Veerkracht

Estimated read time 5 min read
DOS Veerkracht compressed

In Afrika zijn de mondiale verschuivingen het scherpst voelbaar: oorlogen blijven woeden, verkiezingen verstarren en het Westen trekt zich terug, terwijl de geopolitieke zwaartekracht richting China en Azië verschuift. Toch groeit te midden van deze turbulentie iets anders: een jonge bevolking die zich roert, nieuwe regionale samenwerkingen en een opvallende economische veerkracht die de contouren van een eigen Afrikaanse koers zichtbaar maken.

Soedan: oorlog, fragmentatie en machtspolitiek

De burgeroorlog in Soedan blijft het donkerste epicentrum. Na de herovering van Khartoem door het reguliere leger (SAF) leek 2025 even een kantelpunt, maar de Rapid Support Forces (RSF) hergroepeerden zich in Darfur, gesteund door de VAE en voorzien van drones. De strijd verschuift naar grensgebieden met Libië en Egypte en dreigt verder te regionaliseren. Voor 2026 hangt een snel, vuil, door Trump gesteund staakt-het-vuren in de lucht: Washington is vrijwel de enige actor die nog druk kan uitoefenen op beide kampen en hun buitenlandse sponsors. Maar omdat beide machtsblokken in essentie kleptocratische kartels zijn, diep verstrengeld met goudhandel en smokkel, kan zo’n deal de wapens hooguit doen zwijgen. Een basis voor duurzame vrede is daarmee niet gelegd.

Verkiezingen als theater: van Guinee tot Ethiopië

Op het bredere continent belooft 2026 opnieuw een jaar van ‘cynisch verkiezingstheater’ te worden. Er zijn lichtpuntjes – lokale verkiezingen in Zuid-Afrika, waar de ANC verder terrein kan verliezen, en een redelijk geloofwaardige stembusgang in Zambia – maar de dominante trend gaat de andere kant op. Coupplegers in Guinee en Gabon organiseren schijnverkiezingen om hun macht te legitimeren; leiders-voor-het-leven als Paul Biya (Kameroen) en Alassane Ouattara (Ivoorkust) schuiven moeiteloos door naar nog een termijn.

Jeugdprotesten en democratische druk van onderop

Ondanks het rituele en vaak repressieve karakter van veel verkiezingen in Afrika in 2026, groeit daaronder een opvallend sterke tegenbeweging. Een nieuwe generatie jongeren beschouwt sociale media, straatprotesten en burgerjournalistiek als vanzelfsprekende instrumenten van politieke invloed. De protesten in Senegal vormden in 2024 het keerpunt: massale jongerendemonstraties dwongen het uitstellen en later herzien van controversiële maatregelen af.
In Kenia leidde de Occupy Parliament-beweging tot het tijdelijk intrekken van belastingverhogingen, waarmee jongeren lieten zien dat economische frustratie zich direct vertaalt in politieke druk. Op universiteiten in Ethiopië, Nigeria en Oeganda ontstaan netwerken die verkiezingswaarneming en mensenrechtenschendingen documenteren met een professionaliteit die tien jaar geleden ondenkbaar was.
Voor 2026 verwachten regionale denktanks dat deze civiele energie verder groeit. Democratische druk komt dan niet meer van instituties, maar van onderop: een verschuiving die autoritaire leiders steeds moeilijker kunnen negeren.

Het meest symbolisch is Ethiopië: na een verkiezingsoverwinning van 96,8 procent voor de Prosperity Party zijn rivalen opgepakt, verjaagd of verdreven. Intussen laaien opstanden op in Oromia en Amhara, blijft Tigray instabiel en dreigt een nieuwe confrontatie met Eritrea. De verkiezingen van 2026 dreigen een farce te worden – als ze al worden gehouden. Met de ontmanteling van USAID door de regering-Trump en forse bezuinigingen bij Europese donoren breekt een nieuw tijdperk aan. In 2026 zal de officiële hulp van de zeventien grootste westerse donors naar verwachting een kwart lager liggen dan in 2024. Voor landen die sterk leunen op hulp – Malawi, Liberia, Ethiopië – dreigen acute begrotingsgaten.

In regio’s als Sava (Madagaskar) sluiten dorpsklinieken door gebrek aan personeel; artsen melden stijgende ziekte- en sterftecijfers. Op termijn zijn Afrikaanse regeringen hierdoor genoopt minder afhankelijk te worden van externe projecten, maar in 2026 overheersen vooral de pijn en de vraag of de elites die nu de ruimte krijgen bereid zijn werkelijk te hervormen.

China en Azië schuiven naar voren

Terwijl de VS zich terugtrekken en handelsvoordelen afbouwen, presenteert China zich als de nieuwe betrouwbare partner. Beijing schrapt importtarieven voor Afrika precies op het moment dat Washington preferentiële markt- toegang inperkt. Chinese export – van goedkope smartphones tot zonnepanelen en fintech – groeit explosief.

Economische veerkracht, groei en digitalisering

Tegen de achtergrond van geopolitieke spanningen blijft Afrika een van de snelst groeiende economische regio’s ter wereld. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank voorspelt voor 2026 een groei boven het mondiale gemiddelde, gedragen door digitalisering, regionale handel en energie-innovatie.
De Pan-Afrikaanse Vrijhandelszone begint tractie te krijgen: meer dan veertig landen hebben implementatieregels aangenomen en de eerste sectorale ketens – farmacie, voedselverwerking, batterijen – ontstaan nu daadwerkelijk. Tegelijk trekken Nigeria, Kenia, Rwanda en Ghana recordinvesteringen aan in fintech, e-government en start-ups, ondanks wereldwijde kapitaalafkoeling. Ook de energietransitie versnelt. Marokko, Egypte en Namibië ontwikkelen grootschalige waterstofprojecten; Ethiopië en Djibouti investeren in geothermie en goedkope zonne-energie. Hiermee groeit de energiezekerheid en vermindert de afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen.

Afrika beweegt zo steeds meer richting Azië: Japan blijft donor, Golfstaten investeren fors, Singapore richt zich op landbouw en de verwerking van landbouwproducten. Voor veel autoritaire leiders is samenwerken met Beijing of Riyad aantrekkelijker dan met Europese hoofdsteden, die op mensenrechten blijven hameren. Jongere Afrikanen oriënteren zich eveneens oostwaarts: Mandarijn leren, studeren in China of Maleisië, Koreaanse series kijken.

Meer autonomie of nieuwe afhankelijkheden?

De geopolitieke draai valt samen met een nieuwe fase in Afrika’s ontwikkelingspad: minder westerse hulp betekent minder toezicht en minder vangnetten, maar ook meer ruimte voor de eigen koers – al wordt die vaak ingevuld door gemakkelijk krediet uit Beijing, de Golfregio of Zuid-Oost-Azië.

Regionale ontwikkelingsbanken en nieuwe kredietruimte

Een vaak over het hoofd geziene trend voor 2026 is de sterkere positie van Afrikaanse regionale ontwikkelingsbanken. Nu westerse donoren zich terugtrekken, passen instellingen zoals de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Eastern and Southern African Trade and Development Bank en de West African Development Bank hun kapitaalstructuren aan om zelf meer krediet te verstrekken.
Door balansherstructurering en nieuwe garantiefondsen kunnen zij miljarden extra mobiliseren voor infrastructuur, landbouw en energieprojecten, zonder afhankelijk te zijn van donorvoorwaarden of externe consultants. Dat betekent dat prioriteiten én uitvoering in toenemende mate binnen Afrika zelf worden bepaald.
Tegelijk ontstaan nieuwe financieringsmodellen: pensioenfondsen uit Zuid-Afrika, Nigeria en Kenia stappen via garanties van ontwikkelingsbanken in regionale infrastructuurprojecten. Daardoor groeit langzaam een binnenlands kapitaal-ecosysteem dat minder gevoelig is voor geopolitieke schokken.
Deze verschuiving biedt geen wondermiddel, maar wel een structureel positieve ontwikkeling: een groeiende financiële autonomie die de basis kan vormen voor stabielere ontwikkeling op de lange termijn.

You May Also Like

More From Author