
De internationale – voornamelijk Amerikaanse – agressie van de NAVO, ooit opgericht als goedaardig bondgenootschap, wordt ‘boven kritiek verheven geacht’.
De Groene Amsterdammer en 360 Magazine
Twee bladen weten meer dan één. Daarom hebben De Groene Amsterdammer en 360 Magazine de koppen bij elkaar gestoken om in aanloop naar de NAVO-top een dossier samen te stellen met artikelen uit de internationale pers, waarin de rol van de alliantie onder de loep wordt genomen.
Sinds de Russische invasie in Oekraïne staat het eerste militaire bondgenootschap ter wereld, opgericht in 1949, weer volop in de schijnwerpers. Europese politici zijn het vrijwel unaniem met elkaar eens dat een krachtige verdediging in de huidige onvoorspelbare en agressieve geopolitieke wereld van essentieel belang is. Al helemaal omdat de Amerikaanse president zijn handen van de alliantie dreigt af te trekken als de lidstaten niet flink meer van hun bnp gaan afdragen. Opeens moeten Europese landen, waar het defensiebudget tot op de laatste soldatenkistjes is wegbezuinigd, hun militaire verdediging weer serieus nemen en kunnen zij niet meer vertrouwen op de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten.
Tom Stevenson schrijft in dit artikel dat de onderlinge machtsverhoudingen altijd al scheef waren. Sylvie Kaufmann schetst verschillende scenario’s voor de herijking van het bondgenootschap die volgens haar en vele anderen onontkoombaar is. En Jean Ellerman-Kingombe, adjunct-secretaris generaal van de NAVO, benadrukt de urgentie van een andere manier van oorlog voeren die het Europese continent zich eigen zal moeten maken om zich te ‘wapenen’ tegen huidige en toekomstige agressors. Dat we niet op de oude voet kunnen doorgaan nu de soevereiniteit van landen in gevaar komt, daar is iedereen het wel over eens. De beste uitkomst van de top is volgens voormalig secretaris generaal De Hoop Scheffer dat duidelijk wordt hoe belangrijk het is om bij elkaar te komen, het liefst met de VS, en in goede sfeer de verdediging tegen agressie te bestendigen.
Voorstanders van de NAVO roemen dit multinationale bondgenootschap als het succesvolste aller tijden. Dat slaat mede op het feit dat het al zo lang standhoudt: de NAVO bestond vorig jaar 75 jaar en streefde daarmee de Delische Bond voorbij, het bondgenootschap tussen Griekse stadstaten dat in 478 v.Chr. werd gesloten en 74 jaar heeft bestaan. Het Verdrag van Kadesh, het ‘eeuwige verdrag’ tussen Egypte en de Hettieten, hield nog langer stand, maar daar waren maar twee landen bij betrokken, terwijl de NAVO nu 32 lidstaten telt.
Dat de aard en de levensduur van de NAVO uniek zouden zijn, is eerder een politiek statement dan een geschiedkundige waarheid. Het is populair geworden om de NAVO af te schilderen als het eerste goedaardige militaire bondgenootschap ter wereld, een alliantie zonder geheime politieke doelen. Zo worden wel een paar vervelende feiten onder het tapijt geveegd. De schandaligste gevallen van internationale agressie sinds de oprichting van de NAVO waren allemaal Amerikaanse aangelegenheden: Korea, Vietnam, de Eerste Golfoorlog, Afghanistan, Irak. Maar dankzij het bondgenootschap worden Amerika’s oorlogen door Europa meestal verdedigd als een gerechtvaardigde strijd. Daden die volstrekt krankzinnig zouden worden genoemd als ze door een andere staat of bondgenootschap waren begaan, zijn boven kritiek verheven geacht. Door de jubelstemming over de NAVO worden ook de geheime operaties die de VS tijdens de Koude Oorlog binnen Europa uitvoerde met de mantel der liefde bedekt.
In de Engelstalige wereld is de geschiedenis van de NAVO nog steeds verknoopt met de mythe dat de overwinning in de Tweede Wereldoorlog te danken is aan de Anglo-Amerikaanse samenwerking. Dat Groot-Brittannië in 1940 standhield en als springplank kon dienen voor Eisenhowers ‘kruistocht in Europa’, schiep de voorwaarden voor het ontstaan van de NAVO. En dat de bevrijding van de Oude door de Nieuwe Wereld uitmondde in een langdurige militaire bezetting door die laatste, was te wijten aan de dreiging van de Sovjet-Unie. Maar zoals NAVO-functionaris Jamie Shea constateerde in een toespraak ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de NAVO in 2009, was het niet alleen het Sovjet-gevaar geweest dat de aanzet gaf tot de vorming van het bondgenootschap. Het gebeurde ook op een moment waarop Amerika abnormaal sterk en Europa hopeloos verzwakt was.
Praatjes
Er zijn in de geschiedenis maar weinig internationale militaire allianties geweest waarin de onderlinge machtsverhoudingen zo scheef waren. En de praatjes over verheven idealen zijn niet uniek voor de NAVO: ook volgens het Japanse keizerrijk was zijn Groot Oost-Aziatische Welvaartssfeer een kwestie van ‘onderlinge samenwerking’ in het streven naar ‘een op rechtvaardigheid gebaseerde orde van gezamenlijke welvaart en welzijn’. Het ligt voor de hand om dit te vergelijken met het Warschau-pact. Maar zodra je vindt dat ze met elkaar vergeleken kunnen worden, rijst de gedachte dat de NAVO misschien toch niet zo goedgunstig is.
Er wordt weleens gezegd dat de VS de NAVO in zijn gelokt door sluwe Europeanen die er hun militaire verantwoordelijkheden op wilden afschuiven in ruil voor rijkdom en een lui leventje. Donald Trump vertolkt ongeveer dat sentiment met zijn geklaag over Europese profiteurs. Anderen schrijven het ontstaan van de NAVO vooral toe aan de overredingskracht van de toenmalige Britse Labour-leider Ernest Bevin. Maar al zou je de hele correspondentie van Bevin met de Amerikaanse generaal George Marshall en senator Arthur Vandenberg uitvlooien op sporen van geniale Britse diplomatie, het verhaal klopt niet. Vijf dagen nadat in maart 1948 het Verdrag van Brussel was getekend, hielden de VS, het Verenigd Koninkrijk en Canada in het Pentagon al geheime besprekingen om tot deze alliantie te komen, resulterend in plannen die bekendstaan als de ‘Pentagon-voorstellen’. De ondertekening van het oprichtingsverdrag van de NAVO werd uitgesteld tot april 1949, zodat Harry Truman eerst zijn uitdager Thomas E. Dewey kon verslaan in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1948. Groot-Brittannië wilde de ondertekening laten plaatsvinden op Barbados en Portugal op de Azoren, als symbolische locatie midden op de Atlantische Oceaan, maar de VS hielden vast aan Washington D.C.
De NAVO heeft twee strategische commandocentra: een in Virginia in de VS en een in het Belgische Bergen. Maar de hoogste militair van de organisatie, de Supreme Allied Commander Europe, is sinds 1949 altijd een Amerikaanse generaal of admiraal geweest. Aanvragen voor lidmaatschap moeten worden ingediend bij de Amerikaanse regering, niet op het NAVO-hoofdkwartier. Ruim 35 jaar na het einde van de Koude Oorlog zijn er bijna honderdduizend Amerikaanse militairen in Europa gelegerd. Van Stavanger in Noorwegen tot de baai van Souda op Kreta is Europa bezaaid met Amerikaanse legerbases. Op luchtmachtbases in Duitsland, Italië, België en Nederland liggen met kernkoppen uitgeruste B61-bommen. Die kunnen alleen worden ingezet op bevel van de Amerikanen.
Het was Washington erom te doen dat Europa niet militair onafhankelijk zou worden
In beschrijvingen van de NAVO door vooraanstaande Amerikaanse functionarissen gaat het zelden over de verdediging van Europa en vooral veel over het strategisch belang van de alliantie voor de VS zelf. Volgens een memorandum dat de generale staf van het Amerikaanse leger in 1948 opstelde voor Eisenhower, was ‘het Amerikaanse standpunt’ simpelweg: ‘We zitten in Berlijn omdat we dat hebben veroverd.’ Minister van Defensie Robert McNamara hield zijn president in 1966 nog voor dat een van Amerika’s militaire doelen in Europa was om ‘herleving van het Duitse militarisme’ te voorkomen. Douglas Lute, de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO onder Obama, was nog explicieter. De alliantie ‘dient in wezen een cruciaal Amerikaans belang’, zei hij, want als zich nu een crisis aandient kunnen de VS ‘die het hoofd bieden met dertig gelijkgestemde, militair slagvaardige partners’. En er is ook een politiek motief: ‘Als we bij onze 25 procent van het mondiale bbp de pakweg 25 procent van Europa kunnen optellen, kunnen we in de komende decennia China oneerlijk blijven beconcurreren.’ Dat geeft de VS een ‘geostrategisch voordeel’, en Poetin en Xi kunnen daar allebei ‘niets tegenoverstellen’.

In zijn inleiding bij Natopolitanism, een bundel met essays en gelekte documenten die minder glansrijke kanten van de NAVO-geschiedenis onthullen, betoogt samensteller Grey Anderson dat de alliantie zelfs tijdens de Koude Oorlog nooit in de eerste plaats een wederzijds verdedigingspact was. Zeker in de beginjaren was de NAVO ‘voor Europese regeringsleiders evenzeer een verdedigingslinie tegen interne opstand als tegen het Rode Leger’. Daarnaast was het Washington erom te doen dat Europa niet militair onafhankelijk zou worden. De Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk in de jaren zestig, Charles Bohlen, waarschuwde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Dean Rusk dat ‘het Europa van na de oorlog’ in de visie van De Gaulle ‘een derde mondiaal machtscentrum’ moest worden. Bohlen was van mening dat ‘de VS en onze bondgenoten kunnen voorkomen dat de visie van De Gaulle vrucht draagt’.
Anderson dateert de opkomst van het moderne trans-Atlantische denken in Europa in de jaren zeventig, toen het US Information Agency, de Atlantische Raad, de denktank German Marshall Fund en de vereniging Atlantik-Brücke campagne gingen voeren tegen de Neue Ostpolitik, het beleid van ontspanning onder Willy Brandt. Met de Koude Oorlog had dit allemaal niet veel te maken. Lyndon Johnsons adviseur Zbigniew Brzezinski voerde in 1966 al aan dat ook zonder Sovjetdreiging de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa nuttig was om te bouwen aan een ‘wereldorde op basis van nauwere samenwerking tussen de meer ontwikkelde landen’. In januari 1992 werd in een CIA-rapport gesteld dat de NAVO hielp om Europa mee te krijgen in ‘economische veiligheidsbeslissingen die van vitaal belang zijn voor Washington’.
Oost-Europa
Als de NAVO Amerika’s belangrijkste middel was om kibbelende Europeanen in het gareel te krijgen, was het logisch om het bondgenootschap te willen uitbreiden naar Oost-Europa zodra de kans zich aandiende. In Not One Inch: America, Russia and the Making of Post-Cold War Stalemate (2021) schrijft historica Mary Elise Sarotte naar aanleiding van de onderhandelingen met Gorbatsjov inzake de Duitse hereniging dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker zich daarin de belofte liet ontvallen dat de NAVO niet verder naar het oosten zou worden uitgebreid. Maar of Amerikaanse en Europese politici zoiets nu wel of niet hebben ‘beloofd’ doet niet ter zake: Moskou maakte zich geen enkele illusie over de Amerikaanse bedoelingen en had daar ook geen verweer tegen. Sarotte laat zien dat het in feite gewoon ging om ambitieus opportunisme: Washington ‘besefte dat het niet alleen dik kon winnen, maar nog veel dikker’.
In de jaren negentig leek het de goede kant op te gaan met de betrekkingen tussen het Amerikaanse blok en het verzwakte Rusland. Rusland was tegen het militair ingrijpen van de NAVO in Joegoslavië, maar ze kwamen nader genoeg tot elkaar om in 1997 een basisakkoord te ondertekenen waarin beide partijen beloofden elkaar niet aan te vallen en samen te werken op veiligheidskwesties. In dat akkoord zegde de NAVO toe zich in nieuwe lidstaten te onthouden van grootschalige troepeninzet of stationering van kernwapens. Maar in 2001 trokken de VS zich eenzijdig terug uit het ABM-verdrag dat het gebruik van antiraketsystemen aan banden legde, en in de jaren daarna zijn er Amerikaanse raketafweersystemen geïnstalleerd in Polen en Roemenië. Het begin van de NAVO-uitbreiding in de Baltische staten en op de Balkan en de toetreding van Slowakije vielen in 2004 samen met de Oranjerevolutie in Oekraïne en vormden zo de opmaat naar de huidige ontwikkeling van de relatie tussen de VS en Rusland. Toen op de NAVO-top in Boekarest in 2008 werd aangekondigd dat Oekraïne en Georgië een lidmaatschapstraject in gingen, liepen de spanningen nog verder op.
Op het eerste gezicht is het vreemd dat de politieke invloed van de VS in Europa nog dieper reikt dan in Latijns-Amerika
Voor veel nieuwe fans in Oost-Europa vertegenwoordigde de NAVO een stralend nieuw alternatief of op zijn minst een manier om de eigen fouten uit het verleden goed te maken. In plaats van te koorddansen tussen de lokale grootmacht en de mondiale alleenheerser, wilden de Oost-Europese nationalisten zich zonder meer aansluiten bij het wereldrijk. Het is begrijpelijk dat het voor Amerika verleidelijk was om Oost-Europa in te lijven: een groot rijk heeft altijd graag lokale vazalstaten. Maar met veiligheid had de NAVO-uitbreiding voor beide partijen weinig te maken. Eind jaren negentig en begin deze eeuw was de NAVO in Europa in geen enkel opzicht een defensieve alliantie. De NAVO raakte betrokken bij militaire acties buiten Europa, van Mazar-i-Sharif tot de Golf van Aden. Net zoals West-Europa altijd al was, moest Oost-Europa een partner worden in Amerika’s mondiale project: Bosnië, Kosovo, Afghanistan, Libië, Irak. Op het eerste gezicht is het vreemd dat de politieke invloed van de VS in Europa nog dieper reikt dan in Latijns-Amerika, waar het de bedenkers van de Monroe-doctrine vooral om te doen was. De NAVO is nooit een club van democratieën geweest: er was nooit enig bezwaar tegen de lidmaatschappen van Portugal onder Salazar, het imperialistische Groot-Brittannië, de Griekse en Turkse junta’s en – officieus – het franquistische Spanje. Het lidmaatschap van de NAVO ging staan voor lidmaatschap van ‘het Westen’: de synthese van de Noord-Amerikaanse en Europese culturele identiteit enerzijds, en de integriteit van de Amerikaanse militaire macht anderzijds. De gretigste deelnemers aan het Amerikaanse mondiale project zijn, afgezien van het Verenigd Koninkrijk, de landen die pas rond de eeuwwisseling zijn toegetreden, landen waar erkenning als onderdeel van ‘het Westen’ een belangrijk doel van de lokale elite was. Rond 2010 was dat een beetje op de achtergrond geraakt, maar vooral dankzij de oorlog in Oekraïne is deze gedachte weer helemaal terug.
De vraag of de oorlog in Oekraïne is ‘veroorzaakt’ door de NAVO-uitbreiding of door de intrinsieke slechtheid van de Russische regering heeft weinig zin. Maar de strategische voorwaarden waaronder een oorlog plaatsvindt zijn altijd van het grootste belang. John Mearsheimer publiceerde in 2014 een essay in Foreign Affairs onder de titel ‘Waarom de Oekraïnecrisis de schuld is van het Westen’. Hij noemde de NAVO-uitbreiding ‘de hoofdoorzaak van de problemen’ en voorspelde dat het Amerikaanse en Europese beleid inzake Oekraïne ‘de vijandigheden met Rusland zou versterken en al doende Oekraïne zou verwoesten’. Daarmee wekte Mearsheimer de woede van beroepsideologen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, omdat hij het waagde het beleid van zijn eigen kamp onder een vergrootglas te leggen zonder Rusland op de vereiste wijze te demoniseren. Maar uit alle verslagen van de onderhandelingen tussen de Oekraïense en Russische regering in Belarus en Turkije in 2022 komt naar voren dat de verhouding van Oekraïne tot de NAVO een cruciaal twistpunt was.
Vooruitzicht
Toen Rusland in 2021 troepen begon te mobiliseren bij de Oekraïense grens, was NAVO-lidmaatschap voor Oekraïne nog geen onmiddellijk vooruitzicht. Maar dat mag geen reden zijn om ons niet af te vragen of het beleid van de VS en andere NAVO-landen niet aan de uitbraak van de oorlog heeft bijgedragen. In augustus 2021 tekenden de VS en Oekraïne een overeenkomst voor een strategisch defensiekader waarin de VS beloofden te helpen ‘de Russische agressie tegen te gaan’ en samen stappen te zetten naar ‘interoperabiliteit met de NAVO’. Even afgezien van de for-mele vraag naar NAVO-lidmaatschap: tussen 2014 en 2022, onder Obama, Trump en Biden, is Oekraïne door de VS en zijn bondgenoten geholpen zijn strijdmacht volledig opnieuw op te bouwen. Die wederopbouw heeft een rol gespeeld in de verslechterende Amerikaanse betrekkingen met Rusland, en bleek uiteindelijk van cruciaal belang voor het stuiten van de Russische opmars in februari en maart 2022.
Met de toetreding van Finland (april 2023) en Zweden (maart 2024) heeft de NAVO er 1300 kilometer grens met Rusland bij gekregen. Al voordat Zweden officieel was toegetreden, had het de VS toestemming gegeven voor het gebruik van zeventien militaire locaties op Zweeds grondgebied. In december 2023 hebben de VS en Denemarken een samenwerkingsovereenkomst getekend waardoor Amerikaanse soldaten en materieel door de VS permanent in Denemarken gestationeerd kunnen worden. De VS hebben hun antiraketsysteem voor de middellange afstand in mei 2024 gestationeerd op het Deense eiland Bornholm in de Oostzee, waar de NAVO-luchtmacht nu al geregeld Russische toestellen onderschept.
‘De gezamenlijke capaciteit van de NAVO is veel groter dan die van Rusland, zelfs als die van Amerika niet wordt meegerekend’
Dankzij de vrijwel onverdeelde steun die de NAVO onder de Europese elite geniet, zijn er voor enorm veel geld grote aantallen Amerikaanse F-35 straaljagers aangeschaft. Veel eurosceptische en etnisch-nationalistische politieke krachten op het continent doen in hun liefde voor de NAVO nauwelijks nog onder voor de Duitse Groenen. Zelfs Rassemblement National stelt zich op dit punt nu milder op.
Je kunt je afvragen of het vuur van dit nieuwe NAVO-geloof in Europa kan standhouden. Dringender is de vraag of het in Amerika zal standhouden. Trump zegt geregeld dingen over het bondgenootschap die NAVO-fans zorgen baren. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat zijn presidentschap het einde van het bondgenootschap zal betekenen. Zijn uitspraken zijn meestal geen uiting van echte vijandigheid jegens de NAVO, het zijn eerder van weinig realiteitszin getuigende eisen voor betere deals met Europese regeringen. Trump wil dat Europa meer uitgeeft aan wapens, vooral als die in Amerika worden gemaakt. Zelfs al zouden de VS zich terugtrekken uit de NAVO, dan is het moeilijk voorstelbaar dat het land ook al zijn militaire posities in Europa opgeeft: de strategie zou dezelfde blijven, maar dan zonder de verplichtingen van Artikel 5.
De VS zitten mede in de NAVO om de Europese militaire onafhankelijkheid in te tomen. Maar het is goed om de enorme omvang van de Europese investeringen in gedachten te houden, en het militaire voordeel dat Europa daarmee heeft behaald. Zoals een rapport van het Centre for Strategic and International Studies in juni stelde: ‘de gezamenlijke capaciteit van de NAVO is veel groter dan die van Rusland, zelfs als die van Amerika niet wordt meegerekend’.
Een wereld zonder Amerika’s militaire dominantie in Europa zou een andere wereld zijn. Die wereld zou een nieuw evenwicht vereisen tussen Europa en Rusland, en tussen Europa en de VS. Maar het denken over Europese strategische autonomie heeft nooit concrete vormen aangenomen. De militaire uitgaven van Europese landen zijn sinds 2014 met meer dan 60 procent gestegen. Toch is het voor Amerikaanse diplomaten nog steeds een fluitje van een cent om G7-bijeenkomsten naar hun hand te zetten. De NAVO is sterker dan ooit, maar nog net zo ongeschikt als altijd om de volgende wereldcrisis af te wenden.