
Sinds 2022 vindt er in Zuidoost-Azië een reeks opstanden plaats onder jongeren die radicale veranderingen opeisen, met één gemeenschappelijke noemer: ze zijn de corruptie en de privileges van politici zat.
Sri Lanka, Bangladesh, Nepal: sinds 2022 wordt Azië geteisterd door een ‘politieke tsunami’. Het oproer op 8 en 9 september in Kathmandu van generatie Z (de online generatie geboren tussen 1997 en 2012) is de laatste ontwikkeling in een reeks opstanden geleid door jongeren op zoek naar verandering. Het ziet ernaar uit dat deze golf ook Indonesië en de Filipijnen zal bereiken.
In drie jaar tijd zijn drie regeringen ten val gebracht door straatprotesten waarbij de ontwikkelingen in een stroomversnelling lijken te zitten. In 2022 kostte het de jonge Sri Lankanen vijf maanden om de Rajapaksa-familie, die het land al tientallen jaren regeerde, uit het zadel te wippen. Vervolgens kostte het de Bengalen in 2024 slechts zes weken om premier Sheikh Hasina, die toen zesenzeventig jaar oud was en al meer dan vijftien jaar aan de macht was, tot aftreden te dwingen en in september 2025 had de Nepalese generatie Z slechts twee dagen nodig om een einde te maken aan het bewind van de drieënzeventigjarige communist Khadga Prasad Sharma Oli.
Pakistan en Myanmar hadden, respectievelijk in mei 2023 en begin 2021, aan deze ‘Aziatische lente’ kunnen deelnemen als in beide gevallen het overmachtige leger de woede-uitbarsting van de jongeren niet met harde hand had onderdrukt.
In veel buurlanden leiden dezelfde kwalen tot dezelfde ergernis; er is een enorme kloof tussen de oude regering en de jonge bevolking en er is systematische corruptie onder de elites, regerende families of dynastieën hebben vaak een machtsmonopolie, er heerst ongelijkheid en er is een schrijnend gebrek aan economische kansen. Regeringen zijn als rotte appels uit de boom gevallen.
De Aragalaya
Toen Sri Lanka in 2022 de weg vrijmaakte voor een vreedzame revolutie stond het eiland met 22 miljoen inwoners, de zogenoemde parel van de Indische Oceaan, op het punt van faillissement door de coronacrisis en door schulden als gevolg van riskante investeringen van de broers Gotabaya en Mahinda Rajapaksa. Maandenlang ging Sri Lanka gebukt onder allerlei gebreken: stroomstoringen die tot dertien uur konden duren, urenlange wachtrijen voor benzinestations en tekorten aan medicijnen en andere basisbehoeften. Het einde leek nabij; de haat tegen de familie Rajapaksa, die verantwoordelijk werd gehouden voor het landelijke faillissement, oversteeg alle lagen van de samenleving.
In april 2022 begon de Aragalaya (‘de strijd’) zich langs de kust te verspreiden, tot aan een uitkijkplaats vol luxueuze hotels niet ver van het presidentiële paleis. Op 13 juli vluchtte de president met de staart tussen de benen naar de Malediven. De Sri Lankanen hebben laten zien dat ook autoritaire regimes ten val kunnen worden gebracht door een volksopstand en daarmee hebben ze geschiedenis geschreven.
Een beeld dat deze jeugdige vloedgolf in het collectief geheugen zal vereeuwigen, is dat van honderden jonge Sri Lankanen die het paleis in Colombo bestormen, het bed en het ondergoed van de president uitproberen en een duik nemen in zijn zwembad.
Ze lieten het zich goed smaken in de keukens, namen meubilair mee in hun riksja’s en gingen er met eenden en konijnen vandoor
Twee jaar later, op 5 augustus 2024, was er een beladen moment in Dhaka, in de ambtswoning van de Bengaalse premier Sheikh Hasina. Nadat ze hadden vernomen dat hun leider naar India was gevlucht, bestormden de euforische Bengalen het pand. Ze lieten het zich goed smaken in de keukens, namen meubilair mee in hun riksja’s en gingen er met eenden en konijnen vandoor.
Hasina, de ‘Iron Lady’ die ooit de democratische hoop van het land belichaamde, had zich aan de macht vastgeklampt door middel van vervalste verkiezingen en een systematische jacht op tegenstanders en critici. Niets leek het regime te kunnen deren, totdat de invoering van quota voor overheidsfuncties de vlam in de pan deed slaan. De quota werden gezien als een manier om leden van de regeringspartij te bevoordelen. In een land met meer dan 170 miljoen inwoners, van wie de helft jonger is dan 26, kampt de jeugd met massale werkloosheid.
Er ontstond een protestbeweging aan de universiteit van Dhaka en die verspreidde zich al snel naar particuliere instellingen. De uiterst gewelddadige onderdrukking van de demonstraties – volgens schattingen van de VN vielen er ongeveer 1400 doden – transformeerde het studentenprotest in een massabeweging die het vertrek van Sheikh Hasina eiste.
#NepoBaby
Een jaar later kwam in Nepal generatie Z op haar beurt in opstand tegen de leiders. Het voormalige koninkrijk, sinds 2008 een republiek, was het toneel van een bliksemrevolutie zonder aangewezen leiders. De beweging ver- spreidde zich via sociale media, waar jongeren onder de hashtag #NepoBaby de levensstijl van de zonen en dochters van politieke leiders aan de kaak stel- den als symbool van de corruptie en ongelijkheid die het land teisteren.
In een poging deze kritiek de kop in te drukken, besloot de communistische regering van premier K.P. Oli op 4 sep- tember zesentwintig digitale platforms te blokkeren. Daarmee staken ze de lont in het kruitvat. Bij gebrek aan Facebook en WhatsApp organiseerden de jongeren zich via de app Discord. Op 8 september werd in Kathmandu een grote demonstratie tegen corruptie gehouden.
De vreedzame mars ontaardde in extreem geweld toen de politie het vuur opende op de menigte. De studenten kregen bijval van radicalere groepen, en op 9 september veranderde de Nepalese hoofdstad in een vuurzee. Alle machtscentra – de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht – gingen in vlammen op. De opstand was ‘van een ongekende omvang en snelheid, en staat gelijk aan een totale afwijzing van de gevestigde orde na jaren van wanbestuur en uitbuiting van staatsmiddelen’, merkt Ashish Pradhan van de denktank International Crisis Group op.
De golf van protest heeft inmiddels Zuidoost-Azië bereikt – Indonesië, de Filipijnen, Oost-Timor – en heeft overal dezelfde voedingsbodem: de jongeren zijn de corruptie en de privileges van politici meer dan zat. In de Indonesische archipel, met 284 miljoen inwoners, was de beslissing van parlementsleden op 25 augustus om zichzelf een maandelijkse huisvestingstoelage van 50 miljoen roepia (circa 2800 euro) toe te kennen de druppel die de emmer deed overlopen. Dit bedrag, bijna tien keer het minimumloon in de hoofdstad, ontketende een storm van studentenprotesten. De studenten eisen een reeks hervormingen om de politiek te zuiveren.
Familieclans
Op de Filipijnen dreef de extravagante levensstijl van familieleden van politici en directeuren van bouwbedrijven duizenden mensen de straat op. De betrokkenen worden verdacht van een massaal schandaal rond de verduistering van overheidsgeld dat bedoeld was voor de bescherming tegen overstromingen. Ook hier knaagt hetzelfde kwaad aan de democratie: familieclans die de macht op zowel nationaal als lokaal niveau onderling verdelen. Deze erfenis van de Spaanse en later Amerikaanse kolonisten bleef ondanks de revolutie van 1986 intact. ‘De elite heeft nooit geprobeerd om echte, moderne politieke partijen op te richten. Zelfs na de val van de dictatuur werd de familie Marcos zelf uiteindelijk opgenomen in het systeem van politieke dynastieën dat zich succesvol in stand houdt,’ aldus politicoloog Richard Heydarian. Hij verwijst naar de verkiezing in 2022 van Ferdinand ‘Bongbong’ Marcos, de zoon van dictator Ferdinand Marcos. Het feit dat de protesten in Azië gelijktijdig plaatsvinden, roept vragen op over de onderlinge beïnvloeding. Vergelijkbare methoden, leuzen en gemeenschappelijke eisen suggereren dat de bewegingen elkaar hebben geïnspireerd. De piratenvlag met een strohoedje op de schedel uit de Japanse manga One Piece lijkt het vaandel van generatie Z te zijn geworden. De held van de manga, een tiener, staat symbool voor moed, solidariteit en de strijd tegen corrupte leiders. De vlag wapperde in Indonesië, daarna in Nepal en ten slotte op de Filipijnen. Sindsdien is hij ook veelvuldig opgedoken bij demonstraties in Frankrijk.
De uitkomst van deze ‘Aziatische Lentes’ blijft onzeker. Het voorbeeld van de zogeheten Arabische Lente uit de jaren 2010 maant tot voorzichtigheid. Die protestgolf begon in Tunesië na de zelfverbranding van een jonge straatverkoper, wanhopig door armoede en vernederingen door de politie, en verspreidde zich naar Egypte, Libië, Bahrein, Jemen en Syrië. Deze opstanden van de jeugd, net als in Azië aangejaagd door sociale media, mondden al snel uit in opstanden tegen tirannieke regimes. Uiteindelijk hadden ze alleen maar nog autoritairdere regeringen als resultaat.
NOEM HET GEEN ‘GEN Z-PROTESTEN’
Hoewel veel media de huidige protesten framen als een leeftijdstrend, schrijft Will Shoki van Africa is a Country, worden daarmee middel en boodschap verward. Wat werkelijk zichtbaar wordt, is de terugkeer van de jeugd als politiek subject, als het geweten van een wereldsysteem in verval. Deze golf, aldus Shoki, staat in het verlengde van de cyclus die begon met de Arabische Lente en #FeesMustFall: massamobilisaties die de grenzen van de neoliberale democratie blootlegden, maar zelden structuren veranderden. De energie is terug, gehard door slechtere economische vooruitzichten en ontdaan van hervormingsillusies. Jongeren ervaren de nadelen het eerst: hoge jeugdwerkloosheid (Marokko), emigratie en geldeconomieën die echte transformatie uitstellen (Nepal), en overal privatisering en bezuinigingen die hun toekomst uithollen. Dat sommige groepen het mediabegrip ironisch omarmen, is tactiek, geen identiteit; de benaming depolitiseert en demografiseert tegelijk en maakt van een structurele systeemcrisis een leeftijdsstemming, verbergt de materiële oorzaken en laat de protesten makkelijk wegzetten als een voorbijgaande trend, terwijl in werkelijkheid nationale elites een vastgelopen mondiaal regime bemiddelen.
‘De uitgestelde revolutie keert terug om leven, waardigheid en betekenis te ondersteunen buiten de markt en in het belang van de mens in plaats van de macht of winst.’
Ondanks de overeenkomsten – de centrale rol van de jeugd, de focus op werkloosheid, corruptie en politiegeweld en het domino-effect waardoor mensen hun angst overwonnen – is de context van de ‘Aziatische Lentes’ wezenlijk anders. De demonstraties vonden plaats in democratische, zij het onvolmaakte en autoritaire, regimes. Vooralsnog hebben ze geleid tot vreedzame transities waarbij jongeren de drijvende kracht achter de verandering zijn.
Wat zal er terechtkomen van generatie Z’s diepe verlangen naar vernieuwing? In Sri Lanka is de grote omwenteling uitgebleven, maar de economie herstelt zich en het land zit weer in de lift. Voormalig marxist en prominent figuur in de Aragalaya-beweging Anura Kumara Dissanayake, die in 2024 tot president werd gekozen, moest zich schikken naar de voorwaarden die het Internationaal Monetair Fonds stelde in ruil voor leningen.
In Bangladesh, dat sinds augustus 2024 tijdelijk wordt geleid door Nobelprijswinnaar voor de Vrede Muhammad Yunus, hebben politieke partijen en studenten moeite om het eens te worden over de noodzakelijke hervormingen. Het geweld is in het afgelopen jaar sterk toegenomen. Begin 2026 komen er verkiezingen aan, met het risico dat de traditionele politieke elite de macht herovert.
In Nepal heeft Sushila Karki, voormalig opperrechter en een boegbeeld in de strijd tegen corruptie, de leiding over het land tot de verkiezingen in maart 2026. Ook hier zal de oude elite elke kans grijpen om weer aan de macht te komen. De geschiedenis moet nog geschreven worden; Azië kent immers talloze opstanden die op niets uitliepen.