Volgens politiek wetenschapper Cas Mudde is de rechts-extremistische golf geen politieke omwenteling, maar het resultaat van een transformatie die al aan het begin van deze eeuw is ingezet.
‘We hebben grootse plannen voor de toekomst!’ twitterde de Hongaarse premier Viktor Orbán na zijn eerste telefoontje met Donald Trump, enkele uren nadat die tot winnaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen was uitgeroepen. In andere landen, van Argentinië en Israël tot het het Verenigd Koninkrijk, waren radicaal-rechtse politici al even opgetogen. Maar eigenlijk waren leiders van alle politieke kleuren er als de kippen bij om Trump te feliciteren en de nauwe banden van hun land met de Amerikanen te benadrukken. ‘Als zeer hechte bondgenoten staan we schouder aan schouder voor de verdediging van onze gedeelde waarden van vrijheid, democratie en ondernemingsgeest,’ zei de Britse premier Keir Starmer.
Het is duidelijk dat 2024 een goed jaar was voor radicaal-rechts, een heel slecht jaar voor zittende regeringen en wereldwijd een zorgelijk jaar voor de democratie. Hoe dat komt is even simpel als bedroevend: er is al lange tijd een proces gaande waarin radicaal-rechts steeds breder wordt geaccepteerd en genormaliseerd. Wat er het afgelopen jaar is gebeurd was geen politieke omwenteling, maar het resultaat van de politieke transformatie die al aan het begin van deze eeuw is ingezet.
Er bestaan veel verschillende opvattingen over het onderscheid tussen links en rechts, maar ik definieer rechtse ideologieën als het gedachtegoed waarin maatschappelijke ongelijkheid goed en natuurlijk is en staten niet moeten proberen een egalitairdere samenleving te scheppen. Binnen deze brede groep ondersteunt centrumrechts de kerninstituties en de waarden van de liberale democratie. Uiterst rechts doet dat niet; het wezen daarvan zijn nativisme, een xenofobe vorm van nationalisme, en autoritarisme, een fundamenteel geloof in orde en gezag.
Binnen uiterst rechts verwerpt extreemrechts de democratie, het idee dat mensen bij meerderheid hun eigen leiders kiezen (denk aan het fascisme uit het verleden), terwijl radicaal rechts alleen tegen bepaalde elementen van de liberale democratie is, met name tegen rechten voor minderheden en de scheiding der machten. De afgelopen jaren is een deel van deze groep echter geradicaliseerd, bijvoorbeeld door het democratische stelsel te ondermijnen (zoals Orbán) of door verkiezingsuitslagen te verwerpen (zoals Trump), zonder openlijk een niet-democratisch stelsel voor te staan.
Garen spinnen
John Burn-Murdoch, datajournalist van Financial Times, typeerde het afgelopen jaar zo: ‘Economische beroering + sociale onrust = verkiezingsuitslagen 2024.’ Deze beknopte uitleg weerspiegelt in grote lijnen de kennis die inmiddels bestaat over het succes van radicaal-rechts in de afgelopen vier tot vijf decennia. Maar al is duidelijk dat radicaal-rechts baat heeft bij economische en politieke ‘crises’ die economische zorgen en culturele achteruitgang veroorzaken, de vraag waarom radicaal-rechts de enige politieke familie is die daarvan profiteert wordt minder vaak gesteld. Zeker: het is logisch dat zij degenen zijn die garen spinnen bij de zogenaamde ‘vluchtelingencrisis’ of zelfs bij terroristische aanslagen, gezien de islamofobe reactie daarop, maar het is minder duidelijk waarom juist radicaal-rechts voordeel heeft van de andere grote crises van de eenentwintigste eeuw: de grote recessie, de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. Geen daarvan houdt rechtstreeks verband met het wezen van radicaal-rechts: nativisme, of xenofoob nationalisme. Deze crises hadden net zo goed tot een toename van steun voor (centrum- en radicaal) links kunnen leiden, omdat ze alle drie het falen en de beperkingen van het neoliberale stelsel blootlegden.
De politieke schokken van 2016 hebben een golf van politieke doemliteratuur op gang gebracht. In 2024 werden boeken over de ondergang van de democratie en het liberalisme bestsellers, terwijl de media in vette letters een ‘wereldwijde democratie-crisis’ uitriepen.
Verkeert de democratie inderdaad in crisis? En zo ja, zal ze overleven wat er nu komen gaat? Zoals zo vaak hangt het antwoord op die vraag gedeeltelijk af van hoe je ‘democratie’ definieert. In electorale democratieën kunnen de burgers via vrije en eerlijke verkiezingen hun vertegenwoordigers kiezen, maar ontbreekt het aan liberale bescherming zoals rechten voor individuen en minderheden, die alleen in liberale democratieën gegarandeerd zijn. Meer in het algemeen hebben mensen zowel in democratieën als in autocratieën te maken met ‘autocratisering’. En dat is het echte verhaal van de eenentwintigste eeuw: dat liberale democratieën aan het eroderen zijn.
Radicaal-rechts beleefde zijn electorale doorbraak nog voordat het een krachtige media-infrastructuur kon opbouwen
Zo had het niet hoeven gaan. De opkomst van radicaal-rechts en de crisis van de democratie zijn de gevolgen van politieke keuzes, voornamelijk gemaakt door de meest bevoorrechte mensen en de politieke en media-elites. Op microniveau zijn deze keuzes vooral te verklaren als arrogantie, onwetendheid en eigenbelang. Maar op macroniveau leggen ze een structurele kwestie bloot die problematischer is: het beperkte draagvlak voor en de inherente kwetsbaarheid van de liberale democratie.
Radicaal-rechts beleefde zijn electorale doorbraak nog voordat het een krachtige media-infrastructuur kon opbouwen. Jarenlang waren radicaal-rechts en de media elkaars favoriete vijanden geweest. Naarmate radicaal-rechts breder geaccepteerd raakte, vooral via samenwerkingen en zelfs fusies met centrumrechts, gingen steeds meer rechtse media openlijk steun geven aan radicaal-rechtse partijen en politici. Zo werd Jair Bolsonaro door veel grote mediabedrijven in Brazilië gesteund, en ook door The Wall Street Journal in de VS, terwijl Fox News en een groot aantal nieuwere, extreemrechtse media als spreekbuis voor Trump en de geradicaliseerde Republikeinse Partij gingen dienen.
Natuurlijk spelen sociale media ook een rol, al is die niet zo groot als algemeen wordt aangenomen. Het is waar dat sociale media de rol van de traditionele ‘poortwachters’ verder hebben verzwakt en dat ze door sommige spelers op radicaal-rechts handig zijn gebruikt.
Uit veel onderzoeken is bovendien gebleken hoe radicaal-rechts profiteert van ‘algoritmische radicalisering’, met andere woorden het proces waarmee socialemediaplatforms mensen in digitale ‘rabbit holes’ duwen door hen steeds radicalere dingen voor te schotelen. Toch is uit onderzoeken ook gebleken dat het effect van sociale media op kiesgedrag betrekkelijk klein is. Zo wijzen de eerste tekenen er ook op dat de invloed van kunstmatige intelligentie op verkiezingen tot nu toe veel kleiner is dan werd gevreesd.
Politieke elites
Van veel groter belang is het gedrag van politieke elites, voornamelijk, maar niet alleen, van rechts. Net als in het Europa van begin twintigste eeuw hebben politieke elites een cruciale rol gespeeld in de acceptatie en normalisering van radicaal-rechts. Nadat ze de beweging eerst grotendeels hadden genegeerd of buitengesloten, zouden centrumrechtse partijen na de electorale doorbraak van radicaal-rechts de boodschap daarvan overnemen. En doordat zij die beeldvorming en standpunten overnamen, met name over immigratie, werd radicaal-rechts steeds meer een logische coalitiepartner. Dit is in vrijwel alle Europese landen zichtbaar.
Had in de jaren negentig nog maar een handvol landen een regering met radicaal-rechts erin, inmiddels heeft radicaal-rechts in de meeste EU-staten op dit moment of in het recente verleden op lokaal of landelijk niveau regeringsverantwoordelijkheid gekregen, net als in een toenemend aantal landen in Azië en de Amerika’s.
Politieke elites zijn nooit gedwongen om radicaal-rechts te omarmen. Ze kozen er zelf voor om dat te doen, vaak meer om strategische dan om ideologische redenen, vanuit de gedachte dat het uiteindelijk in hun voordeel zou zijn. In de meeste gevallen hebben de elites van het midden de radicaal-rechtse partijen ook onderschat, denkend dat ze die wel in de hand konden houden.
Journalisten en politici denken vaak dat ‘het volk’ veel rechtser is dan het in werkelijkheid is
De politieke en media-elites beweren geregeld dat centrumconservatieven simpelweg doen wat ‘het volk’ wil. Maar al hebben ze de geluiden en voorkeuren van radicaal-rechts inderdaad lang genegeerd, journalisten en politici denken vaak dat ‘het volk’ veel rechtser is dan het in werkelijkheid is. Ze denken ook dat bevolkingen de afgelopen jaren rechtser zijn geworden, wat aantoonbaar niet waar is. De Amerikaanse politicoloog Larry Bartels ontdekte dat de mensen in de EU en de VS niet naar rechts zijn opgeschoven. Ze zijn eerder iets inclusiever geworden dan exclusiever. En terwijl rechtse elites protesten tegen de ‘Latijns-Amerikaanse homorechtenrevolutie’ hebben ontketend, zijn er onder de bevolking in het algemeen ‘geen aanwijzingen voor verzet’ tegen die rechten. Ook op het gebied van homorechten zijn mensen eerder toleranter geworden. Dat komt niet zozeer doordat ze van standpunt zijn veranderd, maar doordat inclusievere jonge mensen de plaats innemen van exclusievere ouderen (die doodgaan).
Toch is onder kiezers de focus veranderd. Ging politiek in de twintigste eeuw altijd over sociaal-economische onderwerpen, deze eeuw wordt het debat steeds meer gedomineerd door sociaal-culturele kwesties. Simpel gezegd: cultuuroorlogen hebben de plaats van de klassenstrijd ingenomen. En ook dat is geen proces dat zich van onderop voltrekt. Mensen volgen de elites, die de mogelijkheid hebben om de agenda te bepalen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat wanneer de media veel aandacht besteden aan een specifieke kwestie, zoals immigratie, mensen zo’n kwestie ook belangrijker gaan vinden.
Huisvesting
Maar zelfs wanneer immigratie niet de belangrijkste zorg van het electoraat is, zoals in de Amerikaanse presidentsverkiezingen, waar het onderwerp voor de kiezers gemiddeld pas op de zesde plaats kwam, kan nativisme gedrag sturen. Dat gebeurt wanneer andere politieke onderwerpen, ook sociaal-economische, geradicaliseerd raken. Neem bijvoorbeeld het debat over huisvesting dat zowel in Nederland als in de VS speelt. In Nederland was huisvesting tijdens de campagne van 2023 een van de belangrijkste onderwerpen, maar de discussie richtte zich voor een groot deel op de druk die vluchtelingen op de huizenmarkt zouden leggen, terwijl in werkelijkheid maar 5 tot 10 procent van het totale socialewoningbestand in het land naar vluchtelingen gaat.
‘Verkiezingen zijn geen democratie’
Algemene verkiezingen zijn een aanfluiting voor de democratie, zegt de Engelse bioloog en denker George Monbiot in een pleidooi voor de heroverweging van het huidige verkiezingssysteem.
Het oorspronkelijke artikel uit The Guardian publiceerde 360 in editie 235. Monbiot betoogt daarin dat verkiezingen niet de werkelijke democratie bevorderen, maar eerder de macht van elites in stand houden. Politieke partijen zaaien verdeeldheid om stemmen te winnen, terwijl belangrijke kwesties zoals de klimaatcrisis of ongelijkheid vaak onbesproken blijven. Hij benadrukt dat de meeste problemen na verkiezingen onopgelost blijven. ‘Zoals in het openbare debat zo vaak gebeurt, worden er concepten met elkaar verward. Verkiezingen zijn geen democratie en democratie is geen verkiezingen.’
Monbiot haalt voorbeelden aan van alternatieve vormen van besturing, zoals participatiedemocratie en loting, die effectief blijken in andere samenlevingen, bijvoorbeeld in Rojava (de Autonome Regio Noord- en Oost-Syrië) en de Braziliaanse stad Porto Alegre. Loten, zoals in het oude Athene en in Venetië gebeurde, kan een representatiever en eerlijker systeem teweegbrengen, waarbij ‘gewone burgers’ beslissingen nemen die vaak inclusiever en duurzamer zijn dan die van verkozen volksvertegenwoordigers. Monbiot ziet geen gevaar in de tegenwerping dat onervaren of corrupte mensen zo in machtige posities zouden kunnen komen en benadrukt dat lobbyen en geld op deze manier minder invloed zullen hebben.
Bovendien zijn er indrukwekkende resultaten mee gehaald. ‘Ierland gebruikte burgergroepen om de debatten over het homohuwelijk en abortus op te lossen en doorbrak daarmee de schijnbaar hardnekkige verdeeldheid in een grotendeels katholieke natie. Frankrijk heeft een burgervergadering ingesteld om zich een weg te banen door de complexe en politiek gevoelige kwestie van stervenshulp.’
De komende jaren komt er ongetwijfeld een nieuwe golf aan democratische doemliteratuur en zullen veel mensen naar het verleden kijken om antwoorden voor de toekomst te vinden. Geen van beide zal erg nuttig zijn. Om radicaal-rechts te bestrijden en de liberale democratie te versterken moeten we zorgen dat we de juiste lessen leren. We hebben niet te maken met het radicaal-rechts van de jaren tachtig of de jaren dertig van de vorige eeuw. Zowel de dreiging vanuit die hoek als de politieke context zijn nu fundamenteel anders. Dat betekent dat de politieke oplossingen ook fundamenteel anders moeten zijn.
Hedendaags radicaal-rechts is in de eerste plaats een electorale dreiging, wat het fascisme uit het verleden nooit is geweest. Afgezien van enkele uitzonderingen, met name de nazipartij van Hitler, waren fascisten bij verkiezingen in de minderheid en kwamen ze alleen aan de macht via een semistaatsgreep (Mussolini’s mars op Rome) of dankzij een buitenlandse bezetter, met name nazi-Duitsland. Ook de politieke context is fundamenteel veranderd. In de jaren dertig was de democratie ten diepste impopulair en nog nauwelijks op de proef gesteld. Vandaag de dag heeft de democratie nog steeds sterk de voorkeur, ook al neemt het draagvlak ervoor wel af.
Zowel onder de elites als bij de massa is radicaal-rechts nu breed geaccepteerd en genormaliseerd
Ook van de jaren tachtig valt niet veel nuttigs te leren. Radicaal-rechtse partijen hadden toen in grote lijnen dezelfde ideologie als nu, zij het minder openlijk extreem, maar ze waren over het algemeen slecht georganiseerd, afhankelijk van één leider en kregen nooit veel steun van de kiezers. Bovendien hadden ze te maken met een cordon sanitaire: de meeste gevestigde partijen weigerden met hen samen te werken.
De enige manier om de democratie tegen hedendaags radicaal-rechts te beschermen is door radicaal-rechts en de democratie te zien zoals ze nu zijn. Zowel onder de elites als bij de massa is radicaal-rechts nu breed geaccepteerd en genormaliseerd.
Het gevecht tegen radicaal-rechts is belangrijk, maar daar zou het niet bij moeten blijven. Dat gevecht moet ook, zelfs in de eerste plaats, een strijd vóór de liberale democratie zijn. Het moet positief zijn in plaats van negatief, proactief in plaats van reactief. Het moet ook die delen van de elite en van de massa die de liberale democratie niet aanhangen of begrijpen, voor zich weten te winnen.
Pluralisme
Liberaal-democratische elites zouden radicaal-rechtse figuren en hun ideeën niet acceptabel en normaal moeten maken. Dat betekent niet dat de leiders, het gedachtegoed en de aanhangers van radicaal-rechts genegeerd moeten worden. Maar omdat radicaal-rechts de democratie bedreigt, moet er anders mee omgegaan worden dan met centrumpartijen die wel achter de liberale democratie staan. De meeste radicaal-rechtse figuren hebben zich onbetrouwbaar getoond door samenzweringstheorieën en leugens te verspreiden; de liberaal-democratische media kunnen hen niet zomaar op hun woord geloven. In plaats van opinieartikelen of kritiekloze interviews te publiceren, moeten de media beweringen van radicaal-rechts kritischer analyseren en dan de ideologische aannames en de feitelijke onjuistheden laten zien.
Politieke elites moeten op hun beurt radicaal-rechts als de stem van de luidruchtige minderheid gaan behandelen en niet meer als die van de zwijgende meerderheid. Dat wil niet zeggen dat ze de onderwerpen en standpunten van radicaal-rechts moeten negeren, maar ze moeten ook niet beweren dat die de belangrijkste of enige zorgen van ‘het volk’ zijn. Het fundament van de liberale democratie is pluralisme, dat erkent dat samenlevingen bestaan uit verschillende individuen en groepen met een scala aan belangen en waarden. Al die verschillende belangen en waarden zijn legitiem en het is aan politici om de compromissen te zoeken die recht doen aan de belangen en waarden van een meerderheid van de bevolking. Beweren dat er één oplossing bestaat die voor iedereen het beste is, zoals het neoliberalisme en het populisme doen, verzwakt niet alleen de liberale democratie. Het versterkt ook radicaal-rechts.
Cas Mudde is universitair hoofddocent aan de school voor publieke en internationale betrekkingen van de Universiteit van Georgia. Hij is auteur van o.a. The Far Right Today (2019) en Populism, A Very Short Introduction (2017, samen met Cristóbal Rovira Kaltwasser).