Pubers kunnen meer dan wordt verondersteld

Estimated read time 5 min read

Over het puberbrein is veel bekend, maar er blijft ook nog veel te ontdekken. Zo blijkt dat adolescenten juist heel goed presteren als ze hun speciale vaardigheden kunnen demonstreren. Bovendien zijn ze goed in samenwerken.

Pubers hebben de reputatie vervelend, egoïstisch en onverantwoordelijk te zijn – stereotypen die deze groep uiteraard tekortdoen. De meeste andere dieren, inclusief de primaten die het dichtst bij ons staan, verlaten het nest aan het einde van de puberteit zonder de langdurige adolescentie te ervaren die kenmerkend is voor onze soort. Waarom is de mens op deze manier geëvolueerd? Bij het nader bestuderen van het adolescentenbrein kwam een tot nu toe verborgen voordeel aan het licht.

Uit onderzoek van de afgelopen twintig jaar is gebleken dat de hersenschors, het hersengebied dat een centrale rol speelt in cognitieve functies, zich blijft ontwikkelen tot de leeftijd van vijfentwintig jaar, terwijl gebieden die gevoelig zijn voor beloningen – zoals het ventrale striatum – op het hoogste niveau functioneren rond de leeftijd van vijftien jaar. Dit voedde de hypothese dat de hersenen van de adolescent uit balans waren, met een overactief beloningssysteem dat zou leiden tot vreemde en gevaarlijke besluitvorming.

Geen peil op te trekken

Eerdere onderzoeken naar cognitieve prestaties wezen inderdaad in deze richting. ‘Soms voerden tieners een taak correct uit, en soms niet. Er was geen peil op te trekken,’ zegt Eveline Crone van de Universiteit Leiden. Maar recenter onderzoek laat zien dat adolescenten juist heel goed presteren – zolang ze een taak krijgen waarmee ze hun speciale vaardigheden kunnen demonstreren.

In 2022 lieten Linda Wilbrecht van de University of California en haar collega’s bijvoorbeeld 291 vrijwilligers, in de leeftijd van 8 tot 30 jaar, deelnemen aan een computerspel waarbij ze moesten raden in welke van de twee dozen een munt zat. Aanvankelijk verscheen de munt meestal in de ene doos en vervolgens, na een willekeurig aantal gissingen, in de andere, alvorens weer terug te keren naar de eerste.

De deelnemers moesten bepalen wanneer het beste moment was om de ene doos boven de andere te kiezen. Als je het goed had, mocht je de munt houden. In plaats van de clichématige slechte beslissingen te nemen, wonnen de tieners de test en verzamelden ze meer munten dan jongere of oudere deelnemers. Tijdens foerageertaken, waarbij ze moesten kiezen tussen het exploiteren van een stuk land dan wel het verkennen van mogelijk voedzamere weilanden, vertoonden ze vergelijkbare vaardigheden.

Onder onzekere omstandigheden zijn adolescenten meer bereid om nieuwe oplossingen uit te proberen

‘We neigen naar de conclusie dat adolescenten het beter doen dan volwassenen onder omstandigheden die onzekerder of willekeuriger zijn,’ aldus Wilbrecht. Onder deze omstandigheden zijn adolescenten blijkbaar meer bereid om nieuwe oplossingen uit te proberen, wat ze informatie oplevert om hun manier van handelen in de toekomst zo goed mogelijk te kunnen aanpassen.

Aangezien soortgelijk gedrag is waargenomen bij andere soorten, waaronder de primaten die het dichtst bij ons staan, wordt aangenomen dat ze het resultaat zijn van evolutie. Tijdens de periode waarin de overgang plaatsvindt naar volwassenheid en onafhankelijkheid, moeten deze dieren hun ouderlijk nest verlaten, nieuwe vaardigheden opdoen en onbekende omgevingen verkennen. Omdat het in deze onzekere tijden loont om nieuwe oplossingen te onderzoeken, hebben de dieren die dit doen waarschijnlijk een grotere kans hun genen door te geven aan de volgende generatie.

Intrigerend is dat optimaal gedrag onder deze omstandigheden gekoppeld zou zijn aan juist die grotere activiteit in de beloningscentra van de hersenen waarvan eerder werd aangenomen dat deze de hersencapaciteit van adolescenten zou verstoren. Zo heeft onderzoek bij resusapen aangetoond dat activiteit in het ventrale striatum en de amygdala – twee delen van het beloningssysteem van de hersenen – essentieel is bij de beslissing om tijdens het foerageren al dan niet nieuw territorium te verkennen.

Verhoogde activiteit

De verhoogde activiteit in het ventrale striatum zou er ook de oorzaak van zijn dat adolescenten beter kunnen leren dan kinderen. Door de beloningsfunctie wordt een signaal naar de hersenschors gestuurd, die neurale communicatieroutes versterkt of juist beperkt teneinde ons gedrag te optimaliseren. Linda Wilbrecht legt uit: ‘Het brein van adolescenten is ontworpen om te verkennen, te ontdekken en te verbinden. (…) Als ik zeg “verbinden”, bedoel ik dat in letterlijke zin, aangezien de neuronen zich uitbreiden en nieuwe verbindingen aangaan. En om te weten welke verbindingen werken, moeten we experimenteren.’

Misschien nog verrassender is dat deze optimalisatie van het brein van adolescenten ook opspeelt als het aankomt op sociale ontwikkeling. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het ventrale striatum erg actief is in de samenwerking met andere mensen, en bij adolescenten is het tijdens samenwerkingstaken nog actiever dan bij volwassenen en kinderen. ‘Ook tijdens sociale interactie wordt teruggegrepen op het neurale netwerk dat zo gevoelig is bij adolescenten,’ legt Eveline Crone uit. ‘Het is daarom zeer waarschijnlijk dat het zich ontwikkelende brein van de adolescent veel beter tot aanpassing in staat is dan we dachten, ook in sociale zin.’  

You May Also Like

More From Author