De overgang naar een wereldorde die niet door westerse krachten wordt beheerst, vraagt om nieuwe grenzen.
De BRP Sierra Madre van de Filipijnse marine is een wrak uit de Tweede Wereldoorlog dat opzettelijk gestrand ligt op een rif in de Chinese Zuidzee; met een handvol mariniers aan boord en de nationale vlag in top bezorgt het Beijing hoofdpijn. De erbarmelijke staat van het schip contrasteert met het stoere van zijn missie. Met haar roestige platen en krakkemikkige dek doet de Sierra Madre denken aan het legendarische spookschip de Vliegende Hollander, maar dan in oorlogsgedaante. Het schip moet de hegemonie van de machtigste vloot ter wereld op de Spratly-eilanden beteugelen, een eilandengroep die in zijn geheel door China wordt geclaimd, ondanks protesten van Taiwan, Vietnam, Maleisië en de Filipijnen. De bemanning, blootgesteld aan tyfoons en een brandende zon, leeft onder benarde omstandigheden terwijl de bevoorrading door de Filipijnse marine keer op keer wordt verhinderd door het Chinese leger, dat afwacht tot het schip kraakt en de mannen van boord gaan.
Begin maart waren vier boten van de Filipijnse kustwacht via internationale wateren onderweg naar de Sierra Madre, toen ze werden onderschept door een konvooi van de Chinese Maritieme Militie. Ze werden omringd en bestookt met waterkanonnen, waarbij vier mariniers gewond raakten. Een televisieploeg van CNN die aan boord was, registreerde en verspreidde de beelden van de confrontatie, een van de ernstigste tussen beide landen tot dan toe.
Kritieke tijd
Het incident zou normaal gesproken een van de vele recente schermutselingen zijn geweest, ware het niet dat we in zo’n kritieke tijd leven: twee jaar oorlog in Oekraïne en het verwoestende antwoord van Israël op de aanval van Hamas van 7 oktober. Oorlogen die tot voor kort ondenkbaar waren en een extra dimensie krijgen vanwege het algehele, met de coronapandemie begonnen gevoel dat ‘alles mogelijk is’. Zelfs de schending van het heilige beginsel dat internationaal erkende, wettelijk vastgelegde grenzen onaantastbaar zijn. Ineens lijkt, door de ontregelende werking van alle oorlogen, het ondenkbare te gebeuren: de herdefiniëring van de inkaartbrenging.
Daarnaast is het een buitenkans voor degenen die het systeem van na de Koude Oorlog beschouwen als een baatzuchtig bedenksel van de liberale democratieën waar eindelijk barsten in komen, net als in de hegemonie van de VS en hun Europese bondgenoten, wier rol steeds geringer wordt – een onmiskenbaar teken van de niet te stuiten overgang naar een wereldorde die door niet-westerse krachten wordt beheerst. Bij wie deze visie zijn toegedaan leeft de overtuiging dat met het einde van de Noord-Amerikaanse unipolariteit de gelegenheid komt om de status quo te herzien. Het zou het steeds openlijker gezicht van de multipolariteit blootleggen; het zou de hoop betekenen een paar knellende, beperkende naden los te tornen. Ondertussen biedt de oorlog in Oekraïne Rusland de kans bevriende landen aan te steken met een revisionisme dat een ongekende historische fase zou inluiden, als bijdrage aan de vorming van een nieuwe internationale orde.
Het Midden-Oosten belandt in een vacuüm
De regio, die een van de ergste crises in zijn geschiedenis doormaakt, is niet unipolair of multipolair, maar ‘apolair’, aldus het Amerikaanse magazine Foreign Affairs.
‘Vergeet al die verhalen over uni- of multipolariteit, het Midden-Oosten is non-polair. De Verenigde Staten zijn een ongeïnteresseerde en inefficiënte grootmacht, en hun rivalen zijn dat zo mogelijk nog meer,’ schrijft Foreign Affairs in een lange analyse. Tot 7 oktober vorig jaar beschouwde het Midden-Oosten zichzelf als multipolair. De VS, die druk waren met Oekraïne en met hun rivaliteit met China, leken hun interesse te verliezen. Washington vestigde zijn hoop op een nieuwe veiligheidsconstructie op basis van een verbond tussen Israël en de Arabische staten in de regio. Maar toen brak ‘de ergste crisis uit die die de regio in tientallen jaren heeft meegemaakt’. En nu houdt de ‘mythe’ van een multipolair Midden-Oosten niet langer stand. Want terwijl de Amerikaanse invloed ontegenzeggelijk afneemt, zijn China en Rusland er nog geen machthebbers van betekenis. Beijing en Moskou waren er weliswaar als de kippen bij om de oorlog tussen Israël en Hamas toe te schrijven aan ‘de westerse hypocrisie’, maar China noch Rusland werd vervolgens gevraagd om ‘diplomatieke actie te ondernemen om de veiligheid in de regio te versterken’. Uiteindelijk is de Russische interventie in Syrië voor Moskou het hoogtepunt geweest van zijn invloed in de regio. En wat China betreft was het ‘enige noemenswaardige diplomatieke succes’ de toenadering tussen Iran en Saoedi-Arabië onder Chinese leiding in 2023. Het machtsvacuüm is voelbaar, want de Golfstaten noch Israël noch Iran kunnen aanspraak maken op de alleenheerschappij, aldus het magazine. En van dit strategisch vacuüm was ‘al voor 7 oktober sprake. De oorlog heeft die landen enkel een illusie armer gemaakt.’
Dit idee wordt verwoord door onderzoeker Vjatsjeslav Sjoeper van de Russische denktank Valdai: ‘Wij (…) vechten met vreemde geografische kaarten; wij hanteren het wereldbeeld dat door de westerse landen in hun eigen belang is geschapen. Alleen door een diepgaande herziening zullen we met succes de confrontatie met het Westen kunnen aangaan en de sympathie kunnen winnen van niet-westerse landen die dringend behoefte hebben aan een alternatief wereldbeeld, maar niet beschikken over de nodige intellectuele middelen om het tot stand te brengen.’
In deze onomwonden intentieverklaring wordt de nederlaag van Oekraïne gezien als een overwinning die verder gaat dan alleen territoriale genoegdoening voor een nationale grief. Hier krijgt de overwinning het karakter van een historisch feit dat nodig is voor de stap naar een nieuw tijdperk, een beuk tegen de sluitsteen die de internationale structuur overeind houdt. Een dreun die Rusland trouwens al uitdeelde toen het met de inval in Oekraïne op flagrante wijze de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties schond, als permanent lid van de Veiligheidsraad nog wel.
En terwijl de aandacht van de wereld is gericht op Oekraïne en Gaza, wijzen ook conflicten op andere plaatsen erop dat we mogelijk een tijdperk van geopolitiek revisionisme aan het betreden zijn. Afgelopen jaar maakte Azerbeidzjan in het zuiden van de Kaukasus met politieke en economische hulp van Turkije via een gewapend conflict een einde aan de Armeense enclave Nagorno-Karabach. Daaruit bleek, volgens Mira Milosevich-Juaristi van het Elcano Royal Institute [een Spaanse denktank], duidelijk het fiasco van de internationale rol van de EU, de tanende invloed van Rusland in post-Sovjet-gebied en de bloei van nieuwe imperialistische ambities in Turkije, een sleutelspeler waarvan de invloed zich uitstrekt tot de Zwarte Zee en het Midden-Oosten.
In Oost-Azië bewegen twee belangrijke bondgenoten van Poetin in dezelfde richting
In Oost-Azië bewegen twee belangrijke bondgenoten van Poetin in dezelfde richting. In Noord-Korea wees Kim Jong-un een vreedzame hereniging van het Koreaans Schiereiland af. In januari schoot Pyongyang tweehonderd artilleriegranaten af naar Zuid-Korea en noemde het de banden met Seoel ‘een relatie tussen vijandige landen (…), twee strijdende partijen, volop in oorlog’. En China is bezig te land, ter zee en in de lucht een politiek van voldongen feiten te voeren. Een work in progress dat neerkomt op de annexatie van grondgebied, internationale wateren en luchtruim, wat het land in conflict brengt met minder machtige landen, maar ook met een grootmacht als India. In de praktijk komt het beleid erop neer dat China eenzijdig en onverwachts de territoriale en maritieme afbakeningen in kaart brengt, met inlijving van wat het eigenmachtig aanmerkt als soevereine ruimte, waarna het overgaat tot dwangmaatregelen. Bij het laatste voorval met de Filipijnen in de op zich al verhitte Chinese Zuidzee komt het recente protest van Vietnam vanwege de nieuwe demarcatie vanuit Beijing in de Golf van Tonkin, die de exclusieve economische zone van Vietnam aantast.
Er zijn meer potentiële scenario’s, zoals de structureel ontregelde Sahel, waar Rusland probeert zijn ‘multipolaire’ wereldvisie in de praktijk te brengen. In Ethiopië aast premier Abiy Ahmed op een vurig gewenste zeehaven door een akkoord te sluiten met Somaliland, dat zich twintig jaar geleden van Somalië afscheidde, in ruil voor een beetje diplomatieke erkenning die het internationaal ontbeert. Soedan zakt weg in oorlogschaos en hongersnood, met een humanitaire crisis en vluchtelingenstroom tot gevolg die de al zo instabiele regio verder zal destabiliseren.
Irredentisme
Het verhitte Midden-Oosten zou ook kunnen profiteren: Iran, de Houthi’s of Netanyahu en zijn extreemrechtse aanhangers met hun versie van een Groot-Israël. En vergeet niet de gevallen van irredentisme [het streven naar hereniging] die zich op Europees grondgebied voordoen. Onlangs nog woonde Victor Orbán een voetbalwedstrijd bij met een sjaal waarop de historische kaart van Hongarije was afgebeeld, die van voor de Eerste Wereldoorlog dus, inclusief delen van Oostenrijk, Kroatië, Roemenië, Servië, Slowakije en Oekraïne. Of neem Maduro in Venezuela, die onlangs een referendum heeft gehouden over de inlijving van Essequibo, een deel van Guyana dat rijk is aan natuurlijke bronnen.
De Russische invasie in Oekraïne heeft een precedent geschapen voor de vraag hoe geldig de internationale grenzen zijn. Daardoor is de hoop bij het irredentistisch nationalisme aangewakkerd. Het vindt voedsel voor zijn aspiraties in de post-Amerikaanse wereld en acht de tijd rijp om alle al tientallen jaren slepende conflicten voorgoed op te lossen en de wereldkaart opnieuw te tekenen. Feiten die Europa in een bij uitstek lastige situatie plaatsen, die alleen maar zal verergeren als Donald Trump de komende verkiezingen in de Verenigde Staten wint. Het is zaak voor ogen te houden dat de expansiegolf van de oorlog in Oekraïne ver reikt en dat Europese steun bepalend is voor het scenario dat we na afloop zullen aantreffen.