’s Werelds volgende voedselsupermacht

Estimated read time 8 min read

Hoogwaardige koffieteelt zoals die in de Araku Valley laat zien hoe in India een ecosysteem ontwikkeld kan worden dat tot groei leidt. Met de juiste voorwaarden kan het land een dominante speler op de wereldvoedselmarkt worden en tegelijkertijd miljoenen plattelandsbewoners een bestaan bieden.

Jarenlang was de Araku Valley in de bergen aan de oostkust van India gedompeld in armoede en het slachtoffer van maoïstisch geweld. De meeste inwoners behoren volgens de regering tot ‘bijzonder kwetsbare tribale groeperingen’; generaties lang hebben ze hun inkomsten bijeengeschraapt met zwerflandbouw. Maar nu wordt er koffie van hoge kwaliteit verbouwd die tegen hoge prijzen aan welvarende Europeanen wordt verkocht. Araku Coffee, het bedrijf dat de bonen verwerkt en vermarkt, heeft cafés in chique wijken van Bangalore, Mumbai en Parijs. De transformatie van de vallei is een succesverhaal op landbouwgebied. En, als het juiste beleid wordt gevoerd, mogelijk exemplarisch voor de rest van landelijk India.

Lange weg

De Indiase landbouw heeft een lange weg afgelegd sinds de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, toen het land op buitenlandse voedselhulp was aangewezen. Nu is het al jarenlang een netto-exporteur van voedingsmiddelen. Toch heerst er nog een groot gebrek aan doelmatigheid. Hoewel India een derde meer landbouwgrond heeft dan China, bedraagt de waarde van de oogst ook maar een derde van die van China. De helft van alle Indiase werknemers, zo’n 260 miljoen mensen, is werkzaam in de landbouw maar draagt slechts 15 procent bij aan het bnp en 12 procent aan de export. Ter vergelijking: callcenters en IT-bedrijven hebben minder dan 1 procent van alle werknemers in dienst maar dragen 7 procent bij aan het bnp en bijna 25 procent aan de export.

Allerlei kleine subsidies verhinderen dat boeren zelf initiatieven nemen. Ze zorgen dat de productie daalt en stimuleren praktijken waardoor de bodemkwaliteit verslechtert, en waar dus niemand beter van wordt. Boereninkomens bedragen al decennia lang ongeveer een derde van alle andere inkomens in India. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van voornamelijk rijke landen, publiceerde in 2018 een rapport waaruit bleek dat ondanks enorme subsidies het netto effect van alle regelingen en handelsrestricties was dat de bruto landbouwinkomsten 6 procent lager uitvielen.

De cijfers over het aantal werknemers in de landbouw maskeren een gigantisch gebrek aan werkgelegenheid

Maar zelfs al een bescheiden progressie kan buitengewoon lonend zijn. Voor vrijwel alle gewassen geldt dat de oogst in India kleiner is dan het mondiale gemiddelde. Alleen al door die oogsten tot het gemiddelde op te trekken zou India een enorme speler worden op de wereldvoedselmarkt: het Indiase rijstsurplus zou groter zijn dan de huidige wereldwijde rijstomzet. Als de Indiase oogsten zich met de wereldtop kunnen meten, zou het land twee keer zoveel maïs, drie keer zoveel katoen en acht keer zoveel rijst en peulvruchten verbouwen als momenteel in het land verhandeld wordt.

Als de boeren welvarender zouden worden, zou dat bovendien een kettingreactie veroorzaken in de rest van de economie. De cijfers over het aantal werknemers in de landbouw maskeren een gigantisch gebrek aan werkgelegenheid. Als de inkomens op het platteland omhoog zouden gaan, zou er vraag naar nieuwe goederen en diensten ontstaan, wat op zijn beurt tot betere banen zou leiden voor de miljoenen overtollige boerenarbeiders die India kent. Ze zouden een kans krijgen om een beter loon te verdienen zonder dat ze naar de bloeiende maar overvolle steden hoeven te verhuizen.

Het succes in de Araku Valley schept perspectief voor vervolgstappen. Aan het eind van de jaren negentig van de vorige eeuw voorzag de regering van de deelstaat, in de hoop de ontbossing te verminderen en de inkomens te verhogen, boeren van snelgroeiende zilvereiken. Enkele jaren later ontvingen ze koffiezaailingen om in de schaduw van de zilvereiken te planten. Plaatselijke boeren als Kora Venkatrao, die een kleine anderhalve hectare bezat, probeerden zo goed mogelijk bonen te verbouwen. Maar ze verkochten hun oogst ver beneden de marktprijs aan gewetenloze tussenhandelaren.

Venkatrao’s kansen keerden in 2016, toen hij lid werd van een coöperatie van Araku Coffee die boeren bonen van hogere kwaliteit leerde verbouwen, en die daarna opkocht tegen ongehoord hoge prijzen. Zijn inkomen is sindsdien vertienvoudigd tot 200.000 roepi (2200 euro) per jaar. Zijn rieten hut is een betonnen huis met twee slaapkamers geworden. Hij heeft een motorfiets gekocht en legt geld opzij. Volgens Manoj Kumar, de baas van Araku Coffee, zijn zo’n tweeduizend van zijn boeren inmiddels roepimiljonair. Zijn geheim? ‘Landbouw als een winstgevende sector beschouwen die inkomsten oplevert en export bevordert.’

Weg naar welvaart

Het probleem is dat de successievelijke Indiase regeringen de landbouw nooit op zo’n manier hebben benaderd. Beleidsmaker zijn geneigd er een weg naar welvaart in te zien, en veel minder een aanjager van groei. Tijdens zijn eerste termijn heeft Narendra Modi, de Indiase premier, beloofd de boereninkomens te zullen verdubbelen. Maar veel van zijn beleid werkte averechts. Zoals het besluit uit 2016 om de grootste coupures van de Indiase munt, goed voor 86 procent van de waarde van de Indiase valuta, ongeldig te verklaren, uit vrees dat ze corruptie en belastingontduiking in de hand werkten. Dit uitzonderlijke experiment heeft de van contanten afhankelijke rurale economie ernstige schade toegebracht.

Een plotselinge lockdown in 2020, aan het begin van de pandemie, heeft miljoenen werknemers vanuit de steden teruggejaagd naar de boerderijen, waardoor pogingen om de landbouw doelmatiger te maken jammerlijk mislukten. In datzelfde jaar jaste Modi’s Bharatiya Janata-partij (BJP) zonder overleg een aantal gevoelige landbouwhervormingen door het parlement, die pas na een jaar van boerenprotesten weer werden ingetrokken. Na zijn slechte peilingen heeft Modi een nieuwe landbouwminister aangesteld, Shivraj Singh Chauhan, die eerder de eerste minister was van Madhya Pradesh, een deelstaat in centraal India. Onder het bewind van Chauhan heeft Madya Pradesh veel geïnvesteerd in irrigatie, rurale wegen en pakhuizen. Boeren werden aangespoord op tuinbouw over te stappen en kregen de mogelijkheid hun oogst ook op andere plekken dan de door de staat gerunde markten te verkopen. Dit alles had resultaat: tussen 2005 en 2023, ruwweg de periode dat Chauhan aan het bewind was, steeg het landbouw-bnp van de deelstaat met gemiddeld 7 procent, tegen 3,8 procent landelijk.

Sommige problemen zouden met één pennenstreek kunnen worden opgelost

De vraag is nu of Chauhan dergelijke resultaten ook op nationaal niveau kan boeken. Gezien de eerdere, mislukte hervormingspogingen van de BJP bestaat er veel vrees bij de centrale regering om de handen aan het landbouwbeleid te branden. Ook kan Chauhan weinig doen aan het geringe grondbezit (de gemiddelde Indiase boerderij beslaat maar iets meer dan 1 hectare) en het lage mechaniseringspercentage, die beide een enorm probleem vormen.

Maar hij zou aan veel andere zaken prioriteit kunnen geven. Ongeveer de helft van de Indiase landbouwgrond is voor zijn irrigatie uitsluitend aangewezen op hemelwater. India heeft slechts voor zo’n 10 procent van zijn bederfelijke waar koelopslag; de overheid gaat ervan uit dat 6 procent van de graangewassen, 12 procent van de groente en 15 procent van het fruit verloren gaat na de oogst. De meeste Indiase export bestaat uit rauwe producten zonder merknaam. Minder dan 10 procent van het voedsel dat het land produceert wordt verwerkt, tegen 30 procent in Thailand en 70 procent in Brazilië. Het zou dus ongetwijfeld lonend zijn om de gebrekkige irrigatie en de zwakke infrastructuur aan te pakken en de winstgevender verwerkingsindustrie te bevorderen. Een grotere landbouwopbrengst zou ook de algehele groei aanjagen.

Sommige problemen zouden met één pennenstreek kunnen worden opgelost. Elk jaar gooit India zo’n 2 biljoen roepi aan voedselsubsidies over de balk en bijna evenveel aan kunstmestsubsidies, terwijl er slechts 95 miljard roepi aan landbouwonderzoek en -ontwikkeling wordt besteed. In onderzoek wordt minder dan 0,7 procent van het landbouw-bnp geïnvesteerd. De funeste gevolgen van de klimaatverandering die in aantocht zijn eisen grotere investeringen: boeren zullen zich onmogelijk kunnen aanpassen zonder wetenschappelijke doorbraken.

Voorwaarden scheppen

Er zijn ook dingen waarmee de regering gewoonweg moet stoppen. Zo wordt er regelmatig geïntervenieerd bij stijgende voedselprijzen, bijvoorbeeld door voorraadopslag te limiteren of termijnmarkten tijdelijk stil te leggen. In 2022 werd de export van tarwe verboden en in 2023 de export van de meeste rijstsoorten. Dit alles verhindert boeren om geld te verdienen, terwijl de prijzen hoog zijn, en ontmoedigt handelaars om risico’s te nemen. Het zijn voornamelijk de welgestelden die ervan profiteren: de armste 800 miljoen armste inwoners van India krijgen gratis graan van de regering, dus voor hen heeft een fluctuerende graanprijs weinig gevolgen.

Manoj Kumar staat op het punt een tweede café in Parijs te openen. Zijn bedrijf breidt ook uit met andere producten. Veel van zijn koffieboeren verbouwen inmiddels ook peper, en het bedrijf moedigt mensen aan om in andere delen van India kidneybonen en pluimgierst te gaan verbouwen. Maar alleen de regering is bij machte om de Indiase landbouw echt te veranderen. Dat doe je volgens Kumar niet door leningen kwijt te schelden of subsidies te geven, maar door te kijken hoe je een ecosysteem kunt ontwikkelen dat tot groei leidt. Met andere woorden, door voorwaarden te scheppen waarin een miljoen Araku’s kunnen gedijen. 

You May Also Like

More From Author