Sinds de Olympische Spelen van 2021 in Tokio is de geestelijke gezondheid van topsporters belangrijker geworden dan de hoeveelheid medailles.
Tijdens de Aziatische Spelen van afgelopen oktober in het Chinese Hangzhou, die als een aanloop naar de Olympische Spelen in Parijs werden beschouwd, heeft het Japanse Olympisch Comité (JOC) met geen woord gerept van het beoogde aantal medailles, wat tot 2021 gebruikelijk was. ‘De context is aanzienlijk veranderd sinds de Spelen in Tokio, ook al blijven medailles natuurlijk belangrijk. We willen meer nadruk leggen op de persoonlijke uitdaging voor de atleten dan op medailles,’ bevestigt Mitsugi Ogata, bestuursvoorzitter van het Comité.
Hisashi Mizutori, belast met de strategie voor de middellange en lange termijn van het Comité, erkent dat zijn land hiermee het voorbeeld volgt van andere landen. Een van die landen, Australië, heeft al aangekondigd voor de Spelen van Parijs niet naar een bepaald aantal medailles te streven. Wielrenner Anna Meares, de vlaggendrager van de Australische delegatie, zegt hierover in de lokale pers: ‘Ik denk dat de druk op de sporters hierdoor zal afnemen.’
Geestelijke gezondheid
Takeshi Kukidome, directeur van het Japan Institute of Sports Sciences, volgt nauwgezet de voorbereidingsstrategieën van de verschillende landen. ‘Voor zover ik weet hebben alleen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland een beoogd aantal medailles genoemd voor de Spelen van Parijs. Sinds de Spelen in Tokio is er een wereldwijde tendens om meer rekening te houden met de geestelijke gezondheid van de sporters en hen beter te beschermen tijdens hun sportbeoefening [met name tegen ongewenste intimiteiten].’
De geestelijke gezondheid van sporters is een van de kwesties die door de Olympische Spelen in Tokio in 2021 aan de orde is gekomen. De Amerikaanse Simone Biles, de absolute koningin van het vrouwenturnen, schokte de wereld door haar wedstrijddeelname te staken vanwege psychische problemen. Ook andere sporters van hoog niveau bekenden dat ze te maken hadden met psychische spanningen, wat leidde tot meer oog voor het geestelijk welzijn van sporters.
Een rapport over dit onderwerp van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) spreekt boekdelen: 33,6 procent van de nog actieve sporters op hoog niveau en 26,4 procent van de gestopte sporters in dezelfde categorie vertoonde symptomen van angst en depressie, 49 procent van de Olympische sporters kampte met slaapproblemen en bij 25,8 procent was sprake van een gevaarlijk hoog alcoholgebruik. De onderlinge concurrentie wordt als een van de drie grote stressfactoren genoemd, naast de persoonlijke situatie, met name het privéleven, en de spanningen binnen het team.
‘Als er alleen maar naar het aantal behaalde medailles wordt gekeken boeten de Olympische Spelen aan intrinsieke waarde in’
Naast de sporters strijden ook hun landen – niet alleen die van het oude communistische blok, zoals Rusland en China, maar ook westerse landen – met elkaar om de medailles en geven ze aanzienlijke bedragen uit aan de Olympische voorbereiding. De afgelopen jaren hebben organiserende landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Australië hun sportbudget in aanzienlijke mate zien groeien.
Ook in Japan heeft de staat de afgelopen twee decennia veel meer geld in sport gestoken. Met name in de organisatie van de Olympische Spelen in Tokio, de oprichting van het Japan Sports Agency en de opening van een nationaal trainingscentrum, waar sporters van hoog niveau het hele jaar door kunnen trainen. De organisatie van de Olympische Spelen heeft meer dan tien miljard yen gekost, wat neerkomt op zo’n zestig miljoen euro. Het aantal gewonnen medailles wordt over het algemeen als rendement op de investering beschouwd en meegenomen bij het vaststellen van de volgende begroting.
Kaori Yamaguchi, hoogleraar aan de Universiteit van Tsukuba en voormalig lid van het JOC-bestuur, zegt het zo: ‘Als je het geld in aanmerking neemt dat aan de voorbereiding wordt besteed, staan zowel organisaties als sporters natuurlijk onder druk. Men heeft ongetwijfeld het recht iets terug te verlangen voor de voorbereiding en het geïnvesteerde geld, maar als er alleen maar naar het aantal behaalde medailles wordt gekeken boeten de Olympische Spelen en de sport in het algemeen aan intrinsieke waarde in.’
Smet
Corruptieaffaires hebben een smet geworpen op de organisatie en het imago van de Olympische Spelen in Tokio, die in 2020 werden uitgesteld en uiteindelijk in 2021 doorgang vonden, nog midden tijdens de pandemie en ondanks grote bezwaren van veel Japanners. Het proces tegen Haruyuki Takahashi, voormalig bestuurslid van het organisatiecomité van de Spelen in Tokio en hoofdrolspeler in de affaire, loopt nog. Volgens de Japanse publieke zender NHK wordt hij ervan beschuldigd 198 miljoen yen (1,2 miljoen euro) aan steekpenningen te hebben opgestreken van grote Japanse bedrijven in ruil voor het aanwenden van zijn invloed bij aanbestedingen. Om nog maar te zwijgen van het Franse gerechtelijk onderzoek naar de steekpenningenaffaire inzake de toekenning van de Spelen aan Tokio, die in 2019 leidde tot een strafrechtelijke procedure tegen Tsunekazu Takeda, de voormalige voorzitter van het JOC.
In Japan hebben deze corruptieaffaires zoals gezegd een ernstige smet geworpen op het imago van de Olympische Spelen. Zo ernstig zelfs dat de stad Sapporo, in het noorden van de archipel, afgelopen oktober heeft moeten afzien van het idee om in 2030 de Olympische Winterspelen te organiseren, hoewel die als favoriet gold. ‘De belangrijkste reden is het gebrek aan steun bij de bewoners van Sapporo en bij de Japanners in het algemeen,’ erkent Katsuhiro Akimoto, de burgemeester van de stad. In een hoofdartikel van 9 maart jongstleden verwijt het Japanse dagblad Asahi Shimbun het JOC dat de schandalen en de organisatorische chaos het wantrouwen bij de Japanners hebben aangewakkerd: ‘Japan zal de Olympische Spelen voorlopig niet meer organiseren. Eerst zal de prioriteit van de onderlinge concurrentie ter discussie moeten worden gesteld en zal een manier moeten worden gevonden waarop sport zonder die prioriteit een bijdrage kan leveren aan de maatschappij. […] Pas als dat alles op de schop is gegooid zullen we ons een beeld kunnen vormen van de toekomstige sportwereld.’
De sport heeft in Japan sinds het begin van deze eeuw in het teken gestaan van de honger naar medailles
Dat de prioriteit van medailles momenteel ter discussie staat, wordt niet alleen ingegeven door zorgen over de geestelijke gezondheid van sporters. Tijdens de Olympische Spelen in Tokio won Japan 58 medailles, waaronder 27 maal goud, een record. Toch hebben de nationale sportbonden in Japan niet echt het idee dat ze vruchten hebben geplukt van dit succes. Een onderzoek heeft uitgewezen dat de inkomsten van deze organisaties, die in 2020 al begonnen te dalen, in 2022 nog verder zijn gedaald. De Japanse sportbonden worden voornamelijk gefinancierd door overheidssubsidies, lidmaatschapsgelden en commerciële inkomsten, met name sponsorgelden en uitzendrechten. Maar die laatste, die goed zijn voor meer dan zestig procent van hun totale inkomsten, zijn dalende, wat de bonden in een kritieke situatie brengt.
Het merendeel van de Olympische disciplines zonder profcompetitie probeert zo veel mogelijk medailles in de wacht te slepen om aandacht te krijgen en sponsors en beoefenaars aan te trekken. Desondanks worden medailles minder belangrijk, als gevolg van het dalende geboortecijfer in Japan en de concurrentie van andere vormen van vrijetijdsbesteding. Bij judo behaalde Japan in Tokio een recordaantal gouden plakken, maar er zijn steeds minder mensen die de sport beoefenen; hun aantal is de afgelopen twintig jaar met zo’n veertig procent gedaald. Na het vertrek van zijn sponsors verwacht de Japanse turnbond het seizoen voor het tweede achtereenvolgende jaar met rode cijfers te moeten afsluiten.
De sport heeft in Japan sinds het begin van deze eeuw in het teken gestaan van de honger naar medailles en de kandidatuur van Tokio voor de Olympische Spelen. Maar de relatie tussen maatschappij en sport evolueert en nodigt ons uit om nieuwe waarden te creëren, die niet alleen zijn af te meten aan het aantal medailles.