als een gouden ticket naar de middenklasse. Daarvoor blokken kinderen in China van jongs af aan, vaak twaalf uur per dag of meer. Velen zijn al opgebrand voor ze in groep zeven zitten. Ze houden vol in de hoop dat het zwoegen ooit stopt en er een goed leven in de grote stad wacht, met een zekere kantoorbaan. Maar nu moeten sommigen betalen om te doen alsof ze op kantoor werken.

‘Jij bent onze hoop!’ staat er in de lift van het kantoor. Er zijn vier ruimtes: de hoofdzaal met drie lange rijen tafels, een vergaderruimte voor sollicitatiegesprekken of presentaties, en een lounge met een bank en een spelcomputer, waar volle asbakken en lege frisdrankblikjes rondslingeren. En dan is er nog een opnamestudio met grote studiolampen.
Tussendoor dartelt een kater met een rossige vacht. Het is de officiële kantoorkat, met een groene stropdas op zijn rug gebonden.
Het is halfelf. Uiterst links heeft nog een schijnwerker plaatsgenomen. Hij heeft een computer geïnstalleerd, schuifelt op zijn stoel en zweet. Hij draagt wijde, zwarte kleding en stelt zich alleen voor met zijn achternaam: Zhou. Hij is begin dertig. Ook hij is hier voor het eerst; hij hoorde online over het huurkantoor. Eind juli nam hij ontslag. ‘Mijn leidinggevende was onuitstaanbaar, ik hield het niet meer vol,’ zegt hij. Het is al zijn tweede ontslag dit jaar. In april gaf hij zijn vaste baan bij een bedrijf in de onderwijssector op.
Waarom hij hier vandaag is?
Vanwege zijn moeder. Afgelopen weekend kwam ze naar Beijing om hem gezelschap te houden; hij woont alleen. Ze weet niet dat hij geen baan meer heeft. ‘Ik zoek voorlopig gewoon verder,’ zegt hij. ‘Als ik een nieuwe baan vind, hoef ik haar niets te zeggen. Dan ga ik gewoon naar dat nieuwe bedrijf.’ Alleen als de zoektocht te lang duurt, zal hij het haar vertellen. Zijn stem trilt. ‘Mijn vader is vorig jaar overleden. Ik wil mijn moeder niet ongerust maken.’
Een uur en twintig minuten is hij onderweg met de metro van zijn huis naar hier. Hij kijkt naar zijn scherm. Ook hij heeft een vacaturesite openstaan en scrolt de pagina op en neer.
De eerste dag dat hij moest doen alsof hij naar zijn werk ging, was verschrikkelijk. Eerst wilde hij naar een bibliotheek, maar die was dicht. Hij reisde naar een andere, die was ook dicht. Toen streek hij neer in een Starbucks; die vind je in Beijing op bijna elke straathoek. Voor veel werkzoekenden is dat de favoriete schuilplaats. De filialen zijn er groter dan elders, met rustige hoekjes, stopcontacten en tafels als in een universiteitsbibliotheek. Je hoeft er niet eens iets te bestellen. Je ziet er groepen vergaderen, oprichters brainstormen en mensen die er tijdens de lunchpauze een dutje doen. Op internet circuleren foto’s van klanten die complete beeldschermen en printers meeslepen.
Je ziet er groepen vergaderen, oprichters brainstormen en mensen die er tijdens de lunchpauze een dutje doen
Voor Zhou was de Starbucks te rumoerig. Dus trok hij verder. Onderweg deed hij mee aan een gokspel: hij zette 70 euro in, won 170, boekte daar een uurtjeshotel mee, sliep even en belandde opnieuw bij Starbucks. Hij lacht hard en kort. ‘Als je werkt, gaat de dag tenminste sneller. Gisteren heb ik 10.000 stappen gezet en talloze metro’s genomen.’ Er staan tranen in zijn ogen. Hij kijkt naar het scherm, scrolt en scrolt. ‘Die vacaturesites tonen steeds dezelfde banen. Waarschijnlijk een hoog verloop.’
Vroeger verdiende hij omgerekend 2400 euro bruto. Nu bieden bedrijven 1800 euro voor hetzelfde werk, met minder sociale voorzieningen. Daarvan hangt bijvoorbeeld af hoeveel hij bij de dokter zelf moet betalen. ‘Achteraf gezien had ik bij mijn oude bedrijf moeten blijven,’ zegt hij. Zijn grootste angst is zijn leeftijd; hij wordt binnenkort 35. In veel advertenties staat expliciet ‘onder de 35.’ Alleen sommige kleine bedrijfjes nemen ouderen aan, maar dan voor een lager salaris. ‘Dat maakt me bang.’
Verdampt vermogen
Op één punt heeft hij geluk gehad. Hij heeft al vroeg een appartement in Beijing gekocht. De waarde daarvan is stabiel gebleven, ondanks de vastgoedcrisis die sinds 2021 aanhoudt. Zijn broer daarentegen kocht pas twee jaar geleden – zijn appartement is nu dertig procent minder waard. Volgens berekeningen van Barclays is er in de crisis al 18 biljoen dollar aan vermogen in China verdampt, meer dan tijdens de Amerikaanse financiële crisis van 2008. Zijn moeder wil tot begin oktober blijven. Dat is nog zes weken.
Het is één uur ’s middags als de baas van het kantoor binnenstapt. Er zitten inmiddels acht mensen aan de bureaus. De eersten hebben hun hoofd op tafel gelegd en slapen. Zoals in elk kantoor kletteren toetsenborden, klikken computermuizen en wordt er zachtjes gefluisterd. De oprichter van het schijnkantoor, die alleen met zijn achternaam Zhu geciteerd wil worden, zet voor iedereen een flesje sinaasappellimonade neer. Hij is een grote, gezette, charismatische man met kort haar en een wit poloshirt. Hij stapt makkelijk op zijn klanten af, wisselt een paar woorden en vraagt waar ze aan werken of wat hen bezighoudt.
Na kort onderhandelen is hij bereid tot een interview. Buitenlandse media, zegt Zhu, verspreiden toch alleen maar onwaarheden over China. Eigenlijk weigert hij daarom gesprekken met hen. Maar nu we er toch zijn, wil hij zijn verhaal doen – op voorwaarde dat elk woord exact zo wordt overgenomen.
De Chinese regering heeft de economie tot een gevoelig onderwerp verklaard. Analisten mogen op sociale media niets meer publiceren en de veiligheidsdiensten bellen economen persoonlijk op als ze op televisie te negatief zijn. De Foreign Correspondents’ Club meldde in augustus dat de economie een nieuwe ‘rode lijn’ in de verslaggeving is geworden. Steeds vaker duikt de politie op bij interviews met bedrijven. Zelfs besloten bijeenkomsten voor investeerders zouden zijn stopgezet als deelnemers de moeilijke economische situatie ter sprake brachten.
Dat zijn schijnkantoor een spiegel van de slechte economie is, wijst Zhu dan ook van de hand. ‘Ik bied ondernemerschap voor een lage prijs,’ zegt hij. ‘Starters kunnen hier hun ideeën uitproberen en doen wat ze willen. Ze betalen per dag. Werkt het niet, dan passen ze hun plannen aan, zonder grote risico’s.’
Zijn klanten zijn degenen die niet bereid zijn ‘zich plat neer te leggen’, zegt hij. ‘Je kunt jezelf niet dag in, dag uit thuis opsluiten, alleen maar eten en wachten op de dood.’ Velen denken dat zijn kantoor een plek is om werk te ontlopen, maar dat is onjuist. Zijn mantra: Je kunt het. Iedereen kan geld verdienen. Hup, aan de slag.
Model aanpassen
Vroeger werkte hij voor een bedrijf dat zaken deed met de overheid en investeerders wierf, ook voor Duitse bedrijven die zich in China vestigden. Hij is ook een tijd actief geweest binnen het Nieuwe Zijderoute-initiatief, vertelt hij, toen dat nog veel investeringen aantrok. Nu wil hij individuele ondernemers ondersteunen. Een vriend zei onlangs tegen hem: ‘Eigenlijk doe je iets heel betekenisvols voor de maatschappij.’
In zekere zin is hij zelf het goede voorbeeld, vindt hij. Hij heeft dit kantoorconcept uitgeprobeerd en kijkt nu of er genoeg vraag is. Anders moet hij het model maar aanpassen. Hij overweegt uit te breiden naar Saoedi-Arabië of Frankrijk. Ook in zaken met Duitsland heeft hij interesse. Wie wil investeren, kan zich bij hem melden. Altijd hongerig, altijd vooruit. Precies zoals veel buitenlandse investeerders China decennialang hebben omschreven.
‘Pas nu beginnen ze te beseffen dat ideeën toch echt van mensen moeten komen’
Li Zhijun, de ontwerper, zit ’s middags nog steeds op zijn plek. Volgens hem heeft met name kunstmatige intelligentie tot ‘misverstanden’ geleid. Veel managers dachten dat ontwerpers door algoritmes vervangen konden worden. ‘In werkelijkheid is AI slechts een tool die de efficiëntie verhoogt.’
Maar door die misvatting zijn veel creatievelingen ontslagen. ‘Pas nu beginnen ze te beseffen dat ideeën toch echt van mensen moeten komen.’
Hij kijkt naar Zhou. De twee hebben samen geluncht en lijken het goed met elkaar te kunnen vinden. Zhou, die straks naar zijn moeder gaat, oogt nu rustiger dan vanmorgen. Hij glimlacht zelfs. Morgen komt hij waarschijnlijk weer.