
Na de moord op Ayatollah Ali Khamenei heeft de Vergadering van Experts zijn opvolger benoemd: de 56-jarige Mojtaba Khamenei. Hoe kwam dit besluit tot stand?
Meer dan een week na de dood van opperste leider Ayatollah Ali Khamenei tijdens de eerste aanvallen van de Amerikaanse en Israëlische oorlog tegen Iran heeft de Raad van Experts zijn opvolger benoemd: de zesenvijftigjarige Mojtaba Khamenei. De selectieprocedure, die in de chaos van de oorlog nogal onduidelijk verliep, werd vertraagd door tegenstrijdige uitspraken van de leden in de klerikale raad die de opdracht hadden om over de opvolging te beslissen.
Allereerst bestond er onduidelijkheid over de fysieke toestand van de jonge Khamenei. De bombardementen op het onderkomen van de Opperste Leider op 28 februari brachten zijn moeder, vrouw en zoon om het leven, en bovendien nog andere familieleden. Enkele dagen lang werd gedacht dat ook de jonge Khamenei zelf vermoord was, totdat bekend werd dat hij slechts gewond was. Hoe ernstig is nog onduidelijk. Sommige politieke deskundigen in Teheran beweerden dat hij in een coma lag.
Desondanks drongen Mojtaba Khameneis bondgenoten in de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) aan op dynastieke opvolging. Onder normale omstandigheden zou dit anathema zijn voor een staat gesticht om erfelijke heerschappij te verstoten. De stichter van de Islamitische Republiek, Ayatollah Ruhollah Khomeini, staat bekend om de vermeende uitspraak dat de monarchie die in de revolutie van 1979 omver werd geworpen ‘onverzoenbaar is met de islam’. Maar er is weinig normaal aan de huidige situatie. Iraanse leiders zitten vast in een vanuit hun perspectief existentiële oorlog tegen twee oude rivalen. De aanstelling [van Mojtaba Khamenei] is daarom vluchtig en grotendeels aanvaard door het politieke etablissement, ondanks de schok voor de ideologische fundamenten van de staat.
Iraanse leiders zitten vast in een vanuit hun perspectief existentiële oorlog tegen twee oude rivalen
Dit wil niet zeggen dat er geen verzet was van belangrijke machtsnetwerken tegen de beslissing. Op voorwaarde van anonimiteit informeerde een Iraanse bron Amwaj dat de aanzet voor de jongere Khamenei om zijn vader op te volgen door Hossein Taeb werd geleid, een oude vertrouwenspersoon van de zesenvijftigjarige en het voormalige hoofd van de IRGC inlichtingendienst. Dit voorstel ‘ging in tegen het testament van Ayatollah Khamenei’, volgens een hoogstaande politieke deskundige. De bron legt uit dat een aantal prominente figuren zich tegen de opvolging verzetten, waaronder Ali Larijani, secretaris van Iran’s Hoge Nationale Veiligheidsraad (SNSC), en Ali Asghar Hejazi, de adjunct-directeur van het Bureau van de Opperste Leider. Overigens beweren Israëlische media dat Hejazi op 6 maart werd vermoord.
Seyyed Ali Asghar Mir Hejazi
Tijdens de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Teheran op 6 maart dook de naam Seyyed Ali Asghar Mir Hejazi plots op als een van de overledenen. Deze prominente functionaris, die tot de innerlijke kring van opperste leider Ali Khamenei behoorde, staat bekend als een van de vele ‘schaduwfiguren’ in het complexe netwerk van religieuze en veiligheidsinstellingen waaruit de Islamitische Republiek bestaat. Het Libanese medianetwerk Raseef22 probeerde te achterhalen wie Hejazi precies was. Tot op heden is zijn dood echter niet officieel bevestigd.
Hejazi maakte deel uit van de Islamitische Revolutie die het bewind van sjah Mohammed Reza Pahlavi omverwierp. Daarna werd hij actief binnen het veiligheidsapparaat dat door ayatollah Ruhollah Khomeini werd opgericht; volgens verschillende bronnen werkte hij onder meer voor het ministerie van Inlichtingen. Toen ayatollah Khomeini in 1989 overleed en Ali Khamenei hem opvolgde, werd het bestuurssysteem van de Islamitische Republiek geherstructureerd. Gedurende deze periode klom Hejazi op binnen de gelederen en werd hij aangesteld als adjunct-directeur van het Bureau van de Opperste Leider. Deze instelling coördineert de relaties tussen de Opperste Leider en andere instanties, zoals de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) en de Raad van Experts.
Ali Asghar Hejazi was de directe schakel tussen Ali Khamenei en de Iraanse veiligheidsdiensten. Het was onder andere Hejazi die tijdens de Groene Beweging in 2009 de hevige onderdrukking door de veiligheidsdiensten coördineerde. Door deze acties legden de Europese Unie en het Amerikaanse ministerie van Financiën sancties op aan Hejazi, waaronder het bevriezen van zijn bezittingen en een reisverbod. Binnen het ondoorzichtige machtsapparaat van de Islamitische Republiek zijn er tal van figuren als Hejazi, wier namen pas opduiken wanneer zij – soms letterlijk – verdwijnen in de schaduw van de oorlog.
Testament
Afgezien van speculaties over erfopvolging en een vermeende ‘testament’, stellen ingewijden dat Khamenei geen specifieke opvolger had aangewezen, maar slechts criteria had geformuleerd voor zijn opvolging. Een belangrijk criterium is ervaring in een prominente bestuurlijke functie. Sommige bronnen brengen deze vereiste in verband met de uitsluiting van Hassan Khomeini – kleinzoon van Ayatollah Khomeini en gelieerd aan de hervormingsgezinde stroming – uit de Raad van Experts in 2016. De jonge Khamenei voldoet echter ook niet aan de eisen. Hoewel hij doorgaans wordt geassocieerd met het conservatieve kamp, heeft hij nooit een openbaar interview gegeven.
Slechts weinigen hebben zijn stem ooit gehoord
Los van de aanhoudende oorlog lijken twee recente ontwikkelingen Khamenei in de kaart te hebben gespeeld. Afgelopen week beweerden Israëlische media dat Khamenei junior al was aangewezen als opvolger. Naar aanleiding van deze claim sprak de Amerikaanse president Donald Trump zich op 5 maart expliciet uit tegen dat scenario, terwijl hij erkende dat het zich zou kunnen voltrekken. Dit gaf Taeb en andere extremisten de ruimte om hun kandidaat door te drukken.
Ook speelde de plotse publieke verontschuldiging van Masoud Pezeshkian op 7 maart een rol voor Iraanse aanvallen op buurlanden als vergelding voor de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran. Volgens politieke bronnen in Teheran ging het om een ongeplande misstap van de hervormingsgezinde president, die onmiddellijk leidde tot felle politieke tegenreacties. Pezeshkians blunder versterkte de roep binnen het politieke etablissement om één krachtige leider ter vervanging van de driekoppige interim-leiderschapsraad, zoals voorzien in de grondwet. In hun ijverigheid om een nieuwe kandidaat naar voren te schuiven, verwezen sommige extremisten zelfs naar een vermeende tijdslimiet voor de raad, hoewel zo’n beperking niet bestaat.
Parallelle doelen
Nu hij formeel Irans hoogste gezagsdrager is, kan Khamenei’s aanstelling twee parallelle doelen dienen. Enerzijds straalt het continuïteit en onwrikbare weerstand uit in het licht van een existentiële strijd om de toekomst van de Islamitische Republiek. De boodschap is duidelijk: Iran zal niet terugdeinzen, ongeacht de aanzienlijke economische en militaire verliezen.
Tegelijkertijd zou deze keuze, misschien tegen de verwachtingen in, ook de weg kunnen vrijmaken voor onderhandelingen. Iran is zich terdege bewust van zijn militaire achterstand ten opzichte van Israël en de Verenigde Staten en definieert ‘overwinning’ vooral als overleven, terwijl het de tegenstander voldoende schade toebrengt om toekomstige aanvallen te ontmoedigen. Een einde van de oorlog waarbij de Islamitische Republiek aan de macht blijft en nog steeds wordt geleid door een ayatollah Khamenei, voldoet aan alle voorwaarden – mits pragmatische politieke afwegingen de overhand krijgen.
Iran is zich bewust van zijn militaire achterstand tegenover Israël en de VS en definieert ‘overwinning’ vooral als overleven
Er speelt nog een andere factor: Israël heeft gedreigd elke nieuwe opperste leider te zullen uitschakelen, terwijl de VS hebben gewaarschuwd dat Khamenei’s opvolger moet meewerken – anders wacht hem hetzelfde lot als zijn voorganger. Voor complotdenkers wijst dit erop dat er een kleine kans bestaat dat bepaalde netwerken in Teheran mogelijk een strategisch schaakspel spelen, waarbij de ‘werkelijke’ leider die ze voor ogen hebben de opvolger van de jonge Khamenei is. Als dat inderdaad het geval is, zou het gaan om een risicovolle strategie met potentieel grote opbrengsten.
De Raad van Experts, bestaande uit 88 geestelijken verkozen voor een termijn van acht jaar, is verantwoordelijk voor de aanstelling van de opvolger van Irans Opperste Leider. Kandidaten worden beoordeeld op religieuze geleerdheid, politiek inzicht en bestuurlijke ervaring. Volgens de Iraanse constitutie vereist een aanstelling steun van een absolute meerderheid binnen een quorum van twee derde, en verleent het een levenslange positie als hoogste autoriteit van de staat.
Terwijl de interim-leiderschapsraad het directe machtsvacuüm opvulde, delibereerde de Raad van Experts achter gesloten deuren of ze zich achter een pragmatische figuur zouden scharen of een conservatieve ideoloog. Het proces ging gepaard met intens lobbywerk van meerdere machtscentra, waarbij de IRGC tot de belangrijkste spelers behoorde die de uitkomst mede bepaalden.
De naam van de jongere Khamenei circuleert al jaren als mogelijke opvolger van zijn vader. De geestelijke geldt als een invloedrijke macht achter de schermen binnen de Iraanse politieke structuur. Maar aangezien de Islamitische Republiek is gegrondvest op de afwijzing van erfopvolging doen ook andere namen de ronde, waaronder Ayatollah Alireza Arafi, een conservatieve geestelijke en lid van de interim-leiderschapsraad; Ali en Hassan Khomeini, kleinzonen van de oprichter van de Islamitische Republiek; en Hassan Rouhani, een gematigde voormalige president (2013-2021).
De Republiek is gegrondvest op de afwijzing van erfopvolging
De dag van de verkiezing van Khamenei junior werd gekenmerkt door tegenstrijdige verklaringen van leden van de Raad van Experts. Ayatollah Ahmad Alamolhoda beweerde dat de raad al een nieuwe opperste leider had gekozen. Volgens de conservatieve geestelijke had ‘de verkiezing om een leider aan te stellen al plaatsgevonden, en was de leider gekozen’. Hij voegde eraan toe dat de beslissing volgens de grondwet definitief was en niet meer kon worden herzien door de leden.
Een strategie van psychologische uitputting op het Iraanse thuisfront
Terwijl de internationale aandacht vooral uitgaat naar de bombardementen in het Midden-Oosten, richt Al-Monitor zich op de strijd die de Islamitische Republiek voert in de straten van Irans grote steden. Te midden van de oorlogschaos probeert het regime de bevolking onder controle te houden. Door de bombardementen zijn de hoofdkwartieren van Basij en de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) grotendeels vernietigd. De veiligheidsdiensten hebben zich daarom verspreid over de openbare ruimte, waar scholen, straten en voetbalvelden worden omgevormd tot geïmproviseerde commandocentra en controleposten. Om de druk verder op te voeren kondigde de IRGC op nationale televisie aan dat agenten het vuur mogen openen op iedereen die bevelen negeert of zich aansluit bij Israël of de VS.
Irans huidige oorlogstactiek richt zich eerder op overleven dan overwinnen. Dankzij een arsenaal aan langeafstandsraketten, drones en geallieerde milities verspreid over het Midden-Oosten kan het land flexibel opereren. Net als de oorlogstactiek is Irans hardhandige optreden op het thuisfront geen crisisreactie maar een strategie van volharding, aldus Al-Monitor. De bevolking staat onder druk van zowel buitenlandse bombardementen als strenge binnenlandse veiligheidsmaatregelen. Teheran hoopt de oorlog te doorstaan met een uitgeputte bevolking die haar prioriteiten heroverweegt en protest inruilt voor stilzwijgende instemming. Ondanks de dreiging van Israël en de VS blijven de straten van Teheran – geblokkeerd, zwaar bewaakt en gevuld met conservatieve slogans – de frontlinie vormen van een strijd die de Islamitische Republiek zich niet kan veroorloven te verliezen.
Aankondiging
Ayatollah Mohammad Mehdi Mirbagheri bevestigde in een videoboodschap dat er ‘een sterke consensus, die de opvattingen van de meerderheid weerspiegelt’ was bereikt, maar liet in het midden of er daadwerkelijk was gestemd. Enkele uren voor de officiële aankondiging meldde hij dat ‘bepaalde obstakels’ in het formele proces nog moesten worden opgelost voordat een publieke bekendmaking kon volgen.
Ayatollah Mojtaba Hosseini sprak dit echter tegen. Tegen de conservatieve Tasnim News Agency zei hij dat het ‘onduidelijk’ was hoe het stemproces zou verlopen. Volgens Hosseini moest de Raad van Experts nog bijeenkomen om over geschikte kandidaten te stemmen. Tegelijkertijd leken ten minste twee leden van de raad te suggereren dat de jonge Khamenei, de tweede zoon van Irans omgekomen opperste leider, al was aangewezen als opvolger. Ayatollah Hossein-Ali Eshkevari stelde dat er een nieuwe leider ‘met een beslissende meerderheid’ was gekozen en dat ‘de naam Khamenei zal voortbestaan als leider van Iran’.
Hojjatoleslam Asgar Dirbaz sloot zich bij dat standpunt aan en stelde dat de ‘meerderheid’ binnen de Raad van Experts ‘de voorkeur gaf aan de zoon [van Khamenei]’ zonder hem expliciet bij naam te noemen. Hij voegde daaraan toe dat ‘sommige [raads]leden een andere mening hebben, maar dat ook hun stem in dienst van God staat en dat er geen andere intentie achter schuilt’. Zijn uitspraken suggereerden dat er geen definitieve stemming had plaatsgevonden.

Na de aankondiging van de aanstelling verklaarde Ayatollah Mohsen Heydari op de staatsomroep dat de raad van Experts fysiek was samengekomen. Daarmee suggereerde hij dat de bijeenkomst in Qom had plaatsgevonden, ondanks dat de raadsgebouwen in de heilige stad van Teheran waren gebombardeerd en leden onder dreiging van aanvallen stonden. Heydari meldde dat ‘meer dan twee derde’ van de raadsleden aanwezig waren en dat er op deze wijze een meerderheid was gehaald omdat ongeveer 85 procent tot 90 procent op Khamenei had gestemd. Hij voegde daaraan toe dat sommige raadsleden, inclusief die in Qom, mogelijk niet op de hoogte waren van de ‘geheime’ bijeenkomst vanwege de veiligheidssituatie. Hoe de afwezige leden deze gang van zaken beoordelen is onduidelijk, maar het is onwaarschijnlijk dat zij zich openlijk tegen de uitkomst zullen keren.
Zowel Israël als de VS hebben aangegeven dat Irans derde opperste leider geen onaantastbaar doelwit is. In een directe dreiging waarschuwde het Israëlische leger op 8 maart in een Perzischtalige verklaring op X dat ‘elke opvolger en ieder die aanwezig is bij’ de bijeenkomst van de Raad van Experts in Qom een doelwit zou zijn. Los daarvan liet Trump de Amerikaanse media weten dat als de volgende opperste leider ‘niet door ons wordt goedgekeurd, hij niet lang zal standhouden’. Enkele dagen eerder had de Amerikaanse president verklaard dat hij betrokken moest zijn bij de keuze van Khamenei’s opvolger en sprak hij zich expliciet uit tegen een ambtstermijn voor Khamenei junior, al erkende hij dat dit scenario zich zou kunnen voltrekken.
De Raad van Experts en de aanhangers van Mojtaba staan nu voor de lastige opgave om zijn aanstelling te rechtvaardigen. Op middellange termijn dreigt hun beslissing de legitimiteit van het politieke systeem te ondermijnen – zowel binnen het geestelijke establishment als onder belangrijke politieke en militaire netwerken en in de bredere sjiitische wereld. Op de langere termijn kan deze leiden tot aanzienlijke interne weerstand. Daarbij moet wel worden aangetekend dat er daarbij van wordt uitgegaan dat Khamenei junior niet alleen in leven, maar ook aan de macht blijft – en dat laatste volgt niet vanzelf uit het eerste.
De legitimiteit van het systeem dreigt te worden ondermijnd
De benoeming van Khamenei junior lijkt mogelijk gericht op het beëindigen van de oorlog onder enigszins gunstige voorwaarden, hetzij door continuïteit en verzet uit te stralen, hetzij door simpelweg te tonen dat de Islamitische Republiek blijft voortbestaan en nog steeds wordt geleid door een ayatollah Khamenei. Als overleven het uiteindelijke doel is, moet er rekening mee worden gehouden dat het herstel van de ideologische fundamenten van de staat opnieuw een topprioriteit kan worden – en daarmee mogelijk tot verdere veranderingen in het leiderschap leidt.
De derde stem in Iran
In het debat over Iran domineren vaak twee perspectieven: dat van het regime en dat van ballingen die hopen op verandering van buitenaf. Maar volgens Sina Toossi van The Nation bestaat er binnen Iran zelf al jaren een derde stroming – een die zich tegelijk verzet tegen autoritair bestuur én tegen buitenlandse militaire interventie.
Na de gewelddadige onderdrukking van protesten begin 2026 lieten activisten, vakbonden, studenten en schrijvers vanuit het hele land van zich horen. Ze veroordeelden het geweld van de staat en riepen op tot democratische hervormingen, zoals een referendum en een grondwetgevende vergadering. Tegelijk wezen ze buitenlandse inmenging resoluut af. Oorlog zou het regime niet verzwakken, maar juist de ruimte voor civiele oppositie verder verkleinen.
Ook prominente dissidenten sloten zich bij dit standpunt aan. Voormalig premier Mir Hossein Mousavi pleitte voor een vreedzame overgang gebaseerd op drie principes: geen buitenlandse inmenging, geen binnenlandse tirannie en een geweldloze weg naar democratie. Honderden activisten onderschreven deze lijn. Vanuit de gevangenis waarschuwden critici dat escalatie de positie van veiligheidsdiensten versterkt en burgers kwetsbaarder maakt.
Toch krijgt deze ‘derde stem’ internationaal weinig aandacht. In westerse discussies overheerst vaak het idee dat druk van buitenaf – via sancties of militaire dreiging – verandering kan afdwingen. Volgens Toossi is dat een misvatting. Juist zulke maatregelen versterken de hardliners binnen het regime en ondermijnen de mogelijkheden voor interne hervorming.