
Zuid-Korea is al enige tijd een opvallend voorbeeld van het ontvolkingsprobleem dat de hele ontwikkelde wereld boven het hoofd hangt.
Bijna alle rijke landen hebben hun geboortecijfer onder het vervangingsniveau zien zakken. Meestal komt dat neer op zo’n 1,5 kind per vrouw. In 2021 waren de cijfers voor de Verenigde Staten bijvoorbeeld 1,7, voor Frankrijk 1,8, voor Italië 1,3 en voor Canada 1,4.
Maar Zuid-Korea onderscheidt zich door het feit dat het land in de jaren tachtig al onder het vervangingsniveau terechtkwam en de laatste tijd zelfs nog verder is gedaald: van één kind per vrouw in 2018 tot 0,8 na de pandemie en nu, volgens voorlopige gegevens over het tweede en derde kwartaal van 2023, tot slechts 0,7 geboortes per vrouw.
Generatiewissel
Het is de moeite waard om na te gaan wat dat betekent. Een land met een geboortecijfer op dit niveau houdt van elke tweehonderd mensen in een bepaalde generatie nog maar zeventig mensen over in de volgende generatie. Dat is een grotere ontvolking dan die die de Zwarte Dood in de veertiende eeuw in Europa teweegbracht. Na nog een generatiewissel daalt de oorspronkelijke bevolking van tweehonderd mensen tot onder de vijfentwintig. Nog een generatiewissel verder en je komt in de buurt van de bevolkingscrash die in The Stand [in het Nederlands verschenen als De beproeving] van Stephen King wordt veroorzaakt door een fictieve supergriep.
In vergelijking met andere columnisten ben ik misschien alarmistisch over lage geboortecijfers, maar in sommige opzichten beschouw ik mezelf juist als een optimist. Degenen die zich in de jaren zestig en zeventig zorgen maakten over overbevolking gingen er ten onrechte van uit dat de trend zonder ingrijpen eenvoudigweg zou doorzetten. Op dezelfde manier vermoed ik dat degenen die zwaar pessimistisch zijn over de neerwaartse trend van geboortecijfers – en bijvoorbeeld geloven dat de VS in de 22e eeuw gedomineerd zullen worden door de amish – het menselijk aanpassingsvermogen onderschatten: de mate waarin bevolkingsgroepen die gedijen tijdens een periode van bevolkingsafname laten zien dat een hogere vruchtbaarheid kan lonen en in de loop van de tijd bekeerlingen zullen aantrekken.
Ouderen zullen in de steek worden gelaten, flatgebouwen zullen tot ruïnes vervallen, er zullen uitgestrekte spooksteden ontstaan
In die geest van optimisme denk ik niet dat de Zuid-Koreaanse geboortecijfers daadwerkelijk decennialang zo laag zullen blijven, of dat de bevolking van de huidige ruwweg 51 miljoen zal dalen tot de enkele miljoenen die uit mijn gedachte-experiment naar voren komen. Maar ik geloof wel in de schattingen die voorspellen dat de bevolking tegen het einde van de jaren 2060 onder de 35 miljoen zal liggen, een daling die groot genoeg is om de Koreaanse samenleving in een crisis te storten. Nu de leeftijdspiramide zich omkeert, is het kiezen tussen het accepteren van een steile economische neergang of het verwelkomen van immigranten op een veel grotere schaal dan de aantallen die West-Europa nu al destabiliseren. Ouderen zullen onvermijdelijk in de steek worden gelaten, flatgebouwen zullen tot ruïnes vervallen, er zullen uitgestrekte spooksteden ontstaan en jonge mensen zullen emigreren omdat ze geen toekomst zien als hoeders van een bejaardengemeenschap. En op een gegeven moment zal er mogelijk een invasie komen vanuit Noord-Korea (huidige vruchtbaarheidscijfer: 1,8), als de zuiderburen moeite hebben om een capabel leger op de been te houden.
Geval apart
De rest van de wereld kan uit het geval van Zuid-Korea opmaken dat een geboortetekort veel sneller veel groter kan worden dan de algemene trend in rijke landen tot nu toe laat zien.
Dat wil niet zeggen dat dat ook zal gebeuren, want Zuid-Korea lijkt op een aantal punten een geval apart. Een van de veelgenoemde oorzaken van de Koreaanse geboortedaling is bijvoorbeeld de uitzonderlijke, meedogenloze cultuur van academische concurrentie, waarbij privéonderwijs wordt gestapeld op het normale onderwijs. Dat leidt tot ongerustheid bij ouders en ellende bij studenten. Het gezinsleven wordt daardoor soms tot zo’n hel dat mensen ontmoedigd raken om zelfs maar aan een gezin te beginnen.
Een ander probleem is de kenmerkende wisselwerking tussen het culturele conservatisme van het land en de sociale en economische modernisering. Lange tijd werd de seksuele revolutie in Zuid-Korea deels afgeremd door traditionele sociale zeden; het land kent bijvoorbeeld zeer lage cijfers voor geboortes buiten het huwelijk. Maar uiteindelijk zorgde dat voor een verstrengeling van protesten: feministische rebellie tegen conservatieve sociale verwachtingen en een antifeministische reactie daarop van mannen. Dat bracht een scherpe polarisatie tussen de seksen teweeg, waardoor de politiek van het land veranderde, terwijl het huwelijkspercentage naar een recorddiepte daalde.
De huidige trend in Zuid-Korea is een waarschuwing voor datgene wat ook bij ons mogelijk is
Het helpt ook niet dat het conservatisme in Zuid-Korea historisch gezien meer confucianistisch en privé is dan religieus in westerse zin; ik heb het gevoel dat een sterk geloof een betere stimulans is voor gezinsvorming dan traditionalistische gewoonten. Het land loopt ook al lange tijd voorop in de gamecultuur, waardoor vooral jonge mannen dieper in het virtuele duiken en verder af komen te staan van het andere geslacht.
Welbeschouwd lijken deze patronen eigenlijk geen contrast te vormen met de Amerikaanse cultuur maar een overdrijving te zijn van trends die we in Amerika ook ervaren. Ook wij hebben een vermoeiende meritocratie. Ook wij hebben een groeiende ideologische scheiding tussen GenZ-mannen en -vrouwen. Ook wij seculariseren en ook bij ons ontstaat een cultureel conservatisme dat antiprogressief is maar niet per se vroom – eerder een spiritueel dan een religieus rechts. Ook wij worstelen met de verleidingen en ziektes van het virtuele leven.
De huidige trend in Zuid-Korea is dus meer dan een onaangename verrassing. Het is een waarschuwing voor datgene wat ook bij ons mogelijk is.