
In een wereld van betaalapps en digitale euro’s maakt baar geld een bescheiden comeback. ‘Sommigen vrezen dat te veel digitale betalingen Europa afhankelijk maken van Amerikaanse bedrijven.’
Loop tijdens een gure winter een Zweedse kerk binnen en je zult in een van de nissen een flauw licht aantreffen. Een bosje kaarsen, aangestoken door bezoekers ter nagedachtenis aan een dierbare, leidt even af van de drukte van het moderne leven. Vroeger werden zulke momenten van bezinning alleen verstoord door het geluid van muntjes die in een metalen bakje vielen als betaling voor elke kaars. Nu niet meer. In deze moderne tijd zijn de kaarsen er nog steeds, maar het muntenbakje is vaak vervangen door een QR-code. Wie een kaars wil aansteken zoekt niet langer in zijn portemonnee, maar stuurt de kerk een paar kronen via de populaire betaalapp Swish. Het geluid van muntjes tegen metaal is vervangen door het doffe gezoem van mobiele telefoons die melden dat een betaling is gelukt.
Europa, in elk geval het noordelijk deel ervan, is contant geld straal vergeten. In Noorwegen en Zweden behoren munten en bankbiljetten net zozeer tot het verleden als Vikingen en uit de handel genomen IKEA-spreien. Zweden betalen inmiddels 90 procent van al hun aankopen digitaal; nog maar de helft gebruikt überhaupt nog contant geld (schrijver dezes, die Zweden regelmatig bezoekt, heeft er al meer dan tien jaar geen bankbiljet meer gezien). Waar Japanners 22 procent van hun bnp in de vorm van papieren en metalen yens in hun portemonnee of onder hun matras (of futon) hebben zitten, is dat in Zweden minder dan 1 procent.
Andere delen van het continent lopen de achterstand in. Contant geld blijft vaker de norm in Zuid-Europa, waar mensen armer zijn en kleine bedrijven het soms niet zo nauw nemen met hun belastingaangifte als in Scandinavië. Duitsland en Oostenrijk, waar ooit repressie heerste, hechten om redenen van privacy nog altijd aan fysiek geld. Maar zelfs daar worden contanten steeds vaker afgedankt. Europa telt half zoveel geldautomaten per persoon als Amerika, en dat aantal is dalende. Banken in Denemarken hebben nog zo weinig contant geld dat overvallers ze voorbijlopen.
Banken in Denemarken hebben nog zo weinig contant geld dat overvallers ze voorbijlopen
Al dat elektronische betalingsverkeer leek het toppunt van moderniteit, ondanks protesten van straatmuzikanten, bedelaars en belastingontduikers. Politici pleiten al lange tijd voor meer digitale betalingen om zwart geld en witwassen te bestrijden. Griekenland verplichtte bedrijven, inclusief restaurants en taxi’s, om digitale betalingen te accepteren en kwitanties te verschaffen (hoewel de pinautomaat in de taverne soms net buiten gebruik is als er moet worden afgerekend). De EU heeft drempels vastgesteld voor het gebruik van contant geld en eist nationale wetgeving die het gebruik van bankbiljetten bij grote zakelijke betalingen verbiedt. In 2019 is de Europese Centrale Bank zelfs gestopt met het uitgeven van nieuwe vijfhonderdeurobiljetten, omdat de omloop gering was en de verdenking bestond dat ze voornamelijk voor malafide transacties werden gebruikt. In Europese ogen was contant geld verleden tijd en vormden digitale betalingen de stralende toekomst.
Dit bleef niet zonder protest, met name van de kant van populistisch rechts. In die kringen werden digitale betalingen lange tijd afgedaan als een douceurtje voor banken (die profiteren van elke kaarttransactie); contant geld, zo stellen zij, is een vorm van ‘vrijheid op papier’. Maar consumenten hebben met hun portemonnee gestemd. In de eurozone werd in 2016 79 procent van alle fysieke transacties contant afgerekend, tegen nog maar 52 procent in 2024 (voor een lager totaalbedrag, omdat bij grotere bedragen de voorkeur aan kaarten wordt gegeven). Koffiehuizen realiseerden zich dat het hun omzet ten goede kwam als klanten niet hun portemonnee trokken maar hun bankpas gebruikten. Vooral na de coronapandemie werd er in veel winkels nog maar zo zelden contant afgerekend dat het de moeite niet meer loonde. In steeds meer zaken verschenen bordjes met ‘alleen pinnen’: in 2024 weigerde 12 procent van alle bedrijven in Europa ronduit contant geld aan te nemen, tegen 4 procent nog maar drie jaar eerder. In sommige landen ligt het percentage nog hoger. Ruim een op de drie Nederlandse bioscopen accepteert geen biljetten en munten meer. Contant geld leek in een neerwaartse spiraal terecht te komen: steeds minder mensen namen euro’s op omdat steeds minder winkels die accepteerden, omdat steeds minder mensen ze gebruikten enzovoorts.
Toch vinden autoriteiten dat het inmiddels uit de hand is gelopen met het elektronisch betalingsverkeer. Al bepleiten ze geen terugkeer naar het verleden, ze willen er wel voor zorgen dat contant geld een alomtegenwoordig betaalmiddel blijft. In 2021 bepaalde het hoogste EU-hof dat papiergeld in beginsel geaccepteerd moet worden. Om alle verdere twijfel weg te nemen herhaalden de ministers van de 27 EU-lidstaten afgelopen december hun wens om bedrijven te verbieden contante betaling te weigeren. Er is een Europese wet in de maak die winkels en restaurants nog steeds toestaat de voorkeur te geven aan digitale betalingen, maar ze ook verplicht ouderwetse contanten te accepteren.
Als het aankomt op veerkracht gaat er niets boven contant geld
Vanwaar deze schijnbare terugval? Een van de zorgen is dat een aanzienlijke minderheid nog steeds een aversie heeft tegen digitaal betalen. Moderne apps en pinpassen zijn geweldig voor jonge, digitaal vaardige mensen en doenlijk voor minder digitaal vaardige mensen van middelbare leeftijd. Maar voor ouderen kan het goochelen met bankpassen en apps frustrerend zijn. Sommige arme mensen hebben zelfs moeite om überhaupt een bankrekening te openen.
Van recentere aard zijn de zorgen over de veerkracht van betalingssystemen. Hoe handig het ook is wanneer alles goed werkt, het via de ether rondpompen van geld vereist elektriciteit en een dataverbinding. Door een landelijke stroomuitval afgelopen voorjaar in Spanje konden mensen geen voedsel en andere levensbehoeften kopen. En wat te denken van bedreigingen door buitenlandse tegenstanders? Sommigen vrezen dat te veel digitale betalingen Europa afhankelijk maken van Amerikaanse bedrijven als Visa en MasterCard, die worden geleid door politiek onvoorspelbare figuren. (Als reactie hierop overweegt de ECB invoering van een ‘digitale euro’, al zal dat nog jaren duren.) In de Baltische en Scandinavische landen, waar men vooral bang is voor Russische sabotage, blijven digitale betalingssystemen inmiddels ook enige tijd werken bij een stroomuitval. Maar als het aankomt op veerkracht gaat er niets boven contant geld. Zweden krijgen al lange tijd het advies om voldoende contant geld in huis te hebben om het een week te kunnen uitzingen, iets wat de EU nu ook aanbeveelt. Na jarenlang contactloos te hebben betaald ontdekt Europa dat wat baar geld ook geen kwaad kan.