Laureate maakt grote politieke fout

Estimated read time 5 min read
Nobel

De toekenning van de Vredesnobelprijs aan María Corina Machado illustreert minder de kracht van het continent dan wel haar zwaktes.

Dat personen uit Latijns-Amerika ook maar voor een kort moment in de schijnwerpers van de wereldopinie staan, komt in tijden van elkaar overlappende mondiale crises nog zelden voor. Toen een politica uit Venezuela met de Vredesnobelprijs werd bekroond en in mei de eerste Latijns-Amerikaan aan het hoofd van de katholieke kerk in Rome ten grave werd gedragen, illustreerden deze gebeurtenissen dan ook minder de kracht van deze wereldregio als wel haar zwaktes.

Met zijn mix van paternalisme, populisme en autoritarisme had niemand de ondeugden van het caudillismo beter op het wereldtoneel kunnen ensceneren dan de Argentijn Franciscus, die graag koketteerde met zijn afkomst ‘van het einde van de wereld’ – het negeren van het (in zijn geval kerkelijk) recht inbegrepen. Tegen die achtergrond ogen de ontwikkelingen die de democratie in Latijns-Amerika sinds het tijdperk van de militaire dictaturen heeft doorgemaakt ronduit opmerkelijk.

Afgezien van Venezuela, Nicaragua en Cuba zijn democratische machtsoverdrachten inmiddels de regel. Dat daarbij telkens weer ook politici zegevieren die zelfs naar Europese maatstaven allerminst als rasechte democraten kunnen gelden, heeft vooral te maken met de teleurstelling over een staat die het op het gebied van publieke voorzieningen altijd al aan veel heeft laten ontbreken. Het wantrouwen jegens politieke instituties als parlementen en partijen is de laatste tijd zelfs weer toegenomen.

Vertrouwen in democratie

Maar zoals in Argentinië een Milei werd gekozen, zo werd in Brazilië een Bolsonaro weggestemd. In El Salvador is het vertrouwen in de democratie paradoxaal genoeg hoger dan ooit, nadat de burgers in de persoon van Bukele voor een perfecte dictator hebben gekozen die het land uit het rijtje van landen met de hoogste moordcijfers ter wereld heeft doen wegvallen. Iets dergelijks is de Morena-partij in Mexico niet gelukt. Daarvoor heeft het land wel, voor het eerst sinds de onafhankelijkheid, een vrouwelijke president.

Aan de Stille Oceaan gaat het nog het meest volgens het boekje. In Peru is het nauwelijks nog mogelijk overzicht te houden over het aantal afgezetten en/of wegens corruptie gearresteerde presidenten. In Chili worstelt een altijd al extreem gepolariseerde samenleving al decennia in het medium van grondwetsdebatten om haar ziel, terwijl het al eeuwenlang endemische geweld in Colombia en inmiddels ook Ecuador wordt aange- wakkerd door de inbedding in de mondiale drugseconomie.

VENEZUELA EN SPANJE OVER DE KEUZE

Wordt in de diaspora van Venezuela openlijk feestgevierd, binnenlandse reacties op de Nobelprijs voor María Corina Machado blijven gedempt. Volgens nieuwssite Runrun wordt de prijs ‘in stilte gevierd’, de site La Patilla roemt Machado’s moed, de krant El Nacional noemt de prijs een ‘morele verademing’. Aan regeringszijde zet de zender Telesur haar neer als ‘extremist’ en ‘golpista’, passend in het door de staat gedomineerde omroeplandschap dat kritische media heeft teruggedrongen.
Vooral in Spanje klinken felle reacties. Pablo Iglesias (Podemos) sneerde dat je de prijs dan ‘net zo goed aan Trump of zelfs postuum aan Hitler’ kunt geven; partijleider Ione Belarra sprak van prestigeverlies en vond dat Francesca Albanese de prijs had moeten krijgen. Javier Sánchez Serna noemde de keuze ‘tussen Netanyahu, Trump en een Venezolaanse golpista’, terwijl IU-leider Antonio Maíllo en Enrique Santiago stelden dat de prijs beter echte vredesinitiatieven in oorlogssituaties kon belonen.

Van de toekenning van de Vredesnobelprijs in 2016 aan de Colombiaanse president Santos wegens zijn verdiensten voor het vredesproces met de FARC-guerrilla loopt dan ook een directe lijn naar de bekroning van María Corina Machado. Hoe handig de Venezolaanse oppositiepolitica er het afgelopen jaar ook in slaagde om de machthebber Maduro onder het oog van de wereld als verkiezingsfraudeur te ontmaskeren, zo weinig zal de bekroning vermoedelijk veranderen aan de desolate toestand van de Venezolaanse oppositie – zoals ook de prijs voor Santos niets heeft veranderd aan het onvermogen van de regeringen om zelfs maar het geweldsmonopolie te veroveren in de immense staat- en rechteloze gebieden van het land. In Venezuela staan de meeste overgebleven oppositieleden voor een traditionele elite die zich in een door immense olievoorraden aangejaagd rentekapitalisme uitstekend had weten in te richten – totdat een aanvankelijk door een brede massa gedragen en door de Europese linkerzijde bejubelde ‘bolivariaanse revolutie’ de oude tijd van wanbeheer, corruptie en onderwijsarmoede leek weg te vagen. Inmiddels zijn de armen er nog ellendiger aan toe dan tevoren. Maduro zit dankzij geopolitiek gemotiveerde steun van Rusland en China, evenals de tolerering door landen als Brazilië en Colombia, nog altijd stevig in het zadel.

In deze situatie is het een grote politieke fout dat Machado de prijs niet alleen opdroeg aan het lijdende Venezolaanse volk, maar ook aan de Amerikaanse president Trump. De laureate, die ook Trumps ‘schepen tot zinken brengen’ in het Caribisch gebied goedkeurt, wekt de herinnering aan de vele decennia waarin de gringo’s in hun achtertuin met ijzeren bezem alles uitkeerden wat hun niet welgevallig was.

You May Also Like

More From Author