
Meer jongeren dan ooit kijken naar pornografie en met kunstmatige intelligentie en andere technologieën zal de virtuele sekservaring steeds persoonlijker en intenser worden. Wat ontbreekt, zeggen wetenschappers, zijn openhartige gesprekken en ‘pornogeletterdheid’.
Als ouders zich ongemakkelijk voelen, weet Brian Willoughby dat hij goed werk doet. Een deel van zijn werk houdt namelijk in dat hij hun vertelt dat hun tieners naar pornografie kijken – hardcore, expliciet, vaak gewelddadig. Soms voert hij zo’n gesprek met een kerkelijke groep.
Willoughby is sociaal wetenschapper aan de Brigham Young University, waar hij onderzoek doet naar de pornografische gewoonten van adolescenten en de invloed daarvan op relaties. Wanneer hij zijn toehoorders uitlegt hoe de moderne wereld in elkaar zit, spreekt hij duidelijke taal.
‘Ik moet altijd voorzichtig zijn als ik dingen wil formuleren. Dan zeg ik: “Ik zeg niet dat porno goed is – maar ik zeg wel dat het overal om ons heen is,”’ vertelt hij. ‘Je kunt je kop in het zand steken en doen alsof het niet bestaat, en zeggen dat het slecht is en nog meer gaan bidden, of meteen van een verslaving spreken, maar het gaat erom een realistisch begrip te hebben van wat er gebeurt.’
In het verleden hebben veel ouders geprobeerd om het feit dat hun kinderen naar pornografie kijken te negeren, het gebruik ervan te verbieden of te hopen dat het overgaat. Maar wetenschappers die de omgang met online pornografie door adolescenten bestuderen, zeggen dat het inmiddels zo gewoon en onvermijdelijk is, dat een meer pragmatische aanpak beter werlt. Daarom willen ze erover praten.
‘Veel ouders denken bij porno nog steeds aan Playboy’
Het doel: adolescenten leren dat de expliciete inhoud die ze tegenkomen onrealistisch is, vaak een misleidend beeld geeft van seksuele relaties en daardoor potentieel schadelijk is. De aanpak vergoelijkt de inhoud niet en moedigt het gebruik ervan ook niet aan, benadrukt Willoughby. Maar deze erkent wel de alomtegenwoordigheid en het onrealistische, harde karakter ervan. De tijd van naaktbladen die veel aan de verbeelding overlieten, is allang voorbij.
‘Dat was naakt, geseksualiseerd,’ aldus Willoughby over de pornografie van vroeger. ‘Veel ouders denken bij porno nog steeds aan Playboy.’
Gemiddeld zien Amerikanen voor het eerst online pornografie op twaalfjarige leeftijd, volgens een onderzoek van 2023 onder adolescenten door Common Sense Media, en 73 procent van degenen van zeventien jaar en jonger heeft het weleens gezien, een cijfer dat overeenkomt met ander onderzoek. Van degenen die opzettelijk of per ongeluk naar pornografie kijken, zegt meer dan de helft geweld te hebben gezien, waaronder verkrachting, verstikking of iemand die pijn lijdt.
Recente wetenschappelijke artikelen pleiten ervoor dat adolescenten ‘pornogeletterdheid’ wordt bijgebracht, dat artsen jonge mensen vragen stellen over hun pornokijkgedrag en dat er gesprekken worden gestart tussen tieners en hun ouders.
Ongemakkelijk
Een artikel dat afgelopen januari werd gepubliceerd in het Journal of Family Medicine and Community Health, bepleit een praktijk die bijdraagt aan ‘een objectieve kijk op het pornografiegebruik van adolescenten, richtlijnen voor het screenen van pornografiegebruik en manieren om gesprekken over het gebruik tussen adolescenten en verzorgers te vergemakkelijken’.
‘Het is ongelooflijk hoeveel kritiek we kregen op dat artikel,’ zegt Emily Pluhar, klinisch psycholoog en docent aan de Harvard Medical School en auteur van het artikel. ‘Mensen dachten dat we porno goedkeurden. Wat we zeiden is: “Het is er.”’
‘Dit is een onderwerp dat zo ongemakkelijk is dat niemand erover wil praten,’ voegt ze eraan toe. ‘En het zal alleen maar erger worden.’ Met kunstmatige intelligentie en andere technologieën zal de virtuele sekservaring steeds persoonlijker en intenser worden, zegt ze. ‘We moeten hierover gaan praten.’
Maar wat moeten volwassenen zeggen? Tot nu toe heeft de wetenschap nog geen duidelijk antwoord gegeven op de vraag of online pornografie – bij onderzoekers bekend als seksueel expliciet internetmateriaal – schadelijk is en voor wie.
Jongeren wachten gemiddeld langer om te experimenteren met echte seks
‘Wat we al wel kunnen zeggen is dat het voor sommige mensen problemen kan veroorzaken in hun seksualiteit, relaties enzovoort,’ zegt Beata Bothe, psycholoog aan de Universiteit van Montreal, waar ze pornografiegebruik bestudeert. ‘Maar we hebben niet genoeg wetenschappelijk bewijs om te zeggen dat het schadelijk is, in ieder geval niet voor iedereen.’
In februari was Bothe auteur van een artikel waarin werd vastgesteld dat sommige soorten pornografie het seksuele welzijn van kijkers kunnen beïnvloeden. Het onderzoek, een enquête onder 827 jongvolwassenen, toonde aan dat mensen die gepassioneerde of romantische pornografie keken een hogere seksuele tevredenheid in hun relaties rapporteerden, terwijl het kijken naar ‘pornografie waarin macht, controle en ruwe seks een rol spelen in verband werd gebracht met een lagere seksuele tevredenheid’. (In het onderzoek werd ook opgemerkt dat het gepassioneerde, romantische materiaal op grotere schaal werd bekeken dan de meer gewelddadige categorieën.)
In 2021 toonde een onderzoek onder 630 Nederlandse adolescenten aan dat zij die meer pornografie bekeken op jongere leeftijd meer gevorderd seksueel gedrag vertoonden, zoals intiem contact en orale seks. Maar, zo merkten de onderzoekers op, het was onduidelijk of seksueel meer gevorderde adolescenten zich aangetrokken voelden tot pornografie of dat de pornografie hun gedrag aanstuurde.
‘Adolescenten kunnen in de praktijk brengen wat ze hebben gezien en geleerd, en dat pornografiegebruik en seksueel gedrag kunnen elkaar na verloop van tijd versterken,’ merken de auteurs op.
Terwijl het pornografiegebruik onder Amerikaanse adolescenten is toegenomen, wachten jongeren gemiddeld langer om te experimenteren met echte seks. In 2021 gaf volgens de Centers for Disease Control and Prevention ongeveer een derde van de middelbare scholieren aan dat ze seks hadden gehad, een scherpe daling ten opzichte van tien jaar eerder, toen het cijfer dichter bij 50 procent lag. Experts hebben gesuggereerd dat het aantal activiteiten van adolescenten die een probleem kunnen vormen voor de volksgezondheid, zoals drinken en seks, mogelijk daalt omdat adolescenten meer tijd online doorbrengen. Maar volgens deskundigen is het terugdringen van gedrag als comazuipen, roken en seksuele experimenten mede te danken aan publieke voorlichtingscampagnes.
Niet de werkelijkheid
Volgens de experts die het gebruik van pornografie bestuderen, begint het onderwijzen van adolescenten over pornografie met een onbetwistbare waarheid: online pornografie is onrealistisch.
‘Porno is een film; wat we zien is niet de werkelijkheid,’ aldus Bothe. ‘Zelfs als mensen het leuk lijken te vinden wat ze doen, genieten ze er misschien niet echt van, of is het bijvoorbeeld pijnlijk.’ Dit kan vanzelfsprekend zijn voor sommige oudere adolescenten, zegt ze, maar niet voor de jongere consumenten van pornografie ‘die nog geen echte seksuele ervaring hebben opgedaan’.
Hoewel het onderzoek bescheiden is, zegt ze dat zij en andere wetenschappers vermoeden dat ‘pornogebruik het seksuele gedrag van mensen kan beïnvloeden of veranderen’.
Pluhar vertelt dat pornografie voor de naïeve kijker als een documentaire kan overkomen. Maar in de echte wereld, merkt ze op, ‘komen vrouwen niet onmiddellijk tot een hoogtepunt, draait het niet alleen om de man, is er sprake van toestemming, is er een relatie, gaat het niet alleen om fysieke verbinding’. Ze voegt eraan toe: ‘Deze mensen zijn allemaal dun en gespierd, en dat is ook niet hoe het er in het echt uitziet. Seks kan rommelig zijn. Online ziet het eruit alsof het allemaal van een leien dakje gaat. Het is mooier gemaakt.’
En dan hebben we het nog niet eens over gewelddadige pornografie, die volgens Pluhar het schadelijkst kan zijn voor de kijker. ‘We hebben het dan over een vrouw die wordt neergegooid en verkracht,’ zegt ze. Ze behandelde eens een man die, toen hij jonger was, regelmatig werd blootgesteld aan gewelddadige pornografie en als gevolg daarvan bang was om intiem om te gaan met vrouwen, uit angst dat hij zou doen wat hij had gezien.
In het ideale geval zou de maatschappij manieren vinden om pornografie te ontmoedigen
Willoughby vertelt dat hij in gesprekken met groepen ouders of leerlingen soms anale seks aanhaalt als een voorbeeld van hoe misleidend pornografie is. Zo vertelt hij zijn publiek dat veel vrouwen niet van anale seks houden en het pijnlijk vinden, en dat deze vorm in de pornografie toch grotendeels is genormaliseerd. Daardoor gaan koppels, en vooral mannen, er vaak van uit dat het erbij hoort. Willoughby stelt zich vooral tot doel om realistische verwachtingen te scheppen, zodat partners een gedeelde visie hebben op wat er in de slaapkamer zal gebeuren.
Hij vertelt dat hij soms ‘tegengas’ krijgt van ouders die bang zijn dat praten over het onderwerp het probleem zal verergeren, misschien door het consumeren van pornografie aan te moedigen. Maar dat idee noemt hij een mythe, die niet is gebaseerd op onderzoek en naïef is aangezien jongeren het materiaal nou eenmaal kennen en weten te vinden.
Pornogeletterdheid is pas de eerste stap, voegt hij eraan toe, en misschien zelfs ‘een beetje een zwaktebod’; in het ideale geval zou de maatschappij manieren vinden om pornografie te ontmoedigen, en daarbij onder andere effectievere middelen inzetten om het te blokkeren.
‘Kinderen zullen hoe dan ook naar porno kijken, of je nu met ze praat of niet,’ zegt hij. ‘Als je daar enige invloed op wilt hebben, dan moet je dit gesprek voeren.’