De Afrikaanse gezondheidszorg gaat gebukt onder torenhoge leenkosten

Estimated read time 5 min read
ANP 463495632

Omdat geld lenen duur is moeten Afrikaanse regeringen vaak kiezen tussen schuldaflossing en investeren in hun gezondheidszorg. De G20-top van komende november, de eerste in Afrika en de tweede met de Afrikaanse Unie als permanent lid, is een ideale gelegenheid voor het creëren van betere opties.

Na afloop van de 78ste jaarvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) afgelopen mei heerste er een zelfgenoegzame stemming. Er waren tal van successen om prat op te gaan, van een akkoord over pandemische paraatheid tot een verhoging van de WHO-bijdragen. Wel was er een olifant in de kamer, die schuilging achter een spandoek met de tekst ‘One World for Health’, het thema van het evenement: de hoge leenkosten waarmee Afrikaanse landen kampen.

Hoewel het Afrikaanse continent de jongste bevolking ter wereld heeft, is het goed voor 24 procent van het wereldwijde aantal ziektegevallen. De uitgaven aan gezondheidszorg bedragen echter maar 1 procent van het wereldwijde totaal. In 2001 besloten Afrikaanse landen het heft in eigen handen te nemen en voortaan minstens 15 procent van hun nationale budget aan gezondheidszorg te besteden, een doel dat meer dan twee decennia later maar door twee landen wordt gehaald. Gemiddeld besteden overheden op het continent slechts 1,48 procent van hun bbp aan gezondheidszorg en komt 37 procent van de uitgaven uit de zak van de burgers zelf.

De kapitaalkosten kosten levens

De belangrijkste reden hiervoor zijn de hoge leenkosten. Waar hoge-inkomenslanden kunnen lenen tegen een rente van 2 à 3 procent, betalen hun Afrikaanse tegenhangers meer dan 10 procent. Deze discrepantie, die illustreert hoe beleggers over het verhoogde risico van Afrikaanse economieën denken, heeft tot gevolg dat Afrikaanse regeringen vaak moeten kiezen tussen het afbetalen van schulden of het kopen van medicijnen, het inhuren van artsen en het bouwen van klinieken. De kapitaalkosten kosten levens. 

Neem het noodlottige Managed Equipment Services (MES)-programma van Kenia, een publiek-privaat samenwerkingsverband gericht op het leveren van moderne apparatuur aan ziekenhuizen om de dienstverlening te verbeteren. Hierdoor kregen veel ziekenhuizen weliswaar de beschikking over hightechapparatuur, maar de investeringskosten waren zo hoog dat er geen geld overbleef voor het ontwikkelen van de benodigde infrastructuur en het aannemen van personeel om de apparatuur te bedienen.

In Ghana, waar de overheidsschulden weinig financiële ruimte overlaten, gaat bijna 75 procent van het overheidsbudget voor gezondheidszorg op aan de lonen van zorgpersoneel. Voor andere cruciale uitgaven, zoals geneesmiddelen en kraamzorg, blijft vrijwel niets over. In 2023 zagen enkele plattelandsklinieken zich door een tekort aan antimalariamiddelen genoodzaakt patiënten voor de aanschaf daarvan naar particuliere apotheken te verwijzen. Veel gezinnen kwamen daardoor voor de gruwelijke keuze te staan tussen een nog diepere armoedeval of de vroegtijdige dood van een dierbare.

De gezondheid van Afrikanen mag niet afhankelijk zijn van de vrijgevigheid van derden

Veel Afrikaanse landen zijn door de hoge leenkosten aangewezen op de welwillendheid van buitenlandse donoren. Maar gezondheidszorg die afhankelijk is van hulp van derden is buitengewoon fragiel. Dat zagen we tijdens de covid-19-pandemie en zien we opnieuw gebeuren nu veel Europese landen bezuinigen op ontwikkelingshulp en de Verenigde Staten hun hulpprogramma’s zelfs volledig afbouwen, te beginnen met USAID – het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling.

In Malawi zijn cruciale programma’s als hiv-behandeling en -preventie door deze bezuinigingen al gedwongen om zelf geld bijeen te scharrelen. Lokale ngo’s zijn genoodzaakt hulpverleners te ontslaan en patiënten met tuberculose of hiv moeten het zonder zorg stellen. Zoals een wijkverpleegkundige in Zuid-Afrika verzuchtte: ‘Ik vrees dat de sterfte erg hoog zal zijn.’

De gezondheid van Afrikanen mag niet afhankelijk zijn van de vrijgevigheid van derden. Overheden moeten kunnen investeren in stabiele, veerkrachtige, zelfvoorzienende zorgstelsels. Om aan het benodigde geld te komen experimenteren Senegal en Zambia inmiddels met ‘gezondheidsbelasting’ op alcohol en suikerhoudende dranken. Landen als de Seychellen ontwikkelen schuld-in-ruil-voor-zorgprogramma’s met veelbelovende resultaten. Ook de Nigeriaanse diaspora zou miljarden kunnen mobiliseren via gezondheidsobligaties, mits die worden ondersteund met gunstige voorwaarden en garanties van multilaterale banken.

Uiteindelijk is er geen vervanging voor betaalbaar, voorspelbaar kapitaal. Daarom moet het verlagen van de leenkosten topprioriteit zijn tijdens de komende G20-top in november.

Prioriteiten

Om dat te bereiken, moeten structurele oorzaken worden aangepakt, zoals verouderde internationale regels en bevooroordeelde risicobeoordelingen. Daarnaast is tijdige en substantiële schuldverlichting essentieel. Dit vraagt om innovatieve oplossingen, zoals schuld-in-ruil-voor-zorgprogramma’s en de opname van pauzeclausules in leencontracten, zodat betalingen kunnen worden opgeschort als er bijvoorbeeld een pandemie uitbreekt.

Een derde prioriteit is het veiligstellen van blijvende politieke steun voor multilaterale zorgprogramma’s zoals de Vaccinatie-alliantie Gavi en het Wereldfonds ter Bestrijding van Aids, Tuberculose en Malaria. Alleen op die manier kan een continue levering van essentiële gezondheidszorg worden gegarandeerd.

Ten slotte moet de G20 zich inzetten om Afrikaanse landen meer toegang te geven tot concessionele financiering voor hun zorginfrastructuur via multilaterale ontwikkelingsbanken.

De huidige kapitaalkosten dragen bij aan een ontwrichtende wereldwijde gezondheidscrisis

De G20 is het aangewezen forum voor deze acties. Het mandaat van de groep omvat het aanpakken van mondiale uitdagingen, het stimuleren van economische samenwerking en het waarborgen van wereldwijde stabiliteit. De huidige kapitaalkosten overstijgen de draagkracht van vrijwel elk Afrikaans land en dragen bij aan een ontwrichtende wereldwijde gezondheidscrisis. De komende G20-top – de eerste op Afrikaanse bodem en de tweede met de Afrikaanse Unie als permanent lid – biedt een uitgelezen kans om daar iets aan te doen.

Binnen Afrikaanse landen is het daarnaast van groot belang dat er mechanismen komen voor publieke verantwoording die stevig verankerd zijn in het maatschappelijk middenveld. Maar daarvoor moeten allereerst voldoende middelen beschikbaar worden gesteld. Om ‘One World for Health’ te realiseren moeten alle landen over middelen kunnen beschikken om hun gezondheidszorg te financieren.

You May Also Like

More From Author