COP29 stelde teleur en dat belooft weinig goeds voor onze gemeenschappelijke toekomst

Estimated read time 6 min read

Tegen de achtergrond van een geopolitiek landschap dat steeds complexer wordt, met de dreiging van een nieuwe koude oorlog en de opkomst van autoritaire leiders, lijkt de wereldwijde samenwerking op klimaatgebied verder weg dan ooit.

Afgelopen 12 en 13 november vond in het kader van de Klimaatconferentie (COP29) in Bakoe, Azerbeidzjan, de klimaattop van wereldleiders plaats. Maar deze bijeenkomst ging met veel minder fanfare gepaard dan in het verleden, wat weinig goeds belooft voor onze gemeenschappelijke toekomst.

Eén reden voor de verminderde aandacht voor COP29 is de uitgedunde presentielijst: de leiders van de dertien landen met de grootste uitstoot ter wereld hebben besloten het evenement helemaal te laten schieten, deels omdat er tegelijkertijd een G20-top gepland stond. De hoofden van grote financiële instellingen, waaronder Bank of America en BlackRock, ontbreken dit jaar ook op de conferentie, ondanks de focus op de financiële kant van het klimaatprobleem. En het besluit om het evenement te houden in Azerbeidzjan, een land dat sterk afhankelijk is van aardgas, is door milieuactivisten als een vorm van ‘greenwashing’ afgedaan. Net als vorig jaar, toen de Klimaatconferentie in Dubai werd gehouden, benadrukt de keuze van het gastland hoe broodnodig het is om overeenstemming te bereiken over aardgas als energiebron voor de lange termijn.

Ook in bredere zin heeft de wereld het een en ander aan haar hoofd. Nu de oorlog in Oekraïne bijna zijn vierde jaar ingaat, lijkt er een Russisch tegenoffensief ophanden in de regio Koersk waaraan meer dan tienduizend Noord-Koreaanse soldaten deelnemen. Ondertussen vecht Israël op twee fronten, in Gaza en Libanon, en lijkt escalatie naar een bredere oorlog waarschijnlijker dan de-escalatie. En hoewel onmogelijk precies valt te voorspellen wat de grillige Donald Trump zal doen als hij weer in het Witte Huis zit, doemen de risico’s van geopolitieke instabiliteit, democratische erosie en een scherpe ommekeer in het klimaatbeleid levensgroot op.

Drill baby drill

Trump, sinds jaar en dag ontkenner van klimaatverandering en verkondiger van het mantra ‘drill, baby, drill’, heeft beloofd de Verenigde Staten te zullen terugtrekken uit het ‘gruwelijk oneerlijke’ klimaatakkoord van Parijs, zoals hij ook deed tijdens zijn eerste ambtstermijn. Er gaan geruchten dat daarvoor al een presidentieel besluit in de maak is.

Ook is Trump van plan om de productie en export van Amerikaans gas op te voeren en een eind te maken aan Joe Bidens Green New Deal, door hem de ‘Green New Scam’ oftewel de ‘Groene Nieuwe Zwendel’ gedoopt, door alle niet bestede gelden terug te trekken uit de Inflation Reduction Act, ook al zo’n onterechte benaming volgens Trump. Recente opmerkingen van Myron Ebell, hoofd van een transitieteam tijdens de vorige regering-Trump, doen het ergste vrezen: ‘We gaan ons niet meer druk maken over uitstoot,’ verklaarde deze botweg. ‘Hoe eerder je al dat gezeur over uitstootvermindering vergeet, hoe beter.’

Hoewel we de dreiging die Trump voor het klimaat vormt niet mogen onderschatten, is er reden om te hopen dat worstcasescenario’s niet zullen worden bewaarheid. Tijdens zijn eerste termijn werd Trumps bombastische retoriek lang niet altijd in de beloofde daden omgezet. Bovendien wierpen staten, steden, organisaties en individuen zich op om het klimaat te beschermen, waardoor het wanbeleid van de federale regering deels werd gecompenseerd.

Hoe het ook zij, pas als hij in januari is aangetreden zal duidelijk worden in welke mate Trump het milieu zal schaden. COP29 vindt op dit moment plaats en de doelstellingen ervan dulden geen uitstel.

Hoe groot het afgesproken bedrag ook is, het zal vrijwel zeker niet voldoende zijn voor de behoeften van ontwikkelingslanden

De bijeenkomst in Bakoe, nu al de ‘financiële COP’ genoemd, wordt geacht de enorme klimaatfinancieringskloof aan te pakken waarmee ontwikkelingslanden worden geconfronteerd. De veelgeroemde doelstelling van 100 miljard dollar per jaar, die ontwikkelde economieën volgens een akkoord uit 2009 in 2020 zouden halen, is pas twee jaar geleden voor het eerst bereikt. Afgezien van de vertraging is het lang niet genoeg: de jaarlijkse financieringsbehoefte van opkomende en zich ontwikkelende economieën (exclusief China) zal in 2030 naar verwachting zo’n 2,4 biljoen dollar bedragen.

Tegen deze achtergrond proberen deelnemers aan COP29 tot een nieuw collectief gekwantificeerd doel voor klimaatfinanciering te komen. De hoop is dat er uiteindelijk een ambitieus bedrag zal worden afgesproken. Maar hoe groot dat bedrag ook is, het zal vrijwel zeker niet voldoende zijn voor de behoeften van ontwikkelingslanden. Bovendien zal het een grote uitdaging zijn om het bedrag te besteden, omdat dit grotendeels door de particuliere sector moet worden gedaan, vooral door particuliere financiële instellingen.

In veel landen, met name in Afrika, wordt de transitie naar schone energie bemoeilijkt door een gebrek aan elektriciteit. Uit de sterke correlatie tussen consistente basislaststroom en economische welvaart valt een duidelijke conclusie te trekken: betaalbare energie is essentieel voor ontwikkeling. Desondanks hebben 570 miljoen mensen in Sub-Saharaans Afrika – tachtig procent van het wereldwijde totaal – nog steeds geen toegang tot energie, en hun aantal is sinds 2021 toegenomen.

Verergeren

Door de snelle bevolkingsgroei in het Mondiale Zuiden is het probleem gedoemd te verergeren. Naar verwachting zullen in 2050 alleen al in Afrika 2,5 miljard mensen wonen, tegen 1,5 miljard op dit moment. Duurzame energiebronnen zijn simpelweg niet betrouwbaar genoeg om aan de explosieve vraag te voldoen die daarmee gepaard zal gaan. Waterstof en kernenergie kunnen helpen de gaten te dichten, maar voor beide zijn enorme infrastructurele investeringen vereist, die niet uit publieke middelen kunnen worden gedekt.

De inzet van particulier kapitaal is daarom cruciaal. Regeringen zullen effectieve strategieën moeten ontwikkelen om risico’s te beperken en een attractief investeringsklimaat te bevorderen. Strategische partnerschappen tussen overheden, internationale financiële instellingen (IFI’s) en de particuliere sector zullen doorslaggevend zijn.

Hoewel veel IFI’s nog maar nauwelijks begonnen zijn met het ontwikkelen van groene industriële strategieën, zullen ze een centrale rol moeten spelen bij het katalyseren van investeringen door de particuliere sector en het versoepelen van de transitie naar schone energie in opkomende en zich ontwikkelende economieën. Hiertoe zal het voor de voorhoede minder riskant moeten worden gemaakt om investeringen te doen en moeten overheden worden ondersteund bij het stellen van ambitieuze doelen, het definiëren van manieren om die te bereiken en het vaststellen van beleidskaders en -normen.

Het in Bakoe genomen Initiatief voor Klimaatfinanciering, Investering en Handel is een stap in de goede richting, omdat het voor de maximalisering van deze drie doelstellingen de oprichting van nationale, regionale en subregionale platforms wil bevorderen. Maar zonder wereldwijde deelname zal de impact van zulke initiatieven beperkt zijn.

Zelfs in een tijd van toenemende geopolitieke ontwrichting mogen we ons niet laten afleiden van de dringende noodzaak om klimaatverandering aan te pakken. Er is geen excuus om COP29 te laten eindigen zonder ambitieuze, geloofwaardige financiële toezeggingen.

Ana Palacio is voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Spanje en voormalig senior vicepresident en algemeen adviseur van de Wereldbank. Momenteel is ze gasthoogleraar aan Georgetown University in Washington D.C.

You May Also Like

More From Author