Maakt reizen je een beter mens?

Estimated read time 9 min read

Reizen wordt vaak gezien als een manier om je wereldbeeld te verruimen en empathie te vergroten, maar is dat wel echt zo? Twee opiniemakers gaan met elkaar in debat.

Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

‘Wat als reizen niets meer is dan een placebo, een projectie van ons eigen wensdenken?’

Volgens journalist en auteur Dominik Prantl in een opiniestuk in Süddeutsche Zeitung is het lastig te achterhalen vanaf wanneer reizen precies werd gezien als onbetwistbaar heilzaam. In elk geval kunnen de lovende woorden over dit onderwerp teruggevoerd worden tot de oudheid. Zoals Augustinus van Hippo ooit zei: ‘De wereld is een boek, en wie niet reist, leest slechts één bladzijde.’

Door de jaren heen heeft de mensheid reizen verheerlijkt. ‘Als we de geschiedenis mogen geloven, heeft reizen ons altijd slimmer, toleranter, gelukkiger en – als je naar influencers op Instagram kijkt – zelfs mooier gemaakt.’ Het omgekeerde wordt ook al lange tijd verkondigd. Wie niet reist, zou als vreemd of onwetend worden gezien. ‘Dan ben je een weirdo, heb je geen geld en blijf je dom, bekrompen en triest.’ Volgens Prantl speelt de reisindustrie hier slim op in, met slogans als ‘See the world with different eyes’ en ‘Travel interesting’ van onder andere het Duitse cruiseshipbedrijf Aida en het digitale reisbureau Expedia. 

‘Hoe verder je reist, hoe beter. Zwart Afrika scoort meer punten dan het Zwarte Woud, Nepal meer dan Napels.’ Het lijkt dus niet alleen uit te maken óf je reist, maar ook waarheen. ‘De ervaring leert dat afstand en exotisme – denk maar aan de reisverslagen die de meeste “oohs” en “ahhs” van vrienden en familie ontlokken – nog doorslaggevend zijn bij de evaluatie van een reis, ongeacht de kosten in termen van inspanning en uitstoot.’ 

‘Op veel plaatsen wordt er al meer gekreund dan gejuicht doordat het hamsterwiel dat toerisme heet’

Volgens Prantl staat het niet vast dat reizen je een beter mens maakt. Wat als we het mis hebben? Wat als reizen niets meer is dan een placebo, een projectie van ons eigen wensdenken?’ In een wereld waarin steeds meer mensen het zich kunnen en kunnen veroorloven om te reizen, worden de nadelen van deze groeiende rusteloosheid steeds groter en duidelijker. ‘Op veel plaatsen wordt er al meer gekreund dan gejuicht doordat het hamsterwiel dat toerisme heet, sneller wordt aangedreven dan de infrastructuur en de lokale bevolking kunnen bijbenen.’ Voorbeelden van overtoerisme variëren van het Eibseemeer tot Barcelona en Machu Picchu.

Prantl vraagt zich af of de beroemde uitspraak van Mark Twain, die reizen het tegengif noemde tegen vooroordelen en bekrompenheid, nog steeds geldt in het tijdperk van massatoerisme. ‘Is het voldoende om naar het buitenland te gaan om je wereldbeeld te verruimen? En hoe lang moet je dan wegblijven? Drie weken op de Balkan? Drie maanden in Bangladesh?’ Hij twijfelt of reizen werkelijk de remedie is tegen onwetendheid. ‘Is het niet misschien eerder zo dat degenen die al leergierig zijn gewoon liever reizen en geen lesje kosmopolitisme meer nodig hebben? Hoe komt het dat de collega die ooit zo idealistisch was, ineens een beetje, nou ja, neokolonialistisch overkomt na zijn reis naar Afrika?’

‘We moeten niet verwachten dat onze reizen de wereld en onszelf zullen genezen’

Het bewijs dat reizen ons echt beter maakt, lijkt volgens Prantl dun gezaaid. ‘Als je online zoekt naar antwoorden, kom je vooral persoonlijke verhalen tegen, ondersteund door onderzoeken die zelden objectief zijn.’ In 2017 publiceerde Journal of Sustainable Tourism een studie waaruit blijkt dat korte reisjes mensen gelukkiger maken, maar het benadrukt dat de conclusies beperkt zijn. ‘Dit onderzoek volgde slechts vierentwintig mensen en ging over weekendjes weg in eigen land. Strikt genomen zouden de resultaten zo geïnterpreteerd kunnen worden: waarom afdwalen naar verre oorden als je het dichter bij huis kan zoeken?’

Een ander onderzoek, dat werd uitgevoerd door onderzoekers van de Erasmus Universiteit in Rotterdam en de Breda University of Applied Sciences met ongeveer vijftienhonderd proefpersonen, kwam tot de conclusie dat een geluksgevoel weliswaar aanwezig is na een vakantie, maar dat het enkele weken na terugkomst weer wegebt. ‘Het onderzoek toont niet aan dat reizigers gelukkiger zijn dan niet-reizigers.’ 

Maar wat kun je doen in een tijd waarin reizen nog steeds wordt verheerlijkt als het hoogtepunt van het jaar en is opgeklommen tot hét dominante gespreksonderwerp? ‘Misschien is reizen, tegen alle verwachtingen in, wel echt “geconcentreerd geluk” en een van de “weinige kansen op het onvoorziene”, zoals de geschiedenisprofessor Valentin Groebner het ooit beschreef.’ Maar Prantl benadrukt ook dat we realistisch moeten blijven. ‘We moeten niet verwachten dat onze reizen de wereld en onszelf zullen genezen. Beter kunnen we aan onszelf toegeven dat reizen meestal niets meer is dan puur hedonisme.’

Dominik Prantl, geboren in 1977, is journalist en auteur. Hij schrijft voor Süddeutsche Zeitung en andere media over toerismebeleid, reizen en Oostenrijk. Prantl heeft verschillende boeken geschreven, zoals Gipfelbuch, Gebrauchsanweisung für Namibia en meest recent Tirol – eine Landesvermessung in 111 Begriffen

‘Nu de wereld steeds meer verbonden raakt, is internationale ervaring onderdeel van een volledige opleiding’

‘Waarom heeft de isolationistische vleugel van het Congres hulp aan Oekraïne geblokkeerd en is het in feite een instrument geworden voor president Vladimir Poetin van Rusland?’ vraagt opiniemaker Nicholas Kristof zich af in een opiniestuk in The New York Times van begin dit jaar. ‘Republikeinse politiek verklaart een deel van deze dwaasheid, maar ik denk dat een andere reden pure domheid is. Het Congres is nogal gesloten en, vergeleken met andere rijke landen, slecht bereisd. Slechts 48 procent van de Amerikanen heeft een paspoort en ze staan erom bekend slecht te zijn in het spreken van vreemde talen.’

Volgens Kristof is een gebrek aan vertrouwdheid en bekendheid met de wereld een van de redenen waarom de Verenigde Staten regelmatig een ‘zelfdestructief beleid’ voeren in de wereldpolitiek. ‘Misschien wel de grootste fout op het gebied van buitenlands beleid deze eeuw was de verwachting van de regering-Bush dat de Irakezen in 2003 de Amerikaanse troepen met bloemen zouden verwelkomen; dat is het soort waanidee dat je aantreft bij mensen die nog nooit een gesprek hebben gevoerd met een Arabier.’ Hij waarschuwt dat een tweede presidentschap van Trump zelfs ’nog grotere fouten’ met zich mee kan brengen, zoals een terugtrekking uit de NAVO, Oekraïne in de steek laten en daarmee het internationale systeem van na de Tweede Wereldoorlog op zijn kop zetten.

Kristof stelt dat tijd doorbrengen in het buitenland vooroordelen doet vervagen en empathie doet groeien, omdat we beter beseffen dat we allemaal mensen zijn. ‘Het maakt ons land ook competitiever: ik zou willen beweren dat Utah er economisch van heeft geprofiteerd dat het buitengewoon kosmopolitisch is.’ Een deel van de inwoners heeft namelijk in het buitenland gewoond als Mormoonse missionaris. ‘Mijn boodschap aan jonge mensen: Ga naar het westen! Ga naar het oosten! Ga naar het noorden! En vooral, ga naar het zuiden!’ Universiteiten zouden studenten moeten aanmoedigen om minstens een semester in het buitenland te studeren of om voor de universiteit een tussenjaar te nemen om in een ander land te werken of te studeren, aldus het betoog.

’Probeer Engelse les te geven in een klein stadje in Zuid-Korea, Taiwan of Japan. Of doe vrijwilligerswerk in Nepal of Sierra Leone’ 

‘We zouden afgestudeerden niet als volledig ontwikkeld beschouwen als ze nog nooit Shakespeare hadden gelezen, de derdemachtswortel van 27 niet kenden en dachten dat Plato’s Republiek een klein Midden-Amerikaans land was’, schrijft hij. ‘Nu de wereld steeds meer met elkaar verbonden raakt, is een ander belangrijk onderdeel van een volledige opleiding de internationale ervaring.’

Kristof heeft tijdens zijn studie een zomer geld verdiend door op een boerderij in Frankrijk te werken en dat heeft naar eigen zeggen zijn levensloop veranderd. ‘En denk niet dat studeren in het buitenland noodzakelijkerwijs betekent dat je met een meute door Rome of Londen toert. Probeer in plaats daarvan Engelse les te geven in een klein stadje in Zuid-Korea, Taiwan of Japan. Of doe vrijwilligerswerk in Nepal of Sierra Leone.’ 

De Verenigde Staten integreren steeds meer met Latijns-Amerika, dus Spaans leren is volgens Kristof geen slecht idee. ‘En leer het dan niet in een klaslokaal. Voor een fractie van het collegegeld kun je in je eentje studeren of werken in Chili, Argentinië of een veilig deel van Mexico. Of in Bolivia – bestaat er een magischer land? De beste manier om een taal te leren is via vrienden en vriendinnen.’

‘Je zult over jezelf leren en je horizon verbreden’

De kosten zijn een obstakel voor jongeren die een universitaire graad willen halen, en studeren in het buitenland kan de studieschuld nog zwaarder maken. ‘Hogescholen zouden daarom meer programma’s moeten aanbieden in goedkope landen zoals India, Marokko en Mexico.’ Ook vindt Kristof dat er meer nadruk moet liggen op jonge mensen die met een klein budget de wereld rondreizen. ‘Het beste voorbeeld is misschien wel de manier waarop jonge Australiërs – waaronder mannen en vrouwen uit de arbeidersklasse – soms een paar jaar sparen, hun baan opzeggen en een enkele reis naar Europa maken. Velen hebben me verteld dat het een bepalende ervaring in hun leven was.’ 

Volgens Kristof moet iedereen de sprong wagen en zichzelf in het diepe gooien. ‘Je zult over jezelf leren, je horizon verbreden en na terugkomst een aantal bekrompen leden van ons Congres goede raad kunnen geven over Oekraïne en de hele wereld.’

Nicholas D. Kristof is columnist bij The New York Times en tweevoudig winnaar van de Pulitzer Prize. Samen met zijn vrouw, Sheryl WuDunn, heeft hij vier bestsellers geschreven, waaronder het boek Half the Sky. Nicholas Kristof schrijft bij The New York Times over mensenrechten, vrouwenrechten, gezondheid en internationale betrekkingen.

You May Also Like

More From Author