De medische interesse in hypnose groeit, zij het langzaam

Estimated read time 8 min read

Ondanks hardnekkige scepsis groeit de medische interesse in hypnotherapie langzaam. Hersenonderzoek en klinische studies tonen steeds overtuigender aan dat hypnose mogelijk een effectief middel is tegen pijn en psychische klachten.

Het zijn goede tijden voor de hypnosebusiness. Op YouTube bieden kanalen zoals UltraHypnosis video’s met kaarsen, wervelende patronen en langzame voice-overs, met titels als ‘Hypnosis to Declutter your Mind Before Deep Sleep’ [Hypnose om je hoofd leeg te maken voor een diepe slaap]. Sommige hebben tientallen miljoenen views. Op een recente conferentie van hypnose-experts in Californië wees David Spiegel, een van de sprekers, op het succes van zijn hypnose-app Reveri, die er het afgelopen jaar meer dan 214.000 gebruikers bij heeft gekregen, en in totaal 650.000 gebruikers telde sinds de lancering in 2020.

Het internet staat vol met dubieuze ‘wellness’-rages, van een koud dompelbad tot detoxvoetbaden. Maar Spiegel, psychiater aan de Stanford University, is niet zomaar een influencer. Hij maakt deel uit van een kleine, maar groeiende groep artsen en onderzoekers die vinden dat hypnotherapie, door veel artsen als pseudowetenschap beschouwd, onterecht wordt verguisd.

Hoewel de werkzaamheid van hypnose voor de meeste medische behandelingen niet bewezen is, heeft de techniek bij de behandeling van pijn en bepaalde psychische klachten intrigerende resultaten laten zien. Spiegel en zijn collega’s verzamelen bewijs uit een groeiende stapel klinische studies die het effect van hypnose op de hersenen onderzoeken en die de werking ervan getest hebben op allerlei vlakken: van het verzachten van pijn bij operaties en het verlichten van bijwerkingen van kankerbehandelingen tot het behandelen van angst, het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) en depressie. In een artikel met de titel ‘Hypnosis: the most effective treatment you have yet to prescribe’ [Hypnose. De effectiefste behandeling die je nog moet voorschrijven], beweren Spiegel en Jessie (Kittle) Markovits, een arts van het Stanford Medical Centre, dat ‘hypnose, als het een medicijn was, allang de standaardbehandeling zou zijn’.

Sceptisch

De meeste voorstanders van hypnose splitsen de procedure op in twee delen. Tijdens de ‘inductie’ worden patiënten gevraagd om zich te concentreren op de stem van de hypnotiseur en een prettige herinnering (zoals relaxen op een strand). Als alles goed gaat, is het resultaat een toestand die je zou kunnen vergelijken met volledig opgaan in een film, waarbij je perceptie van tijd verandert.

Vervolgens komt de ‘suggestie’, wanneer de hypnotherapeut de patiënt vertelt dat een scherpe pijn eigenlijk aanvoelt als warmte, of dat broccoli naar chocolade smaakt. Peter Whorwell, een Britse maag-darmarts die meer dan twintig door collega’s getoetste onderzoeksrapporten heeft geschreven over PDS en hypnose, beschrijft hoe je patiënten met colitis, een ontsteking van de dikke darm, kunt vragen zich voor te stellen dat een hand in hun darmen knijpt en dat die hand zich vervolgens langzaam ontspant.

Reguliere wetenschappers die sceptisch zijn over hypnose vragen zich vaak af hoe het nou precies werkt: hoe zorgen de suggesties die aan een patiënt gedaan worden ervoor dat deze nuttige effecten ervaart? Voorstanders van hypnose maken daarom gebruik van neuroimagingtechnieken om uit te zoeken wat er in het hoofd van mensen gebeurt terwijl ze gehypnotiseerd worden.

Veranderingen in hersenactiviteit beginnen bij inductie, zegt Mathieu Landry, een neurowetenschapper aan de Universiteit van Quebec in Trois-Rivieres en de auteur van een veelgeciteerd overzicht van hersenbeeldvormend onderzoek met betrekking tot hypnose. Hij wijst in het bijzonder op verhoogde activiteit bij gehypnotiseerde mensen in het centraal-executief netwerk (CEN), een verzameling hersencircuits waarvan bekend is dat ze betrokken zijn bij het reguleren van aandacht en focus. Er lijkt ook meer communicatie te zijn tussen delen van het CEN en de insula, die helpt bij het controleren en interpreteren van lichaamssignalen.

Tijdens hypnose is het misschien mogelijk om pijnsignalen op een andere manier te verwerken en daardoor minder pijn te ‘voelen’

De insula maakt deel uit van het salience network [waarbij salience ‘dat wat opvalt of in het oog springt’ betekent], zo genoemd omdat het de aandacht vestigt op belangrijke veranderingen in de omgeving. Het is betrokken bij het verwerken van bedreigingen en zorgt ervoor dat mensen zich bang of ongemakkelijk voelen als dat nodig is – gewaarwordingen die vaak voorkomen bij pijn en fobieën. Spiegel denkt dat de verhoogde communicatie tussen de CEN en de insula zou kunnen betekenen dat hypnotherapie de CEN in staat stelt om meer controle uit te oefenen over onaangename emoties.

Elders in het saliencenetwerk beïnvloedt hypnose de activiteit in de cortex cingularis anterior, een kraagvormige structuur onder de prefrontale cortex, die onder andere helpt om iemands aandacht te sturen en die cruciaal is voor het verwerken van pijn en anticipatie. Er is enig bewijs dat hypnose ook de verbindingen verandert van de prefrontale cortex naar een derde hersengebied, de amygdala, die emotionele reacties helpt sturen. Al deze veranderingen kunnen te maken hebben met het vermogen van hypnose om angst en schrik te verminderen voor dingen die pijn veroorzaken, zoals PDS.

Markovits zegt dat deze bewijzen suggereren dat hypnose gebruikmaakt van het vermogen van de hersenen om te interpreteren wat het lichaam ervaart. Tijdens hypnose, zegt ze, is het misschien mogelijk om pijnsignalen op een andere manier te verwerken en daardoor, letterlijk, minder pijn te ‘voelen’.

Dit alles stemt tot nadenken, maar lijkt nog geen afdoende bewijs. Ook door middel van klinisch onderzoek, dat nuttig kan zijn om uit te zoeken of een interventie werkt, zelfs als de precieze werking onduidelijk is, hebben wetenschappers intrigerend bewijsmateriaal over hypnose verzameld.

Gehypnotiseerde patiënten hadden minder morfine nodig

Neem PDS, dat problemen met de stoelgang en pijn kan veroorzaken. In 2015 stelde Whorwell vast dat van 1000 patiënten met een moeilijk te behandelen vorm van PDS 67 procent aangaf minstens 30 procent minder buikpijn te ervaren als gevolg van hypnotherapie. Van ongeveer 30 klinische onderzoeken, waaronder ten minste 11 gerandomiseerde onderzoeken met controlegroep – de gouden standaard voor medisch bewijs – kwamen de meeste tot de conclusie dat hypnose de symptomen van PDS significant verbeterde.

De Hoge Gezondheidsraad, een wetenschappelijk adviesorgaan van de Belgische overheid, concludeerde in 2020 dat hypnose bij de behandeling van depressie en angst standaardmethoden zoals cognitieve gedragstherapie (CGT) – een praattherapie – effectiever kan maken. Uit een meta-analyse (waarbij de resultaten van veel vergelijkbare onderzoeken worden gecombineerd) die werd gepubliceerd in 2021, kwam naar voren dat het toevoegen van hypnose aan CGT de resultaten verbeterde voor 66 procent van de patiënten die leden aan depressie, pijn of obesitas.

Hypnose is ook getest naast anesthesie bij grote operaties. In een klinisch onderzoek uit 2020 onder 113 patiënten die een hartoperatie ondergingen in een Frans ziekenhuis werden verschillende hypnosetechnieken uitgeprobeerd naast de gangbare chemische anesthesie.  Patiënten werd gevraagd ‘zich te concentreren op een rood voorwerp’ en vervolgens ‘mentaal naar een aangename plek te reizen’, waarna ze dieper in ontspanning en ‘een tranceachtige toestand’ werden gebracht, zoals staat beschreven in een artikel dat werd gepubliceerd in een Amerikaans tijdschrift over cardiologie. Als dat niet werkte, werden de patiënten bestookt met vragen die gericht waren op het ‘verzadigen van de geest’, een andere inductietechniek. Beide methoden resulteerden in minder pijn en meer sedatie dan bij de placebogroep het geval was, wat betekende dat gehypnotiseerde patiënten minder morfine nodig hadden.

Veelbelovende resultaten

Deze reeks veelbelovende resultaten laat zien dat de medische interesse in hypnotherapie groeit, zij het langzaam. Sinds 2015 gebruiken alle dertig Franse universitaire ziekenhuizen hypnose om pijn te beheersen; twintig daarvan bieden hypnose aan in combinatie met plaatselijke verdoving, als alternatief voor algehele anesthesie bij sommige ingrepen waarvan het pijn- en risiconiveau minder hoog zou zijn. In Nederland is hypnose gebruikt om vrouwen gerust te stellen tijdens de screening op borstkanker. Hypnose wordt aangeboden bij pijnbestrijding in het Bethesda Kinderziekenhuis in Boedapest, dat kinderen met brandwonden uit heel Hongarije behandelt.

Terwijl de onderzoeken die het gebruik van hypnose bij pijnbestrijding ondersteunen over het algemeen van goede kwaliteit zijn, is het onderzoek naar het gebruik van hypnose bij stoppen met roken of slapeloosheid minder degelijk. Wie op dit vlak bewijs wil verzamelen, loopt aan tegen de slechte reputatie van hypnose in het algemeen. Eén probleem, zeggen voorstanders, is dat hypnose vaak niet gereguleerd is. Het is illegaal om je voor te doen als arts als je geen professioneel medisch examen hebt afgelegd, maar in de meeste landen mag iedereen zich hypnotiseur noemen. Het vakgebied ligt daarom open voor charlatans en oplichters.

Er zijn ook andere obstakels. Als hypnose een medicijn was, dan zouden de positieve onderzoeksresultaten tot nu toe, in combinatie met het feit dat hypnotherapie relatief goedkoop is en makkelijk toe te passen met behulp van technologie, ervoor zorgen dat hypnose op grote schaal gebruikt zou worden, zegt Markovits. Maar omdat hypnose geen medicijn is, valt er moeilijk geld aan te verdienen.

Guy Montgomery, een klinisch psycholoog in het Mount Sinai-ziekenhuis in New York, publiceerde in 2007 een onderzoek naar borstbiopsies en lumpectomieën, waarbij kankerweefsel wordt verwijderd. Hij toonde aan dat hypnose vóór de operatie de duur van de operatie verkortte, de bijwerkingen nadien verminderde en de noodzaak om kalmerende middelen en pijnstillers voor te schrijven verkleinde.

Destijds berekende hij dat het ziekenhuis hiermee 772,71 dollar per patiënt kon besparen en hij was er zeker van dat andere oncologen zijn voorbeeld zouden volgen en ook hypnose zouden gebruiken bij hun patiënten. Bijna twintig jaar later is dat nog steeds niet het geval. ‘In tegenstelling tot bij farmaceutica,’ zegt hij, ‘komen de dollars in dit geval niet in iemands zak terecht.’

You May Also Like

More From Author